Wat toch is intuïtie?
OP EEN avond in 1893 zag een kantoorbediende bij een steenkolenhandel in Detroit (Michigan, VS) een vreemd vehikel gemaakt van reserveonderdelen en fietswielen luidruchtig door de straat ratelen. Plotseling kreeg hij een inval — een flits van intuïtie. Op de een of andere manier wist hij gewoon dat dit een uitvinding was waar toekomst in zat. Prompt nam hij de duizend dollar op die hij in de loop van zijn leven gespaard had en investeerde die in het bedrijf van de uitvinder, de spottende opmerkingen negerend van experts die ervan overtuigd waren dat dit vreemde voertuig nooit erg populair zou worden. Ongeveer dertig jaar later verkocht hij zijn aandelen in Henry Fords automobielfabriek voor $35 miljoen. Zijn intuïtie had, op zijn zachtst gezegd, iets opgeleverd!
De vermaarde geleerde Albert Einstein is nog iemand die op een flits van intuïtie afging. Hij kreeg een inval — later door hem de gelukkigste gedachte van zijn leven genoemd — die leidde tot het ontstaan van de beroemde algemene relativiteitstheorie. Einstein concludeerde dat intuïtie van essentieel belang was voor de ontdekking van natuurwetten. Maar niet al Einsteins invallen waren zo lonend. Hij bekende dat hij eens twee jaar lang voor niets hard had gewerkt door op een bedrieglijke inval af te gaan die nooit wat was geworden.
Natuurlijk leidt intuïtie niet altijd tot roem en fortuin, en evenmin is het iets wat strikt aan genieën en multimiljonairs voorbehouden is. Voor de meesten van ons is intuïtie een gewoon onderdeel van het dagelijks leven. Het kan een rol spelen bij veel van de beslissingen die wij nemen: de beslissing een onbekende te wantrouwen, het besluit een transactie aan te gaan, het vermoeden dat er iets is met een vriend wiens stem wat vreemd klonk over de telefoon.
Velen vertrouwen evenwel op hun intuïtie bij het nemen van veel belangrijker beslissingen: welke loopbaan te volgen, waar te gaan wonen, met wie te trouwen, zelfs welk geloof te belijden. Als de intuïtie op deze gebieden niet goed uitvalt, kunnen de kosten veel hoger zijn dan het verlies van twee jaar werk, zoals in het geval van Einstein. Wat is „intuïtie” dan? Hoe werkt het? Hoe betrouwbaar is intuïtie?
Een tiener die in het door Philip Goldberg geschreven boek The Intuitive Edge werd geciteerd, antwoordde toen haar die vraag werd gesteld: „Intuïtie is als je iets weet, maar bijvoorbeeld niet weet hoe je erbij komt.” Intuïtie is officiëler gedefinieerd als „kennis die iemand invalt zonder enige bewuste herinnering of redenering”. Het lijkt wel of er bij intuïtie sprake is van een soort sprong — rechtstreeks van het zien van een probleem naar het weten van de oplossing ervoor. Plotseling weten wij een antwoord gewoon of doorzien een situatie. Dat wil echter niet zeggen dat intuïtie hetzelfde is als een impuls of een wens.
Bij de opmerking „Toen ik het zag, wist ik gewoon dat ik het moest hebben” bijvoorbeeld, is er eerder sprake van een wens dan van intuïtie. Intuïtie kan veel van een wens weg hebben doordat het over ons blijkt te komen zonder dat wij methodisch, stap voor stap redeneren. Maar de oorsprong ervan is in feite lang niet zo emotioneel en mysterieus als die van de wensen die opwellen uit ons vaak ’verraderlijke’ hart. — Jeremia 17:9.
Kennelijk is intuïtie evenmin een mysterieus zesde zintuig. The World Book Encyclopedia zegt daarover: „Sommige mensen noemen intuïtie ten onrechte ’het zesde zintuig’. Maar uit onderzoek blijkt meestal dat intuïtie gebaseerd is op ervaring, in het bijzonder de ervaring van personen die erg gevoelig zijn.” Iemand bouwt „een schat aan herinneringen en indrukken” op, zo beredeneert de Encyclopedia, waaruit de geest een „plotselinge indruk” kan putten die men „intuïtie of ’een inval’” noemt.
In plaats van een mysterieuze of magische hoedanigheid te zijn, blijkt intuïtie dus heel normaal voort te vloeien uit het verwerven van deskundigheid. In het blad Psychology Today werd onlangs opgemerkt: „Onderzoekers hebben ontdekt dat intuïtieve mensen één belangrijke hoedanigheid gemeen hebben: Het zijn deskundigen op bepaalde . . . terreinen van kennis. En zij boren hun uitgebreide kennis met gemak aan om problemen op hun speciale terrein op te lossen. In feite blijken mensen juist intuïtief te zijn omdat — en in de mate waarin — zij deskundigheid bezitten.” Maar waarom zou deskundigheid leiden tot intuïtie?
Michael Prietula, docent bedrijfskunde, huldigt de theorie dat naarmate mensen meer over een onderwerp te weten komen, „de manier waarop zij denken en redeneren geleidelijk verandert”. Het verstand organiseert de informatie tot blokken of hompen. Deze grote informatiepatronen stellen het verstand soms in staat de langzamer, moeizame, analytische stappen over te slaan en rechtstreeks tot snelle intuïtieve conclusies of invallen te komen. Volgens Prietula worden de invallen beter naarmate de hersenen meer van deze grote patronen aaneenschakelen.
Hier volgt een alledaags voorbeeld uit het boek Brain Function: „Sla een slotenmaker eens gade bij zijn werk als hij met een simpel, gebogen stuk ijzerdraad een gecompliceerd slot aftast en het open laat springen, alsof hij geleid wordt door een mysterieuze intuïtie.” De intuïtie van de slotenmaker kan een toeschouwer inderdaad mysterieus toelijken; in werkelijkheid spruit ze voort uit jarenlange ervaring. Wij gebruiken dit soort intuïtie allemaal. Als u bijvoorbeeld op de fiets zit, zegt u niet bewust dingen tegen uzelf als: ’Ik geloof dat ik het voorwiel beter iets naar rechts kan bijsturen, want anders verlies ik misschien mijn evenwicht.’ Nee, de hersenen nemen zulke beslissingen intuïtief, gebaseerd op kennis die u door ervaring hebt opgedaan.
Evenzo kwam Einsteins intuïtie in de natuurkunde niet uit de lucht vallen. Hij had een enorm reservoir aan deskundigheid om uit te putten. Deskundigheid op één gebied hoeft echter niet tot intuïtie op een ander gebied te leiden. Einsteins intuïtie zou hem niet geholpen hebben een loodgietersprobleem op te lossen.
In de geest van velen horen de woorden „vrouwen” en „intuïtie” bij elkaar. Gaan vrouwen werkelijk meer op hun intuïtie af dan mannen? En zo ja, hoe zou het verwerven van deskundigheid dit verschijnsel dan kunnen verklaren?
Sta eens stil bij een veel voorkomend voorbeeld. Een baby huilt. De ervaren moeder, bezig in een andere kamer, reikt naar de luiers in plaats van voorbereidselen te treffen om het kind te voeden. Waarom? Zij heeft een intuïtief inzicht in het huilen van haar kind ontwikkeld. Zij weet welk gehuil welke behoeften aangeeft en welke op bepaalde tijdstippen meer voor de hand liggen. In een fractie van een seconde en zonder bewust te redeneren kan zij de behoefte van het kind inschatten en er iets aan doen. Is er een mysterieus zesde zintuig aan het werk? Nee, haar intuïtie is gebaseerd op haar bekwaamheid als moeder, een met moeite verworven voordeel van de ervaring die zij heeft opgedaan. Een kersverse moeder of een babysitter kan in het begin in dezelfde situatie voor een raadsel staan.
Het begrip vrouwelijke intuïtie is evenwel niet beperkt tot het moederschap. Velen hebben gemerkt dat vrouwen vaak de gevoeligheid van situaties rond mensen en persoonlijkheden sneller en intuïtiever kunnen taxeren dan mannen. Wetenschappers zijn er niet uit waarom de seksen in dit opzicht schijnen te verschillen.
Op basis van zijn studies van het onderwerp concludeerde de psycholoog Weston Agor van de University of Texas in El Paso, dat terwijl vrouwen gemiddeld meer intuïtief te werk gaan dan mannen, dit verschil meer aan de cultuur dan aan lichaamsprocessen toe te schrijven is. Andere deskundigen zijn eveneens tot de conclusie gekomen dat de traditionele rol van vrouwen hen traint om goede beoordelaars van karakters te zijn. De antropologe Margaret Mead zei het zo: „Door hun eeuwenlange training in menselijke relaties — want dat is vrouwelijke intuïtie in feite — kunnen vrouwen een speciale bijdrage leveren tot elke onderneming in groepsverband.”
Hoewel algemeen bekend is dat vrouwelijke intuïtie een speculatief onderwerp is, raken deskundigen het er steeds meer over eens dat intuïtie voor zowel mannen als vrouwen een uiterst nuttig instrument is. In zijn boek The Process of Education zegt de psycholoog Jerome Bruner: „De warme lof waarmee wetenschappers degenen onder hun collega’s overladen die het etiket ’intuïtief’ verdienen, is een belangrijke aanwijzing dat intuïtie een waardevol goed is in de wetenschap, een goed dat wij bij onze studenten moeten proberen te stimuleren.”
Niet alleen studenten echter hechten waarde aan de gave der intuïtie en wensen die aan te kweken. De vraag is: Behoort het tot de mogelijkheden? Toegegeven, sommige mensen zijn gewoon meer begiftigd met intuïtie dan andere. Maar daar intuïtie zo nauw verband schijnt te houden met het verwerven van deskundigheid, zijn sommige experts van mening dat wij het aangeboren intuïtieve vermogen kunnen vergroten door meer aandacht te besteden aan de manier waarop wij leren.
Probeer bijvoorbeeld bij het lezen niet eenvoudig een heleboel feiten in u op te nemen. Stel vragen. Helder alles op wat u niet begrijpt. Probeer de hoofdpunten samen te vatten en conclusies voor te zijn. Zoek in plaats van te proberen een menigte details te begrijpen, naar de grote lijnen en het patroon, de onderliggende beginselen. Zoals de hoogleraar in de psychologie Robert Glaser het ziet, ligt „het vermogen grote betekenisvolle patronen te bespeuren” juist ten grondslag aan intuïtie.
Natuurlijk is niet alle intuïtie juist. De kennis waarop de intuïtie gebaseerd is, kan om te beginnen al gebrekkig zijn geweest. Die ontnuchterende gedachte kan ons ertoe aanzetten de nauwkeurigheid van wat wij leren zorgvuldig na te gaan. Bijna 2000 jaar geleden moedigde de bijbel in al zijn wijsheid juist daartoe aan. Filippenzen 1:10 zegt het zo: ’Vergewis u van de belangrijker dingen.’ — Zie ook Handelingen 17:11.
Nog een nadeel van intuïtie is, dat ze getint kan zijn door onze emoties. Daarom kan het gevaarlijk zijn uitsluitend op uw intuïtie af te gaan bij het nemen van belangrijke beslissingen of bij het beoordelen van mensen. „Als u emotioneel bij iets betrokken bent, kan uw intuïtie minder betrouwbaar zijn, tenzij u uw gevoelens kunt relativeren”, waarschuwt de psychologe Evelyn Vaughan. Kwaadheid, angst, afgunst en haat — deze krachtige emoties kunnen, hoewel het zelf geen intuïtieve gevoelens zijn, onze intuïtie beïnvloeden en zelfs bederven. Neem bijvoorbeeld twee mensen die lang een hevige afkeer van elkaar hebben gehad. Doet zich een nieuw misverstand voor, dan weet elk van hen gewoon intuïtief dat de drijfveer van de ander slecht is. De bijbel geeft ons echter een wijze waarschuwing voor dit soort beoordelingen ’naar de uiterlijke waarde’. — 2 Korinthiërs 10:7.
Een andere emotie, trots, kan ons ertoe brengen te veel gewicht te hechten aan onze intuïtie, alsof die van bijzondere waarde zou zijn vergeleken met het oordeel en de meningen van anderen. Wij zouden snelle beslissingen kunnen nemen zonder de betrokkenen te raadplegen. Of trots zou ons ertoe kunnen brengen koppig vast te houden aan een intuïtieve beslissing in weerwil van de gekwetste gevoelens of de weldoordachte raad van anderen. Ook in dit verband geeft de bijbel wijze raad: „Indien iemand denkt dat hij iets is, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zijn eigen geest.” — Galaten 6:3.
Tot slot zij gezegd dat als iemand te veel op zijn intuïtie vertrouwt, dit mentale luiheid in de hand kan werken. Er is geen kortere weg voor het verwerven van kennis, onderscheidingsvermogen en wijsheid; systematische studie is de enige weg. In plaats van het eerste intuïtieve idee aan te grijpen dat bij hem opkomt, legt iemand die verstandig is dus een reservoir van kennis aan, dat dan een bron van begrip en inzicht wordt — en vaak ook van intuïtie.
Intuïtie is uiteindelijk slechts echt waardevol als ze in harmonie is met het grootste verstand in het universum — het verstand van de Schepper. Hij is de bron van nauwkeurige kennis en ware wijsheid, en hij wil dat wij deze essentiële kennis vergaren. Via de bijbel verleent hij ons in zijn goedheid toegang tot zijn gedachten, gevoelens en daden. Wanneer wij die kennis in ons leven in praktijk brengen, wordt ons „waarnemingsvermogen”, met inbegrip van onze intuïtie, „geoefend”. — Hebreeën 5:14.
Verwerf dus deskundigheid op dit terrein van kennis over de Schepper en zijn Zoon (Johannes 17:3). U zult nooit iets vinden wat meer uw moeite waard is. Er is geen betere bron voor intuïtie.
[Inzet op blz. 16]
Einstein hechtte veel waarde aan intuïtie
[Inzet op blz. 17]
Intuïtie is geen mysterieus zesde zintuig
[Inzet op blz. 17]
Gaan vrouwen werkelijk meer op hun intuïtie af dan mannen?
[Inzet op blz. 19]
Invallen zijn niet betrouwbaar als ze gebaseerd zijn op gebrekkige kennis
[Illustratie op blz. 18]
Intuïtief weet een moeder waaraan haar baby behoefte heeft als hij huilt