„Zeg nooit nooit!”
PREDIKER 9:11 vertelt ons dat ’tijd en onvoorziene gebeurtenissen ons allen treffen’. Dat overkwam ons gezin tegen eind november 1986. Tiarah, een van onze drie kinderen, was drie en een half jaar toen zij naar wij dachten een verkoudheid opliep, die gepaard ging met een hardnekkige hoest. Wij gingen met haar naar de kinderarts, die ons verwees naar een huisarts. Hij dacht ook dat Tiarah verkouden was, met een lichte verstopping op de borst, maar niets om ons zorgen over te maken. Hij schreef een ander middel tegen de hoest voor en antibiotica.
Tiarahs toestand ging achteruit. Zij had 41 ° koorts, zij gaf over, haar darmen waren van streek en zij had pijn op haar borst. Er werden röntgenfoto’s gemaakt en zij kreeg meer antibiotica. De verpleegster riep ons toen Tiarahs röntgenfoto’s terugkwamen. De artsen dachten dat zij een acute longontsteking had. Haar temperatuur was toen opgelopen tot 42 à 43 °C. Haar bloedgehalte werd daardoor uitermate laag, 2,0. Op 16 december werd Tiarah in het ziekenhuis opgenomen.
Wij zijn Jehovah’s Getuigen en houden ons aan de in Handelingen 15:29 aan christenen gegeven raad ’zich te onthouden van bloed’. Wij maakten ons echter niet al te veel zorgen over de bloedkwestie. Tiarahs kinderarts is hematoloog en hij was er heel goed van op de hoogte dat wij geen bloedtransfusies zouden aanvaarden. Toen Tiarah in het ziekenhuis opgenomen zou worden, herinnerden wij de kinderarts onmiddellijk aan ons standpunt inzake bloed. Zijn antwoord luidde: „Ja, ja, ik ken uw overtuiging, maar ik denk niet dat u zich zorgen hoeft te maken over de bloedkwestie.”
Nadat het ziekenhuis zelf röntgenfoto’s en een ECG had gemaakt en bloedtests had gedaan, werd Tiarah naar een kamer gebracht. Wij bleven bij haar totdat zij in slaap viel. De volgende ochtend werd mij verteld dat Tiarah inderdaad longontsteking had, dat het een heel ernstig geval was en dat zij ongetwijfeld nog zo’n 10 tot 15 dagen in het ziekenhuis moest blijven. Haar temperatuur schommelde rond de 43 °C, wat de artsen erg zorglijk stemde. Zij bestudeerden de röntgenfoto’s, het ECG en de bloedtests nogmaals en besloten meer tests te doen. Die wezen uit dat zij geen longontsteking had maar waarschijnlijk een soort tumor op haar long.
Bloed wordt een strijdpunt
Nodeloos te zeggen dat dit een ander licht op Tiarahs situatie wierp. Er werden eindeloze tests gedaan, waaronder een voor t.b.c., die negatief uitviel. Er werden echogrammen, CT-scans en talrijke röntgenfoto’s gemaakt. De laatste röntgenfoto’s lieten een uitgebreide infectie van de rechterlong zien. De linkerlong leek het samenvallen nabij — en die long was van doorslaggevend belang, daar ze het grootste deel van de ademhaling voor haar rekening nam. De bloedtransfusiekwestie kwam weer ter sprake. Wij hadden bij Tiarahs opname in het ziekenhuis verklaringen getekend waarbij het ziekenhuis ontheven werd van alle verantwoordelijkheid in verband met onze weigering van bloed. Nu dacht men dat wij van mening zouden veranderen omdat het leven van ons kind in gevaar was.
Toen wij bij ons besluit bleven, veranderde alles. De ziekenhuisdirectie zei ons dat wij niet deugden als ouders, dat zij om een gerechtelijk bevel zouden vragen dat hun toestond Tiarah bloed toe te dienen en dat zij onze andere twee kinderen bij ons weg zouden laten halen. Zij zouden wachten op het gerechtelijk bevel en zodra het kwam, zouden zij de geïnfecteerde long wegnemen. Voor wat wel de 50ste keer leek, legden wij hun uit dat wij niet tegen medische behandelingen gekant zijn en dat hoewel wij geen bloed aanvaarden, wij wel bloedvervangende middelen accepteren.
Het mocht allemaal niet baten. De artsen weigerden te luisteren. Zij gingen druk op ons uitoefenen opdat wij van gedachten zouden veranderen. Zij begonnen iedereen van de staf en alle anderen die op de afdeling werkten — van artsen tot verpleegsters tot schoonmaakpersoneel — te vertellen wat wij ons kind aandeden. Die mensen kwamen dan naar ons toe en vroegen ons waarom wij ons kind lieten sterven. Mijn man en ik zeiden de artsen dat wij een andere dokter zouden zoeken en een ziekenhuis dat Tiarah zou opnemen en haar de noodzakelijke behandeling zou geven zonder bloed. Zij vertelden ons dat geen enkel ziekenhuis haar in haar toestand zou vervoeren. Ik zei tegen hen: „Zeg nooit nooit!”
Ook al zou zij sterven, zij wilde geen bloed
Ik legde de situatie uit aan Tiarah, vertelde haar wat de artsen zeiden, wat Jehovah’s zienswijze op dat punt was en wat wij besloten hadden, namelijk een dokter en een ziekenhuis te zoeken die haar zouden helpen zonder haar bloed toe te dienen. Tiarah begreep het heel goed voor haar jeugdige leeftijd. Zij wilde Jehovah gehoorzamen. Ook al zou zij sterven, zij wilde geen bloed. Mijn eigen dochtertje, hoe ziek zij ook was, zo haar eigen standpunt in te horen nemen, bracht mij de tranen in de ogen. Ik besefte toen beter dan ooit hoe belangrijk het is om van kindsbeen af met bijbelonderwijs te beginnen, daar Tiarah ons zelfs op de leeftijd van drie en een half jaar op haar eigen eenvoudige manier kon vertellen dat zij ondanks alles trouw wilde blijven aan Jehovah. — Efeziërs 6:4; 2 Timotheüs 3:15.
In onze pogingen Tiarah het ziekenhuis uit te krijgen voordat het gerechtelijk bevel kwam om haar bloed te geven, had mijn man met een van de gemeenteouderlingen gepraat. Die sprak met een arts die zei dat hij zou kijken wat hij kon doen. Dat gaf ons wat hoop.
Ik was sinds de avond nadat Tiarah was opgenomen in het ziekenhuis gebleven en was mentaal, lichamelijk en emotioneel uitgeput. Mijn lieve man, die dat besefte, stond erop dat ik naar huis zou gaan en dat hij die avond bij Tiarah zou blijven. Ik ging naar huis, maar kon niet slapen. Ik gaf het huis een beurt, belde mijn ouders op en praatte met andere vrienden die Getuigen waren. Uiteindelijk viel ik in slaap — ik weet niet voor hoe lang — en toen ging de telefoon. Ik durfde niet op te nemen, bang als ik was dat het mijn man zou zijn die belde om me te vertellen dat Tiarah overleden was.
Ten slotte nam ik de telefoon op. Het was de arts met wie de ouderling contact had opgenomen; hij vertelde me dat er een arts was gevonden die bereid was ons standpunt inzake bloed te respecteren en die Tiarah zelfs nu zij zo achteruit was gegaan, wilde opnemen. Hij had al regelingen met ons ziekenhuis getroffen voor Tiarahs ontslag! Ik bedankte hem onder tranen. Ik hing op en viel op mijn knieën om Jehovah te danken.
Na tien dagen in dat eerste ziekenhuis gelegen te hebben, werd Tiarah opgenomen in een ziekenhuis in een andere wijk van de stad New York. Dit ziekenhuis was gespecialiseerd in longaandoeningen bij kinderen. Toen Tiarah arriveerde, werd er al op haar gewacht. Er volgde een reeks CT-scans, röntgenfoto’s, echogrammen, ECG’s en bloedtests voor hun dossiers en zij bestudeerden de dossiers die wij hun van het andere ziekenhuis gaven. Na al dit onderzoek was de arts die wij nu hadden, een longspecialist, van mening dat een transfusie een vergissing zou zijn en dat haar lichaam die zou afstoten.
Volledig genezen zonder bloed
Tijdens Tiarahs verblijf in dit ziekenhuis kreeg zij een bijzonder goede verzorging van mensen die gespecialiseerd waren in de behandeling van jonge kinderen met longaandoeningen. Zij overlegden met ons over medische problemen en stelden ons op de hoogte van de behandeling die zij wilden toepassen. Zij brachten haar niet volledig onder narcose maar pasten plaatselijke anesthesie toe. Toen namen zij wat vocht uit de pleuraholte af en stuurden het naar het lab voor proeven met verschillende antibiotica. Zij kwamen tot de bevinding dat de ziektekiemen gevoelig waren voor een simpel antibioticum dat bij verkoudheden wordt gebruikt. Tiarah kreeg grote doses van dit antibioticum en werd voor tien dagen in een zuurstoftent gelegd. Zij ging gestadig vooruit.
Bij het bestuderen van haar CT-scan en röntgenfoto’s ontdekten de artsen dat zij een abces had op het onderste deel van haar rechterlong. Ondanks het feit dat het antibioticum de hoeveelheid vocht rond de long verminderde, bestreed het niet het abces. In feite produceerde het abces meer vocht, en de artsen dachten dat het misschien chirurgisch weggenomen zou moeten worden. Maar eerst zetten zij de antibiotica-behandeling voort, waaraan nog een andere soort toegevoegd werd. Zij gaven haar ook hoge doses ijzer en zetten haar drie dagen op intraveneuze voeding, gevolgd door een licht dieet van vast voedsel. Haar bloedgehalte steeg tot 5,0 en vervolgens tot 7,0. De hematoloog en de longspecialist waren verbaasd over zo’n snelle en aanhoudende verbetering — dermate zelfs dat de longarts zei: „Uw God helpt vast een handje.”
Daar het abces niet reageerde op de zware doses antibiotica, werd er vocht uit het abces zelf getest. Geconstateerd werd dat deze bepaalde bacterie gevoelig was voor een ander type antibioticum. Daar het een verkoudheidsmicrobe was die vaak in de mond wordt aangetroffen, dacht de arts dat Tiarah die al etend binnen moest hebben gekregen en dat ze in het verkeerde keelgat geraakt en zo in haar long terechtgekomen was. De antibiotica probeerden deze microbe te bestrijden, waardoor deze ingekapseld raakte en er een abces ontstond. Volgens de arts was dit heel ongewoon, zodat hij het nodig oordeelde al zijn bevindingen en de toegepaste behandeling te documenteren en zijn verslag naar een medisch tijdschrift op te sturen.
Na een maand in dat ziekenhuis gelegen te hebben, werd Tiarah poliklinisch patiënt. Zij moest nog drie maanden lang elke week naar de specialist en grote doses antibiotica en ijzer gebruiken. Zij is echter nooit geopereerd. Zij is volkomen genezen, zonder dat er een vlek op haar longen te zien is.
Tiarah is nu een verkondigster in de christelijke gemeente van Jehovah’s Getuigen. Op 14 februari 1991 hield zij haar eerste toespraakje op de theocratische bedieningsschool van de gemeente. Mijn man en ik danken Jehovah dat hij ons krachtige standpunt om ons in gehoorzaamheid aan Zijn geboden van bloed te onthouden, heeft gezegend. Mogen wij allemaal Jehovah blijven loven, want hij is het waard geloofd te worden. En onthoud dat als een arts tegen u zegt dat u het zonder bloed nooit zult halen, u tegen hem zegt: „Zeg nooit nooit!” — Ingezonden door Nina Hooks, Brooklyn (New York).