Australiës wilde-bloemenshow
DOOR „ONTWAAKT!”-CORRESPONDENT IN AUSTRALIË
Elk jaar van augustus tot en met november — wanneer het lente is op het zuidelijk halfrond — stromen duizenden bezoekers, onder wie ook botanici en andere wetenschappers, naar de deelstaat Western Australia. Busondernemingen maken tochten naar specifieke gebieden in het zuidwesten en noorden. Speciale treinen vol kijklustigen tuffen met een kalm gangetje de ’Outback’, het binnenland, in. Ook veel plaatselijke bewoners trekken de vrije natuur in. Waarom deze plotselinge toevloed van toeristen? Het is de tijd van de wilde bloemen in Western Australia — werkelijk een spectaculaire wilde-bloemenshow!
HIER valt in de natuurlijke omgeving een van de rijkste exposities van natuurlijke flora te bekijken, en drie maanden lang staan enorme gebieden in gloed met inheemse wilde bloemen. De media hebben dit dan ook aangeprezen als „een van de schitterendste en spectaculairste wilde-bloemenshows ter wereld”. Hoe komt het dat de setting van deze show van die in andere landen verschilt?
Een unieke en diverse flora
Eén oorzaak is dat oceanen en zeeën het Australische continent al sinds lang afschermen van contact met andere continenten. Misschien komt het door zijn unieke ligging dat dit grote eilandcontinent naar de overtuiging van veel botanici de meest diverse flora ter wereld bezit. Nergens is deze unieke verscheidenheid duidelijker dan in Western Australia, waar in de lente het land tot leven komt in een extatische tentoonspreiding van bloeiende planten.
Western Australia is de grootste deelstaat van het land. De oppervlakte ervan bedraagt 2,5 miljoen vierkante kilometer — even groot als West-Europa en meer dan drie keer zo groot als de Amerikaanse staat Texas. Een uitvloeisel daarvan is dat er een grote afwisseling in landschap en klimaat bestaat. Na goede winterregens barst er een ’variété’ los met enerzijds bijvoorbeeld de fluweelachtige en verfijnde Sturts woestijnroos en anderzijds de papierachtige alom aanwezige strobloem.
De meeste wilde planten bloeien in augustus en september. Sommige soorten hebben echter meer warmte nodig voor hun groei en bloeien pas in oktober of november. Er zijn een indrukwekkende 8000 soorten in de deelstaat aangetroffen, soorten die uiteenlopen van de karri, een van de grootste hardhout leverende bomen, tot de kleinste parasiet, Pilostyles. De verscheidenheid omvat ook de enige volledig ondergrondse orchidee ter wereld, Rhizanthella gardneri. Dan zijn er bloemen van het zuiverste blauw — een die Lechenaultia biloba heet, en een andere met de naam Dampiera, naar de boekanier William Dampier. Er zijn ook verscheidene zwart bloeiende planten, zoals de zwarte kangoeroeklauw, Macropidia fuliginosa. Er worden voortdurend nieuwe soorten ontdekt — zo veel dat één opgewonden botanicus de buitensporige gedachte opperde dat het misschien wel mogelijk is iedere dag een nieuwe soort te ontdekken!
Ook de business floreert
Het hoeft ons niet te verbazen dat er rond dit jaarlijkse spektakel een hele wilde-bloemenindustrie is gegroeid. Ieder jaar worden er minstens veertien wilde-bloemenfestivals gehouden. Toeristen kunnen mee op voettochten, boeren openen hun afgelegen gronden voor bezoekers, juweliers vervaardigen wilde-bloemenontwerpen en tekenaars maken met veel aandacht voor de botanische details illustraties voor te verschijnen boeken. Er zijn ook plannen om geplukte wilde bloemen op de internationale markt te verhandelen. Maar hoe kunnen ze vers worden gehouden?
Er is een speciale techniek ontwikkeld om de originele structuur en geur van de wilde bloemen te bewaren. Er komt een geheime oplossing aan te pas die het uitkomen en het verwelken van de bloemen vertraagt. Dit maakt het de plukkers mogelijk om net voordat de knoppen opengaan, de planten te plukken en ze vervolgens naar het buitenland te transporteren, waar de vóór het plukken aangewende oplossing wordt verdund door de afgesneden stengels te drenken in water, zodat de bloemen hun voortgang naar bloei kunnen hervatten.
Hoewel velen er financieel wijzer van worden, is niet iedereen gelukkig met de wilde-bloementijd. Hooikoortspatiënten bijvoorbeeld zien de wereld gedurende deze maanden door waterige ogen, niezend en proestend totdat de zomer verlichting brengt van hun ellende. Ook zorgen de pollen soms voor vreemde verschijnselen. Beschouw eens wat er in 1992 voorviel. Na zware regenval en milde temperaturen zagen de bewoners van diverse plaatsen tot hun verbijstering een heldergele stortbui op zich neerdalen. Auto’s, wegbermen en goten kregen een gele bekleding. Deze gele regen werd door milieudeskundigen geïdentificeerd als stuifmeel van wilde bloemen. Kennelijk was de pollenregen afkomstig uit het midden-westen, waar de wilde bloemen in bloei stonden. Niettegenstaande deze moeilijkheden zullen de meesten er echter mee instemmen dat de pracht en de voordelen van het jaarlijkse spektakel de ongemakken ruimschoots compenseren.
Volg het wilde-bloemenspoor
Vergezel ons alstublieft eens op een ontdekkingstocht. De eerste wilde-bloemenroute voert ons ten zuiden van de hoofdstad van de deelstaat, Perth, naar het Serpentine National Park. Het park is op een plateau gelegen en is bijzonder heuvelachtig. De rivier die er stroomt, door steile kloven en tussen granieten wanden, stort zich ten slotte omlaag in een waterval van vijftien meter. Tussen de jarrah- en wandoobomen (eucalyptussoorten) grazen kangoeroes en wallaby’s, terwijl gouden dikkoppen, prachtelfjes en doornbekken in de ondergroei rondhippen. Rotspoeltjes herbergen zonnedauw en blauwe orchideetjes en dichtbij ligt een dekbed van bleekmauve Melaleuca polygaloides met lapjes kleine roomkleurige Trymalium spathulatum en verrassende combinaties van mauve Calytrix depressa en blauwe Andersonia simplex.
Wij gaan nu verder naar het zuiden, naar misschien wel het uitbundigste en populairste wilde-bloemengebied — Stirling Range National Park. Deze bergketen beslaat een gebied van 1150 vierkante kilometer en stijgt abrupt naar Bluff Knoll, de hoogste top, die 1077 meter boven de zeespiegel ligt. Het klimaat hier verschilt van dat in het omringende district. Het gevolg is dat hier van nature meer dan 1500 soorten bloeiende planten voorkomen en 60 daarvan zijn specifiek voor dit gebied. Als wij vervolgens de Toolbrunup Peak beklimmen, worden wij beloond met schitterende vergezichten en een gevarieerde plantengroei. Tot de mooiste planten behoren de heideachtige darwinia’s of ’bergklokjes’. Tien soorten zijn er tot dusver in het park geïdentificeerd en voor zover bekend groeit slechts een daarvan ook buiten de Stirling Range. In september en oktober is de prachtige schaduwminnende soort gemakkelijk te vinden in de dichte bosgebieden, terwijl hoger op de hellingen het roze bergklokje groeit. Wij merken ook een zeldzame groene spinorchidee op en geven ons er rekenschap van dat er in Western Australia 23 soorten van zijn.
Aangezien wij er nu toch in de buurt zijn, besluiten wij een korte trip te maken naar het Torndirrup National Park. Hier levert het heidegebied een prachtig schouwspel op. Wij zien Banksia praemorsa met zijn ongewoon diepbruine bloemen — en kijk! Een slurfbuidelmuis die zich voedt met de honing in de wilde bloemen. Hier vinden wij ook de Drakaea elastica, de orchidee die — net als Europese tegenhangers als de vliegenorchis — zo’n sterke geur produceert en zich daarmee als vrouwtjeswesp voordoet. Ze trekt de mannelijke Thynnus-wesp aan die, op zoek naar een partner, het stuifmeel naar een reeks nepvrouwtjes transporteert. De onbeantwoorde liefde van de arme wesp draagt bij tot de bestuiving.
Laten wij nu noordwaarts gaan
Nadat wij enkele van de belangrijkste gebieden met wilde bloemen ten zuiden van Perth hebben gezien, richten wij ons nu naar het noorden om de Everlasting Trail te volgen, die ons door een aantal nationale parken voert. Uiteraard zijn de stijve „everlastings”, de ’eeuwigdurende bloemen’ of ’goudstrobloemen’, waar de route haar naam aan te danken heeft, bij duizenden van de partij, vriendelijk knikkend als de wind hun kopjes streelt. Wij stoppen bij een begraafplaats waar rode en groene kangoeroeklauw de oude grafzerken siert. Vervolgens worden de bosgebieden overheerst door Banksia-soorten en ’Christmas bush’ — een struik met (in december) schitterende gouden bloesems. Hebt u de gele orchideeën gezien? Prachtig! Wij slenteren door een gebied met struiken en vinden er de adembenemende blauwe ’smoke bush’ (’rookstruik’) of, met een andere naam, pruikeboom.
Op deze route zijn 800 bloeiende soorten te vinden. Veel van de meest schitterende soorten staan vlak naast de weg, zichtbaar vanuit ons voertuig met vierwielaandrijving. Bezoekers hebben vaak opgemerkt dat wat er langs de weg te zien is, zo fraai in kleur op elkaar is afgestemd, dat het moeilijk te geloven valt dat er geen mensenhand aan te pas is gekomen. Ja, bosjes mauve en plukjes geel zien er uit als een weloverdacht ontwerp, en er is geen gebrek aan blauwen in hoogst actuele kleuren.
Maar nu is het tijd om huiswaarts te gaan. Wij zijn blij met de herinneringen die wij in onze camera meenemen, en kunnen dus de verleiding weerstaan om een of twee bloemen als souvenir te plukken. Wij zijn niet vergeten dat het bij de wet verboden is wilde bloemen te plukken, zelfs die welke langs de weg groeien. Daarom laten wij ze mooi staan zodat hun naar boven gerichte gezichtjes door het volgende lenteregentje gewassen kunnen worden en de volgende bezoeker ze kan bewonderen. Ja, wij zijn getrakteerd op een van de grootste bloemenshows ter wereld. En als het landschap onder de gloed van de zomer al dit moois weer kwijtraakt, zien wij met vreugde uit naar een herhaling van dezelfde voorstelling volgend jaar, en nog vele jaren daarna.
[Illustratieverantwoording op blz. 17]
Alle foto’s: Met toestemming van de West Australian Tourist Commission