Jonge mensen vragen . . .
Verhoort God mijn gebeden?
„IK MOET weten of Jehovah mijn gebeden verhoort,” zegt de elfjarige Sandra, „want ik ben er niet zeker van of hij dat wel doet. Ik ken veel andere jongeren die hetzelfde probleem hebben.” De vijftienjarige Alyssa had eens een soortgelijk probleem met gebed. „Ik had vaak het gevoel dat ik tegen mijzelf praatte”, geeft zij toe.
Volgens een in 1988 gehouden Gallup-opiniepeiling heeft 87 procent van de tieners in de Verenigde Staten wel eens gebeden, maar minder dan de helft doet dat geregeld. Blijkbaar denken sommigen dat hun gebeden gewoon niet verhoord worden. Soms kun jij ook het gevoel hebben dat er niemand naar je gebeden luistert. Maar de bijbel verzekert ons dat wanneer iemand in geloof een oprecht gebed opzendt, de „Hoorder van het gebed” beslist luistert! (Psalm 65:2) Maar hoe weet je of hij niet gewoon een passieve toehoorder is — iemand die je beleefd aanhoort, maar weinig of niets doet als reactie op je gebed?
Nadat de psalmist God de Hoorder van het gebed had genoemd, zei hij: „Met vrees inboezemende dingen zult gij ons in rechtvaardigheid antwoorden, o God van onze redding” (Psalm 65:5; vergelijk Psalm 66:19, 20). Hoe komt het dan dat sommigen denken dat hun gebeden onbeantwoord blijven?
Waardoor gebeden belemmerd kunnen worden
Het ontbreken van een werkelijke band met God kan de oorzaak zijn. Sommige jongeren twijfelen zelfs aan zijn bestaan. Anderen geloven wel in hem, maar zien hem als een verre, abstracte figuur. Gebed wordt als het indrukken van de noodknop in een lift — een laatste toevlucht in uiterste noodgevallen. „Ik geloof in God”, zegt een katholieke jongere. „Als ik in de knoei zit, als ik hulp nodig heb, vraag ik altijd om Zijn hulp.” Een andere jongere zei botweg: „Soms bid ik alleen als ik iets echt wil.”
Gebed moet echter een uiting van geloof, eerbied, toewijding en vertrouwen zijn — niet slechts van wanhoop of zelfzuchtig verlangen. Ook is het niet voldoende te bidden omdat je denkt dat God wel eens zou kunnen bestaan. „Wie tot God nadert,” zegt de bijbel, „moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebreeën 11:6). Gebeden van twijfelaars worden niet verhoord (Jakobus 1:6-8). Jehovah luistert naar degenen die hem hebben leren kennen en hem zijn gaan liefhebben; zij reserveren het gebed niet voor noodgevallen. Zoals de aansporing in 1 Thessalonicenzen 5:17 luidt, ’bidden zij zonder ophouden’, of zoals Het Nieuwe Testament in de taal van onze tijd het zegt: zij ’blijven altijd bidden’.
Helaas hebben sommige christelijke jongeren wel van Jehovah gehoord maar niet echt een vriendschapsband met hem ontwikkeld (Psalm 25:14). Zij bidden slechts nu en dan, hun gebeden zijn onpersoonlijk en worden uiteindelijk niet verhoord. Zou dit met jouw gebeden het geval kunnen zijn? Zo ja, ’ga dan dichter naar God toe’ door hem te leren kennen (Jakobus 4:8, Groot Nieuws Bijbel). De jonge Alyssa, die wij eerder hebben genoemd, had haar twijfels omtrent Jehovah. Maar door een persoonlijke studie van de bijbel verdwenen haar twijfels geleidelijk en werd zij geholpen een band met God te ontwikkelen.
Iemands houding en gedrag kunnen ook een grote belemmering voor gebeden vormen. De psalmist zei: „Indien ik iets schadelijks heb beoogd in mijn hart, zal Jehovah mij niet horen” (Psalm 66:18; Spreuken 15:29). Zou het redelijk zijn te verwachten dat God jouw gebeden verhoort als je dingen zou doen die hem grieven — als je drugs zou gebruiken, zou roken, naar verderfelijke muziek zou luisteren of seksuele immoraliteit zou bedrijven? Natuurlijk niet. Jehovah verwerpt dus de gebeden van degenen die een dubbel leven leiden en huichelachtig „verbergen wat zij zijn” (Psalm 26:4). Hij luistert alleen naar iemand die „onberispelijk wandelt en rechtvaardigheid oefent en de waarheid spreekt in zijn hart” (Psalm 15:1, 2). Als je dus het gevoel hebt dat je tegen jezelf praat wanneer je bidt, maak dan de balans van je leven eens op. Misschien moet je een paar veranderingen aanbrengen.
Misbruik van gebed
Wat voor dingen kun je aan God vragen? Jezus verzekerde ons: „Alles wat u de Vader zult bidden in mijn naam, zal Hij u geven” (Johannes 16:23, Herziene Voorhoeve-uitgave). Alles! Dat belooft nogal wat! Bedient God je echt op je wenken, als een soort djinn, een goede geest? Zal hij aan al je verzoeken voldoen, zelfs onbenullige? Jezus sprak zijn woorden slechts enkele uren voordat hij een martelende dood zou sterven. Hij zal beslist geen onbenulligheden in gedachten hebben gehad! Daarom waarschuwt Jakobus 4:3 tegen misbruik van gebed. Daar staat: „Gij vraagt en toch ontvangt gij niet, omdat gij met een verkeerde bedoeling vraagt, om het te besteden voor uw begeerten naar zingenot.”
Velen in deze tijd misbruiken het voorrecht van het gebed. Eén schoolbasketballteam heeft de gewoonte na elke wedstrijd midden op het veld te knielen en een gebed op te zeggen. Maar denk je echt dat God een basketballfan is of dat hij zich verwaardigt om zich met een wedstrijd in te laten? (Vergelijk Galaten 5:26.) Of wat valt er te zeggen van de vrouw die naar verluidt om schoenen bidt? „Soms heeft een schoenwinkel misschien nog maar een of twee paar in mijn maat,” zegt zij, „en als ik op dat moment het geld niet heb, vraag ik God of hij ervoor wil zorgen dat ze er nog zijn als ik terugkom.” Maar bidden omdat je iets nodig hebt is iets heel anders dan te verwachten dat God voor je gaat winkelen.
In dezelfde trant zou het niet op zijn plaats zijn — en zinloos — om God te bidden of hij je voor een verdiende straf of voor streng onderricht wil sparen (Hebreeën 12:7, 8, 11). Evenmin zul je veel succes hebben als je God om een goed cijfer vraagt voor een proefwerk waarvoor je weinig of niets ter voorbereiding hebt gedaan. — Vergelijk Galaten 6:7.
Gebeden „overeenkomstig zijn wil”
De apostel Johannes maakt in verband met gebed een belangrijk punt duidelijk: „Dit is het vertrouwen dat wij jegens hem hebben, dat, ongeacht wat wij vragen overeenkomstig zijn wil, hij ons hoort” (1 Johannes 5:14). Jezus’ modelgebed (het Onze Vader) illustreert enkele dingen die zo’n gebed zou kunnen omvatten. Hij bad om (1) de heiliging van Gods naam, (2) de komst van Gods koninkrijk, (3) het geschieden van Gods wil, (4) de bevrediging van lichamelijke en geestelijke behoeften, en (5) hulp bij het vermijden van Satans valstrikken. — Mattheüs 6:9-13.
Binnen dit raamwerk zijn er veel dingen waar je terecht om kunt bidden. Ja, in 1 Petrus 5:7 worden christenen aangespoord om ’al hun bezorgdheid op God te werpen, want hij zorgt voor hen’. Dat betekent dat het juist is om in verband met praktisch elk facet van ons leven te bidden. Moet je een beslissing nemen, zoals welke studierichting je kiest? Bid om Gods wijsheid (Jakobus 1:5). Heb je iets stoms uitgehaald? Vraag God dan om vergeving. — Jesaja 55:7; 1 Johannes 1:9.
Maar je moet wel in overeenstemming met je gebed handelen. Neem bijvoorbeeld de jonge Clint. Na de middelbare school werd hij een volle-tijdprediker. Maandenlang vond hij niemand die belangstelling had voor een bijbelstudie. Dus maakte hij dit tot een onderwerp van gebed. Maar hij wachtte niet tot er een bijbelstudent uit de lucht kwam vallen. Hij bleef ijverig overal aanbellen, en na verloop van tijd vond hij een aantal mensen die bereid waren de bijbel te bestuderen.
Hoe God verhoort
Soms is bidden op zich al een hulp. De jonge Sandy worstelde met het probleem van masturbatie. Zij zegt: „Bidden en Jehovah aanroepen helpt mij omdat ik weet dat als ik hem heb gevraagd mij te helpen om niet te masturberen, ik dat ook maar beter niet kan doen.”
Nu en dan lijkt het echter alsof God de aangelegenheden manoeuvreert om gebeden te verhoren. De jonge Ken moest op een gegeven moment naar de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen om een korte bijbelse toespraak te houden die hem was toegewezen. Helaas was er niemand die hem erheen kon brengen. Hij bad vurig over deze kwestie. Een paar minuten later arriveerde zijn zuster, die zelden op bezoek kwam. Hoewel zij geen belangstelling voor zijn religie heeft, gaf zij hem een lift. Een rechtstreeks antwoord op zijn gebed? Misschien. In elk geval is het altijd goed om God te bedanken wanneer dingen gunstig voor ons uitvallen. Paulus geeft de aansporing: „Brengt in verband met alles dank.” — 1 Thessalonicenzen 5:18.
Verwacht echter niet dat God je gebeden op de een of andere spectaculaire manier verhoort. Ook moet je niet elke kleinigheid die je meemaakt, uitleggen als een manifestatie van Gods wil. Onze gebeden worden gewoonlijk op subtiele manieren verhoord: je leest iets in de bijbel of in bijbelse lectuur; een van je ouders of een medechristen geeft je goede raad. Toegegeven, er is wellicht onderscheidingsvermogen nodig om vast te stellen wat nu precies Gods wil voor jou is. Gewoonlijk worden de dingen mettertijd duidelijk.
Ja, tijd! Verwacht niet dat God een antwoord verschaft wanneer jij vindt dat dat moet. „Goed is het dat men wacht, ja, in stilheid, op de redding van Jehovah”, schreef Jeremia (Klaagliederen 3:26). Bovendien heb je niet de garantie dat je het antwoord ontvangt dat je graag zou willen. De apostel Paulus vroeg God driemaal om het probleem weg te nemen dat hij „een doorn in het vlees” noemde. Gods antwoord was nee (2 Korinthiërs 12:7-9). Paulus verloor echter niet zijn waardering voor de gave van het gebed, maar bleef doorgaan in Jehovah’s dienst. Hij was het die schreef: „Houdt aan in het gebed” (Kolossenzen 4:2). Dus: „Blijft vragen, . . . blijft zoeken, en . . . blijft kloppen” (Mattheüs 7:7). Daardoor zul je een hechtere band met God krijgen, en hoogstwaarschijnlijk zullen je gebeden verhoord worden.
[Illustratie op blz. 15]
Gebed dient niet te bestaan in onbenullige verzoeken om materiële dingen