Nogmaals op bezoek in Rusland
EEN VAN DE GROOTSTE VERANDERINGEN DIE ZICH IN DE VOORMALIGE SOVJET-UNIE HEBBEN VOLTROKKEN, IS DAT MEN NU VRIJ IS OM OVER GODSDIENST TE PRATEN. VEEL RUSSEN HEBBEN VAN DIE VRIJHEID GEBRUIK GEMAAKT OM BIJBELSE LEERSTELLINGEN TE ONDERZOEKEN. HET RESULTAAT IS EIGENLIJK EEN HEDENDAAGS WONDER GEWEEST.
WAT was ik verrast toen ik op 28 juli 1993 The New York Times van die ochtend oppakte en op de voorpagina een grote doopfoto zag staan die in Moskou was gemaakt! Het bijschrift luidde: „Nu er in Rusland vrijheid van godsdienst is, komen er bekeerlingen naar Moskous Lokomotivstadion voor een massadoop als Jehovah’s Getuigen.”
Mijn vrouw en ik waren pas de dag ervoor uit Rusland teruggekomen. Wij waren bij die doop van 1489 personen aanwezig geweest. De christelijke liefde van de Russen en hun belangstelling voor geestelijke zaken hadden echt indruk op ons gemaakt. Ter illustratie een ervaring die wij na de slotlezing van het congres op zondagavond hadden.
Toen wij met de metro naar ons hotel teruggingen, zat ik naast een jonge man van misschien achttien of negentien jaar. Ik overhandigde hem het bijbelse traktaat, in het Russisch, Welke hoop is er voor gestorven geliefden?a Na het even bekeken te hebben, gaf hij het door aan zijn moeder. Dus gaf ik de jonge man er nog een. Daarop wees hij naar de vraag aan het begin: „Als een man gestorven is, zal hij weder leven?” en vroeg op een toon waaruit scepticisme sprak in het Engels: „Gelooft u dat?” — Job 14:14, Statenvertaling.
Ik draaide mij naar hem toe zodat ik hem recht in de ogen kon kijken en antwoordde vol overtuiging: „Dat geloof ik echt!” Snel voegde ik eraan toe: „Ga maar na: Ons leven als intelligente, denkende mensen is een wonder. Een of ander Hoger Wezen moet verantwoordelijk zijn voor de wetten die onze ontwikkeling tot levende mensen bepaald hebben. En dus geloof ik dat dit Opperwezen ook een dode kan herscheppen tot nieuw leven.”
Onmiddellijk begon de jongen het traktaat te lezen. Toen hij het uit had, overhandigde ik hem de brochure Bekommert God zich werkelijk om ons?* in het Russisch. Hij wilde meer weten, maar wij moesten er bij de volgende halte van de ondergrondse uit. Hoewel de jongen en zijn moeder die avond een trein moesten halen, stapten zij met ons uit de ondergrondse om nog een paar minuten langer te praten. Na in het kort wat over ons programma voor bijbelstudie verteld te hebben, wees ik hem op een adres achter op de brochure waar hij heen kon schrijven voor meer inlichtingen.
De dag daarop vertrokken wij uit Rusland, maar ontmoetingen zoals deze maakten een onuitwisbare indruk op ons.
Met onze gedachten bij Rusland
Steeds weer moest ik denken aan de ongelofelijke aantallen nieuwelingen die gedoopt werden nadat het verbod op Jehovah’s Getuigen in de voormalige Sovjet-Unie in maart 1991 eindelijk was opgeheven. Snel werden er zeven congressen georganiseerd voor de zomer van 1991 en daarop werden 7820 personen in water ondergedompeld. Op de congressen in de zomer van 1993 — waaronder het congres dat wij in Moskou bijwoonden — werden 11.238 personen ondergedompeld.
De predikingsijver van de Getuigen in Rusland is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan een groot deel van de Russische bevolking. De reactie van Russen op bijbelse leerstellingen lijkt, als u erover nadenkt, wel een wonder.
’Hoe is zo’n snelle groei mogelijk?’, vroegen wij ons af. ’Hoe onderlegd zijn deze Russen feitelijk in de christelijke leerstellingen?’
Toen een in Moskou wonend echtpaar zei dat zij onderdak voor ons zouden regelen als wij weer naar Rusland zouden komen, begonnen wij reisplannen te maken. Na het ontvangen van verdere berichten over de ongewone belangstelling van Russen voor bijbelse waarheden gingen wij nog meer naar de reis uitzien.
Een hartelijk Russisch gezin
Op 24 juli arriveerden wij met onze koffers in de hand op ons logeeradres in Moskou — een op de eerste verdieping gelegen flat op ongeveer tien minuten lopen van het flatgebouw van onze vrienden. Van de familie waar wij zouden logeren, was alleen de vijftienjarige Katia thuis om ons welkom te heten. Het was zondagavond en de rest van de familie was nog weg, bezig met de christelijke bediening.
Kort daarna begonnen de andere leden van het gezin thuis te komen — Galina, de moeder; de dertienjarige Zjenia, de jongste dochter; en tot slot Viktor, de vader. Geen van hen kende veel Engels en wij kenden nog minder Russisch. Het communiceren verliep vrij vlot wanneer onze Engelssprekende vrienden als tolk aanwezig waren, maar als zij vertrokken waren, ging het moeizaam. Wij gebruikten dan een Russisch-Engels woordenboek en beschrijvende gebaren. Katia en Zjenia waren goed in het overbrengen van gedachten doordat zij de doventaal hadden geleerd.
Alle leden van het gezin waren gelijktijdig gedoopt, slechts twee jaar daarvoor. Viktor was dienaar in de bediening in de gemeente en de meisjes gebruikten hun schoolvakanties om meer tijd in de bediening door te brengen. Onder schooltijd aarzelden zij niet over hun geloof te praten. Hun prediking trok in feite zelfs de aandacht van autoriteiten buiten hun schooldistrict. Wij waren onder de indruk toen wij hoorden dat het gezin 28 wekelijkse huisbijbelstudies leidde bij belangstellenden!
Het was duidelijk dat de belangstelling van elk gezinslid vooral naar bijbelstudie en de christelijke bediening uitging en wij konden zien dat hun leven daardoor verrijkt was. Zij straalden geluk uit. — Handelingen 20:35.
Goed onderlegd in de bijbel
Voordat wij ’s avonds naar bed gingen, testte ik het gezin op hun kennis van bijbelteksten. Eerst vroeg ik wat er in Openbaring 21:3, 4 staat. Onmiddellijk, bijna in koor, citeerden de meisjes de inhoud. Vervolgens informeerde ik naar Jesaja 2:4. Die tekst kenden zij ook en zij maakten zelfs gebaren om het tot ploegscharen slaan van zwaarden duidelijk te maken.
Ik ging door met schriftplaatsen uit Jesaja die over de Koninkrijksheerschappij en de zegeningen van de nieuwe wereld spreken, namelijk Jesaja 9:6, 7; 11:6-9; 25:8; 33:24; 35:5, 6 en 65:21, 22. Zonder in hun bijbel te kijken, kon de familie de inhoud van elke tekst weergeven. De meisjes lieten af en toe met beschrijvende gebaren merken dat zij de tekst kenden; zo lieten zij een leeuw leiden door een kind.
Op een andere avond namen wij schriftplaatsen over de identiteit van God door, waarbij wij ons concentreerden op teksten waaruit blijkt dat Jezus ondergeschikt is aan God en dat God en Jezus niet één in persoon maar één in harmonie zijn. De familie kon de inhoud van teksten als Johannes 10:30, Johannes 17:20, 21 en 1 Korinthiërs 11:3 nauwkeurig weergeven. Mijn vrouw en ik stonden er versteld van hoe goed zij hun bijbel kenden.
Op dinsdagochtend kwamen wij met een man of tien bijeen en gingen met de metro naar een prachtig park, waar wij twee en een half uur met mensen over de bijbel spraken. Het groepje werd opgesplitst en wij werkten twee aan twee. Een van mijn partners was Nadia, een Russisch meisje dat er slag van had de mensen rustig en prettig te benaderen en in een gesprek te betrekken. Heel bedreven richtte zij de aandacht op Gods gedachten in de bijbel. Ik zei bij mijzelf: ’Dat is een ervaren verkondigster.’ Later hoorde ik tot mijn grote verbazing dat zij nog maar zeventien jaar was en pas twee maanden geleden was gedoopt!
Wij hadden veel van zulke ervaringen, wat ons ervan doordrong dat de situatie in Rusland uniek is. Sedert de val van het communisme hebben veel Russen de vurige wens kenbaar gemaakt bijbelse leerstellingen te bestuderen. Zij zijn bijna allemaal goed onderlegd en zij lezen graag. Zelfs jongeren lezen goed en met begrip, zoals bleek toen wij een Russisch gezin bezochten dat de bijbelse waarheid had leren kennen toen de Getuigen nog officieel verboden waren.
Het zoontje van het echtpaar zei dat hij iets wilde vragen. Via een tolk deed hij een verzoek. Ik vond dat verzoek zo ontroerend, dat ik zei dat als hij het zou opschrijven, ik het door zou geven aan de uitgevers van Ontwaakt! Hij ging onmiddellijk een brief zitten schrijven. Hier volgt een vertaling van wat hij schreef. De brief staat afgebeeld op bladzijde 25.
„Serosja schrijft uit Rusland naar het Wachttorengenootschap. Ik ben zeven jaar en ik ga al prediken met Vader en Moeder. Ik vind het fijn om met mensen over Gods koninkrijk te praten. Ik vind het ook fijn om de Ontwaakt! te lezen. Die komt in Rusland maar één keer per maand in het Russisch maar in de Engelse taal twee keer per maand. Ik zou dit tijdschrift heel graag twee keer per maand hebben, omdat ik het erg, erg en erg graag lees. Doe dat alstublieft.”
Het viel ons niet gemakkelijk de vrienden die wij in Moskou hadden gemaakt te verlaten. Wij waren in die korte tijd heel erg op hen gesteld geraakt.
De overeenkomst met het vroege christendom
Wij vertrokken met de nachttrein naar Tallin in Estland. Daar bezochten wij de prachtige nieuwe gebouwen van waar uit het predikingswerk nu wordt geleid in die voormalige republiek van de Sovjet-Unie. Drie dagen later namen wij een trein naar Sint-Petersburg. In beide steden informeerden medechristenen naar de prediking in Moskou. „Dat ik daar ben geweest en de groei heb gezien,” antwoordde ik, „heeft me geholpen beter te begrijpen wat in het begin van Handelingen 17 en in de brieven aan de Thessalonicenzen staat.”
Het had mij altijd verbaasd dat blijkbaar binnen enkele weken na de bediening van de apostel Paulus in Thessalonika, daar een gemeente werd opgericht. Verbazingwekkend voor mij was ook dat Paulus deze nieuwe christenen binnen ongeveer een jaar twee brieven schreef over diepe geestelijke zaken als de opstanding en „in wolken worden weggerukt”, „Jehovah’s dag”, de roep „Vrede en zekerheid!” en „de tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus” (1 Thessalonicenzen 4:13-17; 5:1-3; 2 Thessalonicenzen 2:1, 2). Met de vurige activiteit van die vroege christenen werd in feite een eerste-eeuws wonder bewerkstelligd — een rijpe, geestelijk sterke, internationale organisatie van predikers in zeer korte tijd. Ongeveer tien jaar later schreef Paulus dat het „goede nieuws” was gepredikt „in heel de schepping die onder de hemel is”! — Kolossenzen 1:23.
Wat er in Rusland gebeurde, leek mij vergelijkbaar met wat er in de eerste eeuw had plaatsgevonden.
De strijd om de groei bij te houden
Rusland is het grootste land op aarde en het is uiteraard een heel karwei om leiding te verschaffen aan de duizenden die er het goede nieuws van Gods koninkrijk prediken. — Mattheüs 24:14.
De bijbel zegt over degenen die in de eerste eeuw over het christendom hoorden: „De hand van Jehovah [was] met hen, en een groot aantal werd gelovig en keerde zich tot de Heer” (Handelingen 11:21). Hoezeer bleken die woorden op onze christelijke broeders in Rusland van toepassing te zijn! Moge het Russische veld rijp blijven voor een geestelijke oogst en mogen nog duizenden daar gaan delen in het kostbare voorrecht anderen te helpen de weg ten leven te gaan bewandelen. — Ingezonden.
[Voetnoot]
a Uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Illustraties op blz. 24, 25]
Helemaal boven: Het gezin waar wij logeerden. Boven en rechts: Aan het prediken in het park. Rechts onder: Serosja en zijn brief
[Illustratie op blz. 26]
Nieuw Wachttoren-complex in Tallin, Estland