Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 8/7 blz. 3-5
  • Dierproeven — Zegen of vloek?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dierproeven — Zegen of vloek?
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De prijs die betaald wordt om levens te redden
  • Hartchirurgie en de ziekte van Alzheimer
  • AIDS en de ziekte van Parkinson
  • Dierproeven — Een evenwichtige zienswijze
    Ontwaakt! 1990
  • Dierproeven — Felle reacties
    Ontwaakt! 1990
  • Is het einde van ziekte in zicht?
    Ontwaakt! 1984
  • Overwinningen en nederlagen in de strijd tegen ziekte
    Ontwaakt! 2004
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 8/7 blz. 3-5

Dierproeven — Zegen of vloek?

ALS u tot de vele miljoenen mensen behoort die tegen het begin van deze eeuw het levenslicht aanschouwden, weet u misschien wel dat uw hoge leeftijd de verwachtingen van uw ouders en van de dokter of de vroedvrouw die u heeft gehaald, ver heeft overtroffen. Als u in de Verenigde Staten, Canada of Europa geboren bent, was uw levensverwachting in het jaar 1900 ongeveer 47 jaar. In andere landen was de potentiële levensduur nog korter. Tegenwoordig ligt in veel landen de levensverwachting boven de 70 jaar.

Hoe oud u ook bent, u leeft in een paradoxale tijd. Uw grootouders of overgrootouders waren getuige van de niet te beheersen gevolgen van de talrijke ziekten die hun generatie hebben gedecimeerd. Pokken bijvoorbeeld eisten jaarlijks talloze duizenden levens en schonden miljoenen anderen voor het leven. Griepepidemieën eisten hun tol — één epidemie alleen al betekende de dood voor 20 miljoen mensen in één jaar (1918–’19). Na de Eerste Wereldoorlog kwamen in Rusland drie miljoen mensen om door epidemische vlektyfus. Vlektyfusepidemieën deden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in talrijke andere landen voor. Naar schatting stierven 25 van de 100 mensen die bij vlektyfusepidemieën besmet werden.

De verschrikkelijke ziekte kinderverlamming, later bekend als poliomyelitis of kortweg polio, verminderde de wereldbevolking jaarlijks met zo’n 30.000 mensen en maakte duizenden anderen kreupel, vooral kinderen. En dan waren er de vele kleintjes die hun eerste aanval van tyfus of difterie, roodvonk of mazelen, kinkhoest of longontsteking al niet overleefden. De lijst schijnt eindeloos. Van elke 100.000 baby’s die in 1915 werden geboren, stierven er ongeveer 10.000 vóór hun eerste verjaardag. Hersentumors waren inoperabel. Het weer doorgankelijk maken van dichtgeslibde slagaders kende men niet. Artsen waren niet bij machte de slachtoffers van een hartaanval te redden, en kanker betekende een wisse dood.

Ondanks de doodaanbrengende plagen die de wereld sedert de eeuwwisseling en daarvoor hebben geteisterd, is de levensverwachting van de mens thans met ongeveer 25 jaar toegenomen. In veel delen van de wereld heeft een kind dat vandaag geboren wordt dan ook een levensverwachting van ongeveer 70 jaar.

De prijs die betaald wordt om levens te redden

Gelukkig zijn de meeste thans levende jonge mensen aan veel van de dodelijke ziekten ontsnapt die verantwoordelijk waren voor veel vroegtijdige sterfgevallen in de generaties van hun voorouders. Maar zij vinden het misschien niet prettig te weten dat veel van de harige vrienden van de mens — honden, katten, konijnen, apen en andere — zijn opgeofferd voor de zaak van de medische wetenschap ’opdat mensen thans een langer en gezonder leven zouden hebben’, zoals de wetenschappers het graag uitdrukken.

Nagenoeg alle ziekten die in deze eeuw zijn uitgebannen of die men nu onder controle heeft — polio, difterie, de bof, mazelen, rodehond, pokken, enzovoort — zijn overwonnen met behulp van dierproeven. Anesthesie en analgesie, het intraveneus toedienen van voedsel en medicijnen, radiotherapie en chemotherapie bij kanker, het is allemaal eerst met dierproeven getest op veiligheid en doelmatigheid. En dat is nog maar een klein deel van het scala.

„Er bestaat nauwelijks een belangrijke therapie of chirurgische ingreep in de hedendaagse geneeskunde die ontwikkeld had kunnen worden zonder dierproeven”, zei een beroemd neuroloog, dr. Robert J. White. „Het werken met honden en andere dieren heeft tot de ontdekking van de insuline en het onder controle krijgen van suikerziekte geleid, tot de open-hartchirurgie, de pacemaker en het hele terrein der orgaantransplantatie. Polio . . . is in de Verenigde Staten bijna totaal uitgeroeid door preventieve vaccins die geperfectioneerd zijn op apen. Door met dieren te werken, hebben onderzoekers de genezingskans voor kinderen die getroffen worden door acute lymfoïde leukemie omhooggebracht van 4 procent in 1965 tot 70 procent thans”, zei dezelfde arts.

De rol van dierproeven wordt bevestigd door Harold Pierson, die onder dr. F. C. Robbins laborant was aan de Western Reserve University in Cleveland (Ohio, VS). Hij vertelde Ontwaakt! dat bij hun programma om een oraal vaccin voor polio te vinden, gebruik werd gemaakt van de nieren van apen. Het weefsel van één nier volstond voor duizenden proeven. Hij verklaarde: „De verzorging van de apen was humaan en ze waren altijd onder narcose als ze werden geopereerd. Er was zeker geen sprake van opzettelijke wreedheid. Vanwege hun operaties waren ze echter wel het onvrijwillige slachtoffer van wetenschappelijke wreedheid.”

Hartchirurgie en de ziekte van Alzheimer

Als direct resultaat van dierproeven zijn er nieuwe chirurgische technieken ontwikkeld om door cholesterolafzettingen verstopte slagaders doorgankelijk te maken, waardoor veel hartaanvallen — de voornaamste doodsoorzaak in de westerse wereld — voorkomen zijn. Door eerst op dieren te experimenteren, leren dokters hoe met succes omvangrijke gezwellen uit de menselijke hersenen weg te nemen en afgerukte ledematen — armen, benen, handen en vingers — weer te bevestigen. Dr. Michael DeBakey, die de eerste geslaagde bypass-operatie van de kransslagader uitvoerde, zei: „Op mijn eigen terrein van klinisch onderzoek was nagenoeg elke baanbrekende ontwikkeling in de cardiovasculaire chirurgie gebaseerd op dierexperimenten.”

Over de ziekte van Alzheimer zei dr. Zaven Khachaturian van het Amerikaanse Nationaal Geriatrisch Instituut: „Acht jaar geleden waren wij nog helemaal nergens. Er is ongelooflijke vooruitgang geboekt bij het onderzoek naar de ziekte van Alzheimer door onze investering in fundamenteel onderzoek naar het functioneren van de hersenen dat teruggaat tot de jaren ’30.” Bij het merendeel van het werk werd gebruik gemaakt van dieren en de dokter merkte op dat daar de sleutel ligt tot verdere vooruitgang.

AIDS en de ziekte van Parkinson

De dringendste speurtocht waar men thans mee bezig is en waarin door wetenschappers en immunologen overuren worden gemaakt, is die naar een vaccin tegen de afschuwelijke ziekte AIDS, waaraan volgens sommige deskundigen tegen 1991 alleen al in de Verenigde Staten 200.000 mensen overleden zullen zijn. In 1985 slaagden geleerden van het New England Regional Primate Center erin, het STLV-3-virus (SAIDS, vorm van AIDS bij mensapen) te isoleren bij makaken en andere ermee te infecteren. Dr. Norman Letvin, als immunoloog verbonden aan dit centrum, zei: „Nu het virus is geïsoleerd, hebben wij een dierlijk onderzoeksmodel om vaccins voor apen en voor mensen te ontwikkelen. Van een heel klein aantal dieren kan bij een gecontroleerd onderzoek heel wat meer geleerd worden dan door de observatie van honderden mensen die aan AIDS lijden.”

Artsen aan het Yerkes Regional Primate Research Center van de Emory University in Atlanta waren de eersten die door hun onderzoeken met rhesusapen de uitvoerbaarheid konden aantonen van het inplanten in de hersenen van dopamine-producerend weefsel als behandeling bij de ziekte van Parkinson. Sinds 1985 hebben neurochirurgen de operatie bij mensen verricht in het Emory Academisch Ziekenhuis. Artsen zijn van mening dat dit kan leiden tot een doorbraak bij het vinden van een therapie voor de ziekte.

De mens heeft zich van het dier bediend bij zijn zoeken naar antwoorden op hoofdbrekende vragen over de manier waarop hij zijn eigen onvolmaakte leven kan verbeteren en in stand kan houden, al is het maar tijdelijk. Het gebruik van dieren bij wetenschappelijk medisch onderzoek roept echter gewichtige morele en ethische strijdpunten op die niet gemakkelijk op te lossen zijn.

[Kader op blz. 5]

Dierproeven — Een oud gebruik

HET wijdverbreide gebruik van dieren door artsen en wetenschappers om de fysiologie van de mens te begrijpen, is niet uniek voor onze twintigste eeuw. Dieren worden al minstens 2000 jaar bij medisch onderzoek gebruikt. Uit verslagen blijkt dat in de derde eeuw v.G.T. de filosoof en geleerde Erasistratus in het Egyptische Alexandrië dieren gebruikte om lichaamsfuncties te bestuderen en constateerde dat zijn bevindingen ook golden voor mensen. In de vierde eeuw v.G.T. al had de beroemde Griekse geleerde Aristoteles door zijn studie van dieren waardevolle informatie verzameld over de structuur en het functioneren van het menselijk lichaam. Vijf eeuwen later gebruikte de Griekse geneesheer Galenus apen en varkens om zijn theorie te bewijzen dat in aders geen lucht zit maar bloed.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen