Het einde van een tijdperk — Hoop voor de toekomst?
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN DUITSLAND
TUSSEN 1987 en 1990 schokten aardbevingen met een sterkte van 6,9 of hoger op de schaal van Richter delen van Armenië, China, Ecuador, de Filippijnen, Iran en de Verenigde Staten. Zo’n 70.000 mensen vonden de dood en nog eens tienduizenden raakten gewond, terwijl honderdduizenden dakloos werden. De schade liep in de miljarden.
Toch heeft geen van deze bevingen zo veel mensen geschokt of zo veel beroering gewekt als een andere aardbeving die de wereld in dezelfde tijd trof. Dat was een politieke aardschok, die een einde maakte aan een tijdperk. Daardoor ging de toekomst er voor miljoenen anders uitzien.
Wat heeft tot die opzienbarende gebeurtenis geleid? Wat zouden de repercussies ervan zijn?
Glasnost en perestrojka
Michail Gorbatsjov werd op 11 maart 1985 tot secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie benoemd. Noch de Sovjetburgers noch de meeste politieke waarnemers verwachtten grote politieke veranderingen tijdens zijn bestuur.
Nog geen jaar later gaf Arkady Sjevtsjenko, voormalig politiek adviseur van de Russische minister van Buitenlandse Zaken en vijf jaar lang onder-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, van bijzonder inzicht blijk toen hij schreef: „De Sovjet-Unie staat op een tweesprong. Indien dringende economische en maatschappelijke problemen in de nabije toekomst niet verlicht worden, is een verdere erosie van haar economisch bestel onvermijdelijk, waardoor op de lange termijn niets minder dan haar voortbestaan gevaar loopt. . . . Gorbatsjov heeft definitief een nieuwe stijl ingevoerd . . . Maar of er met zijn beheer een nieuw tijdperk voor de Sovjet-Unie zal aanbreken, blijft te bezien. . . . Hij staat voor problemen die bijna onoverkomelijk zijn.”
Gorbatsjovs positie gaf hem nu de politieke invloed die hij nodig had om in de sovjetmaatschappij een beleid in te voeren waarover hij al in 1971 sprak. Het was glasnost, wat „openbaarheid” betekent, en op een beleid van officiële openhartigheid over sovjetproblemen neerkwam. Er was een meer open samenleving voor nodig, waarin Sovjetburgers en de pers een grotere vrijheid van meningsuiting zouden genieten. Uiteindelijk baande glasnost de weg voor openbare kritiek op de regering en sommige van haar activiteiten.
Een andere term die Gorbatsjov al lang gebruikte, was „perestrojka”, een woord dat „herstructurering” betekent. In een in 1982 gepubliceerde verhandeling sprak hij over „de noodzaak van een gepaste psychologische herstructurering” op het terrein van de landbouw.
Na hoofd van de Sovjet-Unie geworden te zijn, raakte Gorbatsjov ervan overtuigd dat een herstructurering van het economisch beleid ook onontbeerlijk was. Hij wist dat dit niet gemakkelijk te bereiken zou zijn — misschien zelfs onmogelijk als het niet met politieke veranderingen gepaard ging.
Gorbatsjovs inzet bij het doorvoeren van het glasnost- en perestrojka-beleid betekende niet dat hij eropuit was een eind te maken aan het communisme. Integendeel. In The Encyclopædia Britannica wordt verklaard: „Het was zijn bedoeling een revolutie op gang te brengen die van bovenaf werd bestuurd. Hij wilde het sovjetsysteem niet ondermijnen; hij wilde het slechts efficiënter maken.”
De versoepeling van beperkingen die uit dit beleid voortvloeide, was reden tot ongerustheid onder sommige bewindslieden van de Sovjet-Unie. Hetzelfde gold voor leiders van enkele van de Oostbloklanden. Terwijl velen van hen de noodzaak van economische herstructurering erkenden, waren niet allen het ermee eens dat politieke veranderingen nodig of wenselijk waren.
Niettemin liet Gorbatsjov zijn Oosteuropese bondgenoten weten dat het hun vrijstond met eigen perestrojka-programma’s te experimenteren. Ondertussen waarschuwde Gorbatsjov Bulgarije — en in feite ook alle andere Oostbloklanden — dat hoewel hervormingen noodzakelijk waren, men ervoor moest oppassen de overheersende rol van de Communistische Partij aan te tasten.
Het systeem begint te wankelen
De kritiek op het communisme, zowel in de Sovjet-Unie als in de Oostbloklanden, was in de loop van de jaren toegenomen. Sinds het begin van de jaren ’80 bijvoorbeeld had het Hongaarse opinieblad HVG (Heti Világgazdaság) felle aanvallen gedaan op orthodox communistische denkbeelden, hoewel het had vermeden de Communistische Partij zelf rechtstreeks te kritiseren.
Solidariteit, de eerste onafhankelijke vakbond die er in het Oostblok bestond, werd in 1980 in Polen opgericht. De oorsprong ervan was echter terug te voeren tot 1976, toen een groep dissidenten een Comité ter Verdediging van de Arbeiders vormde. Begin 1981 had Solidariteit een ledental van ongeveer tien miljoen arbeiders. De vakbond eiste economische hervormingen en vrije verkiezingen, eisen waaraan soms met stakingen kracht werd bijgezet. Buigend voor de dreiging van mogelijke sovjetinterventie ontbond de Poolse regering ten slotte de vakbond, hoewel die ondergronds actief bleef. Stakingen waarmee erkenning door de overheid werd geëist, leidden ertoe dat de vakbond in 1989 opnieuw werd gelegaliseerd. In juni 1989 werden vrije verkiezingen gehouden en veel Solidariteit-kandidaten werden gekozen. In augustus had Polen voor het eerst in zo’n veertig jaar een niet-communistische premier.
Glasnost en perestrojka waren, samen met problemen waarmee men in de communistische wereld te maken kreeg, duidelijk het hele Oostblok een nieuwe vorm aan het geven.
Politieke perestrojka leidt tot revolutie
„Tot juli 1987”, schrijft Martin McCauley van de University of London, „leek alles te gaan zoals Michail Gorbatsjov het bedoeld had.” Nog in juni 1988, op het 19de Partijcongres van de Communistische Partij in Moskou, kreeg Gorbatsjov naar verluidt „brede, zij het af en toe lauwe steun voor zijn programma’s”. Maar het was duidelijk dat hij op moeilijkheden stuitte bij het herstructureren van de Communistische Partij en de Sovjetregering.
In 1988 maakten constitutionele veranderingen het mogelijk dat de bestaande Opperste Sovjet werd vervangen door het Congres van Volksafgevaardigden, waarvan de 2250 leden een jaar later werden gekozen bij vrije verkiezingen. Deze afgevaardigden kozen op hun beurt uit eigen gelederen een uit twee kamers bestaand wetgevend lichaam, met 271 leden per kamer. Boris Jeltsin werd een prominent lid van dit wetgevende lichaam. Hij wees al gauw op het uitblijven van succes van de perestrojka en vestigde de aandacht op hervormingen die naar zijn mening nodig waren. Zo bleef, ook al had Gorbatsjov in 1988 het presidentschap bemachtigd, een positie die hij nieuw aanzien wilde geven en wilde versterken, de oppositie tegen hem groeien.
Ondertussen bereikten de twee supermachten, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, grote doorbraken met het inkrimpen van het militaire apparaat en het verminderen van de nucleaire dreiging. Elke overeenkomst die werd gesloten, wakkerde de hernieuwde hoop aan dat wereldvrede te bereiken was — dermate dat de schrijver John Elson in september 1989 opmerkte: „De laatste dagen van de jaren ’80 komen in de ogen van veel commentatoren neer op een soort afscheid van de wapenen. De Koude Oorlog lijkt bijna voorbij; in veel delen van de wereld schijnt er vrede op komst te zijn.”
Toen kwam 9 november 1989. Hoewel de Berlijnse muur stoffelijk nog intact was, ging ze na zo’n 28 jaar open en was ze plotseling geen symbolische barrière meer tussen Oost en West. Stuk voor stuk, in snelle opeenvolging, keerden de landen van Oost-Europa het socialistische regime de rug toe. In zijn boek Death of the Dark Hero — Eastern Europe, 1987–90 sprak David Selbourne van „een van de grootste van alle historische revoluties: een democratische en in wezen antisocialistische revolutie, waarvan de uitwerking voort zal duren lang nadat de acteurs en hun toeschouwers van het toneel zijn verdwenen”.
Toen de vreedzame revolutie eenmaal haar hoogtepunt had bereikt, verliep alles heel snel. Op een bord in het Tsjechische Praag werden de gebeurtenissen als volgt samengevat: „Polen — 10 jaar; Hongarije — 10 maanden; Oost-Duitsland — 10 weken; Tsjechoslowakije — 10 dagen. En toen, na een week vol verschrikkingen, Roemenië — 10 uur.”
Het einde van de Koude Oorlog
De auteur Selbourne zegt: „Het patroon van de ineenstorting van het Oosteuropese systeem was opmerkelijk uniform.” Daar voegt hij aan toe: „De katalysator was duidelijk het aan de macht komen van Gorbatsjov in Moskou in maart 1985 en zijn beëindiging van de ’Brezjnev-doctrine’, waarmee de Oosteuropese regimes onontkoombaar de verzekering werd ontnomen van sovjethulp en -interventie in het geval van een volksopstand.”
The New Encyclopædia Britannica noemt Gorbatsjov „de ene belangrijkste initiatiefnemer tot een reeks gebeurtenissen aan het eind van 1989 en in 1990 die het politieke raamwerk van Europa transformeerden en het begin betekenden van het einde van de Koude Oorlog”.
Natuurlijk zou Gorbatsjov de Koude Oorlog niet in zijn eentje hebben kunnen beëindigen. Indicatief voor wat er snel zou volgen, zei de Britse premier Margaret Thatcher na hem voor het eerst ontmoet te hebben: „Ik mag de heer Gorbatsjov. Wij kunnen samen zakendoen.” Bovendien stelde de unieke persoonlijke relatie tussen Thatcher en de Amerikaanse president Reagan haar in staat hem ervan te overtuigen dat het wijs was met Gorbatsjov samen te werken. Gail Sheehy, schrijfster van het boek Gorbachev — The Making of the Man Who Shook the World, concludeert: „Thatcher kon zichzelf gelukwensen dat zij ’in zeer reële zin de petemoei van de relatie Reagan-Gorbatsjov’ was.”
Zoals in de geschiedenis zo vaak is gebeurd, waren de sleutelfiguren op het juiste moment ter plekke geweest om veranderingen te bewerkstelligen die anders misschien niet plaatsgevonden zouden hebben.
Donkere wolken aan de horizon
Juist toen Oost en West blij waren dat er een einde aan de Koude Oorlog kwam, verschenen er elders dreigende wolken aan het firmament. De wereld schonk er in 1988 niet veel aandacht aan toen uit Afrika het bericht kwam dat in Boeroendi enkele duizenden mensen waren vermoord in een uitbarsting van etnisch geweld. Evenzo werd er nauwelijks aandacht besteed aan de in april 1989 uit Joegoslavië komende berichten dat daar de hevigste uitbarsting van etnisch geweld sinds 1945 plaatsvond. Ondertussen leidde de grotere vrijheid die men in de Sovjet-Unie kende tot wijdverbreide onrust onder de bevolking. Enkele van de republieken stelden zelfs pogingen in het werk om onafhankelijk te worden.
In augustus 1990 vielen Iraakse troepen Koeweit binnen, dat zij binnen twaalf uur veroverden. Terwijl de Duitsers, nog geen jaar na de val van de Berlijnse muur, de Duitse eenwording vierden, pochte de president van Irak: „Koeweit hoort bij Irak, en wij zullen het nooit opgeven, al zouden wij er duizend jaar voor moeten vechten.” In november gingen de Verenigde Naties tot actie over en dreigden met militair ingrijpen als Irak zich niet uit Koeweit terugtrok. De wereld stond opnieuw op het randje van een mogelijke ramp en zeggenschap over de olievoorraden was de zaak waar het om ging.
Zou de hoop op vrede en zekerheid die door het einde van de Koude Oorlog was opgevlamd nu in de kiem gesmoord worden? Lees daarover in onze volgende uitgave het artikel „De ’nieuwe wereldorde’ — Een wankel begin”.
[Illustratie op blz. 15]
De Berlijnse muur was plotseling niet langer een symbolische barrière tussen Oost en West
[Illustratieverantwoording op blz. 12]
Gorbatsjov (links) en Reagan: Robert/Sipa Press