Welke troost is er voor de slachtoffers?
VOOR degenen die geconfronteerd worden met het plotselinge verlies van hun beminden bij ongelukken waarbij alcohol in het spel is, is er „geen tijd . . . om afscheid te nemen . . . of ’Ik hou van je’ te zeggen”, verklaart Janice Lord, schrijfster van Survivor Grief Following a Drunk-Driving Crash.
Zoals wij hebben gezien, hebben de nabestaanden heel wat te verwerken: de schok, afschuw, woede en wanhoop. De dood van beminden op die manier schept een besef van blijvend verlies. De nabestaanden kunnen het gevoel hebben dat hun smart nooit echt ongedaan kan worden gemaakt.
Zich bewust van de pijn die een dergelijk verlies teweegbrengt, zetten veel autoriteiten zich in voor wetten of omstandigheden waardoor het ontstellend hoge aantal slachtoffers per jaar verminderd zou kunnen worden. Zo wees één functionaris op zwakke plekken in het karakter van mensen die zich schuldig maken aan rijden onder invloed en deed het voorstel meldingscentra voor hen in te stellen, waar zij door educatie en counseling op het gebied van werk en drugs ’aangemoedigd en gesterkt zouden kunnen worden’ om hun zwakheden te overwinnen.
Wat is er werkelijk nodig?
Hoe wenselijk dit ook mag zijn, geen mens of menselijke instelling kan het leed uitwissen dat de slachtoffers is aangedaan, en mensen kunnen evenmin de doden terugbrengen. Om alle schade ongedaan te maken, is er veel meer nodig dan dat waarin mensen kunnen voorzien. In feite is er een volkomen andere wereldordening nodig, een die niet gebaseerd zou zijn op de huidige zelfzuchtige en destructieve ideeën van ’sensatie tot elke prijs’, die zo veel mensenlevens kosten.
Is er enige deugdelijke basis voor de hoop op een dergelijke betere wereld, waar zulke tragedies tot het verleden zouden behoren? Ja, die is er. Er is in feite gegronde hoop op een nieuwe wereld hier op aarde waar aan deze tragedies een eind zal komen, een wereld waarin slachtoffers van ongelukken zelfs weer tot leven gebracht zullen worden. Wat een onbeschrijflijke vreugde als zij met hun beminden herenigd worden! Het zal een nieuwe wereld zijn waar mettertijd de droeve herinneringen aan vroegere tragedies voor altijd uitgewist zullen worden.
Die hoop op een nieuwe wereld wordt aangetroffen in Gods geïnspireerde Woord, de bijbel, waarin wordt verklaard: „[God] zal werkelijk de dood voor eeuwig verzwelgen, en de Soevereine Heer Jehovah zal stellig de tranen van alle aangezichten wissen” (Jesaja 25:8). Daartoe zal ook het terugbrengen van gestorvenen uit het graf behoren. De apostel Paulus zei daarover: „Op God heb ik mijn hoop gesteld, . . . dat er een opstanding zal zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen” (Handelingen 24:15). Jezus en de apostelen demonstreerden dit door doden op te wekken. — Lukas 7:11-16; 8:40-42, 49-56; Johannes 11:1, 14, 38-45; Handelingen 9:36-42; 20:7-12.
Het leven op aarde in een nieuwe wereld, met inbegrip van het leven voor gestorvenen die uit het graf worden opgewekt, zal schitterend bekroond worden met menselijke volmaaktheid. Gods genezende kracht zal de geest en het lichaam van alle levenden dan volkomen gezond maken: „Geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek.’” „In die tijd zullen de ogen der blinden geopend worden, en zelfs de oren der doven zullen ontsloten worden. In die tijd zal de kreupele klimmen net als een hert, en de tong van de stomme zal een vreugdegeroep aanheffen.” — Jesaja 33:24; 35:5, 6; zie ook Mattheüs 15:30, 31.
De bijbel beschrijft de toekomstige toestand van de mensheid op aarde door te vermelden dat God „elke traan uit hun ogen [zal] wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:4). Hij die de komende geweldige zegeningen en gelukkig makende toestanden zal bewerkstelligen, verklaart: „De vroegere dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen, noch zullen ze in het hart opkomen. Maar verheugt u uitbundig en weest blij voor eeuwig over wat ik schep.” — Jesaja 65:17, 18.
Op wiens gezag zal dit alles plaatsvinden? Op het gezag van de grote Gever van hoop, de Schepper van het universum, Jehovah God, en door zijn macht. Hij garandeert in zijn Woord dat binnenkort zo’n nieuw stelsel waarin ’rechtvaardigheid zal wonen’, de plaats zal innemen van het huidige zelfzuchtige en gewelddadige samenstel van dingen, een samenstel dat al ver in zijn „laatste dagen” is. — 2 Petrus 3:13; 2 Timotheüs 3:1-5, 13; Spreuken 2:21, 22.
Troost uit Gods Woord
Jehovah’s Getuigen zijn net zomin als andere mensen immuun voor de tragedies van onze tijd, en zij gaan er evenmin van uit dat God hen in deze gevaarlijke wereld beschermt tegen de dood door een ongeluk of anderszins. Zij weten dat dit op het moment Gods wil niet is. In Prediker 9:11 wordt gezegd: „Tijd en onvoorziene gebeurtenissen treffen hen allen.” Toch vestigen de Getuigen al lang de aandacht op Gods Woord, daar zijn beloften blijvende troost verschaffen voor allen die ze aanvaarden.
Een van Jehovah’s Getuigen werd zwaar getroffen toen door de schuld van een dronken automobilist haar zwager omkwam en zijn vrouw (haar zus) blijvend geestelijk letsel opliep door een ernstige verwonding aan haar hoofd, zodat zij voortdurende verzorging nodig had. Ook zij waren Jehovah’s Getuigen. Zij vertelt:
„Bijna een jaar lang was ik vaak in tranen, en ik was kwaad. Ik was kwaad op de jonge man die deze tragedie had veroorzaakt, kwaad op zijn ouders omdat zij hem niet beter onder toezicht gehouden hadden. Soms was die kwaadheid zelfs op God en de engelen gericht omdat zij dit niet voorkomen hadden. Wat een verspilling van twee fijne mensen die hem dienden!
Weliswaar wist ik dat God er niet rechtstreeks verantwoordelijk voor was en dat hij niet wilde dat zulke dingen gebeuren, maar ik was altijd van mening geweest dat hij al onze schreden richtte en ons tegen zulk kwaad beschermde. Nu besefte ik dat ik daar een evenwichtiger kijk op moest krijgen en ik begon naar antwoorden te zoeken.
Het duurde even voordat ik erin slaagde de pijn enigszins buiten te sluiten en ik de zaak dus kon beredeneren. Ik had me gevoeld als Asaf, die in Psalm 73 verklaarde dat het was alsof de goddelozen begunstigd werden. Maar in diezelfde psalm maakt Gods Woord vervolgens duidelijk dat dit niet zo is, dat God de goddelozen niet begunstigt en dat zij op zijn bestemde tijd te gronde zullen gaan.
Ik ging beseffen dat mijn denkwijze, niet die van God, onjuist was. Ik paste schriftplaatsen verkeerd toe. God garandeert geen vrijwaring van ongelukken, ziekte of dood in deze tijd, maar belooft die zegeningen voor de toekomst, voor zijn nieuwe wereld. Toen ik eenmaal begreep wat Gods Woord werkelijk zei over Gods bescherming van ons nu in geestelijk en niet in lichamelijk opzicht, luwde mijn kwaadheid geleidelijk. Ik besefte nu ook des te beter wie de ware bron van rampen is, Satan de Duivel, die al een doodslager en leugenaar is vanaf de tijd dat hij tegen God in opstand kwam. De bijbel maakt duidelijk dat Satan de god is van deze wereld, die zo vol leed is. — Johannes 8:44; 2 Korinthiërs 4:4.
Toen ik eenmaal beter inzag waarom er lijden is, waarom God het toelaat en hoe hij het zal uitbannen, werd het mij duidelijk dat God niet onze tegenstander, maar dat hij onze redding is!
Bovendien was het een grote troost te weten dat Jehovah degenen die hem dienen door middel van zijn heilige geest steunt. De bijbel verzekert ons dat de heilige geest ’de kracht die dat wat normaal is te boven gaat’, zal verschaffen. Op die manier geeft hij ons de kracht om het ondraaglijke te dragen. En hij troost ons ook met de hoop onze beminden in de opstanding terug te zien. Zo kunnen wij tegenslagen te boven komen.” — 2 Korinthiërs 4:7.
Een geweldige toekomst
In de loop der jaren zijn velen, ook Jehovah’s Getuigen, door tragedies van allerlei aard getroffen. Dat bevestigt de waarheid uit Gods Woord dat tijd en onvoorziene gebeurtenissen iedereen treffen (Prediker 9:11). Maar de ervaringen van Gods dienstknechten bevestigen ook de bijbelse waarheid dat Jehovah zijn volk in tijden van nood troost en schraagt; daarbij verzekert hij hun een geweldige toekomst in zijn nieuwe wereld, waar zulke rampen tot het verleden zullen behoren.
Het is beslist een troost te weten dat er in Gods rechtvaardige nieuwe wereld oprechte liefde voor de medemens en respect voor de kostbare gave van het leven zullen bestaan. Deze voortreffelijke hoedanigheden zullen in de plaats komen van de zelfzucht en de uitbuiting van menselijke zwakheden uit winstbejag waarvan deze wereld nu doortrokken is. Verdwenen ook zullen de zorgen, de druk en de angsten van de huidige wereld zijn die velen het gevoel geven dat zij niet buiten het overmatige gebruik van alcohol of buiten andere drugs kunnen.
Zelfs nu vormen Jehovah’s Getuigen een wereldwijde broederschap die hecht verbonden is door de verenigende kracht van liefde (Johannes 13:34, 35). Zij die deel uitmaken van deze broederschap vormen een krachtige steunorganisatie voor het helpen van personen die een verlies hebben geleden. Zij staan iedereen die behoefte heeft aan troost graag bij zoals zij zijn bijgestaan. — 2 Korinthiërs 1:3, 4.
[Illustratie op blz. 13]
De bijbel belooft dat er een opstanding van de doden zal komen