„Zij vertelden me dat ik nooit weer zou lopen!”
OP twintigjarige leeftijd was Ed betrokken bij een ernstig auto-ongeluk. Toen hij bijkwam, kon hij zich niet oprichten. Hij besefte dat hij verlamd was, maar dacht dat het slechts tijdelijk zou zijn. Ed vertelde wat er later in het ziekenhuis gebeurde: „Zij vertelden me dat ik nooit weer zou lopen!” Hij was vanaf zijn borst verlamd.
„Ik was er kapot van toen mijn zoon gehandicapt raakte”, herinnert Eds vader zich. „Het was een gezonde jonge vent, maar nu kon hij niet meer lopen. Het was plotseling gedaan met al zijn activiteiten.” Ed was een volle-tijdbedienaar van het evangelie, een pionier zoals Jehovah’s Getuigen zo iemand noemen.
Een andere jonge man van in de twintig, Bill, dook vrolijk de branding in en sloeg met zijn hoofd op een zandbank. Van het ene moment op het andere kon hij zich niet meer bewegen of ademhalen. Dank zij vrienden die in de buurt waren, verdronk Bill niet. Hij was echter vanaf zijn nek verlamd. Ook tegen Bill zeiden de doktoren dat hij nooit weer zou lopen.
Eerste reactie
„Ik wilde zelfmoord plegen,” bekende Bill, „maar kon dat niet in het ziekenhuisbed.” Bill had in de oorlog in Vietnam gediend en wilde piloot worden. Toen hij in 1969 invalide werd, vielen al zijn dromen aan diggelen en had het leven voor hem geen zin meer.
Eds eerste reactie was anders toen hem verteld werd dat hij blijvend verlamd zou zijn. „Ik was niet ontmoedigd, en dat kwam door mijn geloof in Gods beloften in de bijbel. Ik besefte dat mijn toestand nu misschien wel blijvend is, maar dat ze dat niet eeuwig is.” Door de hoop die Ed koestert, slaagt hij er nu al ruim 25 jaar in, ondanks zijn invaliditeit iets van zijn leven te maken.
De noodzaak het als een uitdaging te zien
Bill daarentegen kende Gods beloften niet. Op een dag gebeurde er echter iets wat hem ertoe bewoog zichzelf aan te pakken.
Na acht maanden niet meer dan geëxisteerd te hebben in het ziekenhuis, werd Bill naar een badkamer gereden om door een verpleger geschoren te worden. „Toen ik in een spiegel keek,” zei hij, „herkende ik mezelf niet!”
Bill was een 1,85 meter lange, sterke vent van 90 kilo geweest, maar nu was hij nog maar een skelet van 40 kilo. Hij weigerde te geloven dat het beeld van de man in de spiegel het zijne was. Die ervaring deed in hem de vechtlust ontbranden om de uitdaging die zijn invaliditeit vormde, aan te nemen. „Het eerste jaar dat je invalide bent, is de kritieke periode,” zegt Bill, „want dan beslis je welke weg je in zult slaan.”
Moeilijkheden oplossen
Ed is geen nerveus type, maar hij geeft toe dat hij zijn emotionele ups en downs heeft. „Soms lukken heel gewone dingen me niet, zoals iets pakken”, legt Ed uit, „en dan word ik wel eens neerslachtig.”
Bill heeft de meeste moeite met de combinatie van een lichaam waaraan iets mankeert en een brein waaraan niets mankeert. „Het is alsof je een verstand met straalaandrijving in een ossewagen van een lichaam hebt”, zegt hij.
Letsel aan het ruggemerg gaat ook gepaard met lichamelijke complicaties, zoals incontinentie voor urine en ontlasting, doorliggen en ademhalingsproblemen. Ed heeft sedert het ongeluk steeds problemen met zijn nieren en het komt voor dat hij zes à zeven dagen achtereen een temperatuur van 40 °C heeft. De incontinentie voor urine en ontlasting is ook voor Bill zeer frustrerend. Hij zegt het zo: „Je went er nooit aan dat je het lichaam hebt van een zuigeling.”
Ed dringt er bij alle gehandicapten op aan zo onafhankelijk mogelijk te worden. „Probeer vooral het zelf te doen”, zegt hij, „en je zult veel verder komen.” Daarom was het eerste wat hij deed toen hij uit het ziekenhuis kwam, zijn auto van handbediening voorzien zodat hij kon autorijden. Nu gebruikt Ed zelfs een aangepaste vrachtwagen voor zijn goed lopende schoonmaak- annex onderhoudsbedrijfje.
„Probeer je handicap te vergeten”, raadt Bill aan, „en ga erop uit en leef zo normaal mogelijk. Als je je niet gedraagt als een invalide, zullen mensen je ook niet zo behandelen.” Bill brengt in praktijk wat hij predikt. Hij heeft een goed lopend bedrijf gehad en gerund waarin hij zich verplaatste met een ook op golfbanen gebruikt wagentje, in een rolstoel en op krukken.
Wat kan men doen?
Eén barrière voor de gehandicapte huist zogezegd in de geest van de niet-gehandicapten. Deze barrière kan het beste weggenomen worden door begrip. Gehandicapten stellen dezelfde consideratie en hetzelfde begrip op prijs als iemand zonder lichamelijke handicaps betoond zou worden.
Sommige mensen schijnen zich bedreigd of slecht op hun gemak te voelen als zij met iemand te maken krijgen die gehandicapt is. Bill zegt: „In feite hebben wij allemaal onze belemmeringen, sommigen alleen meer dan anderen.” Gehandicapten zijn gewoon mensen die toevallig bijvoorbeeld niet kunnen lopen, zien of horen zoals anderen. Het is van groot belang dat wij een handicap als een kwestie van omstandigheden beschouwen en de totale persoon zien.
„Ik waardeer het als mensen mij bezien zoals ieder ander”, zei Ed. „Kijk naar mij. Kijk niet naar de stoel.” Toen vertelde hij een ervaring die hij en zijn vrouw in een restaurant hadden: „De serveerster noteerde eerst de bestelling van mijn vrouw en vroeg toen aan haar, in plaats van aan mij, wat ik wilde. Ik ben niet doof! Ik kan alleen niet lopen.”
„De meeste mensen willen gehandicapten behulpzaam zijn,” legt Ed uit, „maar zij weten niet hoe.” Zijn raad luidt: „Het is het beste eerst na te gaan wat je kunt doen voordat je overhaast tot handelen overgaat.”
Vergeet vooral niet eerst te vragen: „Kan ik u helpen?” Of: „Kan ik u ergens mee van dienst zijn?” Ga er niet van uit dat een gehandicapte uw hulp nodig heeft; misschien is dat niet zo.
„Het grootste compliment voor een gehandicapte is,” adviseert Bill, „hem als normaal te behandelen, met hem om te gaan als met ieder ander.” Natuurlijk zal dit sommigen moeilijk vallen. Er kan een persoonlijke mentale of emotionele barrière tussen hen en de gehandicapten staan. Hoe beter wij hen echter als mens leren kennen, des te minder wij aan hun handicap denken.
Ed, die al jarenlang in een en dezelfde gemeente van Jehovah’s Getuigen zit, legt uit: „De meeste van de Getuigen zien mij niet als gehandicapt. Soms vragen zij me zelfs in het kader van onze openbare prediking een nabezoek te brengen bij een huis waar ik tien treden op moet! Dan ga ik terug en zeg hun iemand anders te sturen.”
Is Ed van streek als zijn vrienden niet aan zijn lichamelijke beperkingen denken? Integendeel. Hij vertelt: „Het is geweldig dat zij denken dat ik geen hulp nodig heb. Ik waardeer dat, want dan heb ik het gevoel dat ik in hun ogen niet gehandicapt ben maar gewoon een normaal mens.”
Beschikbare hulpmiddelen
De afgelopen jaren is er in talrijke landen veel vooruitgang geboekt op het gebied van de hulpverlening aan lichamelijk gehandicapten. Een hele reeks organisaties, middelen en diensten is beschikbaar om hen te helpen op zichzelf te wonen. In veel plaatsen hoeft men alleen maar in de plaatselijke telefoongids te kijken als men inlichtingen wil inwinnen over deze organisaties en diensten.
Veel openbare gebouwen en faciliteiten hebben nu speciale voorzieningen voor invaliden. Sommige luchtvaartmaatschappijen en reisbureaus bieden speciale reizen voor gehandicapten aan. En mensen die aan beide armen en benen verlamd zijn, kunnen zich thans onafhankelijk van anderen verplaatsen in aangepaste auto’s en busjes.
De moderne technologie, die het in enkele gevallen mogelijk heeft gemaakt de functie van beschadigde zenuwen te ondervangen, heeft sommige verlamden in staat gesteld te lopen. Dr. J. Petrofsky, die op dit terrein baanbrekend onderzoek heeft verricht, geeft echter toe dat de hoop van mensen op die technologie ijdel kan zijn. Zij zouden kunnen gaan geloven dat iedereen die verlamd is er het vermogen om te lopen door terugkrijgt. „Het enige wat je kunt doen, is eerlijk zijn”, zegt dr. Petrofsky, „en proberen hun precies te vertellen in welk stadium dat onderzoek verkeert. Wij genezen namelijk niets.”
Een echte genezing
Niettemin zal een echte en blijvende genezing van alle lichamelijke handicaps te zijner tijd werkelijkheid worden. Die stellige hoop eens weer te kunnen lopen, is voor Ed een grote steun geweest en heeft hem geholpen al die jaren met zijn handicap te leven. De bijbelse belofte luidt: „De ogen der blinden [zullen] geopend worden, en zelfs de oren der doven zullen ontsloten worden. In die tijd zal de kreupele klimmen net als een hert, en de tong van de stomme zal een vreugdegeroep aanheffen.” — Jesaja 35:5, 6.
De genezing van alle kwalen zal hier op aarde werkelijkheid worden als de heerschappij van alle menselijke regeringen plaats maakt voor Gods koninkrijk (Daniël 2:44). Ja, Gods koninkrijk, waar Christus zijn volgelingen om heeft leren bidden, zal een nieuwe wereld brengen waarin ook de bijbelse belofte in vervulling zal gaan: „Geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek.’” — Jesaja 33:24; Mattheüs 6:9, 10.
Ten tijde van zijn ongeluk was Bill niet op de hoogte van de betekenis van deze bijbelse beloften, hoewel hij altijd diepe eerbied voor de bijbel had gehad. De eerste vijf jaar van zijn invaliditeit was hij zwaar aan de drugs. „Ik had in Vietnam drugs gebruikt om de verschrikkingen te ontvluchten”, zegt hij, „en later gebruikte ik ze om het leven in een rolstoel te kunnen verdragen.”
In 1974 kwam Bill echter met de hulp van Jehovah’s Getuigen tot de overtuiging dat de bijbel werkelijk waar is en dat de beloften erin volkomen betrouwbaar zijn. „Vanaf die tijd”, zo zegt hij, „vielen mij als het ware de schellen van de ogen!” Zeven maanden later droeg Bill zijn leven aan Jehovah God op en kort daarna begonnen hij en zijn vrouw samen als pioniers aan een leven van volle-tijdprediking.
Als Bill stilstaat bij de belevenissen die hij achter de rug heeft, geeft hij toe dat zijn ongeluk en de daaruit voortvloeiende invaliditeit pijnlijk waren. „Maar”, beklemtoont hij, „ik heb door die handicap heel veel gewonnen.” Hoe bedoelt hij dat?
„Ik betwijfel het of ik nu een waar christen zou zijn als ik die handicap niet had gehad”, legt hij uit. „Vroeger was ik te trots, te eerzuchtig, en ik zou waarschijnlijk niet lang genoeg in één plaats zijn gebleven om de christelijke boodschap te aanvaarden.”
En dus heeft Bill nu, net als Ed, de vaste overtuiging dat hij spoedig, in Gods nieuwe wereld, weer het volledige gebruik van zijn lichaam zal hebben. En ongeacht de ogenschijnlijke hopeloosheid van de situatie kan iedereen die gehandicapt is, datzelfde vertrouwen hebben in Gods genezende macht. Het hart van zo iemand kan dagelijks kracht putten uit de overtuiging: „Ik weet dat ik weer zal lopen!” — Ingezonden.
[Illustratie op blz. 23]
Ondanks zijn handicap heeft Ed een volledig aandeel aan de christelijke bediening