Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/2 blz. 24-27
  • Equatoriaal Guinee — Een schatkamer vol verrassingen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Equatoriaal Guinee — Een schatkamer vol verrassingen
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De band met Europa
  • „Een glimlach werkt aanstekelijk”
  • Het tropische woud — een schat om te beschermen
  • Unieke fauna van het woud
  • Gabon — Een toevluchtsoord voor wilde dieren
    Ontwaakt! 2008
  • De verkrachting van het regenwoud
    Ontwaakt! 1998
  • Schaduwen over het regenwoud
    Ontwaakt! 1997
  • 1975 — Het jaar waarin Papoea-Nieuw-Guinea onafhankelijk werd
    Ontwaakt! 1976
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/2 blz. 24-27

Equatoriaal Guinee — Een schatkamer vol verrassingen

Door Ontwaakt!-correspondent in Equatoriaal Guinee

ER IS in Afrika een land waar olifanten en gorilla’s nog altijd in de jungle rondzwerven, waar nauwelijks iets van commercie te merken is en waar kinderen nog wuiven naar voorbijgangers. En buiten Afrika hebben weinig mensen er ooit van gehoord.

De naam — Equatoriaal Guinee — past er wel bij. Het land, dat ongeveer zo groot is als België, ligt bijna op de evenaar. In december 1990 bezocht ik de twee voornaamste gebieden, het eiland Bioko en Mbini, een klein stukje Afrika.

De eerste verrassing die mij te wachten stond, was te vernemen dat het merendeel van de 350.000 inwoners naast hun inheemse talen vloeiend Spaans spreekt. Ik kwam te weten dat het het enige Spaanssprekende land in Afrika was geworden tengevolge van een van die grilligheden van de koloniale geschiedenis.

De band met Europa

Ongeveer twintig jaar voordat Columbus Amerika ontdekte, ontwaarde de Portugese zeevaarder Fernando Póo terwijl hij de Golf van Guinee aan het verkennen was, het rijkelijk begroeide, vulkanische eiland Bioko. Hij was zo verrukt van de schoonheid ervan dat hij het de naam Formosa (Prachtig) gaf. Jaren later beschreef een andere beroemde ontdekkingsreiziger, Sir Henry Stanley, het als „het juweel van de oceaan”.

Maar eeuwenlang werd de ongerepte schoonheid van het gebied ontsierd door de afschuwelijke slavenhandel. De strategische ligging van Bioko en Corisco (een ander eiland van Guinee, net uit de kust van Mbini) maakte ze tot ideale tussenstations voor de inscheping van Afrikaanse slaven naar Amerika. Van de zestiende tot de negentiende eeuw passeerden honderdduizenden slaven deze twee eilanden.

De aanspraak van de Portugezen op Bioko en de nabijgelegen kust werd in 1778 aan de Spanjaarden afgestaan ter beslechting van een geschil tussen de twee landen over hun territoriale aanspraken in het verre Zuid-Amerika. Zo kreeg Spanje zijn eigen bron van slaven in Afrika, in ruil waarvoor het afstand deed van zijn aanspraken op Portugees gebied in Brazilië.

Maar de grenzen waren niet duidelijk vastgelegd en de Spaanse kolonisten waren weinig in getal. In de negentiende eeuw, tijdens de Europese wedloop om de verdeling van de Afrikaanse kolonies, drongen Frankrijk en Duitsland het gebied op het vasteland binnen, terwijl Groot-Brittannië zijn zinnen had gezet op het eiland Bioko. Pas in 1900 werden de grenzen van Equatoriaal Guinee definitief vastgelegd, waarna het een Spaanse kolonie bleef totdat het in 1968 onafhankelijkheid kreeg.

„Een glimlach werkt aanstekelijk”

Ik kwam tot de ontdekking dat de bevolking van Equatoriaal Guinee een boeiende etnische mengeling was. Op het eiland Bioko zijn er de Bubi, terwijl in de twee voornaamste steden de lange Hausa opvallen. Het zijn immigranten uit het noorden en het zijn de belangrijkste handelaars van Guinee. De Fang vormen de grootste stam in het gebied op het vasteland en bekleden de meeste ambtenaarsposten. De bevolking glimlacht snel en veel, waardoor een spreekwoord van de Fang dat zegt dat ’een glimlach aanstekelijk werkt’, wordt bewaarheid.

De traditionele ambachten en gebruiken zijn springlevend. Het intrigeerde mij te zien hoe de Equatoriaalguineeërs hun eigen, weliswaar eenvoudige huizen bouwen van in het woud gevonden materialen. Vissers kappen nog steeds hun eigen boomstamkano’s uit en volgen die aloude methode bij de visvangst.

Elke dag drommen duizenden Equatoriaalguineeërs samen op de openluchtmarkten van Bata en Malabo, de voornaamste steden van het land. Een bezoek aan een markt verschafte mij een idee van de mensen en hun levenswijze. Op de markten wordt al het mogelijke verkocht, van tweedehands moersleutels tot apen (van apevlees kan een lekkere stoofschotel worden gemaakt). Een assortiment flessen met een krachtig, eigengemaakt wasmiddel wedijvert met keurige hopen bonen en teentjes knoflook om een plaats. In Guinee is tijd niet zo belangrijk, en het viel mij op dat de kraampjes nooit schenen te sluiten, tenminste niet vóór het vallen van de avond of voordat alles was verkocht.

In veel dorpen van de Fang zag ik een grote gemeenschapshut. Er werd mij verteld dat zo’n hut een Casa de la palabra (Huis van het woord) wordt genoemd. Hier komen de dorpsbewoners bijeen om hun geschillen te beslechten, nadat beide partijen uiting hebben gegeven aan hun grieven of „woorden”. De hut heeft open ramen, zodat ieder die dat wil het verloop van de zaak kan volgen.

Het tropische woud — een schat om te beschermen

Maar voor mij wordt Guinee bovenal gekarakteriseerd door het tropische woud. Toen wij eenmaal buiten het stedengebied waren, wekte de weelderige groei van het woud de indruk dat wij door een groene tunnel reden. Groen is de kleur van Guinee, groen in al zijn schakeringen, groen dat na elke tropische regenbui weer glanst. Een netwerk van klimplanten, dichte bamboebosjes en honderden soorten bomen vormen dicht opeen een groene mantel over het land. Het tropische woud — wanordelijk en toch harmonieus — is het waard om op onze ontboste planeet in ere gehouden te worden.

Grote delen van Equatoriaal Guinee herbergen nog maagdelijke tropische wouden en sommige hiervan zijn uitgekozen als toekomstige nationale parken. En het woud is niet louter decoratief. Het verschaft de Guineeërs voedsel, brandstof en zelfs geneesmiddelen. Het behoeft ons dus niet te verbazen dat een enorme tropische boom, de kapokboom, het hoofdmotief is van het wapen van Guinee.

Ik moest wel onder de indruk raken van de schoonheid van Bioko, een schoonheid die vijf eeuwen geleden ook diepe indruk maakte op de eerste Europese ontdekkingsreizigers. Het is een bergachtig eiland dat bezaaid is met vulkanische kraters, waarvan sommige meren zijn geworden en zo bijdragen tot de variatie in het landschap. De hoogste vulkanische top op het eiland verheft zich bijna 3000 meter boven de zeespiegel en de beboste hellingen ervan huisvesten een verscheidenheid aan exotische vogels en vlinders, die de welige plantengroei opluisteren met felle kleuraccenten.

Hoog op de berg keek ik geboeid naar de kleine honingzuigers, die over de struiken en de bloemen van de berghellingen schoten. Het groen met rode verenkleed van de mannetjes glinsterde als juwelen in de middagzon. Net als de Amerikaanse kolibries voeden ze zich sierlijk met de nectar van grote bloemen of met de insekten die ze tussen de bloemblaadjes vinden.

Unieke fauna van het woud

Het equatoriale woud huisvest een ongelofelijke verscheidenheid aan wild, vooral op het vasteland. Buffels en olifanten van een kleinere soort dan hun neven in de Afrikaanse savanne bewonen de dichte jungle, maar misschien wel het meest opmerkelijke dier van het woud is de gorilla, waarvan het aantal overal in Afrika afneemt. Ik speelde met een tamme jonge gorilla, wiens moeder door jagers was gedood. Zijn droevige blik herinnerde mij aan de onzekere toekomst die de mens de gorilla bezorgt.

Vijfentwintig jaar geleden waren natuurkenners uit alle delen van de wereld verbaasd toen zij van de ontdekking van een albino gorilla in Guinee hoorden. Het was het eerste bekende geval van albinisme bij gorilla’s. Zijn haar was helemaal wit en hij had een roze huid en blauwe ogen. Hij werd Copito de Nieve (Sneeuwvlokje) genoemd en werd uiteindelijk naar de dierentuin van het Spaanse Barcelona gebracht, waar hij het publiek nog steeds in verrukking brengt.

Het eerste wat mij van het woud opviel, was dat weinig dieren werkelijk te zien zijn. Veel dieren slapen overdag en alleen ’s nachts komt het woud echt tot leven. Bij het invallen van de duisternis verlaten duizenden vleerhonden hun slaapplaatsen om het bladergewelf af te stropen en beginnen visuilen hun nachtelijke ronde langs de beken en rivieren. Bushbaby’s of galago’s met wijdopen ogen rennen met grote sprongen van de ene tak naar de andere alsof het klaarlichte dag is.

Overdag zijn het vooral vogels en vlinders die leven en kleur aan het woud geven. Het meest in het oog springend zijn de reusachtige pages of ridderkapellen met hun felle zwart met groene vleugels en hun grillige vlucht. Boven ons hoofd steekt het gedempte gekoer van de groene papegaaiduiven af bij de krassende roep van de onelegante neushoornvogels.

Op de bodem van het woud ontdekte ik een blauw met oranje gekleurde hagedis, een kolonistenagame, die vanaf een omgevallen boomstam alles in de gaten hield. Afgezien van het naar binnen en buiten schieten van zijn tong, die behendig elke mier oplepelde die binnen zijn bereik kwam, zat hij doodstil ineengedoken.

Ik had niet het geluk om een van de unieke rivierbewoners van Guinee te zien. Langs de oevers en de watervallen van de rivier de Mbía leeft de grootste kikker ter wereld, de Conraua goliath of Goliathkikker. Deze kikkers kunnen wel drie kilo of meer wegen en meten van top tot teen negentig centimeter. Volgens de onderzoeker Paul Zahl van National Geographic kunnen ze zich met hun sterke poten in één enorme sprong drie meter verplaatsen.

In Equatoriaal Guinee is de ondergaande zon eerder oranje dan rood, wat laat zien dat de atmosfeer er niet zo verontreinigd is als in andere delen van de wereld. De consumptiemaatschappij heeft hier nog niet zo erg toegeslagen, en de bomen van het woud zijn er dagelijks mee bezig de zuurstof aan te vullen. Zulke onbedorven gebieden van de wereld zijn schaars. Het is te hopen dat deze tropische schat er een van zal blijven.

[Kaarten op blz. 24]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

AFRIKA

Equatoriaal Guinee

EVENAAR

[Kaart]

Bioko

Mbini

[Illustraties op blz. 25]

Vissers kappen nog steeds hun kano’s uit

Gemeenschapshut („Casa de la palabra”), waar dorpsbewoners bijeenkomen om hun geschillen te beslechten

[Illustraties op blz. 26]

Jonge gorilla

Afrikaanse visuil

Grote galago

Afrikaanse vlinder

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen