De opkomst en val van de wereldhandel
Deel 6: Financiële zorgen — Wanneer zal er een eind aan komen?
ZOLANG de hebzuchtige handel de massa stevig in zijn greep houdt, zullen de financiële zorgen blijven. Dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat de handel die greep spoedig zal verliezen, waardoor er voor altijd een eind komt aan de financiële zorgen. Momenteel maken ruim vier miljoen Jehovah’s Getuigen dit goede nieuws overal ter wereld aan anderen bekend. — Zie kader op blz. 14.
Een bijzonder doeltreffend instrument
Het doel van publiciteit — reclame, als wij het over economie hebben — is produkten of diensten te verkopen. Om de verkoop te bevorderen moet het publiek tot kopen bewogen worden. Reclameborden, kranten, tijdschriften, radio en televisie, om nog maar te zwijgen van het reclamedrukwerk waarmee mensen overspoeld worden, beogen dit tot stand te brengen.
De geraffineerde moderne televisiespots zijn wel heel iets anders dan de boodschappen die de openbare omroepers in het oude Griekenland lieten horen. Maar het doel van reclame — mensen beïnvloeden — is niet veranderd. Toen Johannes Gutenberg het drukken met losse letters uitvond, opende dat zulke nieuwe perspectieven voor publieke reclame dat de Engelse literaire reus Samuel Johnson in 1758 kon schrijven: „De advertenties zijn nu zo talrijk dat ze met zeer weinig aandacht worden gelezen, en het is daarom noodzakelijk geworden de aandacht te trekken met schitterende beloften en met een welsprekendheid die soms subliem en soms droevig is.” Als wij niet beter wisten, zouden wij kunnen denken dat Johnson die woorden in deze tijd, anno 1992, op papier had gezet.
De reclame kreeg een nieuwe impuls door de Industriële Revolutie. Voor de talloze nieuwe produkten die daardoor op de markt kwamen, waren kopers nodig, die nu te bereiken waren via een groeiend netwerk van kranten en tijdschriften. Na verloop van tijd werd met radio en televisie een nog groter publiek bereikt. Reclame maken werd een bedrijfstak op zich. Er werden al reclamebureaus opgericht in 1812, toen Reynell and Son in Londen van start gingen.
Als reclame eerlijk is en ons informeert over beschikbare produkten of diensten waarmee in gewettigde behoeften wordt voorzien, dient ze een goed doel. Dat is echter niet het geval als er gepaste grenzen worden overschreden en wij ertoe worden overgehaald dingen te kopen die wij niet nodig hebben en ons zware schulden op de hals te halen om onze wensen onmiddellijk te kunnen bevredigen. „Ze vleit, ze bedelt, ze redeneert, ze schreeuwt”, schreef een auteur over reclame en vervolgde: „Bewust of onbewust worden wij allemaal door reclame beïnvloed, ten goede of ten kwade.”
Toekomstige kopers laten zich vaak overtuigen door factoren die er niet eens toe doen. Adverteerders doen een beroep op het ego; zij werken op de emoties. Zij voeren soms halve waarheden aan. Erger nog, het komt voor dat zij negatieve of gevaarlijke aspecten van hun produkt verborgen houden, daarmee van een ernstig gebrek aan belangstelling voor het welzijn van anderen blijk gevend — allemaal uit het oogpunt van concurrentie.
Is economische wedijver nodig?
Misschien bent u, zoals velen, van mening dat concurrentie of wedijver onontbeerlijk is voor vooruitgang. En inderdaad kan eerlijke concurrentie in deze tijd in sommige opzichten een bescherming voor de consument zijn. Maar in het handboek voor opvoedkunde Psychology and Life wordt betwijfeld of wedijver wel „een onvermijdelijk kenmerk van de menselijke aard” is en wordt de vraag gesteld: „Moeten wij met onze voet op de nek van de verslagene staan om gelukkig te zijn?”
Hoewel in dit leerboek wordt opgemerkt dat mensen die in een prestatiegerichte samenleving zijn opgegroeid, blijkbaar „inderdaad ingaan op de uitdaging om de ander te verslaan”, blijft het erbij dat de zucht tot wedijver geen aangeboren psychische eigenschap is. In feite werkt wedijver op de lange duur averechts. Uit proeven blijkt dat daardoor „een houding van ’winnen ten koste van alles’ ontstaat die vaak niet bevorderlijk is voor de beste kwaliteit werk”.
Wedijver kan bijvoorbeeld faalangst kweken. Maar angst, hetzij op school, op het werk of elders, is niet echt bevorderlijk voor een goede prestatie. Bovendien kan wedijver tot oneerlijkheid of tot bedrog leiden. Studenten die er al te zeer op uit zijn de hoogste cijfers te halen, kunnen het ware doel van onderwijs uit het oog verliezen: hen toe te rusten om betere en produktievere leden van de samenleving te worden.
Psychology and Life, dat in de jaren ’30 werd geschreven, noemde Samoa als voorbeeld van een grotendeels wedijvervrije samenleving. „Mensen werken en slaan de produkten van hun arbeid op in een gemeenschappelijk pakhuis, waaruit allen kunnen halen wat zij nodig hebben”, wordt erin verteld, waaraan wordt toegevoegd: „Antropologen berichten dat zulke mensen minstens zo gelukkig zijn als hun meer individualistische medemensen in andere delen van de wereld.”
Een lonend en succesvol economisch stelsel behoeft dus niet per se op wedijver gebaseerd te zijn. Een vooraanstaand zakenman betoogt dat terwijl wedijver nodig kan zijn om onrijpe mensen te motiveren, rijpe individuen er geen moeite mee zullen hebben zich te laten motiveren door de activiteit op zich. Vreugde spruit voort uit leren, uit creatief bezig zijn, uit anderen gelukkig maken, uit verbeteringen aanbrengen en nieuwe ontdekkingen doen.
Het is dan ook begrijpelijk dat de wijze raad uit de bijbel luidt: „Laten wij niet egotistisch worden, doordat wij onderlinge wedijver aanwakkeren en elkaar benijden.” — Galaten 5:26; Prediker 4:4.
Maak u vrij voor iets beters!
Het is duidelijk dat Satan de hebzuchtige handel gebruikt als een werktuig om zijn eigen doel te dienen. Door financiële zorgen te scheppen, krijgt hij de mensheid steeds vaster in zijn greep. Getob over het bevredigen van materiële verlangens verdringt het voorzien in essentiële geestelijke noden. De wegwerpmentaliteit die door de handel wordt gevoed, heeft een schadelijke uitwerking op het milieu. De ik-wil-alles-en-nu-meteen-houding heeft een verwoestende uitwerking op tevredenheid en geluk. Zelfs gerechtvaardigde economische belangen zullen, wanneer ze niet door godvruchtige beginselen worden ingetoomd, uiteindelijk ontaarden in eigenbelang en vervolgens in hebzucht.
Hebzucht en buitensporig eigenbelang zijn echter vormen van afgoderij, iets wat God mishaagt (Kolossenzen 3:5). Mensen die toelaten dat hun persoonlijkheid negatief wordt beïnvloed door de handel, bevinden zich, net als de bevorderaars van valse religie en voorstanders van menselijke heerschappij, op gevaarlijk terrein. Zij lopen gevaar zich Gods afkeuring op de hals te halen. Jezus waarschuwde: „Schenkt . . . aandacht aan uzelf, dat uw hart nooit bezwaard wordt met overmatig eten en overmatig drinken en zorgen des levens [waaronder financiële zorgen], en die dag [van Jehovah’s oordeel] plotseling, in een ogenblik, over u komt.” — Lukas 21:34.
Mensen die christenen willen zijn, moeten zich losmaken uit de greep van onvolmaakte economische stelsels door de geest die erdoor wordt bevorderd af te wijzen en zelfzuchtige economische doelen op te schorten. Persoonlijkheden moeten door de almachtige Schepper worden gevormd, niet door de ’almachtige dollar’. Te allen tijde moet naar eerlijkheid gestreefd worden. Voldoening moet geput worden uit wat men heeft, niet uit het voortdurend najagen van meer. — Efeziërs 5:5; 1 Timotheüs 6:6-11; Hebreeën 13:18.
Om juiste prioriteiten te stellen moeten christenen van tijd tot tijd hun doel in het leven onder de loep nemen (Filippenzen 1:9, 10). Dit weerspiegelt zich in het werk waarvoor zij kiezen en in de keuze van onderwijs voor hun kinderen. Zij houden in gedachte dat „alles wat in de wereld is — de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft — . . . niet [voortspruit] uit de Vader, maar uit de wereld. De wereld gaat bovendien voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.” Zij houden zich voortdurend voor dat wanneer de wereld voorbijgaat, er zich een ’Wall Street krach’ zal voordoen die de wereldhandel en zijn consorten nooit te boven zullen komen. — 1 Johannes 2:16, 17.
[Kader op blz. 14]
Geen financiële zorgen onder Gods koninkrijk
Geen omhoogvliegende prijzen door voedselschaarste: „De aarde zelf zal stellig haar opbrengst geven; God, onze God, zal ons zegenen.” „Er zal volop koren op aarde blijken te zijn; op de top der bergen zal overvloed zijn.” — Psalm 67:6; 72:16.
Geen onbetaalde doktersrekeningen: „Geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek.’” „De ogen der blinden [zullen] geopend worden, en zelfs de oren der doven zullen ontsloten worden. In die tijd zal de kreupele klimmen net als een hert, en de tong van de stomme zal een vreugdegeroep aanheffen.” — Jesaja 33:24; 35:5, 6.
Geen buitensporige huren of hypotheekaflossingen: „Zij zullen stellig huizen bouwen en bewonen, en zij zullen stellig wijngaarden planten en hun vrucht eten. Zij zullen niet bouwen en iemand anders het bewonen; zij zullen niet planten en iemand anders ervan eten.” — Jesaja 65:21, 22.
Geen verdeling in rijke en arme klasse: „Hij zal stellig rechtspreken onder vele volken en de zaken rechtzetten met betrekking tot verre, machtige natiën. . . . En zij zullen werkelijk ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom zitten, en er zal niemand zijn die hen doet beven.” — Micha 4:3, 4.
Geen onvervulde noden van enige aard meer: „Wie Jehovah zoeken, hun zal niets goeds ontbreken.” „Gij opent uw hand en verzadigt de begeerte van al wat leeft.” — Psalm 34:10; 145:16.
[Illustratie op blz. 15]
Onder Gods koninkrijk zullen de financiële zorgen eindelijk voorbij zijn