Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g95 22/7 blz. 4-8
  • De strijd van de mens tegen rampen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De strijd van de mens tegen rampen
  • Ontwaakt! 1995
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een verandering van instelling nodig
  • Het stellen van doelen
  • Zorgelijke tendens
  • Vanwaar de toename?
  • Onvermijdelijk of te bestrijden?
  • Wat u wel en niet kunt doen
  • Wat zegt de Bijbel over natuurrampen?
    Vragen over de Bijbel
  • Wanneer natuurrampen toeslaan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1996
  • Natuurrampen — Is God verantwoordelijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Natuurrampen — Waarom zo veel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
Ontwaakt! 1995
g95 22/7 blz. 4-8

De strijd van de mens tegen rampen

DRIE jaar waren voorbijgegaan en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros Ghali, was niet blij. „Wij zijn niet snel genoeg te werk gegaan”, zei hij begin 1993 tegen een groep deskundigen. „De reden waarom ik u heb gevraagd nu bijeen te komen in plaats van later, was om te bekijken of wij de verloren tijd zouden kunnen inhalen.” Verloren tijd? Waar dacht hij daarbij aan? Vijf letters: IDNDR. Wat betekenen die? En vanwaar de haast?

Een van de deskundigen op die bijeenkomst was Frank Press, geofysicus en de „vader” van het IDNDR. Elf jaar geleden begon dr. Press de mondiale wetenschappelijke gemeenschap op te roepen tot het opvoeren van haar strijd tegen natuurrampen. Vijf jaar later, in december 1989, gaven de Verenigde Naties gehoor aan zijn oproep om de passiviteit te laten varen door de jaren 1990 tot 2000 aan te wijzen als het Internationale Decennium voor de Bestrijding van Natuurrampen, het IDNDR. Waarnaar streeft men?

Een verandering van instelling nodig

De Braziliaan Umberto G. Cordani, hoogleraar in de geologie en lid van het Wetenschappelijk en Technisch Comité van het IDNDR, vertelde Ontwaakt! dat het IDNDR een dringend verzoek aan de internationale gemeenschap is om haar kennis en middelen te verenigen en samen te werken bij het verminderen van het lijden, de verwoestingen, de ontwrichting en het verlies aan mensenlevens tengevolge van natuurrampen. „Het bereiken van dat doel”, beklemtoonde professor Cordani, „vergt een wereldwijde verlegging van de aandacht, van reacties na een ramp naar acties voor een ramp.”

Het veranderen van de internationale denkwijze is echter veel moeilijker dan een naam te geven aan een decennium, want „beleidsbepalers”, aldus de UNESCO Environment and Development Briefs, „zijn geneigd zich op relief te concentreren in plaats van op preventie”. Van al het geld bijvoorbeeld dat tegenwoordig besteed wordt aan rampenbestrijding in Latijns-Amerika, gaat ruim negentig procent naar reliefwerk na rampen en nog geen tien procent naar preventie. Per slot van rekening, aldus de nieuwsbrief van het IDNDR Stop Disasters, krijgen politici „meer aanhang door het troosten van slachtoffers van rampen dan door het verzoeken om belastinggeld voor de minder indrukwekkende maatregelen waarmee de ramp vermeden zou zijn of beperkter zou zijn gebleven”.

Het stellen van doelen

Om verandering te brengen in dit bestedingspatroon hebben de Verenigde Naties drie doelen vastgesteld voor het decennium. Tegen het jaar 2000 moeten alle landen klaar zijn met hun (1) inschatting van de risico’s die natuurgevaren vertegenwoordigen, (2) lange-termijnparaatheid en preventieplannen, en (3) waarschuwingssystemen. Er werden nationale comités gevormd om de IDNDR-filosofie en de goede bedoelingen om te zetten in concrete plannen, en in mei 1994 was Japan gastheer voor een onder auspiciën van de VN gehouden Wereldconferentie over de Bestrijding van Natuurrampen. Waarom was Boutros Ghali, gezien al deze geplande of lopende activiteiten, niet tevreden? Vanwege een verontrustende tendens.

Zorgelijke tendens

Aan de ene kant werpen de inspanningen van het IDNDR resultaat af. Wetenschappers zijn zich meer bewust van de noodzaak rampen te bestrijden, en sommige maatregelen, zoals verbeterde waarschuwingssystemen, redden mensenlevens en beperken de verliezen. Maar ondanks deze vooruitgang, zo merkt dr. Kaarle Olavi Elo, de directeur van het IDNDR-secretariaat op, „blijven het aantal en de hevigheid van de rampen toenemen, zodat steeds meer mensen erdoor getroffen worden”. Wij hebben „vanaf de jaren ’60 tot de jaren ’80 een drievoudige toename” gezien, bevestigt een andere VN-deskundige, „en een verdere aanzienlijke stijging in de jaren ’90”. Ja, in 1991 zijn bij 434 grote rampen wereldwijd 162.000 mensen omgekomen en in 1992 gingen de verliezen de $62 miljard te boven. De wereld, zo concludeert James G. Speth, hoofd van de UNDP (het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties), is „een rampenmachine” geworden, „die met een verbijsterende regelmaat crisissen produceert” (UNDP Update, november 1993). Wat schuilt er achter deze verontrustende tendens?

Vanwaar de toename?

Bij het beantwoorden van die vraag willen wij allereerst wijzen op het verschil tussen een natuurgevaar en een natuurramp. Het eerste is een natuurgebeuren — zoals een overstroming of een aardbeving — dat potentieel een ramp kan worden maar het niet altijd wordt. Zo zijn overstromingen in het onbewoonde Amazonebekken van Brazilië een natuurgebeuren dat weinig schade aanricht. Maar overstromingen die Bangladesh treffen in zijn dichtbevolkte Gangesdelta, veroorzaken grote verliezen aan mensenlevens, materiële verliezen en schade aan het milieu. Vaak zijn zulke verliezen zo rampzalig dat de getroffen gemeenschappen het niet redden zonder hulp van buitenaf. In dat geval is het natuurgevaar een natuurramp geworden. Maar hoe komt het dat die rampzalige botsingen tussen mens en natuur toenemen?

De rampendeskundige James P. Bruce merkt op dat „een tendens tot ernstiger en frequenter natuurgevaren” „een van de oorzaken” kan zijn. Hij en andere wetenschappers zijn het er echter over eens dat de voornaamste oorzaak van de stijging van het aantal rampen niet een toename in natuurgevaren is, maar een grotere blootstelling van de mens aan deze gevaren. Deze toegenomen blootstelling, zo benadrukt het blad World Health, wordt veroorzaakt door een „combinatie van demografische, ecologische en technologische factoren”. Wat zijn enkele van deze rampen teweegbrengende factoren?

Een ervan is de groeiende wereldbevolking. Doordat de menselijke familie blijft groeien, neemt de kans dat een natuurgevaar een deel van de 5,6 miljard mensen die de wereld telt op zijn pad zal vinden ook toe. Bovendien blijft de bevolkingsdruk miljoenen armen dwingen zich te vestigen in onveilige huizen in gebieden die berucht zijn omdat ze geregeld door de natuur belaagd worden. Het gevolg behoeft ons niet te verbazen: Sinds 1960 is de wereldbevolking verdubbeld maar zijn de verliezen tengevolge van rampen bijna vertienvoudigd!

De veranderingen in het milieu vergroten de problemen nog. Van Nepal tot de Amazone en van de Noordamerikaanse vlakten tot de eilanden van de Grote Oceaan kapt de mens bossen, wordt het land te intensief gebruikt, worden kustriffen verwoest en wordt een spoor van andere ecologische voetafdrukken achtergelaten — maar niet ongestraft. „Naarmate wij het draagvermogen van ons milieu belasten en het karakter ervan veranderen,” zegt een voormalig hoofd van het IDNDR, Robert Hamilton, „wordt de kans des te groter dat een natuurgevaar een ramp wordt.”

Indien echter de daden van de mens bijdragen tot het toenemend verschijnen van rampen in de hedendaagse krantekoppen, zou ook het tegenovergestelde opgaan: Door het nemen van preventieve maatregelen kan de mens de koppen van morgen veranderen. Dood en verwoesting kunnen tot een minimum teruggebracht worden. Negentig procent van de sterfgevallen door aardbevingen bijvoorbeeld is te voorkomen, zeggen deskundigen. Desondanks blijven veel mensen, hoewel de argumenten voor preventie dwingend zijn, rampen als onvermijdelijk beschouwen. Dit fatalistische standpunt, zo bericht de UNESCO Environment and Development Briefs, vormt „de grootste hindernis op zich voor het bestrijden van rampen”. Aan welke kant van die hindernis staat u?

Onvermijdelijk of te bestrijden?

Vooral in de ontwikkelingslanden is dit gevoel van machteloosheid wijdverbreid — en geen wonder! Van alle mensen die in de afgelopen vijftig jaar bij natuurrampen zijn omgekomen, woonde 97 procent in de Derde Wereld! In sommige van deze landen, wordt in Stop Disasters opgemerkt, „is de rampenfrequentie zo hoog dat het moeilijk is de grens te trekken tussen het einde van de ene ramp en het begin van de volgende”. In feite doet 95 procent van alle rampen zich in de Derde Wereld voor. Voeg daar een eindeloze cyclus van persoonlijke rampspoed aan toe — armoede, werkloosheid, barre woonomstandigheden — en u begrijpt hoe het komt dat de armen door machteloosheid overspoeld worden als door een opkomend getij. Zij aanvaarden de verliezen tengevolge van zich herhalende rampen als een bitter maar voorbeschikt onderdeel van het leven. Zijn deze verliezen echter onvermijdelijk?

Wat u wel en niet kunt doen

Weliswaar kunt u de frequentie of hevigheid van natuurgevaren niet tegengaan, maar dat maakt u niet totaal machteloos. Uw blootstelling aan deze gebeurtenissen kunt u wel verminderen. Hoe? Sta eens stil bij deze vergelijking.

Stel dat iemand zijn blootstelling aan de zon (het natuurgebeuren) wil beperken om te voorkomen dat hij huidkanker krijgt (de ramp). Welke maatregelen kan hij nemen? Het spreekt vanzelf dat hij niets kan doen aan het opkomen en ondergaan van de zon (de frequentie van het gebeuren). De hoeveelheid zonlicht die doordringt tot waar hij is (de hevigheid van het gebeuren) kan hij evenmin beperken. Maar is hij daardoor machteloos? Nee, want hij kan zijn blootstelling aan de zon wel beperken. Hij kan bijvoorbeeld tijdens het warmste deel van de dag binnen blijven; of indien dat niet mogelijk is, kan hij een hoed en beschermende kleding dragen als hij buiten is. Dat vergroot zijn bescherming tegen de zon (het gebeuren) en verkleint zijn kans op het krijgen van huidkanker (de ramp). Zijn preventieve stappen kunnen veel uitmaken!

Evenzo kunt ook u stappen nemen die uw bescherming tegen de gevolgen van een natuurgevaar vergroten. Op die manier zult u uw kwetsbaarheid en verliezen beperken wanneer er een ramp toeslaat. Voor degenen die in de ontwikkelde wereld wonen, kunnen de tips in het kader „Bent u erop voorbereid?” nuttig zijn. En als u in een ontwikkelingsland woont, kunnen de voorbeelden in het kader „Verbeteringen die werken en weinig kosten” u een idee geven van de soort eenvoudige maatregelen die nu tot de mogelijkheden behoren. Ze kunnen bijzonder nuttig zijn om levens te redden en de verliezen te beperken. Bij de huidige beschikbare technologie, zo benadrukt de geofysicus Frank Press, „is fatalisme niet langer aanvaardbaar”. Er is geen twijfel mogelijk: wanneer het om natuurrampen gaat, is voorkomen heel wat beter dan genezen.

[Kader op blz. 6]

Bent u erop voorbereid?

HET Amerikaanse Federale Bureau voor Noodtoestanden beveelt een aantal manieren aan om gevaren het hoofd te bieden. Hier volgen enkele hoofdpunten.

Win inlichtingen in. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten en vraag welke rampen uw omgeving zouden kunnen treffen. Het kan zijn dat u van enkele ervan op de hoogte bent, maar andere zullen u misschien verbazen. Als u hoort dat er kans bestaat dat uw woning getroffen wordt door natuurgevaren, is het raadzaam het volgende te doen:

◻ Bespreek in gezinsverband de soorten gevaren die u zouden kunnen bedreigen. Leg uit wat in elk van de gevallen te doen.

◻ Spreek af hoe uw gezinsleden onderling contact zullen houden als zij door zo’n gebeurtenis gescheiden raken. Bepaal twee ontmoetingsplaatsen: één buiten uw huis in het geval van een plotselinge noodsituatie, brand bijvoorbeeld, en de andere buiten uw buurt ingeval u niet naar huis terug kunt.

◻ Vraag een vriend uw contactpersoon te zijn, zodat als u de afgesproken ontmoetingsplaatsen niet kunt bereiken, alle gezinsleden deze contactpersoon kunnen bellen en vertellen waar zij zijn. Kies een vriend uit die niet in uw omgeving woont, omdat het na een ramp vaak gemakkelijker is interlokaal te telefoneren dan binnen het getroffen gebied. Leer kinderen hoe deze vriend op te bellen. Bespreek wat te doen wanneer u moet evacueren. Overweeg hoe u uw buren zou helpen die misschien speciale hulp nodig hebben. Bepaal hoe u voor uw huisdieren zult zorgen.

◻ Noteer bij elk telefoontoestel noodnummers.

◻ Stel vast waar de elektrakast en de hoofdkranen van de gas- en waterleiding zich bevinden. Toon gezinsleden met verantwoordelijkheidsbesef hoe en wanneer gas, licht en water af te sluiten en zorg dat eventueel noodzakelijk gereedschap bij de hoofdschakelaars ligt.

◻ Houd rekening met brand. Installeer rookmelders, vooral in de buurt van slaapkamers.

[Kader op blz. 8]

Verbeteringen die werken en weinig kosten

IETS minder dan de helft van de wereldbevolking, aldus de Wereldbank, moet leven van vijf dollar per week of minder. Zelfs indien u in die positie verkeert, zeggen deskundigen, zijn er beproefde maatregelen die u kunt nemen. Stel u ervan op de hoogte, want voorlichting, beklemtoont de Peruaanse rampendeskundige Alberto Giesecke, „is een voorname en goedkope manier om de gevolgen van een natuurramp te beperken”. Hier volgen twee voorbeelden uit Zuid-Amerika:

Het VN-handboek Mitigating Natural Disasters legt uit wat de mogelijkheden zijn om betere huizen van adobe of leem te bouwen:

◻ Graaf in bergachtig gebied het land af om een platform voor het huis te vormen.

◻ Vierkante huizen zijn het sterkst; maak als u een rechthoekig huis moet neerzetten, de ene muur twee en een half maal zo lang als de andere.

◻ Bouw op een fundament van vast gesteente of beton om seismische krachten te matigen.

◻ Trek parallelle muren van gelijke zwaarte, sterkte en hoogte op. Houd ze dun en laag. Huizen die op deze manier gebouwd waren, liepen bij aardbevingen minder schade op dan standaardhuizen van adobe.

De traditionele rasterwerkconstructie (quincha) is ook een beproefde techniek. Quincha-huizen, aldus Stop Disasters, hebben een raamwerk van gevlochten rietstengels en kleine takken gesteund door horizontale en verticale palen, waartussen zich als vulling slechts een kleine hoeveelheid aarde bevindt. Door een dergelijke structuur, met muren van tien tot vijftien centimeter dik, kunnen de huizen tijdens een aardbeving schudden. Wanneer de aardbeving voorbij is, voegen de huizen zich weer naar hun oorspronkelijke positie. Toen zich in 1991 een aardbeving voordeed, bleven al die huizen staan, terwijl 10.000 andere huizen, met stevige muren van een meter dik, instortten, waardoor 35 mensen omkwamen. Volgens de architect John Beynon van de UNESCO komen mensen niet om door aardbevingen maar door instortende gebouwen.

[Illustraties op blz. 7]

In sommige gebieden kapt de mens roekeloos de bossen, waardoor de weg wordt gebaand voor meer natuurrampen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen