Loterijen — Waarom zo populair?
WAAROM spelen mensen in de loterij? „Het is spannend, het is leuk”, zei een woordvoerster van het bestuur van een loterij. Dat kan wel zijn, maar de grootste aantrekkingskracht gaat toch uit van het prijzengeld. Bijna iedereen kan wel wat extra geld gebruiken. En loterijen beloven veel geld. In de huidige onzekere wereld van stijgende prijzen, krachs van de effectenbeurs en uitzichtloze banen geloven miljoenen mensen dat het winnen van de loterij voor hen de enig denkbare manier is om fabelachtig rijk te worden.
Wat het nog aantrekkelijker maakt, is dat loterijen niet ingewikkeld zijn en het gemakkelijk is erin mee te spelen. Er zijn veel variaties, zoals de lotto, getallenloterijen en spelen waarbij men over het papier krast om verborgen getallen te onthullen, maar ze hebben allemaal twee kenmerken gemeen. Het eerste is dat de spelers winnen als de getallen op hun lot overeenkomen met die welke de organisators getrokken hebben. Het tweede is dat er in tegenstelling tot andere vormen van gokken geen speciale behendigheid of kennis vereist is om te winnen. Winnen of verliezen is een kwestie van puur toeval.
Mensen spelen ook in de loterij omdat het gemakkelijk is loten te kopen. De meeste Amerikanen kunnen ze bij de plaatselijke kruidenierswinkel kopen. Elders kunnen spelers, als er geen loterijkantoor in de buurt is, inzetten via de post, telefoon, telex of fax.
Wat is er nieuw aan loterijen?
Zijn loterijen iets nieuws? Beslist niet. Bij festiviteiten in het oude Rome gaven de keizers Nero en Augustus slaven en onroerend goed weg als prijzen. Een van de eerste geboekstaafde geldprijzen werd waarschijnlijk in 1530 uitgekeerd door een loterij in het Italiaanse Florence. In de eeuwen die volgden, floreerden de loterijen in Europa. De loterijen vierden ook hoogtij in het vroege Amerika en brachten geld binnen dat gebruikt werd voor de financiering van Jamestown, het Continentale Leger en de bouw van prestigieuze universiteiten als Harvard, Dartmouth, Yale en Columbia.
In de negentiende eeuw kwam de klad er echter in. Tegenstanders protesteerden fel tegen het massale gokken en uitten de beschuldiging dat de trekkingen doorgestoken kaart waren. Loterijen raakten doortrokken van omkoperij, corruptie en criminele praktijken. Privé-organisators streken enorme winsten op. Als gevolg daarvan werden loterijen in de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië verboden.
Het einde van het verhaal? Kennelijk niet. Elders bleven de loterijen floreren — in Italië bijvoorbeeld en in Australië. Carlos III van Spanje stelde in 1763 een loterij in; de moderne versie ervan kwam krachtens een wet in 1812 tot stand. Er was geld te verdienen, en dus ging het ene land na het andere loterijen invoeren. In 1933 hief Frankrijk het verbod op en stichtte de Loterie nationale. Eveneens in de jaren ’30 stichtte Ierland zijn beroemde Irish Hospitals’ Sweepstake. Met de Japanse Takarakoedji werd een begin gemaakt in 1945. Groot-Brittannië hechtte zijn goedkeuring aan voetbalpools en trekkingen van premieobligaties, zo niet in naam dan toch in feite loterijen. En in 1964 gingen de Verenigde Staten weer tot loterijen over.
Toen, in de jaren ’70, kwam er door twee ontwikkelingen verandering in de gang van zaken bij loterijen. De eerste was de invoering van computers met terminals op allerlei verkooppunten. Nu was het mogelijk loterijen van grote omvang en grote frequentie te organiseren waarbij de spelers hun eigen getallen konden kiezen. Het was niet langer nodig weken of maanden te wachten op de uitslag; de spelers konden binnen enkele dagen, uren of zelfs minuten weten of zij gewonnen hadden.
De tweede ontwikkeling was de invoering van de lotto, een spel waarbij de kans op winnen erg klein is. Als bij de lotto de jackpot niet gewonnen wordt, gaat hij over naar de volgende ronde. Daardoor kan het prijzengeld oplopen tot enorme bedragen. Bij de lotto vloog de verkoop omhoog en werd het echt ’big business’.
Het aantrekkelijke voor organisators
Waarom bevorderen regeringen het gokken? Omdat het een gemakkelijke manier is om aan geld te komen zonder belastingverhogingen. Terwijl gokautomaten en de roulette wel 95 procent van wat er binnenkomt aan prijzengeld teruggeven, keren loterijen nog geen 50 procent uit. Zo werd in 1988 in de Verenigde Staten per loterijdollar ongeveer 48 cent uitgekeerd aan prijzen en ging 15 cent naar organisatie, verkoop en administratie. De resterende 37 cent werd gebruikt voor de financiering van verbeteringen van openbare voorzieningen, onderwijs, gezondheidszorg en hulp aan bejaarden. Landelijk kwam dat neer op $7,2 miljard (ƒ 11,88 miljard).
Regeringen organiseren loterijen echter niet alleen om geld te verdienen. Als ze zich er niet mee bezighouden, kunnen ze geld verliezen. Dan zouden hun ingezetenen wel eens elders kunnen gaan spelen. Als één land of deelstaat een loterij begint, komen de buren dus onder druk te staan hetzelfde te doen. Dit sneeuwbaleffect is duidelijk in de Verenigde Staten. In 1964 was er in één staat een loterij, in 1989 in dertig staten.
Dromen van rijkdom
Natuurlijk zijn er heel wat mensen die proberen de consument geld uit de zak te kloppen. Hoe overtuigen de organisators het publiek er dus van dat zij hun geld aan loterijen moeten uitgeven? Met reclame! Neem de beroepsverleiders in de arm!
Wordt in de reclame beklemtoond dat een (zij het gering) deel van de opbrengst ten goede komt aan onderwijs of bejaardenzorg? Verre van dat! Dat wordt zelden vermeld. In plaats daarvan wordt in de reclame beklemtoond hoe geweldig het zou zijn om miljoenen dollars te winnen. Hier volgen een paar voorbeelden:
◻ „De fabelachtige levensstijl van de rijken & beroemden kan in een oogwenk de uwe zijn . . . Als u meespeelt in Canada’s vermaarde, multi-miljoen dollar LOTTO 6/49.”
◻ „DE FLORIDA LOTERIJ . . . Word rijk in Amerika’s grootste loterij.”
◻ „Geld Made in Germany — MAAK FORTUIN en word van de ene dag op de andere miljonair.”
Harde verkoopmethoden? Dat zeker! Pogingen om de reclame te temperen eindigen meestal als de loten niet verkocht worden. De organisators gaan zelfs over tot steeds fellere spelen en intensievere verkoopbevordering om nieuwe spelers te lokken en de oude geïnteresseerd te houden. Organisators moeten voortdurend iets bieden wat nieuw lijkt. De directeur van de loterij van Oregon, James Davey, zei: „Wij hebben gokthema’s, wij doen de Olympics. Met Kerstmis doen wij Holiday Cash. Met Lucky Stars spelen wij op de sterrenbeelden van de mensen. Wij merken dat als je twee of drie, vier of vijf spelen tegelijk hebt lopen, je meer loten verkoopt.”
Maar verreweg het aantrekkelijkst is een reusachtige jackpot. Als in de Verenigde Staten bij de lotto het prijzengeld omhoogschiet, zoals toen het in 1989 in Pennsylvania op $115 miljoen (ƒ 190 miljoen) kwam te staan, wordt het groot nieuws. Mensen stromen toe om loten te kopen in wat een schrijver een „opzwepende gokrazernij” noemde. In de algemene hysterie grijpen zelfs zij die normaal niet in de loterij spelen naar hun portemonnaie.
[Kader op blz. 6]
Gokkoorts en religie
„De Katholieke Kerk heeft mij leren gokken. Bingo en verlotingen verschillen absoluut niet van loterijen. Als de Katholieke Kerk het goede voorbeeld zou geven en met al het gokken zou stoppen, zou ik het idee om niet meer in de loterij te spelen nogmaals overwegen. Als ik hebzuchtig ben, komt dat doordat het bijna een sacrament is in de Kerk.” — Ingezonden brief in het blad U.S. Catholic.
„Na de mis op zondag zijn de wekelijkse bingospelen de best bezochte georganiseerde bijeenkomsten in katholieke kerken, zo blijkt uit een door de Notre Dame University ingesteld onderzoek in katholieke parochies.” Verscheidene priesters voeren echter aan dat de meesten die bij de bingospelen aanwezig zijn, niet naar de kerk gaan. — The Sunday Star-Ledger, New Jersey (VS).
„Sint-Pancratius heeft Madrid geluk gebracht”, luidde de kop in de internationale editie van het Spaanse weekblad ABC. Het artikel vervolgde: „’Het was Sint-Pancratius’, riepen steeds opnieuw de twee bedienden in de loterijzaak . . . waar zij de enige in Madrid verspreide serie hadden verkocht van nummer 21515, de ’gordo’ [vette] ter waarde van 250 miljoen [peseta’s of bij de huidige koers ƒ 4.500.000. De bedienden] bekenden dat zij hadden gebeden tot de heilige, wiens boven hun zaak prijkende beeltenis door hen met een takje peterselie versierd was in de hoop dat hun het geluk ten deel zou vallen de kerst-’gordo’ te verkopen.”
„In een poging een verklaring te vinden voor hun geluk neigden de oudere winnaars tot de mening dat God en het lot hen uitverkoren hadden om het geld te winnen. . . . ’Wij willen geloven dat geluk en pech aan iets toe te schrijven zijn en geen toeval zijn’, zei dr. Jack A. Kapchan, hoogleraar in de psychologie aan de University of Miami. ’En aan wat anders zou het toe te schrijven kunnen zijn dan aan God?’” — The New York Times.
Wat zegt de bijbel over het geluk? Tegen de afvalligen in Israël zei Jehovah: „Maar gij zijt het die Jehovah verlaat, die mijn heilige berg vergeet, die een tafel in orde brengt voor de god van het Geluk en die gemengde wijn schenkt voor de god van het Lot.” — Jesaja 65:11.
Hoeveel van de betrekkelijk weinige winnaars staan erbij stil dat hun zeldzame geluk gebaseerd is op de pech van miljoenen verliezers? Is gokken in enig opzicht een weerspiegeling van ’naastenliefde’? Is het redelijk of bijbels te denken dat de Soevereine Heer van het universum zich met zelfzuchtige slechte gewoonten als gokken zou inlaten? — Mattheüs 22:39.