Onderwijs niet te veel waarde toekennen
EEN bekwaam schilder weet hoe diepte te scheppen. Hij laat de details op de voorgrond beter uitkomen dan die in het midden en op de achtergrond. Zo is het in grote lijnen ook met onze prioriteiten in het leven. Sommige ervan verdienen meer aandacht dan andere.
Jezus Christus zei: „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood, want hun behoort het koninkrijk der hemelen toe” (Mattheüs 5:3). Geestelijke waarden moeten dus voorop staan. In tegenstelling daarmee moeten stoffelijke bezittingen van minder betekenis zijn.
Waar past onderwijs in het beeld? Het is beslist geen onbetekenend detail voor een christen. Gewoonlijk is er een mate van werelds onderwijs nodig wil iemand kunnen voldoen aan de schriftuurlijke verplichting die de apostel Paulus noemde: „Indien iemand niet voor de zijnen zorgt, en in het bijzonder voor hen die leden van zijn huisgezin zijn, dan heeft hij het geloof verloochend en is erger dan een ongelovige” (1 Timotheüs 5:8). Bovendien vereist de opdracht die Jezus zijn volgelingen gaf, namelijk discipelen te maken, ’hun lerend alles te onderhouden wat hij geboden heeft’, dat men ’kennis in zich opneemt’ en anderen dan doeltreffend onderricht. — Mattheüs 28:19, 20; Johannes 17:3; Handelingen 17:11; 1 Timotheüs 4:13.
Toch moet aan onderwijs ook weer niet te veel waarde toegekend worden. Het mag niet louter nagestreefd worden met de bedoeling uit te munten in geleerdheid of indrukwekkende titels te verwerven. Het toekennen van overdreven belangrijkheid aan het volgen van onderwijs leidt tot frustratie. Uiteraard kan het tijdelijk materiële voordelen afwerpen. Maar zoals de wijze koning Salomo opmerkte: „Met al je wijsheid, kennis en bekwaamheid werk je voor iets, en dan moet je het allemaal nalaten aan iemand die er niet voor heeft hoeven werken.” — Prediker 2:21, Today’s English Version.
Jehovah’s Getuigen zijn geïnteresseerd in onderwijs, niet als doel op zich, maar om hun bruikbaarheid in Gods dienst te vergroten en in hun onderhoud te voorzien. Daar hun bediening zonder winstoogmerk gebeurt, zijn velen van werelds werk afhankelijk voor hun onderhoud. Dit kan vooral een uitdaging zijn voor volle-tijdpredikers bij Jehovah’s Getuigen, pioniers genoemd. Zij zijn intensiever met de bediening bezig en moeten tevens in de behoeften voorzien van zichzelf en hun gezin als zij getrouwd zijn.a — Spreuken 10:4.
Na de verschillende erbij betrokken factoren tegen elkaar afgewogen te hebben, hebben sommigen van Jehovah’s Getuigen ervoor gekozen een aanvullende opleiding te volgen. Natuurlijk hebben zij er zorgvuldig op moeten toezien dat het onderwijs niet een te grote plaats ging innemen. Wat heeft hen daarbij geholpen? „Verscheidene factoren hebben mij geholpen”, zegt een jonge Braziliaan, John geheten. „Zelfs wanneer ik ’s avonds moest studeren, sloeg ik geen christelijke vergaderingen over. Ook heb ik mijn klasgenoten van het begin aan duidelijk laten weten dat ik een van Jehovah’s Getuigen was.”
Eric, ook uit Brazilië, maakte gebruik van gelegenheden om met anderen over zijn geloof te praten toen hij een aanvullende opleiding volgde. „Ik beschouwde de school als mijn speciale gebied”, zegt hij. „Ik kon bijbelstudies leiden bij verscheidene leraren en studenten, van wie er nu vijf gedoopt zijn; twee van hen dienen als ouderling.”
Richard ging part-time naar school terug om af te studeren als technisch tekenaar. „Mijn opleiding heeft me geholpen werk te vinden om de kost voor mijn vrouw en mijzelf te verdienen,” zegt hij, „maar ik heb er ook andere kansen door gekregen. Toen ik naar constructieprojecten voor snelbouw-Koninkrijkszalen reisde en sprak met de opzieners, hoorde ik dat er behoefte was aan technisch tekenaars. Mijn opleiding komt nu goed van pas bij deze projecten.b Bovendien hopen mijn vrouw en ik te zijner tijd te mogen dienen op het internationale hoofdbureau of op de internationale bouwprojecten van Jehovah’s Getuigen.”
Terzelfder tijd hebben veel getuigen van Jehovah de uitdaging aangenomen de kost voor zichzelf en hun gezin te verdienen zonder extra opleiding. „Ik voorzie in mijn onderhoud door twee dagen per week huishoudelijk werk te doen”, vertelt Mary. „Het komische is dat ik per uur meer verdien dan sommige van de mensen voor wie ik werk. Maar ik bezie mijn werk als een middel om een doel te bereiken. Ik kan erdoor in de pioniersdienst blijven en ik heb geen spijt van mijn beslissing.”
Steve denkt er net zo over. „Toen ik begon te pionieren,” zegt hij, „zeiden sommigen tegen me: ’Wat ga je doen als je trouwt en een gezin hebt? Zul je dan rond kunnen komen?’ In de loop van de tijd heb ik zo veel verschillende soorten werk gedaan, dat ik ervaring heb met zo ongeveer alles wat je maar kunt bedenken. Nu ik een vrouw moet onderhouden, blijk ik meer te verdienen dan sommige universitair afgestudeerden die bij ons bureau werken.”
Ongelovige vaders hebben soms van minderjarige kinderen verlangd dat zij een aanvullende opleiding gingen volgen, en daar hebben zij de schriftuurlijke autoriteit toe. In zulke gevallen, en in overeenstemming met Mattheüs 6:33, kunnen jongeren echter cursussen volgen die hen zullen helpen bruikbaarder te worden in Jehovah’s dienst of het hun zelfs mogelijk maken in de volle-tijddienst te staan terwijl zij een school doorlopen.
Het belangrijkste onderwijs
Alle getuigen van Jehovah, ongeacht hoeveel onderwijs zij hebben genoten, hebben iets gemeen. Zij erkennen dat het belangrijkste onderwijs dat thans te krijgen is, zijn oorsprong vindt in Gods Woord, de bijbel. Johannes 17:3 zegt: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” Ongeacht het werelds onderwijs dat een christen volgt, kennis vergaren van Jehovah en zijn Zoon, Jezus, moet prioriteit genieten.
De eerste-eeuwse christenen zijn daarin een voorbeeld voor ons geweest. Manaën, „die met de districtsregeerder Herodes was opgevoed”, was niettemin een van de actieve profeten en leraren in de gemeente Antiochië (Handelingen 13:1). Ook Paulus genoot een opleiding die met een hedendaagse universitaire studie te vergelijken zou zijn. Toch bleef hij nadat hij een christen was geworden, de juiste waarde aan zijn opleiding toekennen. In plaats van zijn kennis op sociologisch, juridisch en geschiedkundig gebied te gebruiken om anderen te imponeren, gebruikte hij ze om tot mensen van allerlei aard te prediken. — Handelingen 16:37-40; 22:3; 25:11, 12; 1 Korinthiërs 9:19-23; Filippenzen 1:7.
De eerste-eeuwse christenen stonden niet in de eerste plaats bekend om hun onderwijsniveau. Velen waren „ongeletterde en gewone mensen” die niet op de rabbijnse scholen waren opgeleid. Maar dat wil niet zeggen dat zij onontwikkeld waren. Integendeel, deze mannen en vrouwen waren toegerust om hun geloof te verdedigen — een bekwaamheid die van goedgefundeerde kennis getuigde. — Handelingen 4:13.
Alle christenen zijn daarom zeer geïnteresseerd in onderwijs. Tegelijkertijd proberen zij ’zich van de belangrijker dingen te vergewissen’ en aan onderwijs — en elk ander streven — de juiste waarde toe te kennen. — Filippenzen 1:9, 10.
[Voetnoten]
a Het is opmerkenswaardig dat de hoog opgeleide apostel Paulus verkoos bij de bediening in zijn onderhoud te voorzien met tentenmaken, een ambacht dat hij waarschijnlijk van zijn vader had geleerd. Tentenmaken was geen gemakkelijk werk. Het geiteharen doek dat ervoor werd gebruikt, cilicium genaamd, was stug en ruw, zodat het moeilijk te snijden en te naaien was. — Handelingen 18:1-3; 22:3; Filippenzen 3:7, 8.
b De uitdrukking „snelbouw” duidt op een zeer goed georganiseerde bouwmethode die Jehovah’s Getuigen uitgewerkt hebben. De vrijwilligers die aan deze projecten werken, worden niet betaald; zij stellen hun tijd en middelen gratis beschikbaar. Elk jaar worden er in de Verenigde Staten zo’n 200 nieuwe Koninkrijkszalen gebouwd en nog eens 200 gerenoveerd volgens deze methode.
[Kader op blz. 7]
Een welverdiende aanbeveling
Het jaar voordat Matthew eindexamen deed op de middelbare school, dacht hij er ernstig over na hoe hij zich als getuige van Jehovah aan de volle-tijdprediking kon wijden en daarnaast in zijn onderhoud kon voorzien. Na de kwestie onder gebed beschouwd te hebben, vonden Matthew en zijn ouders dat een verdere opleiding nuttig zou zijn om zijn doel te bereiken. Dus vroeg hij een studiebeurs aan. Matthews schooldecaan deed er een aanbevelingsbrief bij, waarin stond:
„De afgelopen twee en een half jaar heb ik het genoegen gehad Matts decaan en vriend te zijn. Matt is iemand die goed onderlegd is . . . Hij is diep gelovig en heeft een krachtige overtuiging, wat in al zijn relaties en daden duidelijk merkbaar is.
In de loop van de jaren heeft Matthew een opleiding ontvangen als bedienaar van het evangelie. Een prediker bij zijn geloof krijgt geen enkele geldelijke vergoeding. Het is werkelijk liefdewerk. Matt is een onzelfzuchtige jonge man, zorgzaam en attent. Deze studiebeurs kan voor deze gelovige man een bron van inkomsten zijn waardoor hij zijn opleiding en vrijwilligerswerk kan voortzetten.
Sprekend van vrijwilligerswerk en dienstbetoon aan de gemeenschap: Matt heeft talloze uren besteed aan prediking van huis tot huis in het weekend, na schooltijd en in de zomervakanties. Hij werkt binnen de gemeenschap en met een grote verscheidenheid aan mensen. Matt heeft zijn leidinggevende capaciteiten en vaardigheden bewezen door het leiden van bijbelstudies bij zowel jong als oud. . . . Hij is in staat mensen te bezielen en hen te helpen hun ware potentieel te verwezenlijken. Leraren hebben opgemerkt dat hij in de klas altijd een positieve invloed uitoefent. Hij leidt klassikale besprekingen en is een bekwaam debater. . . .
Matt is een van de fijnste jonge mannen die ik heb mogen begeleiden. Zijn klasgenoten en leraren mogen en respecteren hem. Zijn integriteit is van het hoogste kaliber.”
[Illustraties op blz. 9]
Jehovah’s Getuigen zijn in de eerste plaats in onderwijs geïnteresseerd om doeltreffender dienstknechten van God te worden