Jonge mensen vragen . . .
Hoe kan ik in een religieus verdeeld gezin leven?
„Wij hadden een moeilijke jeugd. Mijn vader verachtte onze religie. Er hing voortdurend een gespannen sfeer in huis.” — Terry.
LEEF je in een religieus verdeeld gezin? Zo ja, dan weet je hoe onaangenaam en moeilijk dat kan zijn. Het is heel goed mogelijk dat Pa en Ma elkaar in religieus opzicht vrijlaten, maar S. Sandmel merkte in zijn boek When a Jew and Christian Marry op: „Gaat iemands tolerantie ten aanzien van de religie van zijn huwelijkspartner zo ver dat hij toestaat dat deze de kinderen in die religie opvoedt? Het eerlijke antwoord is in veel gevallen: Nee.”
Beschouw bijvoorbeeld eens wat er zou kunnen gebeuren als een van je ouders een getuige van Jehovah is. Die ouder ziet het als zijn of haar verplichting jou op te voeden „in het strenge onderricht en de ernstige vermaning van Jehovah” en kan een zeer uitgesproken mening hebben over afspraakjes en verkering, morele waarden, deelname aan schoolsport, vrijetijdsbesteding en carrière maken (Efeziërs 6:4). De ouder evenwel die geen Getuige is, kan toegeeflijker zijn in al die dingen.
Ma wil misschien dat je op zondagmiddag met haar meegaat naar een christelijke vergadering, terwijl Pa graag heeft dat je thuisblijft en samen met hem naar voetballen kijkt op de tv. „Er waren momenten dat ik een beetje medelijden met mijn vader had”, vertelt Doug. „Hij was vertegenwoordiger, en door de week zagen wij hem dus niet, en dan liet het gezin hem in het weekeinde in de steek wanneer zij naar hun vergadering gingen. Af en toe sloeg ik de vergadering over en hield hem gezelschap.”
Jezus voorzag dat zulke situaties zich zouden voordoen. Hij zei: „Want ik ben gekomen om verdeeldheid teweeg te brengen tussen een mens en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een jonge vrouw en haar schoonmoeder. Ja, ’s mensen vijanden zullen zijn eigen huisgenoten zijn” (Mattheüs 10:35, 36). Niet dat Jezus met opzet gezinnen verdeelde, maar hij wist dat er problemen zouden rijzen wanneer enkele gezinsleden de ware aanbidding zouden aanvaarden en andere niet. De vraag is nu: Wat moet je doen wanneer je je in zo’n situatie bevindt?
Valkuilen die je moet vermijden
Besef allereerst dat het de bedoeling is om niet slechts een van je ouders te behagen, maar God zelf! Hij verlangt van ons dat wij hem „met geest en waarheid aanbidden” (Johannes 4:24). Maar om dat in een religieus verdeeld gezin te doen, moet je enkele valkuilen vermijden.
Schipperen — Een tiener wiens ouders gescheiden zijn, zegt over de bezoeken aan zijn ongelovige vader: „Hij probeert mij ertoe te brengen tegen de waarheid en tegen God in te gaan.” Hij doet dit door zijn zoon onder druk te zetten om aan de viering van onchristelijke feestdagen mee te doen. „Het geeft me een heel onbehaaglijk gevoel”, bekent de jongen. Maar Jezus herinnert ons eraan: „Wie grotere genegenheid voor vader of moeder heeft dan voor mij, is mij niet waardig” (Mattheüs 10:37). Sta dus pal voor je geloofsovertuiging! Als het niet voldoende is er tactvol voor te bedanken aan een verwerpelijke activiteit mee te doen, laat je ouder dan vriendelijk maar ferm weten dat je weigert te schipperen. Als je ouder je onwrikbare vastberadenheid ziet, wordt de druk misschien geleidelijk minder.
Het is echter nodig evenwichtig te zijn. Filippenzen 4:5 zegt: „Laat uw redelijkheid aan alle mensen bekend worden.” Redelijkheid houdt in toegevend te zijn, plooibaar. Misschien kun je manieren vinden om meer tijd met je ongelovige ouder door te brengen als hij of zij zich veronachtzaamd voelt. Bedenk ook dat je een verplichting hebt tegenover beide ouders. — Efeziërs 6:1.
’Gelijkheid’ tot stand willen brengen — Uit een misplaatst eerlijkheidsgevoel zou je in de verleiding kunnen komen in religieuze aangelegenheden Ma’s zijde te kiezen, eenvoudig omdat je broer Pa’s kant gekozen heeft — of omgekeerd. Maar is dat een solide basis om te beslissen hoe je God zult aanbidden? Als Ma’s geloofsovertuigingen nu eens verkeerd en onbijbels zijn, wat dan? „Koop wáárheid en verkoop ze niet”, luidt de raad in Spreuken 23:23.
Volg de leider — Misschien heb je een hechtere band met een oudere broer of zus dan met een van je ouders. Je kunt dan geneigd zijn eenvoudig de religieuze richting te volgen die hij of zij kiest. „Zo is het mij vergaan als kind uit een groot gezin”, zegt Roberto. Hij ondervond dan ook een geestelijke terugslag toen zijn oudere broer de ware aanbidding de rug toekeerde en het huis uitging. „Het was heel ontmoedigend”, geeft hij toe. Zou het, ongeacht hoe hecht je band met een broer of zus is, niet louter dwaasheid zijn om je door hem of haar van het dienen van God te laten afbrengen?
’Verdeel en heers’ — „Zo rond mijn negentiende begon mijn vader mij aan te moedigen met meisjes uit te gaan”, vertelt Doug. „Mijn moeder, die een gedoopte christen was, was er fel op tegen. Plotseling merkte ik dat ik partij koos voor mijn vader, hoewel ik diep in mijn hart wist dat mijn moeder gelijk had.” Als ouders er verschillende morele maatstaven op na houden, zijn er volop gelegenheden om de ene ouder tegen de andere uit te spelen. Het kan verleidelijk zijn de kant van de meer toegeeflijke ouder te kiezen.
Door ouders tegen elkaar uit te spelen, worden de spanningen in het gezin echter alleen maar vergroot. En permissie verkrijgen voor iets waarvan je weet dat het onverstandig of verkeerd is, vormt in Gods ogen beslist geen excuus. „Indien iemand daarom weet hoe hij het juiste moet doen en het toch niet doet, is het hem tot zonde” (Jakobus 4:17). Waarom probeer je niet, in plaats van de ouder te manipuleren die je de meeste vrijheid geeft, te luisteren naar de ouder die je op „de weg des levens” leidt? — Spreuken 6:23.
Je eigen keus maken op het gebied van religie
Niettemin kan het zijn dat sommige jongeren echt in verwarring verkeren over de vraag welke ouder dat zou kunnen zijn. Hoe kun je de juiste keus maken? De bijbel vertelt ons over een jonge man, Timotheüs genaamd, die opgroeide in een religieus verdeeld gezin. Hij wordt beschreven als „de zoon van een gelovige joodse vrouw maar van een Griekse vader” (Handelingen 16:1). Af en toe moet Timotheüs het gevoel hebben gehad dat hij tussen zijn beide ouders heen en weer geslingerd werd. Toch nam hij de geloofsovertuiging van zijn moeder aan en werd de reisgezel van de apostel Paulus (Handelingen 16:2, 3). Deed hij dit omdat hij meer van zijn moeder hield dan van zijn vader? Nee, beslist niet.
De apostel Paulus schreef aan Timotheüs: „Blijft gij echter in de dingen die gij hebt geleerd en waarin gij door overtuiging zijt gaan geloven, daar gij weet van welke personen gij ze hebt geleerd en dat gij van kindsbeen af de heilige geschriften hebt gekend, die u wijs kunnen maken tot redding door middel van het geloof in verband met Christus Jezus” (2 Timotheüs 3:14, 15). Hieruit kunnen wij opmaken dat Timotheüs zijn beslissing nam op grond van een diepgaande studie van Gods Woord! Hij was er „door overtuiging” in gaan geloven.
Onderzoek de geloofsovertuigingen van je ouders in het licht van „de heilige geschriften”, in plaats van op je gevoel of emoties af te gaan.a Per slot van rekening ben jij, en niet je vader of je moeder, voor je eigen redding verantwoordelijk! — Filippenzen 2:12.
Je ongelovige ouder winnen
Maar als je nu in je hart besloten hebt de ware religie te volgen, hoe dien je dan je ongelovige ouder te bezien? De apostel Paulus moedigde christenen aan te trachten hun ongelovige huwelijkspartner te winnen: „Denk u eens in: als vrouw kunt u uw man tot redding zijn en als man kunt u uw vrouw redden” (1 Korinthiërs 7:12-16, The New English Bible). Zou dit in principe niet ook op de kinderen van ongelovigen van toepassing kunnen zijn?
Je eerbare gedrag en diepe achting voor je ouder kunnen er veel toe bijdragen dat hij of zij een gunstige indruk van het ware christendom krijgt. (Vergelijk 1 Petrus 3:1, 2.) Bedenk ook dat het feit dat je een standpunt voor de waarheid inneemt, niet betekent dat je in enig opzicht tegen de ongelovige ouder gekant bent. Integendeel, door vriendelijk, gehoorzaam en meegaand te blijven, kun je die ouder ervan verzekeren dat je nog steeds van hem of haar houdt.
Er is „een tijd om zich stil te houden en een tijd om te spreken” (Prediker 3:7). Als zich een gelegenheid voordoet om met je ouder over je geloofsovertuigingen te spreken, moet je die beslist benutten! „Onthoud het goede niet aan degenen die het toekomt”, brengt Spreuken 3:27 in herinnering. Maar wees vriendelijk en tactvol. Vermijd het neerbuigend tegen een ouder te spreken omdat je misschien meer van de bijbel af weet. Wie weet zullen je krachtsinspanningen vrucht afwerpen. „Mijn vader was jarenlang een bittere tegenstander”, vertelt Jay. „Het scheen dat hij nooit zou veranderen, maar uiteindelijk konden wij hem winnen.” Toen Jays vader enkele jaren geleden stierf, diende hij als een christelijke ouderling.
Als er geen gunstige reactie volgt, denk dan aan Davids woorden in Psalm 27:10: „Ingeval mijn eigen vader en mijn eigen moeder mij werkelijk verlieten, zou toch Jehovah zelf mij opnemen.” Je hebt ook de steun van loyale vrienden binnen de christelijke gemeente, die ’aanhankelijker kunnen zijn dan een broeder’ (Spreuken 18:24). Met hun hulp en de hulp van je gelovige ouder kun je pal staan voor de waarheid.
[Voetnoot]
a Zie de artikelen „Waarom moet ik de religie van mijn ouders aanvaarden?” en „Is de bijbel werkelijk waar?”, die respectievelijk in de Ontwaakt!-uitgaven van 22 november 1986 en 8 juni 1987 zijn verschenen.
[Illustratie op blz. 23]
Door je ouders tegen elkaar uit te spelen, krijg je misschien je zin, maar op de lange duur vergroot het de spanningen in het gezin