Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/2 blz. 15-17
  • De dag dat het zand regende

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De dag dat het zand regende
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ooggetuigeverslag
  • Wat was er gebeurd?
  • De gevolgen en de verleende hulp
  • Lahars — Een voortdurend gevaar
  • Lahars — De nasleep van de Pinatubo
    Ontwaakt! 1996
  • Bent u wakker ten aanzien van onze tijd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Het wonder dat zand heet
    Ontwaakt! 2003
  • Gered door acht te slaan op waarschuwingen
    Blijf waakzaam!
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/2 blz. 15-17

De dag dat het zand regende

Door Ontwaakt!-correspondent in de Filippijnen

ZATERDAG 15 juni 1991 was een dag die de meeste bewoners van Centraal-Luzon niet licht zullen vergeten. Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar dit was de dag waarop er een regen van zand viel op de rijk begroeide groene heuvels en padievelden van de provincies Pampanga, Tarlac en Zambales in de Filippijnen. Wat er die dag precies gebeurde en hoe dit van invloed is geweest op de meer dan twee miljoen inwoners van dit gebied, onder wie zo’n 2900 getuigen van Jehovah, is zowel hartverscheurend als belangwekkend.

Er gingen weinig levens verloren, aangezien vulcanologen die de seismische activiteiten van de berg Pinatubo nauwkeurig volgen, bijtijds hadden gewaarschuwd. Duizenden leden van de oorspronkelijke bevolking, de Aëta, hadden de berghelling verlaten voordat de zwaarste vulkaanuitbarstingen plaatsvonden, en allen die binnen een straal van twintig kilometer van de Pinatubo woonden, werd dringend verzocht in andere gebieden een veilig heenkomen te zoeken. Slechts twee dagen voor de eerste grote uitbarsting op 12 juni evacueerde de Amerikaanse luchtmacht het grootste deel van haar personeel van de luchtbasis Clark aan de voet van de Pinatubo naar de marinebasis bij Olongapo City, de grootste operatie van die soort sinds de Tweede Wereldoorlog. De beroepsgeoloog Richard J. Purser was in een open brief die hij aan de Filippino’s schreef vol lof over de waarschuwingen: „Het Phivolcs [het Filippijns Instituut voor Vulcanologie en Seismologie] heeft u tot dusver goede diensten bewezen, en hun adviezen zijn duidelijk, verstandig en wetenschappelijk juist geweest.”

Ooggetuigeverslag

Esther Manrique, een volle-tijdpredikster van Jehovah’s Getuigen die in Subic (Zambales) woont, ongeveer dertig kilometer van de Pinatubo, beschrijft hoe het was om de dagen dat het zand regende mee te maken. Zij vertelt: „Het begon allemaal op woensdagmorgen 12 juni. Toen wij in de velddienst gingen, stonden de meeste mensen naar een verbazingwekkend schouwspel te staren. Er vormde zich boven de Pinatubo een paddestoelvormige wolk, alsof er een atoombom was ontploft. Na enkele minuten begon het te regenen — maar geen water; in plaats daarvan vielen er zandkorrels.

Op donderdag regende het weer zand. Vrijdagmiddag om een uur of twee werd het plotseling donker en regende het in het hele gebied zand en modder. Werknemers en schoolkinderen werden onmiddellijk naar huis gestuurd. Degenen die geen paraplu bij zich hadden, zagen er door het zand en de modder uit als wandelende stukken steen.”

Zaterdagmorgen omstreeks zeven uur werd de lucht zwart en dat bleef ongeveer een uur zo. Celestino Layug uit Porac (Pampanga) sprak van een opmerkelijk natuurverschijnsel dat hij die nacht had waargenomen: „Zulke bliksemflitsen als zaterdagnacht had ik nog nooit gezien. Naast de gewone witte en blauwachtige tinten waren er ook rode en roze kleuren te zien. Tegelijkertijd werden er telkens aardbevingen gevoeld.”

Wat was er gebeurd?

De geoloog Richard Purser schreef: „Als er in Hollywood zo’n script was geschreven, zou men het scenario van tien grote erupties, drie tektonische aardbevingen en een hevige tyfoon in dezelfde nacht als onaannemelijk van de hand wijzen. Ja, de werkelijkheid kan merkwaardiger zijn dan een verzinsel.” In een interview op de televisie schatte de directeur van het Phivolcs, Raymundo Punongbayan, op basis van de afmetingen van de krater, dat er zo’n 2 km3 vulkanisch materiaal de atmosfeer in was gebraakt.

Hoeveel kracht was er nodig om zo’n gigantische hoeveelheid materiaal te verplaatsen? De geoloog Purser zei: „De energie die nodig is om 2 miljard m3 (5 miljard ton) gemiddeld 17,5 kilometer recht omhoog te brengen, komt overeen met een atoomwapen van 25 megaton (1500 maal zo krachtig als de bom op Hiroshima).”

Natuurlijk viel niet alle as en zand in de Filippijnen. Berichten van lichte asregens kwamen van de overzijde van de Zuidchinese Zee uit Vietnam en Kambodja, alsook uit Singapore en Maleisië. Zelfs in China werd de weersgesteldheid beïnvloed. „Zoals de officiële [Chinese] pers op woensdag schreef, hadden meteorologen gezegd dat de normale weerspatronen waren verstoord door rook, as en atmosferische gassen, met als gevolg dat rijk begroeide zuidelijke provincies met droogte te kampen hadden, terwijl het noorden werd gegeseld door stortregens.”

Op Hawaii zou 11 juli een reeds lang verwachte zonsverduistering brengen. Maar het fijne stof dat zich tengevolge van de uitbarsting van de Pinatubo in de aardatmosfeer ophoopte, bezorgde sommige wetenschappers een teleurstelling. Donald Hall, directeur van het Instituut voor Astronomie aan de University of Hawaii, zei: „Het is gewoon diep betreurenswaardig dat de vulkaan, na een inactiviteit van 600 tot 700 jaar, niet even nog een week of wat gewacht heeft met uitbarsten.”

De gevolgen en de verleende hulp

Op zijn minst achttien kleine en twee grote steden vlak bij de Pinatubo werden getroffen door een aanhoudende as- en zandregen. Duizenden gebouwen, waaronder acht Koninkrijkszalen van Jehovah’s Getuigen, werden ernstig beschadigd toen de daken instortten onder het gewicht van het zand en van het water van een tyfoon.a De president van de Filippijnen, Corazon Aquino, verklaarde op 22 juli in haar officiële toespraak tot het volk over de stand van zaken: „De uitbarsting van de Pinatubo is de grootste van deze eeuw. . . . Ze is zo verwoestend dat er 80.000 hectare van onze vruchtbare cultuurgrond is vernield en de handel in minstens drie provincies is geruïneerd. . . . Het was zo’n krachtig gebeuren dat de grootste militaire basis in de Stille Zuidzee erdoor werd weggevaagd.”

Duizenden mensen, met inbegrip van honderden getuigen van Jehovah, moesten huis en haard ontvluchten. Toen op 15 juni, laat op de dag, op het bijkantoor van het Wachttorengenootschap de eerste verzoeken om hulp binnenkwamen, werden er in nabijgelegen Koninkrijkszalen en twee congreshallen vluchtelingencentra ingericht. Op maandagmorgen 17 juni begonnen twee ploegen Getuigen van het bijkantoor een onderzoek in de verwoeste gebieden in te stellen. Toen de dag daarop hun berichten binnenkwamen, kregen reizende bedienaren opdracht om bij de getroffen Getuigen langere bezoeken te brengen en hun aanvullende voorraden voedsel, water en medicamenten te bezorgen. Terzelfder tijd ontving het bijkantoor financiële hulp van Getuigen uit zowel Groot-Manila als andere delen van het land die niet door de vulkaanuitbarsting waren getroffen. Mensen die geen getuigen van Jehovah waren, merkten op wat een hulp er werd verleend. Men hoorde één persoon zeggen: „Jullie, Getuigen, zijn werkelijk zorgzaam en reageren onmiddellijk.”

Lahars — Een voortdurend gevaar

De bevolking van Centraal-Luzon voegde al snel een nieuw woord aan haar vocabulaire toe: lahar, wat duidt op een modderstroom die veel vulkanisch puin bevat. Niet minder dan dertien beken en rivieren ontspringen op de Pinatubo. Hoewel de berg niet echt hoog is, slechts 1760 meter, zou de opeenhoping van zo’n 2 miljard m3 zand en as op de hellingen verwoestend blijken voor de langs de rivieren gelegen gebieden. In feite waren er op zaterdag 15 juni, de dag van de grootste uitbarsting, al modderstromen door Porac, Guagua, Bacolor en Angeles City gespoeld. De lahar die met de rivier de Abacan in Angeles City omlaag kwam zetten, verwoestte drie bruggen en blokkeerde de autosnelweg, terwijl in Bacolor de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen en ook honderden woonhuizen volstroomden met modder. Vanaf eind juli zijn er meer dan 36.000 huizen verwoest en nog eens 61.000 beschadigd, zonder dat het eind in zicht is.

Hoewel de schade in het getroffen gebied verschrikkelijk is en de dreiging van verdere verwoestingen nog steeds groot, is de opmerkelijke kalmte waarmee de Filippino’s deze tegenspoed onder de ogen zien prijzenswaardig. In het hoofdartikel van de Manila Bulletin van 29 juni 1991 stond het volgende commentaar: „Ondanks het feit dat niemand de uitbarsting van de Pinatubo verwachtte, ziet het ernaar uit dat de mensen in het gebied, de regeringsinstanties en het publiek tegen de situatie opgewassen zijn. Net als bij de laatste aardbeving zijn wij getuige van het vermogen van ons volk om tegenspoed onder de ogen te zien. Wij kunnen slechts bewondering hebben voor hun moed en vastberadenheid.”

[Voetnoot]

a In de Filippijnen had deze tyfoon, die Diding werd genoemd, windsnelheden van 130 kilometer per uur toen hij op 15 juni 1991 Centraal-Luzon passeerde.

[Kaarten op blz. 15]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

FILIPPIJNEN

China

[Kaart]

FILIPPIJNEN

Pinatubo

Olongapo City

Manila

Zuidchinese Zee

[Illustraties op blz. 16]

Daken van Koninkrijkszalen stortten in onder het gewicht van as, zand en regen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen