Olie — Hebben wij alternatieven?
OLIE. In zee terechtgekomen, vormt ze een glibberige, zwarte laag die veel van het leven waarmee ze in aanraking komt, verstikt en doodt. Bij verbranding komen dampen vrij die de longen aantasten, bomen doen wegkwijnen en zelfs bijdragen tot een temperatuurverhoging van onze planeet, het zogenoemde broeikaseffect. Toch is de huidige wereld er heel erg afhankelijk van. Wij gebruiken in feite zo veel olie dat wij volgens sommigen misschien al door de voorraad heen zijn voordat wij onszelf er helemaal mee vergiftigd hebben.
Gezien alle problemen die olie veroorzaakt, is het niet verwonderlijk dat steeds meer mensen zich thans afvragen of wij voor brandstof nog andere mogelijkheden hebben dan olie. Het kan nuttig zijn deze vraag toe te spitsen op de auto — de snelst in aantal toenemende verslinder van ’s werelds beperkte olievoorraad, en tevens een kampioen-vervuiler. Auto’s braken elk jaar zo’n 400 miljoen ton kooldioxide uit in een atmosfeer die toch al van alle kanten belaagd wordt. Maar lopen auto’s alleen op het olieprodukt benzine?
Nee. Er zijn andere brandstoffen. Geleerden experimenteren nog met door zonne-energie aangedreven auto’s en elektrische auto’s. Maar een onvoorziene doorbraak daargelaten, zullen wij het niet zien gebeuren dat zulke voertuigen de benzineauto in de nabije toekomst vervangen.
Waterstof is wellicht een veelbelovende autobrandstof. Niet alleen veroorzaakt waterstof minder luchtvervuiling dan benzine, het is ook niet snel op. Het is het meest voorkomende element in het universum. Maar op dit moment is een bruikbare, op waterstof rijdende auto alleen iets voor de verre toekomst, wanneer de technologie het idee misschien weet te verwezenlijken.
Alcohol als brandstof
Hoe kan de meer directe toekomst er uitzien? Op grote schaal worden er in auto’s en vrachtwagens reeds twee soorten brandstof gebruikt die niet uit olie bereid zijn: alcohol en aardgas. Een zuivere alcohol, ethanol, wordt uit suikerriet gedestilleerd. In 1987 reed 90 procent van de nieuw verkochte auto’s in Brazilië op ethanol, al is dat cijfer in recente maanden teruggelopen tot 69 procent door de daling van de olieprijzen. Ethanol is schoner dan benzine en komt uit een bron die kan worden aangevuld. Wij kunnen altijd meer suikerriet, of suikerbieten, of cassave, of maïs verbouwen, om meer ethanol te produceren.
Een probleem is evenwel de hoeveelheid land die nodig is om ethanolproducerende gewassen te verbouwen. De Verenigde Staten zouden bijna 40 procent van hun maïsoogst opzij moeten zetten om voldoende ethanol te kunnen produceren voor krap een tiende van hun behoefte aan autobrandstof.
Nog een probleem zijn de kosten. Volgens één schatting gaat bij de omzetting van ethanolproducerende gewassen in brandstof zo’n 30 tot 40 procent van de aanwezige potentiële energie verloren. Gezien de bijkomende kosten van het verbouwen en verwerken, hebben sommige experts geconcludeerd dat het meer energie kost om ethanol te produceren dan de ethanol zelf oplevert!
Methanol, een uit aardgas of kolen bereide alcohol, is minder duur. Hoewel sommige brandstoffen een auto wat traag maken, geeft methanol juist meer pit. Raceauto’s rijden vaak op methanol omdat deze brandstof minder explosief is dan benzine. In juni 1989 lanceerde de Amerikaanse president George Bush een plan voor alternatieve brandstoffen volgens hetwelk tegen 1995 500.000 Amerikaanse auto’s op methanol zouden moeten rijden. De regering beweert dat haar voorstel de verontreiniging door auto’s sterk zou terugdringen.
Maar ook methanol heeft zijn problemen. Hoewel het bij verbranding minder kooldioxide produceert dan benzine, veroorzaakt het een andere verontreiniging: formaldehyde, een stof waarvan men vermoedt dat ze kankerverwekkend is. Bovendien zouden methanolauto’s bij koud weer slechter starten.
Aardgas
Het voor het verwarmen van huizen en voor koken algemeen gebruikte aardgas heeft duidelijke voordelen als autobrandstof. Het is eenvoudig van samenstelling — het bestaat grotendeels uit methaan — en verbrandt schoon. Het produceert veel minder kooldioxide dan benzine en helemaal geen rook vol roetdeeltjes zoals dieselolie. Motoren die op zo’n schone brandstof draaien hebben minder onderhoud nodig. Aardgas is relatief goedkoop en nog in overvloed aanwezig.
Men gebruikt reeds op aardgas rijdende auto’s in Italië, Rusland, Nieuw-Zeeland en Canada. Maar ook gas is niet zonder problemen. Het ombouwen van een op benzine lopende auto tot een auto die op gas loopt, is duur. Bovendien neemt gas, zelfs al is het gecomprimeerd, veel ruimte in. Er moeten verscheidene grote opslagtanks in de kofferbak van de auto worden geïnstalleerd. Zelfs dan nog heeft zo’n auto een betrekkelijk beperkt bereik en moet er vaker getankt worden.
Het tanken brengt ons op een probleem dat aan alle alternatieve brandstoffen kleeft. Wie wil een auto kopen die op een alternatieve brandstof loopt, wanneer hij moeilijk een tankstation zal kunnen vinden dat die brandstof verkoopt? Aan de andere kant, waarom zouden tankstations alternatieve brandstoffen gaan verkopen als ze niet de garantie hebben dat die zullen worden gekocht? Wie zullen er dus het eerst komen, de kopers van de brandstof, of de verkopers ervan?
Een oplossing voor dit dilemma is auto’s te maken die op twee verschillende soorten brandstof lopen. Er zijn al auto’s die zowel op aardgas als op benzine rijden, of op aardgas en diesel, of alcohol en benzine, of op twee brandstoffen door elkaar, ongeacht de mengverhouding die ze in de tank hebben. Hoewel zulke ’dual fuel’ auto’s gemakkelijker van brandstof te voorzien zouden zijn, wil dat nog niet zeggen dat ze even schoon of economisch zouden lopen als auto’s die voor het rijden op slechts één schone brandstof ontworpen zijn.
Een verborgen oliereserve
De meest rechtstreekse manier om onze olieproblemen te verminderen, is de olie efficiënter te gebruiken. Dit zou geen oplossing bieden voor de vervuiling die olie veroorzaakt, maar het zou misschien het optreden van ingrijpende olietekorten kunnen vertragen terwijl er alternatieve brandstoffen worden ontwikkeld. Een Amerikaanse senator beweert dat alleen al door te bereiken dat Amerikaanse auto’s gemiddeld 1 op 15 gaan rijden, „tegen het jaar 2000 660.000 barrels olie [ruim 100 miljoen liter] per dag zouden worden bespaard. In 30 jaar, dezelfde tijd als de verwachte levensduur van een olieveld, zou dat neerkomen op zo’n 7,8 miljard barrels. Dat is meer dan de olie-industrie waarschijnlijk ooit in Alaska zal vinden.” — The New York Times, 15 april 1989.
Toch wordt efficiëntie in de Verenigde Staten, waar het het grootste verschil zou kunnen uitmaken, heel erg ondergewaardeerd. In de VS worden bijna evenveel kilometers gereden als in alle andere landen ter wereld te zamen. Derhalve hebben in het bijzonder de Amerikanen een immense, onaangeboorde oliereserve vlak voor hun neus — of liever, onder de motorkap van hun auto’s en vrachtwagens — in de inefficiënt werkende, benzineverslindende motoren die daar schuilgaan.
Is het mogelijk auto’s zuiniger te laten rijden? Ja. In feite is het al heel gewoon als auto’s 1 op 15 rijden. Toen de olieprijzen in de jaren ’70 sterk stegen, was men wel gedwongen zuiniger auto’s te maken. Sindsdien hebben de fabrikanten auto’s met een beduidend gunstiger verbruik per kilometer ontwikkeld door nieuwe motorontwerpen toe te passen en lichtere en sterkere materialen te gebruiken voor de meer aërodynamisch gevormde carrosserie. Volvo heeft een auto ontwikkeld die 1 op 30 rijdt, Volkswagen een die 1 op 36 haalt en Renault heeft een prototype dat 1 op 52 loopt!
Er schuilt echter een addertje onder het gras. U kunt geen van deze auto’s kopen; ze zijn niet in produktie genomen. De autofabrikanten zijn van mening dat de kopers zich er nu, sinds de olieprijs in 1986 is gedaald, niet meer zo druk om maken of een auto zuinig is. Peugeot houdt zijn superzuinige auto — die 1 op 31 rijdt — achter de hand tot de olieprijzen omhooggaan en duidt hem dan ook aan als een crisisauto.
Volgens het tijdschrift World Watch hebben de meeste Amerikaanse autofabrikanten niet eens „crisisauto’s” achter de hand en investeren zij niet in nieuwe brandstofbesparende technologieën. Waarom niet? World Watch antwoordt: „De algemene mening lijkt te zijn dat het probleem ten dele toe te schrijven valt aan het feit dat men zijn denken laat beheersen door kwartaalwinsten en beursnoteringen, ten koste van produktontwikkeling.” Met andere woorden, nu winst maken betekent meer dan later een crisis vermijden.
Maar eigenbelang is niet uniek voor grote bedrijven. Autofabrikanten zorgen ervoor te weten wat de klant wil. Zij weten heel goed dat er op het moment geen gemakkelijke oplossingen bestaan voor ’s mensen te grote afhankelijkheid van olie. Bij alle alternatieven moet men iets inleveren. Een auto die de lucht niet vervuilt of de oliereserves niet uitput, heeft wellicht minder vermogen, of is niet zo pittig of luxueus als de oude benzineverslinder, en misschien is het tanken van brandstof wat lastiger.
Wat denkt u? Zijn mensen bereid dit soort offers te brengen teneinde een crisis te voorkomen die misschien pas in alle hevigheid zal losbarsten als hun kinderen of zelfs hun kleinkinderen al autorijden? De manier waarop de mens omgaat met deze aarde, het erfdeel van zijn nageslacht, schijnt daarop zonder woorden maar toch overduidelijk te antwoorden: „Wie maakt zich dáár nou druk om?”
Uiteindelijk is er bij het probleem om in onze brandstofbehoefte te voorzien zonder onze planeet te ruïneren, meer betrokken dan het vinden van alternatieven voor olie. Wij hebben een alternatieve geestesinstelling nodig, alternatieven voor hebzucht en kortzichtigheid. Door het onbekwame wanbeheer van de mens over de hulpbronnen van deze planeet, inclusief haar brandstoffen, wordt eens te meer bewezen wat de bijbel reeds lang geleden zei — dat de mens noch het recht, noch de bekwaamheid heeft om zichzelf te besturen. — Jeremia 10:23.
Maar voor degenen die de bijbel bestuderen, is dat niet het eind van het verhaal. De bijbel verzekert ons dat onze Schepper in de nabije toekomst een actievere rol zal gaan spelen in de menselijke aangelegenheden. Ongetwijfeld zal hij ons leren hoe wij de overvloed van hulpbronnen van deze planeet moeten gebruiken zonder ons eigen nest te bevuilen. Zo’n hoopvolle toekomst is veel beter dan het beste alternatief. Het is het enige alternatief. — Jesaja 11:6-9.
[Inzet op blz. 15]
Wij hebben alternatieven voor hebzucht en kortzichtigheid nodig