Dodelijk virus slaat toe in Zaïre
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN AFRIKA
KIKWIT in Zaïre is een uitgestrekte stad aan de rand van een tropisch regenwoud. De 42-jarige Gaspard Menga Kitambala, die buiten de stad woonde, was de enige getuige van Jehovah in zijn familie. Menga was houtskoolverkoper. Hij maakte zijn houtskool diep in het bos, pakte het samen en droeg het op zijn hoofd naar Kikwit.
Op 6 januari 1995 voelde hij zich ziek. Onderweg van het bos naar huis viel hij tot tweemaal toe. Toen hij thuiskwam, klaagde hij over hoofdpijn en koorts.
In de loop van de volgende paar dagen verslechterde zijn toestand. Op 12 januari bracht zijn familie hem naar het algemene ziekenhuis van Kikwit. De Getuigen in Menga’s gemeente hielpen de familie hem in het ziekenhuis te verzorgen. Helaas verergerde zijn toestand. Hij begon bloed te braken. Niet te stelpen vloeide het bloed hem uit de neus en oren. Op 15 januari stierf hij.
Al spoedig werden anderen in Menga’s familie die zijn lichaam hadden aangeraakt ziek. Begin maart waren twaalf van Menga’s naaste familieleden gestorven, onder wie zijn vrouw en twee van hun zes kinderen.
Omstreeks midden april werden de eerste ziekenhuismedewerkers en anderen op dezelfde manier als Menga en zijn familie ziek en stierven. Al snel breidde de ziekte zich uit naar twee andere steden in het gebied. Het was duidelijk dat er hulp van buitenaf nodig was.
Professor Muyembe, de beste viroloog van Zaïre, ging op 1 mei naar Kikwit. Later vertelde hij aan Ontwaakt!: „Wij kwamen tot de conclusie dat Kikwit onder twee epidemieën leed: de ene was een bacteriële diarree en de andere een door een virus veroorzaakte ernstige hemorragische koorts. Natuurlijk moesten wij deze diagnose verifiëren. Daarom namen wij patiënten wat bloed af en stuurden het op om het door het Centrum voor Ziektebestrijding (CDC) in Atlanta (VS) te laten testen.”
Het CDC bevestigde wat Muyembe en andere artsen in Zaïre al hadden vermoed. De ziekte was Ebola.
Een dodelijke ziekte
Het Ebola-virus is een moordenaar. Het kan heel snel tot de dood leiden. Er bestaat geen vaccin tegen en er is geen behandeling bekend voor zijn slachtoffers.
Ebola werd in 1976 ontdekt. De ziekte, die genoemd is naar een riviertje in Zaïre, sloeg toe in het zuiden van Soedan en korte tijd later in het noorden van Zaïre. In 1979 deed zich in Soedan opnieuw een, ditmaal kleinere, uitbarsting voor. Daarna verdween de ziekte jarenlang uit het beeld, met uitzondering van enkele geïsoleerde sterfgevallen met Ebola-achtige verschijnselen.
Het Ebola-virus is zo dodelijk dat wetenschappers die het in Atlanta bestuderen, dat doen in een maximaal beveiligd laboratorium met een ventilatiesysteem dat iedere microbe in de lucht belet te ontsnappen. Voordat wetenschappers het laboratorium binnengaan, trekken zij beschermende „ruimtepakken” aan. Als zij weggaan, douchen zij met een ontsmettingsmiddel. De artsenteams die naar Kikwit kwamen, brachten beschermende kleding mee — wegwerphandschoenen en -mutsen, brillen en speciale overalls waar het virus niet doorheen kan.
In tegenstelling hiermee ontbrak het de meeste inwoners van Kikwit zowel aan de kennis als aan de uitrusting om zich te beschermen. Anderen namen, in het besef van het gevaar, de zorg voor zieke geliefden op zich en riskeerden of verloren hun leven. Vrienden en familie droegen geheel onbeschermd de zieken en de doden op hun rug of schouders. Het gevolg was een verschrikkelijk verlies aan mensenlevens; het virus roeide hele families uit.
De uitbarsting beteugelen
De internationale gemeenschap reageerde op Kikwits noodkreet door geld en medische uitrusting te schenken. Vliegtuigen brachten ook onderzoeksteams uit Europa, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Hun komst had een tweeledig doel: ten eerste te helpen de uitbarsting te beteugelen; en ten tweede te ontdekken waar het virus leefde in de periodes tussen de epidemieën.
Om te helpen de epidemie tot staan te brengen, hielden gezondheidswerkers een straat-aan-straatonderzoek om iedereen op te sporen die symptomen van de ziekte vertoonde. De zieken werden naar het ziekenhuis gebracht, waar zij in quarantaine geplaatst en veilig verpleegd konden worden. Degenen die stierven, werden in plastic gewikkeld en snel begraven.
Er werd een grootscheepse actie op touw gezet om zowel de werkers in de gezondheidszorg als het grote publiek nauwkeurig over de ziekte voor te lichten. Een deel van de boodschap behelsde een krachtige waarschuwing tegen traditionele begrafenisgebruiken waarbij families de doden ceremonieel aanraken en wassen.
Op zoek naar de bron
Wetenschappers wilden erachter zien te komen waar het virus vandaan kwam. Het volgende is erover bekend: Virussen zijn geen vrij levende organismen die zelfstandig kunnen eten, drinken en zich vermenigvuldigen. Om in leven te blijven en zich voort te planten, moeten ze de gecompliceerde structuur van levende cellen binnendringen en benutten.
Wanneer een virus een dier infecteert, is de verhouding er dikwijls een van vreedzame coëxistentie — het dier doodt het virus niet en het virus doodt het dier niet. Maar als een mens met het geïnfecteerde dier in aanraking komt en het virus op een of andere manier op de mens overgaat, kan het dodelijk worden.
Aangezien het Ebola-virus mensen en apen zo snel doodt, nemen wetenschappers aan dat het in een ander organisme moet overleven. Als gezondheidsfunctionarissen ontdekken welk type organisme de drager van het virus is, zullen zij wellicht in staat zijn doeltreffende beheersings- en preventiemaatregelen te treffen om toekomstige uitbarstingen te voorkomen. De onbeantwoorde vraag over Ebola is: Waar houdt het virus verblijf in de periodes tussen menselijke epidemieën?
Om de vraag te beantwoorden, moeten onderzoekers het virus naar zijn bron zien te volgen. Pogingen die na de vorige uitbarstingen in het werk waren gesteld om het dierlijke reservoir te ontdekken, waren op niets uitgelopen. Maar de epidemie in Kikwit bood een nieuwe kans.
De wetenschappers namen aan dat Gaspard Menga het eerste slachtoffer van de epidemie in Kikwit was. Maar hoe werd hij geïnfecteerd? Als het door een dier was, wat voor dier was dat dan? Logischerwijs zou het antwoord te vinden moeten zijn in het woud waar Menga werkte. Verzamelteams zetten 350 vallen uit op plaatsen waar Menga had gewerkt om zijn houtskool te maken. Zij vingen knaagdieren, spitsmuizen, padden, hagedissen, slangen, muskieten, zandmuggen, teken, bedwantsen, luizen, vlooien en tropische zandvlooien — in totaal 2200 kleine dieren en 15.000 insekten. Wetenschappers gehuld in beschermende kleding doodden de dieren met narcotisch gas. Vervolgens zonden zij weefselmonsters naar de Verenigde Staten, waar ze op het virus gescreend konden worden.
Aangezien de mogelijke schuilplaatsen van een virus nagenoeg onbeperkt zijn, is er geen zekerheid dat de bron gevonden zal worden. Dr. C. J. Peters, die aan het hoofd staat van de afdeling speciale pathogenen van het CDC, zei: „Ik schat voor deze ronde de kansen om het reservoir van het Ebola-virus te vinden op niet meer dan vijftig procent.”
De epidemie stopt
Op 25 augustus werd de epidemie officieel voor geëindigd verklaard, aangezien er 42 dagen geen nieuwe gevallen waren geweest, en dat is tweemaal de maximale incubatietijd. Waarom heeft de ziekte zich niet wijd verbreid? Eén factor is de internationale medische inzet geweest om de epidemie te beteugelen. Een andere factor die de epidemie heeft bekort, was de hevigheid van de ziekte zelf. Doordat ze zo snel de kop opstak en tot de dood leidde, en alleen door nauw contact werd overgedragen, heeft ze zich niet tot enorme aantallen mensen uitgebreid.
Uit officiële gegevens blijkt dat 315 personen de ziekte hebben opgelopen en dat 244 van hen gestorven zijn — een sterftecijfer van 77 procent. Ebola houdt zich op het ogenblik rustig. In Jehovah’s nieuwe wereld zal het voor eeuwig tot zwijgen worden gebracht. (Zie Jesaja 33:24.) Intussen vragen de mensen zich af: ’Zal Ebola nogmaals dood en verderf komen zaaien?’ Waarschijnlijk wel. Maar niemand weet waar of wanneer.
[Kader op blz. 25]
De epidemie in perspectief
Ebola is een moordenaar, maar een grotere bedreiging voor Afrikanen is gelegen in minder spectaculaire ziekten. Gedurende de uitbarsting eisten andere ziekten in stilte hun tol. Naar verluidt werden enkele honderden kilometers ten oosten van Kikwit 250 mensen onlangs door polio getroffen. In het noordwesten werd Mali geteisterd door een dodelijke cholerasoort. In het zuiden, in Angola, werden 30.000 mensen door slaapziekte getroffen. Over een breed gebied van West-Afrika zijn duizenden mensen in een meningitis-epidemie gestorven. The New York Times merkte op: „Voor Afrikanen rijst de verbijsterende vraag waarom geen van [Afrika’s] dagelijkse, dodelijke ontmoetingen met merendeels te voorkomen ziekten meer dan een kortstondige flikkering op het scherm van het wereldgeweten veroorzaakt.”
[Illustratie op blz. 24]
Wetenschappers zoeken naar de herkomst van het moordende virus