„Jehovah’s Getuigen uit de Sovjet-Unie — Betere tijden op komst”
ZO LUIDDE de kop in de Engelstalige, in Polen verschijnende krant The Warsaw Voice van 19 augustus 1990. De schrijfster, Anna Dubrawska, besprak het „Zuivere taal”-congres van Jehovah’s Getuigen dat in augustus 1990 in Warschau werd gehouden. Zij had Getuigen uit de Sovjet-Unie geïnterviewd, van wie er sommige vijftien jaar in gevangenissen en werkkampen hadden gezeten wegens hun geloofsovertuiging. Maar nu beklemtoonden zij de positieve veranderingen die zich in hun land aan het voltrekken waren.
Grigor Gorjatsjek, een bouwvakker van de Krim die als Getuige werd opgevoed, had vijftien jaar als balling in Siberië doorgebracht. Hij zei: „Wij verwachten dat er nu betere tijden aanbreken.” Een andere Getuige, Anton Pohanitsj, zei: „De tijden zijn al verbeterd. Ik kan nu vrij met onze boodschap van huis tot huis gaan, iets wat vroeger niet mogelijk was.”
Dubrawska citeert Igor Tsjerny, een zeventienjarige Getuige uit de Kaukasus: „Zeventig jaar lang heeft men zo veel moeite gedaan om de mensen, vooral de jongeren, van God af te trekken, dat zij nu met alle geweld tot Hem willen terugkeren, of op zijn minst in eerste instantie over Hem willen horen.”
De Poolse publikatie Dziennik Wieczorny (Avondblad) berichtte onder de titel Radość braci (Vreugde van de broeders) dat een employé van het Zawiszastadion in de stad Bydgoszcz had gezegd: „Ik ben enthousiast over de nette taal die wordt gebruikt en de goede manieren van de jongeren.”
In het Poolse dagblad Trybuna schreef Zofia Uszynska onder de kop Głosiciele Królestwa (Koninkrijksverkondigers) over het congres: „In een tijdsbestek van dertig minuten kreeg ik tienmaal snacks en koffie aangeboden. Vijfmaal wilde iemand mij zijn zitplaats afstaan. Vier dagen achtereen namen meer dan 30.000 personen in het Dziesiecioleciastadion in Warschau deel aan een [religieus] festival. Vrouwen in een staat van vergevorderde zwangerschap, gezinnen met kleine kinderen, volwassenen en jongeren. De jongste die gedoopt werd, was elf jaar, de oudste bijna tachtig.”
Het artikel vervolgde: „Enkele duizenden Russen [meer dan 16.000 in feite] kwamen dit jaar naar de bijeenkomst. Vorig jaar waren het er 6000. Russische douanebeambten lieten alle bussen door zonder dat zij in de kilometers lange rijen voor de controle hoefden te wachten. Er kwamen afgevaardigden uit alle delen van de Sovjet-Unie: uit Vladivostok, Chabarovsk, Vorkoeta. Sommigen zaten vier of vijf dagen in de trein.”
In dezelfde krant worden de woorden van Ivan M. Grevniak geciteerd: „Ik zag het onrechtvaardige in dat wat de pausen en priesters deden en ik ging op zoek naar eerlijkheid.” Het verslag vervolgt: „Hij merkte op dat in het gedrag van Jehovah’s Getuigen de woorden en daden met elkaar klopten.” Ivan voegde daar nog aan toe: „Ik ben God dankbaar dat ik de waarheid heb mogen leren kennen.”
In de Trybuna stond ook dat Ivan ouderling is in een gemeente in Lvov, waar „dertien gemeenten zijn en meer dan 2000 gelovigen. . . . ’Overal heerst in alle religieuze groeperingen een geest van nationalisme. Die is onder mijn geloofsgenoten echter niet aanwezig’, zegt Grevniak.”
Deze eenheid bleek duidelijk op het congres van Jehovah’s Getuigen in Warschau, waar het programma gelijktijdig in het Pools en het Russisch werd gebracht, in verschillende delen van het stadion. Er was absoluut geen nationalistische wrijving.
Zofia Uszynska was ook onder de indruk van de organisatie die er nodig was geweest om de meer dan 35.000 mensen die het congres bijwoonden te huisvesten, te voeden en zelfs medisch te verzorgen. Zij besloot: „Ik heb nog nooit zo’n voortreffelijke, vriendelijke openbare bijeenkomst bijgewoond.”
Het Poolse dagblad Sztandar Młodych (Standaard der jeugd) maakte melding van het werk dat gedaan was om het stadion geschikt te maken om zo veel bezoekers te ontvangen: „Bij wijze van maatschappelijk dienstbetoon . . . hebben Jehovah’s volgelingen de banken gerepareerd, doorgangen en toiletten opgeknapt en het grasveld schoongemaakt. Zij hebben uit hun eigen zak bijgedragen in de kosten van het congres. Jehovah’s Getuigen hebben ongeveer 22.000 bezoekers particulier gehuisvest, Sovjet-burgers kost en inwoning verschaft en hun eigen medische dienst opgezet.”
Jehovah’s Getuigen beleven beslist al „betere tijden” in Oost-Europa en zij bidden of hun nieuwe wettelijke status in landen als Roemenië, Hongarije en Polen zich spoedig mag uitstrekken tot Tsjechoslowakije, Albanië, Bulgarije en de Sovjet-Unie. — 2 Thessalonicenzen 3:1; 1 Timotheüs 2:1, 2.
[Illustraties op blz. 23]
Russische Getuigen op het „Zuivere taal”-congres in Warschau: doopkandidaten (boven en inzet), Russische spreker, een programma en Russische afgevaardigden voor hun bussen