Orchideeën — prachtige, veelsoortige nabootsers
’ORCHIDEEËN, voor mij? O wat mooi!’ Met zo’n reactie is er al meteen een prettige sfeer geschapen voor een aangename gelegenheid, of het nu een huwelijk betreft, een afscheidsmaal of een intiem etentje voor twee. Het lijkt erop dat de bewering van een bepaalde bond van orchideeënkwekers waar is: ’Als u orchideeën stuurt, gebeuren er wonderschone dingen!’
Waarin ligt de aantrekkingskracht van orchideeën? Kunt u ze zelf kweken?
Een van de redenen waarom orchideeën zo gewild zijn, is dat ze met hun 35.000 soorten „de grootste familie van bloeiende planten, bijna een zevende van alle bloeiende planten op aarde” vormen. Hoewel de meeste soorten in de tropen worden gevonden, komen sommige zelfs binnen de poolcirkel voor. Een paar soorten gedijen in de woestijn en groeien alleen op cactussen. Twee eigenaardige orchideeën bloeien geheel verborgen in de grond en zien nooit het daglicht.
Met zo’n verscheidenheid is het te verwachten dat orchideeën ook in afmeting en uiterlijk verschillen. En dat is ook zo. De bloem van één soort is slechts 2 mm in diameter en de hele plant zou in een vingerhoed passen. Er zijn daarentegen ook reuzen wier bloemen een doorsnee van wel 38 cm hebben.
Aan welke kleur en vorm geeft u de voorkeur? Er is beslist wel een orchidee uit deze veelsoortige familie die met uw keus zal overeenkomen. De kleuren variëren van rood, oranje, geel en groen tot paars, bruin, wit en in zeldzame gevallen zelfs blauw.
Wat hun vorm betreft, betonen orchideeën zich meesters in het nabootsen. Sommige soorten lijken op een vrouweschoentje, motten, vlinders en wespen, viooltjes, vliegers en zelfs vogels in hun vlucht. Dan is er „Beardie” (Baardman), zoals de Australiërs hem noemen, dat wil zeggen, het evenbeeld van een baardige bergbewoner. Een andere, in Peru, heeft midden in de bloem iets wat wel wat weg heeft van een lachend aardmannetje. Of ziet u liever de orchidee die lijkt op een groep van vier balkende ezels? En de mimicry (nabootsing) ligt niet enkel in het uiterlijk.
Ook de geur wordt gebruikt om te misleiden, en dit gebeurt met het oog op de bestuiving. Een soort uit de omgeving van de Middellandse Zee lijkt op een vrouwtjeswesp en verspreidt zowaar een wespegeur om de argeloze mannetjes naar zich toe te lokken: Bepaalde soorten orchideeën worden bestoven door vliegen en geven dan ook een zware geur af zoals die van rottende stoffen of mest ten einde de vliegen aan te trekken. Een andere soort misleidt een mannetjesbij door in uiterlijk te wedijveren met een vijandelijk insekt; de bij probeert deze ’vijand’ uit zijn territorium te verdrijven waarbij hij het stuifmeel van de bloem op zijn lichaam krijgt. Bij één soort is de mimicry zo perfect dat mannetjesbijen werkelijk met de bloem proberen te paren. Bij het hieruit voortvloeiende contact komt stuifmeel van de bloem terecht op de bij die nu als overbrenger ervoor fungeert.
Een ingenieuze methode van bestuiving vinden wij bij de orchidee Coryanthes die een grote bloem met een komvormige lip heeft. De bij, die wordt aangetrokken door de geur, landt op de lip om de geurstoffen te verzamelen. Bij zijn pogingen om de geurstoffen naar zijn achterpoten over te brengen, valt de bij in de met vloeistof gevulde kom. Zijn pogingen om langs de steile, wasachtige binnenkant van de kom omhoog te klimmen zijn tevergeefs. Ten slotte ontdekt de bij een andere uitgang, een nauwe tunnel die van de kom naar buiten leidt, langs het zuiltje waarop een grote hoeveelheid stuifmeel zit. Eindelijk weet de bij te ontsnappen — maar op zijn achterlijf zit wat stuifmeel dat naar de volgende bloem gebracht kan worden. Welk een wijsheid wordt weerspiegeld in deze onderlinge afhankelijkheid!
De levenscyclus van orchideeën
Deze is gelijk aan die van andere bloeiende planten. Nadat het stuifmeel door het insekt is overgebracht, wordt het achtergelaten op het vrouwelijke deel, de stempel. Spoedig kiemt het en begint het naar de zaadknop te groeien. Na ongeveer zes weken bereikt de pollenbuis de zaadknop en verenigt de mannelijke spermakern zich met de eicel. De bevruchte eicel ontwikkelt zich en vormt een klompje cellen dat het embryo zal worden. Dit klompje cellen zit in een droog zaadhuidje dat zo licht is dat het zaad door de wind over grote afstanden vervoerd kan worden. Sommige van deze zaden zijn zo fijn als stof. Ja, het boek Botany zegt: „Een enkel vruchtbeginsel van de orchidee Cynoches bevat 3.770.000 zaadjes en . . . meer dan 300.000 ervan wegen slechts 1 gram!” Maar als er zo veel zaden zijn, waarom komen orchideeën dan niet overvloediger voor? De reden is dat slechts een fractie van deze zaden zal ontkiemen, omdat voor het ontkiemen een schimmel nodig is die niet altijd aanwezig is.
Ten einde dit probleem te overwinnen is recentelijk een opmerkelijke methode van vermenigvuldiging geïntroduceerd, de zogenoemde meristeemcultuur (van het Griekse woord dat „deelbaar” betekent). Deze methode wordt speciaal gebruikt voor het kweken van zeldzame exotische hybriden. Kwekers verwijderen eenvoudig de embryonale groeicel en kweken haar op in een voedingsoplossing waar ze zich vele malen opnieuw reproduceert. Op ieder gewenst tijdstip kunnen de cellen elk afzonderlijk in een buisje worden gedaan waarin ze zullen uitgroeien tot kiemplantjes die identiek zijn met de orchidee waarvan ze afkomstig zijn. Door deze methode te gebruiken zijn kwekers in staat geweest de prijs van orchideeën aanzienlijk te verlagen en terzelfder tijd tegemoet te komen aan de seizoengebonden vraag naar bepaalde populaire soorten.
Het is interessant dat de meeste orchideeën die in de gematigde klimaatzones voorkomen, in de aarde groeien, terwijl de in de tropen gevonden soorten in het geheel niets met de grond te maken hebben. Maar, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, zijn de laatste geen parasieten. Het zijn epifyten die alleen voor steun van hun gastheerboom of -rots afhankelijk zijn, zonder daaraan enig voedsel te onttrekken.
Zou u graag enkele van deze prachtige, boeiende nabootsers willen kweken? Gelukkig behoren orchideeën tot de gemakkelijkst te kweken planten en is het geen geheim hoe ze gekweekt moeten worden. Dus wellicht kunt u er een of meer vinden die zich gemakkelijk aan uw klimaat en milieu zullen aanpassen. Wat hun karakteristieke groei is, wat ze nodig hebben en welke ziekten ze kunnen krijgen, kunt u te weten komen door een bibliotheekboek erover te lezen, of bij een plaatselijke orchideeënvereniging te informeren.
De handel in snijbloemen van orchideeën is thans een bedrijfstak met een omzet van vele miljoenen. Maar ten minste één orchidee wordt niet voor decoratiedoeleinden gebruikt. De conquistadores merkten op dat de Azteken in Mexico stukjes van de zaadpeul van een orchidee in hun dranken deden. En wanneer u vanilleijs eet, en de smaak niet kunstmatig is, geniet u waarschijnlijk ook van het extract dat afkomstig is van de orchidee Vanilla planifolia.
Of wij ze nu kweken, dragen, of eten, ze herinneren ons aan de edelmoedigheid van de Schepper die in zo’n verscheidenheid in deze familie heeft voorzien. Zoals de psalmist zei: „Hoe talrijk zijn uw werken, o Jehovah! Gij hebt ze alle in wijsheid gemaakt. De aarde is vol van uw voortbrengselen.” — Ps. 104:24.
[Illustratie op blz. 25]
„Beardie”
[Illustraties op blz. 26]
Gewone orchidee
„Vliegende eend”