Wanneer er een ramp toeslaat
DE TWINTIGSTE eeuw wordt gekenmerkt door grote rampen, waarvan de meeste door mensen zijn teweeggebracht. Sommige echter niet. Jezus Christus voorspelde over onze tijd: „Natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen in de ene plaats na de andere voedseltekorten en aardbevingen zijn” (Mattheüs 24:7). Weliswaar zijn oorlogen en voedseltekorten aan de mens te wijten, maar hij is niet verantwoordelijk voor aardbevingen. En hoewel er door menselijke activiteiten rampzalige overstromingen zijn veroorzaakt, kan hij niet aansprakelijk worden gesteld voor alle overstromingen. Orkanen en vulkaanuitbarstingen zijn evenmin de schuld van de mens.
Wat de oorzaak ook mag zijn, bij natuurrampen blijkt hoe klein de mens is, hoe machteloos hij tegenover ontzagwekkende natuurkrachten staat. Deze aarde, onze woonplaats, voelt meestal zo veilig en solide aan. Maar wanneer ze bij een aardbeving schudt, bij een overstroming onder water komt te staan of door hevige stormen wordt gegeseld die meedogenloos huishouden als met de kracht van een explosie, is het met dat gevoel van veiligheid gedaan.
Natuurrampen hebben in de twintigste eeuw enorme schade aangericht en veel mensenlevens geëist. Had dat vermeden kunnen worden? Kan er iets gedaan worden om de catastrofale gevolgen te beperken? Wat kunnen wij persoonlijk doen om ons te beschermen? Zijn wij volkomen machteloos wanneer er een ramp toeslaat? Zal de mensheid altijd op die manier geteisterd worden? In de volgende artikelen zal op deze vragen worden ingegaan.