De elegante kimono — Zal hij blijven?
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
VANDAAG is het een bijzondere dag voor de jonge Kioko. Zij zal voor de eerste keer haar nieuwe zijden kimono dragen. Hij is roze van tint met helderrode bloemmotieven.
De wijde mouwen, foerisode genoemd, reiken bijna tot aan de zoom. Haar haar is opgemaakt in een wrong, bijeengehouden met rode linten die bij haar kimono passen. Zoals zij daar sierlijk loopt op haar roodbrokaten zori of sandalen, is zij de elegantie zelf.
„Met een kimono aan voel ik me een dame”, zegt Kioko. En zij ziet er inderdaad elegant in uit.
De nationale dracht
De kimono is de nationale dracht van Japan voor zowel mannen als vrouwen. Het woord betekent eenvoudig „kledingstuk(ken)”.
Voor de Japanners is een kimono echter niet zo maar een prachtig kledingstuk. Hij vertegenwoordigt een levensstijl, een deel van hun cultuur. Naast hun traditionele bloemschikkunst en theeceremonie belichaamt het dragen van de kimono, zo zegt men, de hoedanigheden schoonheid, liefde, hoffelijkheid en harmonie in het dagelijks leven.
De kimono is nauwsluitend. Hij wordt strak om het middel bijeengehouden met een brede, stijve gordel, de obi genoemd. De mouwen zijn echter ruim en wijd en lijken op een stel vleugels als de armen worden uitgestrekt. Het kleed zelf is nauw en lang; het reikt tot op de enkels en heeft geen splitten. Geen wonder dat de meisjes zich zo bevallig voortbewegen als zij een kimono dragen!
De kleur en het dessin van kimono’s worden traditioneel bepaald door de leeftijd van de vrouwen die ze dragen. Felle kleuren, fantasiedessins en loshangende, lange mouwen passen bij de uitbundigheid van jonge meisjes. Als zij ouder worden, kunnen zij de stof laten bleken en opnieuw laten verven zodat ze bij hun leeftijd past. Vrouwen van in de twintig en dertig dragen over het algemeen kimono’s in zachte pastelkleuren met verfijnde dessins. Voor oudere gehuwde vrouwen zijn zwarte kimono’s met een obi in een afstekende kleur en kleurrijke patronen in de rok het meest gepast.
Hoewel er nog maar weinig mensen zijn die elke dag een kimono dragen, zijn er jaarlijks een aantal gelegenheden waarbij menigeen ze te voorschijn haalt. Een daarvan is de 15de januari, bekend als Seidjin no Hi of Dag van de Volwassene, voor degenen die dat jaar twintig worden. Graduaties en Sjogatsoe of nieuwjaarsdag zijn andere gelegenheden waarbij sommigen de kimono dragen. Ja, overal ter wereld zijn dames blij als zich een gelegenheid voordoet om zich feestelijk te kleden!
Officiële gebeurtenissen, zoals bruiloften en begrafenissen, kunnen ook een reden zijn om de bij die gelegenheid passende kimono te dragen. Bij andere gelegenheden dragen ook mannen soms een kimono met een driekwartjas die haori wordt genoemd. Een herenkimono heeft gewoonlijk een stemmige, donkere kleur, bijvoorbeeld grijs, blauw of bruin. Als officiële dracht wordt een broekrok, hakama genoemd, bij de haori gedragen.
Kinderen leren de kimono dragen op het sjitji-go-san- (of zeven-vijf-drie-)feest in november. Op die dag ziet u jongens en meisjes van zeven, vijf of drie jaar in hun eerste kimono gekleed gaan. De overheersende kleur is rood, maar de achtergrond kan blauw of paars zijn, met typisch Japanse dessins van bloemen, vogels, waaiers of trommels. Kijk die kleine jongen eens voortschuifelen op zijn zori, zich elegant voelend in zijn marineblauw met wit gestreepte hakama en bijpassende haori. Hij zal zich gisteren in zijn spijkerbroek, T-shirt en gymschoenen vast veel prettiger gevoeld hebben! Maar als hij later zijn sjitji-go-san-foto’s ziet, zal hij vermoedelijk heel blij zijn.
Hoewel sommige mensen het verkiezen de kimono te dragen bij gelegenheden die zij als speciaal beschouwen, is dat natuurlijk volstrekt niet verplicht. Anderen zullen het vanwege hun geloofsovertuiging of geweten verkiezen niets aan zulke ’speciale gelegenheden’ te doen en kleding dragen die vanuit hun standpunt bezien netjes genoeg is.
De kimono aandoen
Zou u er graag eens een aanpassen? Dat is niet zo gemakkelijk als sommigen misschien denken. Laten wij beginnen met het lange onderkleed, dat nagajoeban heet. Dat moet glad zitten, anders past de kimono niet goed. De overslagkraag van dit kledingstuk is stijf en houdt het bovenste deel van de kimono op zijn plaats. Zorg ervoor dat de kraag van achteren volkomen vrij staat van de nek.
Als u een westerse vrouw bent, zult u het kledingstuk waarschijnlijk sluiten door het rechtervoorpand over het linker- te slaan, zoals u bij uw blouse of mantel zou doen. „Nee! Nee!”, roept onze Japanse vriendin uit. „Hier worden alleen lijken van rechts naar links ingewikkeld!” En dus sluit u uw nagajoeban van links naar rechts en houdt hem op zijn plaats met een dunne sjerp.
Nu bent u aan de kimono zelf toe. Denkt u dat hij te lang is? „Geen probleem,” zegt onze vriendin, „dit is nog maar het begin.” Sla de kimono om u heen — denk eraan, van links naar rechts — en bind er een sjerp om. Breng hem nu op de juiste lengte door de overtollige stof over de sjerp te trekken totdat de zoom net boven de vloer hangt. Trek de kraag recht en strijk het lijfje glad. Zorg ervoor dat de overtollige stof netjes hangt en zet die vast met een andere sjerp.
Nu komt het ingewikkeldste gedeelte — de obi. De obi is gemaakt van stevige stof, is ongeveer 30 centimeter breed en 4 meter lang, en er zijn letterlijk honderden manieren om hem op de rug vast te strikken. Het is een hele uitdaging hem zonder enige hulp om te doen, maar onze Japanse vriendin wil er graag bij assisteren. Voor elke stap bij het schikken van de obi is een koord of lint nodig om hem op zijn plaats te houden. Het laatste koord dat de kunstige knoop bijeenhoudt, wordt netjes van voren vastgemaakt.
Wel, hoe voelt het nu u voor de eerste keer een kimono draagt? ’Echt elegant, maar hij laat je weinig bewegingsvrijheid’, zult u ongetwijfeld zeggen.
Materiaal en weefsel
Het meest gewenste materiaal voor een kimono is altijd zuivere zijde geweest. Qua zachtheid, glans en duurzaamheid kan niets eraan tippen. Verscheidene districten staan bekend om hun bijzondere weeftechniek en hun verfproces.
Op het eiland Amami-Ô-Sjima, ten zuiden van Kioesjoe, is een uniek verfproces waarbij gebruik wordt gemaakt van de bast van de tetji-boom en het ijzerrijke leem van het eiland, door de regering bestempeld tot „Nationaal Immaterieel Cultuurbezit”.
Een patroon, Bingata genaamd, komt van het eiland Okinawa. Bin betekent rood, maar andere felle kleuren worden ermee gecombineerd in vloeiende dessins van bloemen, vogels, rivieren en bomen. Kioto, de oude hoofdstad van Japan, is ook beroemd om haar kimonostof.
Hoewel het weven tegenwoordig meestal op machines gebeurt, worden tapisseriedessins nog met de hand aangebracht. Nadat het dessin op de stof is overgedrukt, worden de kleuren met de hand aangebracht, met alle zorg de uitvoering van een prachtig schilderwerk waardig. Gouden en zilveren garneringen kunnen worden toegevoegd en sommige delen van het patroon kunnen handborduurwerk vereisen. Het resultaat is een waar kunstwerk.
Veranderende tijden
De afgelopen jaren is de vraag naar kimono’s echter afgenomen. Uit een door het dagblad Jomioeri ingesteld onderzoek blijkt, dat hoewel 64 procent van de geënquêteerden een kimono droeg op nieuwjaarsdag, slechts 3 procent verkoos hem als regel te dragen. Een aanwijzing voor de achteruitgang is ook een krantefoto die laat zien hoe arbeiders „machines vernielen die gebruikt werden om fijne zijden stoffen te weven, omdat de vraag naar kimono’s alarmerend gedaald is”.
Vanwaar de achteruitgang? Die is ten dele te wijten aan de populariteit en het gemak van westerse kleding en ten dele aan de zeer hoge prijs van zijden kimono’s van goede kwaliteit. Gemiddeld kunnen ze wel een half miljoen yen (zo’n ƒ 3500) kosten, en voor de bijpassende obi betaalt men nog eens ongeveer de helft daarvan. Voeg daarbij de prijs van de zori, de tabi (de eentenige sok die in de zori wordt gedragen), het tasje en de haarversiering, en u beseft waarom het dragen van een zijden kimono een echte luxe is.
Sommige gezinnen openen een spaarrekening als er een meisje wordt geboren, opdat zij een werkelijk prachtige kimono kan hebben als zij een jonge vrouw wordt. En zo’n kimono wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven.
Maar er is nog iets. Norio Jamanaka, hoofd van de Sodo Kimono Academie, merkte op: „Ons dagelijks leven is te druk. . . . De Japanners, vooral de mannen, hadden het in de naoorlogse tijd te druk met de kost verdienen. Zij hadden het te druk om zich een kimono te kunnen veroorloven.” Het hoge tempo van de hedendaagse samenleving laat hun weinig ruimte voor zulke door hun verre voorouders overgeleverde tradities.
Of de elegante kimono de druk van de hedendaagse samenleving zal overleven, zal de tijd leren. Maar deze kleurrijke, nationale dracht van Japan heeft stellig veel bijgedragen tot de fascinerende verscheidenheid van kledingstijlen die op onze aardbol wordt aangetroffen.