Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/2 blz. 18-19
  • Rampen — Straffen van God?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Rampen — Straffen van God?
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Oordeelt de Almachtige God in deze tijd bevolkingsgroepen?
  • Kunnen wij er lessen uit leren?
  • Zal er een laatste oordeel over de mensheid komen?
  • Wat zegt de Bijbel over natuurrampen?
    Vragen over de Bijbel
  • Natuurrampen — Waarom zo veel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • Natuurrampen — Is God verantwoordelijk?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1993
  • Zijn natuurrampen een straf van God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/2 blz. 18-19

De zienswijze van de bijbel

Rampen — Straffen van God?

IN DE Filippijnen, een land dat herhaaldelijk door natuurrampen wordt getroffen, hebben veel mensen zich afgevraagd: ’Stelt God de mens met zulke rampen op de proef?’ In 1991, na de meest verwoestende vulkaanuitbarsting van deze eeuw, werd in een Filippijnse krantekop de vraag gesteld: „Uitbarsting: Straf van God?”

De columniste Nelly Favis-Villafuerte verwoordde deze zienswijze toen zij schreef: „Toch is er voor christenen die in de bijbel geloven slechts één verklaring: De uitbarsting van de vulkaan Pinatubo is een goddelijke bezoeking om ons er opnieuw aan te herinneren dat er een ontzag inboezemende en soevereine God is met overheersende macht over de aangelegenheden en het lot van mensen en volken.” Met het oog op deze bewering stellen wij de vraag:

Oordeelt de Almachtige God in deze tijd bevolkingsgroepen?

Dat God dit in het verleden heeft gedaan, valt niet te ontkennen. De in de Schrift opgetekende voorbeelden van de vloed in Noachs dagen, de vernietiging van Sodom en Gomorra, en bij twee gelegenheden de volledige verwoesting van Jeruzalem, de stad waaraan zijn grote naam verbonden was, laten zien dat de Almachtige God doelbewust een oordeel kan brengen over degenen die telkens weer nalaten zijn maatstaven hoog te houden. — Genesis 7:11, 17-24; 19:24, 25; 2 Kronieken 36:17-21; Mattheüs 24:1, 2.

Hoe staat het echter in deze tijd? Dat er een tijd van wereldomvattende ellende zou komen, werd door Christus Jezus voorzegd in hoofdstuk 24 van Mattheüs, hoofdstuk 13 van Markus en hoofdstuk 21 van Lukas. In deze hoofdstukken waarschuwde hij profetisch dat zich gebeurtenissen en omstandigheden zouden voordoen die in verband zouden staan met het besluit van dit samenstel van dingen, zodat weldenkende mensen konden weten dat hij onzichtbaar vanuit de hemel regeerde. Deze profetieën gaan in deze tijd in vervulling. Er dient evenwel opgemerkt te worden dat Jehovah God bij elk van de bovengenoemde oordelen herhaaldelijk duidelijke waarschuwingen heeft gegeven voordat de vernietiging kwam (Amos 3:7). Maar bij natuurrampen die in onze tijd plaatsvinden, komen waarschuwingen gewoonlijk van wereldse autoriteiten, gebaseerd op wetenschappelijke waarnemingen.

Bovendien vertelt de discipel Jakobus ons in vers 13 van het eerste hoofdstuk van zijn brief: „Met kwade dingen kan God niet worden beproefd, noch beproeft hij zelf iemand.” Met het groeien van de wereldbevolking is de mens op de rand van veel potentiële gevaren komen te leven. De vraag naar ruimte om te wonen en voedsel te verbouwen, heeft tot kaalslag van eens beboste gebieden geleid, waardoor sommige natuurrampen die het gevolg zijn van overmatige regenval en snelle afvloeiing soms nog verwoestender zijn geworden.

Het zou derhalve niet juist zijn te zeggen dat natuurrampen rechtstreeks door de Almachtige God worden teweeggebracht als straf voor de mensen die in de getroffen gebieden wonen. Het is duidelijk dat degenen die in tijden van nood het meest te lijden hebben, juist vaak onschuldigen zijn, zoals jonge kinderen. Maar ook al veroorzaakt de Almachtige God zulke rampen niet, toch vragen wij ons misschien af:

Kunnen wij er lessen uit leren?

Ja. Voor degenen die in de getroffen gebieden wonen, is het een test hoeveel waarde zij hechten aan hun materiële bezittingen in vergelijking met het leven zelf. In zulke tijden hebben mensen, alleen om wat eigendommen te redden, onnodig hun leven geriskeerd. Laten wij niet vergeten dat Jezus zei: „Ook al heeft iemand overvloed, zijn leven spruit niet voort uit de dingen die hij bezit” (Lukas 12:15). Materiële dingen kunnen worden vervangen, maar geen mens kan zijn leven vervangen. — Mattheüs 6:19, 20, 25-34.

Natuurrampen brengen mensen er ook toe na te denken over de wijze waarop zij leven. De apostel Paulus gaf christenen de aansporing zorgvuldig te letten op hun gedrag: „Ziet er daarom nauwlettend op toe hoe u wandelt, niet als onwijzen maar als wijzen, terwijl u het beste maakt van de crisissituatie, omdat de dagen goddeloos zijn” (Efeziërs 5:15, 16, Byington). Door elke beproeving waaraan iemand tijdens zijn leven het hoofd moet bieden, wordt hij eraan herinnerd hoe belangrijk het is een sterk geloof te hebben.

Een derde les die wij uit natuurrampen leren, is dat wij meer medegevoel of empathie voor anderen moeten ontwikkelen. Binnen het rampgebied dient men liefdevolle bezorgdheid te tonen voor de andere slachtoffers in plaats van de houding aan te nemen dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen. Dit geldt in het bijzonder voor degenen aan wie de verantwoordelijkheid is toevertrouwd om zorg te dragen voor anderen. De profeet Jesaja schreef over mensen die hij „vorsten” noemde dat zij „als een wijkplaats voor de wind blijken te zijn en een schuilplaats voor de slagregen, als waterstromen in een waterloos land, als de schaduw van een zware, steile rots in een uitgeput land”. — Jesaja 32:1, 2.

Wat betreft het betonen van empathie tijdens rampen, er zijn veel gelegenheden om met anderen te delen wat men heeft, zowel met woorden als met daden. De uitbarsting van de Pinatubo en de eruit voortvloeiende catastrofes boden bijvoorbeeld talloze gelegenheden om een aandeel te hebben aan het helpen van degenen die wegens de ramp moesten vluchten. Velen hadden niet eens de middelen om dagelijks aan voedsel te komen. Zo konden mensen hun onzelfzuchtigheid tonen door anderen te helpen. Velen vragen zich echter wel af:

Zal er een laatste oordeel over de mensheid komen?

Ja, beslist. Dat blijkt duidelijk uit Gods Woord (Mattheüs 24:37-42; 2 Petrus 3:5-7). Voordat dit oordeel komt, moet er een wereldomvattend waarschuwingswerk worden verricht, zoals Jezus verder profeteerde: „Ook moet eerst in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt.” — Markus 13:10.

Elk van ons dient zich dus af te vragen: ’Wat ga ik doen?’ Wij verzoeken u dringend de tijd te nemen om te onderzoeken waartoe de bijbel ons allen aanspoort met het oog op het overleven van die wereldomvattende ramp.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen