Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 22/9 blz. 22-24
  • De capybara — Vergissing of wonder van de schepping?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De capybara — Vergissing of wonder van de schepping?
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Het grootste ter wereld
  • „Heer van het gras”
  • Een varken met zwemvliezen?
  • Een vet geheim
  • „Een voedingscoalitie”
  • Het laatste woord
  • Leren zwemmen
    Ontwaakt! 1971
  • Kan zwemmen u tot nut zijn?
    Ontwaakt! 1972
  • Een kapitaal op vier poten
    Ontwaakt! 2012
  • De kostbare vloeistof van het leven — Water
    Ontwaakt! 2003
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 22/9 blz. 22-24

De capybara — Vergissing of wonder van de schepping?

HOE zou u zich voelen als iemand u zonderling of dom zou noemen? Beledigd misschien? Welnu, zo hebben de evolutionist Charles Darwin en anderen mij genoemd. Denkt u zich eens in, iemand heeft zelfs gezegd dat ik „een vergissing van de schepping” ben! Hoewel ik van nature vreedzaam ben, maakt dit mij echt kwaad. Daarom wil ik mijn naam zuiveren. Ik zal u vertellen hoe ik er uitzie, waar ik van houd, en waar ik bang voor ben — mijn goede en mijn slechte kanten. Dan kunt u beslissen of ik een vergissing of een wonder van de schepping ben.

Het grootste ter wereld

Neem mij niet kwalijk. Ik ben zo opgewonden dat ik vergeet mij voor te stellen. Mijn naam is mijnheer Capybara, en ik kom uit tropisch Zuid-Amerika.a Spaanssprekende mensen noemen mij carpincho of chigüiro. Dit zijn slechts 2 van de 190 namen die men mij heeft gegeven. Ik ben echter beter bekend als het „grootste knaagdier ter wereld”.

Dit klinkt opschepperig, maar dat is het echt niet. Ziet u, ik ben ongeveer zo groot als een schaap. Zet mij op de weegschaal, en de wijzer zwaait naar 45 kilo. Mijn tweelingzuster weegt 60 kilo of meer. Toch is zij nog slank vergeleken bij een vrouwtjescapybara in Brazilië die het record vestigt — dik 90 kilo.

„Heer van het gras”

Al die kilo’s zijn niet het gevolg van volproppen met „junk food”, want wij zijn volledig vegetarisch en eten voornamelijk gras. Soms grazen wij zelfs samen met vee. Vol respect noemden Indianen ons vroeger „heer van het gras”. Dat is als omschrijving beslist redelijker dan „zonderling”.

Wij eten ook waterplanten, en terwijl u slaapt, kunnen wij de verleiding niet weerstaan onze beitelvormige knaagtanden te zetten in een sappige watermeloen, een zoete suikerrietstengel of een jonge rijstplant.

Ja, u zult ons altijd zien knabbelen — niet omdat wij veelvraten zijn maar omdat wij knaagdieren zijn. Onze kiezen blijven steeds doorgroeien, dus de enige manier om ze af te slijten is kauwen en knagen tot onze dood.

Maar, zoals biologen hebben gerapporteerd, wij weten waarop wij moeten kauwen. Wij nemen alleen „planten met het hoogste eiwitgehalte”, en, zo zeggen zij, wij „zijn efficiënter in het omzetten van gras in eiwit dan schapen of konijnen”. Wie zei dat wij dom zijn?

Een varken met zwemvliezen?

Ik geef toe dat ik er, laten we zeggen, karakteristiek uitzie. Uitpuilende ogen, kleine ronde oren, afsluitbare neusgaten — en die staan allemaal boven op mijn grote kop, waardoor mijn gezicht een uitdrukking van voortdurende verbazing krijgt. Sommigen zeggen dat ik lijk op een „reuzencavia die iets weg heeft van een nijlpaard”. Daar kan ik mee leven. Maar ik ben het niet eens met de schrijver die zei dat mijn vierkante snuit er uitziet alsof hij „door een beginneling uit een scheve boomstam is gesneden”. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan: „Een komisch gezicht [met] pientere varkensoogjes.”

Natuurlijk ben ik geen familie van het varken, maar met mijn korte poten en mijn massieve, tonvormige lichaam heb ik er wel iets van weg. Bovendien heeft de Zweedse botanicus Carolus Linnaeus mij 200 jaar geleden ten onrechte als varken geclassificeerd. Wel, hebt u ooit een varken met zwemvliezen gezien? Natuurlijk niet! Toch is dat nu precies wat de Schepper mij gegeven heeft, en geloof me, die zwempoten zijn handig omdat ik dol op water ben. Feitelijk hebben mijn varkenslichaam en mijn liefde voor water mij de bijnaam waterzwijn bezorgd.

Een vet geheim

Ik woon graag in de nabijheid van vijvers, meren, rivieren en moerassen — bij voorkeur omgeven door bossen met dichte ondergroei. Ik houd niet alleen van water, ik heb het ook nodig om te overleven.

Zo’n 300 jaar geleden, in Venezuela, bracht onze liefde voor water ons echter in problemen. De rooms-katholieken daar mochten tijdens de vasten geen vlees eten. Vis was echter wel toegestaan als voedsel. Dus verklaarde de Rooms-Katholieke Kerk mijn voorouders gemakshalve tot vis! Tot op deze dag eten gelovigen in Venezuela ons zonder wroeging tijdens de vasten.

Gelukkig zijn enkele van mijn voorouders ontkomen. Hoe? Niet door holen te graven als schuilplaats, zoals andere knaagdieren dat doen. Nee, wanneer wij opgeschrikt worden, gaan wij op het water af, duiken erin, en zwemmen met gemak weg. Hoewel mijn lichaam niet zo gestroomlijnd is als dat van andere waterdieren, ben ik een uitstekende zwemmer. Hoe dat komt? Hier is mijn geheim.

Als gevolg van mijn vetlagen ben ik qua volume slechts iets zwaarder dan water. Denkt u zich eens in, één onderzoeker schreef dat ik in het water de gratie van een balletdanseres bezit en dat mijn bewegingen van een poëtische schoonheid zijn! Dat is iets heel anders dan „een vergissing van de schepping”.

Wanneer ik in het nauw gedreven word, bewegen mijn zwempoten mij snel voort — weg van de vijand. Ik zwem een heel eind onder water en blijf enkele minuten onder. Dan kom ik voorzichtig naar boven en blijf net aan de oppervlakte, zodat alleen mijn neusvleugels, ogen en oren zichtbaar zijn — net zoals het nijlpaard dat doet. Vijanden zoals wilde honden, jaguars, kaaimannen, anaconda’s en mensen zullen mijn neusvleugels tussen de waterplanten moeilijk kunnen ontdekken. Maar met mijn goed ontwikkelde reukzin kan mijn neus gemakkelijk roofdieren of jagers bespeuren.

Aangezien mijn huid, wanneer die voortdurend aan de hete zon wordt blootgesteld, gemakkelijk barstjes en zweren krijgt, word ik in het water tevens tegen zonnebrand beschermd. Omdat mijn roodbruine tot grijze haren ver uiteen staan, schijnt mijn huid erdoor. Om mijn lichaamstemperatuur op het juiste peil te houden, blijf ik dus gewoon onder water of wentel mij in de modder, waardoor mijn lichaam met een laag aarde wordt bedekt.

„Een voedingscoalitie”

Zijn wij ooit op het land? Op zijn minst moet moeder daar de kinderen ter wereld brengen. Na een draagtijd van ongeveer vier maanden worden er twee tot acht jongen geboren die elk meer dan een kilo wegen. Door hun „lichter bruine, meer glanzende vacht”, merkt één waarnemer op, zien zij er „leuker gekleed” uit dan de ouders. Een vrouwtjescapybara krijgt voor het eerst jongen wanneer ze vijftien maanden oud is. Ze leeft ongeveer tien jaar en kan tijdens haar leven minstens 36 jongen voortbrengen.

Binnen een paar uur lopen de jongen al vlak achter de moeder aan. Zwemmen is echter moeilijker omdat het jong aanvankelijk bang is om het water in te gaan. Na een geforceerde tewaterlating zal het wanhopig spartelende jong proberen bij de moeder, of bij een ander vrouwtje, te komen en op haar rug te klimmen. Bereidwillig fungeert moeder dan als reddingsboei. Maar hoe groter het jong wordt, hoe moeilijker hij het krijgt om zijn evenwicht te bewaren. Al gauw rolt hij van moeders rug af en gaat zelf zwemmen.

Volwassen vrouwtjes werken ook samen bij het voeden. Moeders voeden niet alleen hun eigen jongen maar ook de dorstige kinderen van andere vrouwtjes. Waarom? „Een voedingscoalitie”, zo legt de natuurfilmer Adrian Warren uit, „verhoogt wellicht de overlevingskansen [van de jongen].”

Het laatste woord

Zachtaardig van nature, zijn wij gemakkelijk te temmen huisdieren. Een blinde boer in Suriname gebruikte een capybara zelfs als „geleidehond”. Maar wij worden meestal gehouden om ons vlees, dat volgens sommigen smakelijk is. In Venezuela zijn bijvoorbeeld boerderijen waar duizenden van ons als voedsel gefokt worden — een twijfelachtige eer. In elk geval hoop ik dat u mij inmiddels bent gaan liefhebben om wat ik ben, niet slechts om hoe ik smaak.

En, wat denkt u? Ben ik een vergissing of een wonder van de schepping? Bent u het met Darwin eens of met mij? Natuurlijk wil ik u de woorden niet in de mond leggen, maar bedenk: Darwin heeft het al eerder bij het verkeerde eind gehad!

[Voetnoot]

a Het hier beschreven dier is bekend als Hydrochoerus hydrochaeris. Een kleinere soort leeft in Panama.

[Illustratie op blz. 23]

Zonderling? Dom? Nou zeg! Vindt u ons geen leuk stel?

[Illustratie op blz. 24]

Duizenden van ons worden als voedsel gefokt — een twijfelachtige eer

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen