Jonge mensen vragen . . .
Waarom moet ik babysitten?
„WAT vind je ervan om op je broertjes en zusjes te moeten passen?” Ontwaakt! stelde deze vraag aan een aantal jongeren. De reacties waren uitgesproken verschillend.
„Ik hou van kleine kinderen,” zei een tienermeisje, „dus is het geen probleem.” Eén tienerjongen pochte zelfs: „Ik vind het wel leuk de baas te zijn!” Anderen gaven echter duidelijk blijk van tegenzin — of van wrevel. „Ik doe het omdat ik weet dat mijn ouders hulp nodig hebben”, legde een meisje uit. „Maar leuk vind ik het niet.” Een ander meisje zei: „Ik wil soms naar de film of zoiets, maar dan zegt mijn moeder: ’Neem je broertje mee.’ Daar heb ik helemaal geen zin in.”
„Ben ik mijns broeders hoeder?”
Harteloos stelde de eerstgeboren zoon van Adam, Kaïn, deze vraag in verband met zijn broer Abel (Genesis 4:9). En misschien voel je ook wreveligheid als je gevraagd wordt op je broertjes en zusjes te passen. Waarom zou je je vrije tijd moeten doorbrengen met luiers verwisselen of geschaafde knieën verzorgen? Eén vijftienjarig meisje zei bitter: „Ik ben niet alleen verantwoordelijk voor mezelf maar ook voor wat mijn broers en zussen doen.”
De jonge Marna heeft een andere klacht: „Als wij naar een park of iets dergelijks gaan, moet ik altijd op de kleintjes passen en zelf kan ik niks leuks doen. Het maakt me razend. . . . Als ik het tegen [Mam] zeg, zegt ze: ’Jij bent de oudste en jij moet voor de kinderen zorgen.’ Ik ben woest geworden en heb haar gezegd: ’Misschien voor de mijne, maar niet voor die van u! U hebt hen gekregen, niet ik. U moet voor hen zorgen.’” — The Private Life of the American Teenager, door Norman en Harris.
Het kan zijn dat je broertjes en zusjes er net zomin blij mee zijn dat jij op hen past. En misschien vinden ze het leuk jouw goedbedoelde pogingen om wet en orde te handhaven te dwarsbomen. „Ik heb er soms de smoor in dat ik op mijn broertje en zusje moet passen”, vertelde een veertienjarig meisje eerlijk aan Ontwaakt! „Wat ze al niet uithalen! Soms maken ze ruzie, en als ik dan tussenbeide kom, zeggen ze tegen me: ’Wie denk je wel dat je bent? Je bent Mams niet!’ Ik zou het niet erg vinden als ze wat handelbaarder waren.”
’Waarom ik?’
Toen aan een grote groep tieners werd gevraagd: „Welke klusjes moeten tieners naar jullie mening in en om het huis doen?”, werd babysitten genoemd door 32 procent! Ja, babysitten is voor hedendaagse jongeren iets wat er nu eenmaal bij hoort. Het huishouden kan immers een zware, veeleisende taak zijn voor een moeder. Vaders staan voor de dagelijkse opgaaf werelds werk te verrichten. Ook steeds meer moeders hebben naast hun werk thuis bovendien nog een baan buitenshuis. Vaak wordt van hen het uiterste gevergd.
Een babysitter stelt Pa en Ma in de gelegenheid af en toe wat broodnodige rust te krijgen. En als beiden buitenshuis werken, oefent een oppas het nodige toezicht op de kinderen uit totdat de ouders thuiskomen. Weliswaar kunnen je ouders het zich misschien veroorloven een buitenstaander in dienst te nemen als babysit, maar zouden zij zich niet geruster voelen als zij hun kleinere kinderen onder de hoede van een bekwaam en liefdevol gezinslid weten?
Toegegeven, de verantwoordelijkheid om voor je broertjes en zusjes te zorgen, berust uiteindelijk bij je ouders (Efeziërs 6:4). Maar als jij bijspringt als babysitter, kan dat voor je ouders een hulp zijn bij de vervulling van hun plichten. Het is tevens een manier om ’je vader en je moeder te eren’ (Efeziërs 6:2). Bovendien is babysitten een goede opleiding voor volwassenheid. Eén jonge vrouw weet nog dat zij voor haar broers en kleine zusje moest zorgen terwijl haar moeder, een alleenstaande ouder, als serveerster werkte: „Elke dag moest ik op hen passen totdat Mama thuiskwam. Zij liet altijd een lijstje voor me achter met dingen die gedaan moesten worden: ’Hang de was op, maak het huis schoon, begin vast met het eten.’” Een hele belasting voor een tienermeisje! Maar ze zegt: „Terugkijkend kan ik zien dat het voor mij het beste was wat me kon overkomen. Ik werd sneller volwassen en kweekte verantwoordelijkheidsgevoel aan.”
Er is overigens niets onmannelijks aan als een jongen voor kinderen zorgt. In bijbelse tijden was het heel normaal dat mannen dat deden (Numeri 11:12). En de apostel Paulus vond het niet beneden zijn waardigheid zichzelf te vergelijken met „een zogende moeder”. — 1 Thessalonicenzen 2:7.
Een positieve kijk ontwikkelen
Het kan echter heel wat voeten in de aarde hebben voor je zover bent dat je het leuk vindt op je broertjes en zusjes te passen. Vaak bestaat er tussen broers en zussen een zekere mate van rivaliteit. En als je voortdurend ruzie maakt met je broertjes en zusjes of als je hen beziet als een stelletje vlegels, kan het moeilijk voor je zijn een positieve kijk op je taak als oppas te hebben. Het kan daarom een hulp voor je zijn over enkele van de in de bijbel onderwezen lessen na te denken.
Neem bijvoorbeeld het verslag van de jonge Jozef en zijn broers. Omdat Jozef door zijn vader werd begunstigd, „gingen [zijn broers] hem haten, en zij konden niet op vreedzame wijze tot hem spreken”. Denk je dus eens in hoe Jozef zich gevoeld moet hebben toen zijn vader tegen hem zei: „Zijn uw broers niet dicht bij Sichem het kleinvee aan het hoeden? Kom, en laat mij u naar hen toe zenden. . . . Zie of uw broers gezond en wel zijn en of het kleinvee gezond en wel is, en breng mij dan verslag uit.” De plaatselijke inwoners konden zich ongetwijfeld nog het wrede bloedbad herinneren dat Jozefs broers jaren voordien in Sichem hadden aangericht (Genesis 34:25-31). Het kon voor Jozef gevaarlijk zijn daarheen te gaan! En dat niet alleen, maar zijn broers zouden er beslist ontstemd over zijn dat hij kwam opduiken. Toch antwoordde Jozef uit respect voor zijn vader en uit oprechte liefde voor zijn broers: „Hier ben ik!” en nam de opdracht aan. — Genesis 37:4, 13, 14.
De jonge Mirjam was nog een opmerkelijk voorbeeld. Toen de Egyptische farao een geheim plan uitbroedde om Hebreeuwse baby’s om te brengen, deed Mirjam haar deel om haar kleine broertje Mozes te beschermen. Nadat de baby veilig in een arkje was gelegd en men hem de Nijl liet afdrijven, deed Mirjam het lot van haar broertje niet onverschillig af als zijnde het probleem van haar ouders. Nee, zij „stelde . . . zich op enige afstand verdekt op om te weten te komen wat er met hem gedaan zou worden”. Mirjam slaagde er zelfs in het zo te regelen dat Mozes’ eigen moeder werd aangesteld om voor hem te zorgen! — Exodus 2:4-10.
Ja, in tegenstelling tot Kaïn, die zich harteloos niets aan zijn broer gelegen liet liggen, bezien godvrezende jongeren in deze tijd het als een voorrecht en als hun verantwoordelijkheid om voor hun broertjes en zusjes te zorgen — zelfs als het moeilijk is of slecht uitkomt. Eén Johannes 4:21 zegt „dat degene die God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben”. En zou dit, hoewel het in eerste instantie op onze geestelijke broeders van toepassing is, niet ook gelden voor degenen met wie wij een geestelijke én een fysieke band hebben?a
Je zorg en belangstelling voor je broertjes en zusjes, je verlangen hen te beschermen en bovenal je onmiskenbare liefde voor hen kunnen zelfs een belangrijke bijdrage leveren tot hun fysieke, emotionele en geestelijke ontwikkeling. Toch kan het een werkelijke uitdaging zijn om voor kleine kinderen te zorgen, en een toekomstig artikel zal enkele nuttige suggesties bevatten om je te helpen doeltreffend te babysitten.
[Voetnoot]
a Hoofdstuk 6 van het boek Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden (uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.) bevat verdere suggesties om de verstandhouding tussen broers en zussen te verbeteren.
[Kader op blz. 27]
’Ik ben te oud voor een babysitter!’
Toen Ontwaakt! aan een groep jongeren vroeg wanneer een kind te oud was om een babysitter nodig te hebben, veronderstelden sommigen met „11”, „13” en, ongelooflijk genoeg, zelfs met „7” jaar! Eén meisje merkte echter op: „Ik denk niet dat er een leeftijdsgrens is. Ik denk dat het een kwestie van rijpheid is. Je kunt met 15 nog te jong zijn om het zonder oppas te kunnen stellen.”
Natuurlijk kunnen je ouders een heel ander idee hebben over jouw mate van volwassenheid dan jij zelf. En verschillende gezinnen kunnen zaken heel verschillend aanpakken. Hoewel enkele van je vrienden dus misschien het huis voor zichzelf hebben als hun ouders naar de bioscoop gaan, kan het zijn dat jij de „vernedering” moet ondergaan een oppas te hebben. Dit kan vooral moeilijk te verteren zijn als de oppas een oudere broer of zus is. „Ik vond het maar niks als mijn broer op mij moest passen”, bekende de jonge Alisha. „Ik had er een hekel aan als hij mij vertelde wat ik moest doen!”
Je ouders hebben echter je beste belangen op het oog. Zij lezen in de krant over toenemende misdaad en seksueel misbruik van kinderen, en zij hebben goede reden om bezorgd te zijn. Bovendien kan alleen thuis zijn, angstiger zijn dan je wilt toegeven. „Ik was echt bang om alleen thuis te zijn”, zei één meisje. „Dus besloot ik dat ik liever wat in verlegenheid gebracht was dan dat ik doodsangsten uitstond.”
Toegegeven, soms onderschatten ouders hun kinderen. Als dat het geval schijnt te zijn, kun je wellicht met je ouders praten en hun verzekeren dat je best alleen gelaten kunt worden. Als je te keer gaat of jammert, zul je hen waarschijnlijk van je onvolwassenheid overtuigen. Als je daarentegen bijzonderheden met hen bespreekt — bijvoorbeeld hoe je je tijd denkt te besteden en wat je in geval van nood denkt te doen — kun je hen misschien van jouw zienswijze overtuigen. Zo niet, dan kan er wellicht een aanvaardbaar compromis worden uitgewerkt, zoals dat je bij een vriend of vriendin bent.
Natuurlijk kunnen je ouders er nog steeds op staan dat je een oppas krijgt. Probeer, in plaats van de zaak voor jezelf en je oppas moeilijk te maken, hem of haar als een tijdelijk verlengstuk van het gezag van je ouders te bezien en werk zoveel mogelijk mee. En als er nu in geringe mate machtsmisbruik plaatsvindt? („Mijn zus buitte mij uit”, klaagde één meisje. „Ze liet mij haar werk doen.”) Het is waarschijnlijk het beste te wachten tot je ouders thuiskomen en het met hen te bespreken in plaats van ruzie te maken met de babysitter.