De zelden zichtbare koedoe
Door Ontwaakt!-correspondent in Kenia
’DE ZELDEN zichtbare wat?’, vraagt u zich af. De zelden zichtbare koedoe! Een prachtige antilope die in de nationale parken en wildreservaten van Oost-Afrika leeft. En zelden zichtbaar is de beste omschrijving voor dit buitengewoon schuwe dier. Laten wij eens naar het Tsavo National Park in Kenia gaan en zien of wij er een glimp van kunnen opvangen.
Het is midden op de ochtend als wij het westelijke gedeelte van het park binnengaan. Onze aandacht wordt getrokken door de hoogste berg van Afrika, de Kilimanjaro. Zijn majestueuze, met sneeuw bedekte top vormt een van de vele bezienswaardigheden waarvan wij genieten op onze tocht door dit prachtige wildreservaat. Nee, wij zullen nu geen enkele koedoe zien. Alleen in de heel vroege ochtend, in de late namiddag of ’s nachts eten ze en gaan ze er op uit. Tijdens de hitte van de dag rusten ze in het dichte struikgewas. Om ze te zien, zullen wij ons dus vlak na zonsopgang of enkele uren voor zonsondergang op een geschikte plaats moeten bevinden.
Als de schemering nadert, slaan wij onze tent op een kampeerterrein op, op het topje van een kleine, zandige, steile hoogte die over de rivier de Tsavo uitziet. Wij staan bij het aanbreken van de dag op en gaan na een eenvoudig ontbijt op weg. Langzaam rijden wij over een pad. Kijk daar! Een mannetjeskoedoe. Hij beweegt zich niet.
Wat staat hij daar mooi in het vroege ochtendlicht! Het is een prachtige bul, diepgrijs van kleur. Zijn lichaam vertoont dertien of veertien smalle, witte, verticale strepen. Een opvallende witte vlek siert zijn keel en een witte band het onderste deel van zijn nek. De witte streep tussen zijn fluwelen ogen en de witte plek rond zijn bek geven zijn donkere kop iets markants. Een koel ochtendbriesje laat de korte witte manen langs zijn nek, schouders en rug zachtjes golven. Op zijn kop prijken twee horens, die een sierlijke spiraal van drie windingen naar boven en naar buiten vertonen.
De koedoe waar wij naar kijken, is een van de twee soorten die in Afrika voorkomen. Hij staat bekend als de kleine koedoe. Zijn ’grote neef’, de grote koedoe, komt veel voor in het noorden van Kenia en wordt in Tsavo zelden gezien. De grote koedoe is niet alleen groter, maar is ook te herkennen aan de zware, bruin met witte keelbaard, die in een indrukwekkende keelfranje doorloopt tot op zijn borst. Zijn horens zijn langer en zijn oren naar verhouding groter. Hij heeft nooit meer dan acht witte flankstrepen.
Jeugd en territoriuminstinct
Is er een koedoekalf geboren, dan likt zijn moeder het onmiddellijk schoon, zodat het geen geur heeft waardoor roofdieren het op het spoor kunnen komen. Als de moeder dan op voedsel uit gaat, zal het antilopejong gehoorzaam op zijn plaats blijven, rustig liggend waar zijn moeder het achtergelaten heeft. De moeder zal haar jong regelmatig een „lik”-bad geven om het geurloos te houden en dus beschermd tegen roofdieren. Maar omstreeks de tiende dag, als haar jong aan planten begint te knabbelen, krijgt het een lichaamsgeur. Daar het dan gedaan is met zijn bijzondere bescherming tegen ontdekking, vergezelt het zijn moeder voortaan overal.
Een opmerkelijk kenmerk van koedoes is het uitzetten van een territorium. Daarbij wordt door de mannetjes van de soort een bepaald stuk grond uitgekozen en verdedigd. Bij het claimen van een gebied markeert het mannetje de grens door geurvlaggen op gras en struikgewas uit te zetten. Vervolgens verdedigt hij zijn territorium door elke mannelijke indringer die deze geurgrenzen overschrijdt weg te jagen. En vrouwelijke indringers? Och, dat zijn geen indringers! Dat zijn gasten die gerust mogen blijven. Het kan zelfs zijn dat zij daartoe min of meer gedwongen worden!
Bewijs van intelligent ontwerp
Het instinctieve afbakenen van een territorium houdt de kudden goed verspreid en is een bescherming tegen overbegrazing. Zo zijn struinende koedoes verzekerd van een ononderbroken aanbod van de bladerrijke struiken waaraan ze zich te goed doen. Maar wat gebeurt er als zich een droogte voordoet?
De natuurbeschermster Daphne Sheldrick legt in het blad Swara van de East African Wildlife Society uit: „Als de tijden echter moeilijk zijn, en voedsel en water schaars, zorgt de Natuur voor een radicale maatregel die precies het tegenovergestelde is van het territoriuminstinct . . ., en dat is Migratie. Het territoriuminstinct leidt tot afscheiding en geneigdheid om te vechten en te paren; de migratie remt deze twee fundamentele instincten naarmate de noodzaak van dichter opeenleven toeneemt. Overleving wordt de allesoverheersende zorg van alle dieren en dus voegen mannetjes en wijfjes zich bijeen . . . tot een vreedzaam, gemengd gezelschap. En dan, op een goede dag, als op Goddelijk Bevel, ontruimen ze een gebied en masse en vindt er een algemene uittocht plaats.” Ja, weg zijn ze, op zoek naar nieuwe voedselgebieden waar gebladerte in overvloed is!
Zou een niet-geleide kracht zonder intelligentie, Natuur genaamd, zulke tegengestelde gedragspatronen kunnen bedenken en ontwikkelen? Alleen een intelligente Meesterontwerper zou toch dit complexe, instinctieve gedrag in de koedoe geprogrammeerd kunnen hebben?
Verrassend vertrek
Bent u nu niet blij dat uw nieuwsgierigheid naar de koedoe u ertoe bewogen heeft met ons mee te gaan? Zoals wij hem daar zien staan, druk aan de struiken knabbelend, wekt hij helemaal niet de indruk zich zo aan de waarneming te onttrekken! Maar hij heeft ons ontdekt! Plotseling bewegen zijn neusgaten en grote oren nerveus. Met een korte blaf springt hij de struiken in en rent weg. Net als wij onze ingehouden adem laten ontsnappen, staan wij opnieuw voor een verrassing! Uit het niets springt een geelgrijs wijfje achter hem aan. Ze had al die tijd vlakbij in het kreupelhout gestaan! Haar kleur en onbeweeglijkheid camoufleerden haar volkomen.
Zo blijft de vreedzame koedoe in leven in de wildernis van Afrika. Zijn bescherming is het instinctieve vermogen bewegingloos te blijven staan en op te gaan in zijn omgeving. Geen wonder dat de koedoe zo zelden wordt gezien! Zijn leven hangt ervan af.