Dierproeven — Felle reacties
ALS er een optelsom gemaakt kon worden van het exacte aantal viervoeters dat wereldwijd bij laboratoriumexperimenten en als model voor wetenschappelijk medisch onderzoek gebruikt wordt, dan zou het jaarlijkse totaal ontstellend zijn. In de Verenigde Staten alleen al worden naar schatting jaarlijks minstens 17 miljoen dieren gebruikt — honden, katten, apen en halfapen, marmotten en konijnen. Ratten en muizen vertegenwoordigen 85 procent van dit aantal. Daar er geen nauwkeurige rapporten zijn van de aantallen dieren die worden gebruikt of waar dat gebeurt, worden deze aantallen door sommige deskundigen als hoogstens een voorzichtige schatting beschouwd. In sommige bronnen houdt men het totaalaantal voor de Verenigde Staten op dichter bij de honderd miljoen. Vindt u deze cijfers schokkend?
Hoewel het offeren van deze harige dieren niet zinloos is geweest, gruwt u misschien alleen al bij de gedachte. Beziet u deze slachting als immoreel? Miljoenen mensen verafschuwen het gebruik van dieren voor wetenschappelijk onderzoek. Sommigen betogen dat het misbruiken van dieren als speciesisme beschouwd moet worden. Een speciesist is iemand die „de belangen van zijn eigen soort zwaarder laat wegen dan de belangen van een andere soort” (Point/Counterpoint Responses to Typical pro-Vivisection Arguments). Volgens de dierenbevrijdingsbeweging geloven speciesisten „dat het doel de middelen heiligt en dat er iets kwaads moet worden aangericht [bij dieren] om iets goeds [voor mensen] te bereiken”.
De wetenschappelijke zienswijze daarentegen wordt samengevat in de volgende vragen: Verafschuwt u een systeem dat het doden van dieren voorstaat opdat artsen nieuwe technieken kunnen leren voor het verrichten van operaties op mensen of om de verspreiding van dodelijke ziekten te voorkomen? Bent u bereid af te zien van nieuwe levenreddende geneesmiddelen omdat u weet dat ze eerst zijn getest op dieren? Zou u bereid zijn, ja er de voorkeur aan geven, uw levende maar hersendode kind of vader of moeder te laten gebruiken bij chirurgische experimenten in plaats van een dier? En ten slotte nog dit: Als onderzoek op een dier u of een beminde een ondraaglijke ziekte of de dood zou kunnen besparen, zou u dat dan weigeren vanuit het standpunt dat het immoreel is een dier te offeren om een mens te redden? Sommigen zullen zeggen dat het dilemma niet zo gemakkelijk op te lossen is.
Dierenbevrijdingsbeweging
Niettemin is men zich in de jaren ’80 steeds meer tegen het gebruik van dieren bij wetenschappelijk onderzoek gaan keren. Thans is die afkeer belichaamd in een wereldwijd netwerk van actieve organisaties die in kracht en aantal blijven groeien. Ze eisen onomwonden dat het gebruik van dieren, alle dieren, voor medische of laboratoriumproeven totaal wordt afgeschaft.
Activisten voor de rechten van het dier laten hun stem horen via demonstraties op straathoeken, via politiek gelobby, in tijdschriften en kranten, op radio en televisie en, het opvallendst, door militant en gewelddadig op te treden. Een vooraanstaand Canadees activist zei over de bevrijdingsbeweging: „Ze verbreidt zich snel over heel Europa, Australië en Nieuw-Zeeland. In de States wordt ze sterker. Er is een fenomenale groei in Canada. Er is een wereldwijde groep van netwerken en internationaal bestaat de neiging de agressievere bewegingen voor dierenrechten te steunen.”
Sommige van deze ’agressieve netwerken’ zijn bereid geweld te gebruiken ter ondersteuning van hun zaak. De afgelopen paar jaar zijn in ten minste 25 researchlaboratoria in de Verenigde Staten vernielingen aangericht door dierenrechtengroeperingen. Op universiteitslaboratoria zijn bomaanslagen gepleegd. Bij deze overvallen is voor miljoenen dollars schade aangericht. Belangrijke rapporten en waardevolle gegevens zijn vernietigd. Proefdieren zijn gestolen en vrijgelaten. Bij een van de overvallen is waardevol onderzoek naar blindheid bij zuigelingen vernietigd. Waardevolle apparatuur ter waarde van honderdduizenden dollars is vernield.
In een open brief aan universiteitsfunctionarissen en de nieuwsmedia pochte een militante groepering dat de vernieling van een $10.000 kostende microscoop in zo’n 12 seconden met een ijzeren staaf van $5 „een aardig rendement van onze investering” was. In andere researchcentra moesten artsen en wetenschappers constateren dat er bloed over dossiers en researchmateriaal was gegoten en op muren bevrijdingsleuzen waren gespoten. In één verslag wordt gesproken van „het treiteren, ook bedreigen met de dood, van wetenschappers en hun gezinnen”. In de Verenigde Staten hebben leden van de dierenbevrijdingsbeweging meer dan een dozijn bedreigingen met de dood of geweld geuit aan het adres van individuele wetenschappers. In een uitzending van de Londense BBC in 1986 zei een commentator: „Wat de activisten verenigt, is de overtuiging dat directe actie — de verwoesting van eigendommen en zelfs levens — moreel gerechtvaardigd is in een oorlog ter bevrijding van de dieren.”
Een leidster van de dierenbevrijdingsbeweging zei: „Er is niemand gewond geraakt, maar dat gevaar dreigt . . . Vroeg of laat zal er iemand terugslaan en dan zouden mensen letsel kunnen oplopen.” In datzelfde interview, in 1986, voorspelde de leidster van de beweging geweld in Engeland en West-Duitsland. Voorvallen in de vorm van aanslagen met brandbommen en geweldpleging hebben haar voorspelling bevestigd. In de Verenigde Staten zijn al aanslagen gepleegd op het leven van een man wiens bedrijf dierproeven doet. Door snel ingrijpen van de politie kon een bomaanslag voorkomen worden. Niet alle leden van dierenbevrijdingsbewegingen zijn het echter met deze gewelddadige, onwettige tactieken eens.
Waarom hun verzet?
Volgens The Journal of the American Medical Association kunnen „de meeste mensen die zich druk maken over het gebruik van dieren bij biomedisch onderzoek verdeeld worden in twee algemene categorieën: (1) zij die zich bekommeren om het welzijn van dieren en niet gekant zijn tegen biomedisch onderzoek maar de verzekering willen dat dieren zo humaan mogelijk worden behandeld, dat het aantal gebruikte dieren tot het absolute minimum dat vereist is beperkt blijft en dat dieren alleen worden gebruikt als dat noodzakelijk is.” Deze groep, die niet zo aan de weg timmert, vormt volgens recente onderzoeken de meerderheid.
De tweede groep wordt, volgens dezelfde bron, gevormd door „degenen die zich bekommeren om de rechten van het dier; zij nemen een radicaler standpunt in en zijn totaal tegen het gebruik van dieren bij biomedisch onderzoek.” „Dieren hebben fundamentele onvervreemdbare rechten”, zei een van de leiders van zo’n groep. „Als een dier pijn kan lijden of angst kan voelen, dan heeft het er recht op dat het die dingen niet worden aangedaan.” „Te zeggen dat een mens speciale rechten heeft, mist elke logische grond”, zei een andere woordvoerder. „Een rat is een varken is een hond is een jongen. Het zijn allemaal zoogdieren.”
Veel diep overtuigde voorstanders van dierenbevrijding zijn gekant tegen het gebruik van dieren als voedsel, voor kleding, bij sport en zelfs als huisdier. Vissers zijn in het water geduwd door tegenstanders van het vangen en eten van vis. Mensen die een bontmantel of andere kleding gemaakt van dierehuid droegen, zijn op straat uitgescholden. Er is ingebroken in winkels en dure bontmantels zijn vernield door mensen met een nogal radicale kijk op het gebruik en misbruik van dieren. „Ik eet geen eieren bij het ontbijt en draag geen leer”, vertelde een van hen. „Achter praktisch elk plakje bacon en elk onnozel uitziend ei”, waarschuwde een nieuwsbrief van de Amerikaanse Vereniging voor de Dierenbescherming, „schuilt een lange, verborgen geschiedenis van ondraaglijk lijden.” In de nieuwsbrief, compleet met foto’s van zeugen en kippen opgesloten in kleine hokken en kooien, werd de beschuldiging geuit dat deze toestanden, wijdverbreid in de varkens- en pluimveehouderij, een „bord eieren met spek tot niets minder dan ’een wreed ontbijt’ maken”. Het is duidelijk dat er bij de verdediging van de rechten van het dier krachtige en oprechte gevoelens meespelen.
Gruwelverhalen
Veel mensen vinden dat het verzet tegen dierproeven volkomen gerechtvaardigd is. Een van de beruchtste gevallen betrof het Hoofdletsellaboratorium van een vooraanstaande Amerikaanse universiteit. Gestolen videotapes buitgemaakt bij een dierenbevrijdingsactie onthulden hoe „apen de kop werd ingeslagen in een machine, terwijl onderzoekers lachten om het spastische gedrag van de dieren met hun beschadigde hersenen”, berichtte het tijdschrift Kiwanis van september 1988. Dit leidde tot het intrekken van regeringssubsidies voor het laboratorium.
Ook is er de beruchte Draize-test, maar al te bekend in de cosmetica-, shampoo-, wasmiddelen- en schoonmaakartikelenindustrie. Deze test wordt gebruikt om de irritatie te meten van produkten die in iemands ogen zouden kunnen komen. Meestal worden zes tot negen albino konijnen in een blok gezet waar alleen hun kop en nek uitsteken. Daardoor wordt voorkomen dat ze met hun poten in hun oogjes wrijven nadat de chemische substantie erin is gedruppeld. Naar verluidt krijsen de konijnen van pijn. Zelfs veel onderzoekers zijn bitter tegen deze vorm van testen gekant en proberen er een eind aan te maken. Bewegingen voor dierenrechten hebben veel uit laboratoria voor dierproeven afkomstige gruwelverhalen gedocumenteerd.
Aanhangers van de dierenbevrijdingsbeweging hebben geen hoge dunk van de eerder geciteerde dr. Robert White. De Amerikaanse Anti-Vivisectiebond schreef dat hij „de beruchte vivisector uit Cleveland is die de koppen van apen heeft getransplanteerd en apehersenen in leven heeft gehouden op een vloeistof, buiten het lichaam”.
Zoals bij veel controversen zijn er twee uitersten, maar ook een middenweg die probeert de beste van de effecten te gebruiken en de ergste uit te bannen. Zijn er bijvoorbeeld wel praktisch uitvoerbare alternatieven voor proeven met dieren? Is de totale afwijzing van dierproeven de enige doenlijke, evenwichtige oplossing? In ons volgende artikel zullen die vragen worden beschouwd.
[Kader op blz. 9]
Verschillende standpunten
„IK GELOOF dat dieren rechten hebben die, hoewel ze van de onze verschillen, even onvervreemdbaar zijn. Ik geloof dat dieren er recht op hebben dat ze door ons geen pijn, angst of lichamelijk ongerief wordt berokkend. . . . Ze hebben het recht op geen enkele manier gebrutaliseerd te worden als bron van voedsel, voor ontspanning of met enig ander oogmerk.” — De bioloog Roger Caras, ABC-TV News, VS (Newsweek, 26 december 1988).
„Globaal gezien kan ik niet om al het goede heen dat met wetenschappelijk onderzoek is bereikt. In laboratoria ontwikkelde vaccins, therapieën, operatietechnieken en werkwijzen hebben de levensverwachting de afgelopen eeuw spectaculair verhoogd . . . In dat licht zou het niet gebruiken van dieren voor wetenschappelijk onderzoek als de inhumane keuze gezien kunnen worden: Wij hadden de mogelijkheid om te leren hoe ziekten te verlichten maar maakten er geen gebruik van.” — Marcia Kelly, Health Sciences, najaar 1989, University of Minnesota.
„Ik zeg ’Nee’ tegen dierexperimenteel onderzoek. Niet alleen om ethische maar voornamelijk om wetenschappelijke redenen. Er is aangetoond dat de resultaten van dierproeven geenszins gelden voor mensen. De stofwisseling is onderhevig aan een natuurwet . . . die inhoudt dat een biochemische reactie die voor één soort is vastgesteld, slechts opgaat voor die bepaalde soort en voor geen andere. . . . Dierexperimenteel onderzoek is misleidend, zinloos, duur en bovendien wreed.” — Gianni Tamino, wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit van Padua, Italiës voornaamste medische hogeschool.
[Illustratie op blz. 7]
Konijnen in een blok, gebruikt voor Draize-tests op de ogen
[Verantwoording]
PETA
[Illustratieverantwoording op blz. 8]
UPI/Bettmann Newsphotos