Jonge mensen vragen . . .
Hoe kan ik een goede babysitter zijn?
’WIJ hadden graag dat jij op je broertje en zusje paste.’
Of je zo’n toewijzing nu beziet als een hinderlijk ongemak of als een motie van vertrouwen, de gedachte om alleen gelaten te worden met je broertje en zusje kan je een onbehaaglijk gevoel geven. ’Wat moet ik doen als ze zich misdragen?’, vraag je je misschien af. ’Wat doe ik als er een indringer is, of brand? En als een van hen zich nu eens bezeert of ziek wordt?’
Je bent met recht bezorgd. Per slot van rekening zijn kinderen geen dingen of stukken speelgoed, maar mensen met hele bijzondere behoeften. Ze zijn zowel hun ouders als God dierbaar (Psalm 127:3). Of je dus op je broertjes of zusjes past of babysit tegen betaling, het zorgen voor kinderen is een verantwoordelijke en veeleisende taak. Met de juiste instelling en een goede voorbereiding kun je er echter een succes van maken.
Dictator of verzorger
Sommige jongeren schijnen te denken dat het, als zij moeten babysitten, hun taak is als dictator op te treden. „Ik mocht dít niet doen van mijn zus en dát niet!”, klaagde één meisje. „En toen ik probeerde haar te laten ophouden met mij te commanderen, sloeg ze me!” Een jonge knaap zegt: „Mijn oudere broer en zus hebben op mij gepast, en het is verbazingwekkend hoe snel de macht hun naar het hoofd kan stijgen!”
Bevelen schreeuwen als een exercitiemeester kan leuk lijken. Maar als je ouders erachter komen — en die kans is groot — dan kan het met je „heerschappij” pijnlijk abrupt afgelopen zijn. Spreuken 11:2 waarschuwt: „Is overmoed gekomen? Dan zal oneer komen.”
„Wijsheid is bij de bescheidenen”, zegt dezelfde spreuk verder. Bescheidenheid houdt in je beperkingen te kennen. En het is nu eenmaal zo dat ouders — en niet babysitters — door God gemachtigd zijn om kinderen groot te brengen en streng te onderrichten (Efeziërs 6:4). Jouw rol is die van beschermer en verzorger.
Bekwame kinderverzorging
Dit betekent niet dat je kinderen maar hun gang kunt laten gaan zodat jij heerlijk tv kunt kijken of kunt lezen. „Een aan zichzelf overgelaten knaap [of meisje] zal zijn moeder beschaamd maken” — en de babysitter tot wanhoop drijven! (Spreuken 29:15) Helaas gaan tieners niet altijd op deskundige wijze om met kinderen die zich misdragen.
Een groep Amerikaanse tieners werd op dit punt getest en hun werd gevraagd hoe zij situaties die zich gewoonlijk bij babysitten voordoen, zouden aanpakken. Volgens het blad Adolescence gaf slechts 8 procent van de jongeren te kennen dat zij de zaken zo zouden aanpakken dat rekening werd gehouden met de gevoelens van de kinderen. De overige 92 procent was geneigd ondoeltreffende tactieken, zoals bevelen, standjes en dreigementen, te gebruiken. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat adolescenten „in hun betrekkingen met jongere broertjes en zusjes vaak ongevoelig zijn”.
Hoe kun je efficiënt en bekwaam met kinderen omgaan? Christelijke herders krijgen de aansporing: „Gij behoort beslist te weten hoe uw kleinvee eruitziet. Zet uw hart op uw kudden” (Spreuken 27:23). Zo moet ook jij ernaar streven de behoeften en gevoelens van de kinderen voor wie je zorgt, te begrijpen. Leer hen elk afzonderlijk kennen. Je zult er al gauw achter komen dat kleine kinderen eenvoudig niet zo lang hun aandacht ergens bij kunnen houden en niet het geduld en uithoudingsvermogen van een volwassene hebben. Integendeel, ’kinderen zijn teer’ (Genesis 33:13). Zij bloeien op als zij liefde en aandacht krijgen maar kunnen ook snel verveeld raken en rusteloos worden.
De Gulden Regel toepassen
Zo gebeurt het soms dat kinderen helemaal meegesleept worden door hun spel en je misschien op de zenuwen werken. Zij kunnen zichzelf door roekeloos gedrag in gevaar brengen. Of zij kunnen je uitproberen om te zien tot hoever ze kunnen gaan. („Soms haal ik streken uit met mijn babysitters”, geeft de zevenjarige Douglas toe.) Verlies als dat gebeurt niet je gevoel voor humor. Pas de Gulden Regel toe: „Behandel de mensen zoals u door hen behandeld wilt worden.” — Mattheüs 7:12, GNB.
Bedenk dat ’dwaasheid aan het hart van een knaap (of meisje) gebonden is’ en dat jij je nog niet zo lang geleden net zo gedroeg (Spreuken 22:15). Concentreer je op het verhelpen van het probleem („laten we die rommel eerst maar opruimen”), in plaats van het kind te veroordelen. Voorkom dat je je zelfbeheersing verliest en „onbezonnen spreekt als met de steken van een zwaard” (Spreuken 12:18). Een kind „dom” of „stom” noemen, is beledigend en mogelijk schadelijk voor het kind. Spreuken 29:11 (GNB) vermaant ons: „De dwaas laat zijn woede de vrije loop, maar de wijze weet zich te beheersen.” Een christelijk meisje zegt: „Op die momenten dat ik mijn achtjarige zusje het liefst een pak rammel zou geven, ga ik in gebed, en dat helpt me om me te beheersen.”
Problemen kunnen soms worden voorkomen door een positieve aanpak. Het belonen van goed gedrag werkt wellicht beter dan een spervuur van dreigementen of straf. Ook worden kinderen minder gauw verveeld en rusteloos als je leuke en heilzame activiteiten voorbereidt, zoals fantasiespelletjes. (Vergelijk Mattheüs 11:16, 17.) Misschien kun je je nog enkele van de spelletjes herinneren die je als kind speelde — of je kunt een paar nieuwe verzinnen. Je zou ook kunnen proberen het kind zijn lievelingsgedeelten uit de publikaties Naar de Grote Onderwijzer luisteren of Mijn boek met bijbelverhalen voor te lezen.a
Soms hebben kinderen echt streng onderricht nodig. Maar het is ’t beste om met je ouders te bespreken wat je in dit verband dient te doen. Dit is vooral zo wanneer je babysitter bent tegen betaling. De meeste problemen kunnen wachten tot de ouders thuiskomen. Bovendien loop je gevaar een kind te verwonden (om nog maar niet te spreken van de woede van de ouders die je je op de hals kunt halen) als je je aanmatigt fysiek geweld te gebruiken. Spreuken 13:10 waarschuwt: „Door overmoed veroorzaakt men slechts strijd, maar bij hen die te zamen beraadslagen, is wijsheid.”
Kinderen tegen letsel beschermen
Barbara Benton waarschuwt in haar boek The Babysitter’s Handbook: „De combinatie van wispelturigheid, nieuwsgierigheid en volkomen gebrek aan inzicht maakt de peuter tot een voorname kandidaat om ten slachtoffer te vallen aan al die vreselijke dingen die kinderen kunnen overkomen. Je moet altijd op je hoede zijn — en snel — om hem te beschermen.” Stephanie, een tiener, leerde hoe waar dit is. „Ik paste op mijn neefje”, vertelt ze. „Plotseling verslikte hij zich in een ijslolly! Ik moest het ding uit zijn mond trekken, en ik was echt bang!”
De meeste ernstige ongelukken zijn te voorkomen als je de kinderen maar in de gaten houdt. Barbara Benton geeft nog meer suggesties: „Maak een inspectieronde teneinde alle mogelijke gevaren op te sporen en uit de weg te ruimen.” Je dient te weten waar de zekeringkast, de brandblusser en de eerste-hulpartikelen zich bevinden. Leer huishoudelijke apparaten op een juiste en veilige manier te bedienen. Je zou zelfs een lijstje kunnen maken van dingen als: ramen (gesloten?), trappen (vrij van gevaarlijke voorwerpen?), stopcontacten (goed afgedekt?), giftige stoffen en medicijnen (zorgvuldig opgeborgen buiten het bereik van kinderen?), elektriciteitssnoeren (weggestopt?) en huissleutels (een extra stel zodat je jezelf niet kunt buitensluiten?).
Je kunt je tevens zo goed mogelijk op noodsituaties voorbereiden. „Ik volgde op school een cursus babysitten en leerde EHBO voor baby’s en peuters”, zegt een tienermeisje. Misschien bestaat zoiets bij jou op school ook. Het is verder belangrijk een lijstje bij de hand te hebben met de telefoonnummers van de politie, de brandweer, de huisarts en het ziekenhuis. Weet hoe je je ouders kunt bereiken en misschien enkele buren die in geval van nood kunnen bijspringen.
Mocht zich een ongeluk of noodgeval voordoen, RAAK DAN NIET IN PANIEK! „Wie wijs is, houdt [zijn geest] tot het laatst toe kalm” (Spreuken 29:11). Een kind kan bijvoorbeeld iets giftigs hebben ingeslikt. Bel onmiddellijk de huisarts of het ziekenhuis. Als dat niet mogelijk is, lees dan zorgvuldig de instructies op het waarschuwingsetiket van het produkt. Het is beter kalm de situatie te beoordelen dan iets onbezonnens te doen (zoals het kind laten braken) wat de situatie nog zou kunnen verergeren. En hoe pijnlijk en misschien beschamend het ook zijn mag, vergewis je ervan dat je elk letsel of ongelukje aan de ouders van het kind bericht. Zij hebben het recht te weten wat er gebeurd is, en zij kunnen beslissen of er verdere stappen ondernomen moeten worden.
Babysitten lijkt misschien een enorme verantwoordelijkheid — en dat is het ook. Maar het is louter een kleinere vorm van de zorg die je ouders in de loop der jaren aan jou hebben besteed. Neem je taak daarom serieus. Als je aan vertrouwen en ervaring wint, kan het een lonende en plezierige bezigheid worden.
[Voetnoot]
a Uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Kader op blz. 21]
Richtlijnen voor babysitten
Wees professioneel. Vergewis je ervan dat er geen onduidelijkheid bestaat over je loon.
Communiceer. Stel van tevoren vast wat je taak zal omvatten.
Wees punctueel en betrouwbaar.
Maak van tevoren kennis met de kinderen.
Ken de huisregels.
[Illustratie op blz. 20]
Men moet kinderen voortdurend in de gaten houden om ze tegen letsel te beschermen