Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 8/12 blz. 12-15
  • Alcohol als brandstof — Het antwoord?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Alcohol als brandstof — Het antwoord?
  • Ontwaakt! 1980
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Veranderingen in auto’s
  • Met je kind over alcohol praten
    Hulp voor het gezin
  • Alcoholmisbruik en gezondheid
    Ontwaakt! 2005
  • Alcohol en u
    Ontwaakt! 1986
  • Alcoholmisbruik — Een ramp voor de maatschappij
    Ontwaakt! 2005
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 8/12 blz. 12-15

Alcohol als brandstof — Het antwoord?

een verslag over het Braziliaanse antwoord op de energiecrisis

IN 1979 begonnen benzinestations in een aantal Braziliaanse steden alcohol te verkopen in plaats van alleen benzine of dieselolie. Het idee is niet nieuw. In 1922 verklaarde Alexander Graham Bell: „Het wereldolieverbruik is zo groot dat de voorraden voor nog slechts enkele generaties toereikend zullen zijn. De oplossing is alcohol, een schone en volmaakte brandstof.”

Om werkelijk de oplossing te zijn, moet de alcohol afkomstig zijn uit een hernieuwbare bron. De enig beschikbare is de biomassa. Wat is dat? Levende, biologische materie die in energie kan worden omgezet. De sleutel is fotosynthese. Planten slaan zonne-energie op in de vorm van chemische verbindingen die door de mens gebruikt kunnen worden voor de produktie van alcohol — uit de biomassa verkregen alcohol.

Op alcohol lopende auto’s hebben in Brazilië een geschiedenis van al meer dan een halve eeuw. In 1919 besloot de gouverneur van de staat Pernambuco alcohol te gebruiken voor het wagenpark van overheidsvoertuigen, en in de jaren ’20 werd in deze staat al gebruik gemaakt van alcoholmengsels, terwijl enkele auto’s zelfs helemaal op deze brandstof liepen. Tegen 1933 besloot president Getulio Vargas Rio de Janeiro tot „de eerste op alcohol rijdende stad in Brazilië” te maken. Maar de poging om de 20.000 auto’s van die stad om te bouwen zodat ze op een mengsel van 60 procent alcohol konden rijden, moest worden gestaakt toen de alcohol opraakte. Andere pogingen om alcohol en benzine te vermengen, werden in 1938 en 1942 ondernomen, maar het was onmogelijk om alcohol voor een concurrerende prijs op de markt te brengen. In 1973 begon het beeld echter te veranderen. Omhoogschietende olieprijzen en een toegenomen verbruik dreven de Braziliaanse olie-importen op van ƒ 800 miljoen in 1972 tot ƒ 8 miljard in 1975.

Daar Brazilië heel rijk is aan stromend water dat aangewend kan worden voor het opwekken van elektriciteit, schiep de gestegen olieprijs geen energiecrisis, maar in plaats daarvan een brandstofcrisis. De brandstof die het land het beste kon kiezen, was biomassa-alcohol. Dientengevolge werd in november 1975 het Nationale Alcoholprogramma, Proálcool, gestart. Alles is hierin ondergebracht — het aanplanten van miljoenen hectaren extra suikerriet, het experimenteren met andere planten, alsook het treffen van regelingen voor de opslag en verkoop.

De eerste fase van het plan was gebruik te gaan maken van een alcohol/benzinemengsel met maximaal 20 procent alcohol, omdat hiervoor in de auto geen enkele aanpassing vereist is. Na meer dan drie jaar wordt er al tot 16 procent alcohol toegevoegd. Het Braziliaanse Alcoholprogramma heeft alle verwachtingen reeds verre overtroffen. In de periode 1974-’75 bedroeg de alcoholproduktie 740 miljoen liter; in de periode 1977-’78 steeg ze tot 1500 miljoen liter. Volgens de plannen moet de produktie in 1985 10.700 miljoen liter bedragen, wat ongeveer 5 procent van het energieverbruik van het land zal vertegenwoordigen.

Brazilië heeft een landoppervlakte van in totaal 8,5 miljoen km2, zodat er voldoende land — en zonlicht — is voor het verbouwen van de planten die de noodzakelijke grondstoffen moeten opleveren. Het achterland (cerrado) van Brazilië ongeveer twee miljoen km2 — is hiervoor ideaal.

Het voornaamste doel van Proálcool is door gisting en vervolgens distillatie uit suikerriet ethylalcohol te produceren. Jaarlijks wordt thans ongeveer 3500 liter alcohol per hectare geproduceerd, maar er zijn experimenten aan de gang om deze produktie te verhogen. De bouw en installatie van een fabriek voor de produktie van zo’n 120.000 liter alcohol per dag is ongeveer even duur als het aanboren van een oliebron (ƒ 20 miljoen), maar bij de fabriek bestaat er geen onzekerheid over de produktie. De installatie van zo’n alcoholdistilleerderij vergt in totaal ongeveer drie jaar, terwijl het wel vijf jaar kan duren voordat een olieveld in exploitatie genomen kan worden.

Onlangs publiceerde het Instituut van Technologisch Onderzoek zelfs een handleiding voor het opzetten van „mini-distilleerderijen”. Zo’n installatie zou de brandstof kunnen leveren voor een vrachtwagen en voor aggregaten om elektriciteit op te wekken, terwijl de stengelresten van het suikerriet omgezet zouden kunnen worden in kunstmest. Slechts 24 hectare land zou voldoende zijn om het suikerriet te verbouwen dat nodig is om de installatie van aanvoer te voorzien. Voor grootgrondbezitters in geïsoleerde gebieden zou de doe-het-zelfdistilleerderij een nieuwe manier van leven kunnen betekenen.

Een van de belangrijkste zorgen is de vervuiling die door het afval wordt veroorzaakt. De produktie van één liter alcohol levert ook 12 liter vinhoto, het giftige residu van suikerrietpulp. Als het in waterwegen wordt geloosd, absorbeert het zuurstof en doodt vissen, algen en planten. Bovendien produceert een distilleerderij voor 120.000 liter per dag ook nog eens vier ton gist. Gelukkig heeft Brazilië aandacht geschonken aan deze problemen. De Metalúrgica Conger S. A. fabriceert installaties om de gist met behulp van een thermisch proces om te zetten in eiwitrijk veevoeder en om door verdamping uit de vinhoto een uitstekende kunstmest, of veevoeder te vormen, zonder dat dit de opbrengst van de distilleerderij beïnvloedt.

Er is vruchtbare grond van goede kwaliteit vereist voor een goede produktie. Niet alle grond hier voldoet aan dat vereiste. Daarom is de regering van plan naast het oorspronkelijke Proácool-programma een project te ontwikkelen voor het produceren van ethanol, en later van methanol, uit het hout van eucalyptusbomen. De methanol zou als vervanging van zowel stookolie als dieselolie kunnen worden gebruikt. De belangrijkste reden voor het gebruik van eucalyptusbomen is dat ze niet zo’n vruchtbare grond nodig hebben als suikerriet. Andere voordelen zijn dat deze bomen in Brazilië erg snel volwassen worden (in vijf jaar) en het hele jaar door kunnen worden gekapt. Ook hebben de weersomstandigheden erg weinig invloed op de groei van eucalyptussen, terwijl ze voor suikerriet wel van groot belang zijn. Bovendien bedragen de produktiekosten van het eucalyptusbos ongeveer ƒ 300 per hectare, vergeleken met meer dan ƒ 900 voor suikerriet. Deze hogere kosten zijn te wijten aan de noodzaak van vruchtbaardere grond, meer kunstmest, bestrijdingsmiddelen en arbeid. Aan de andere kant kost een fabriek die dagelijks 120.000 liter alcohol uit eucalyptushout moet produceren, ongeveer tweemaal zo veel als een fabriek die suikerriet verwerkt.

Nu reeds zijn genoeg grondstoffen voorhanden om over een beginvoorraad te beschikken. Alleen al in de staten Mato Grosso do Sul en Minas Gerais kan meer dan 500.000 hectare eucalyptusbos gekapt worden. Per jaar zou ongeveer 1.000.000 hectare met bomen beplant moeten worden om in de toekomst over de noodzakelijke grondstoffen te beschikken. Onlangs verklaarde president Figueiredo: „Alles wat wij nodig hebben is dat 10 procent van de cerrado in centraal Brazilië beplant wordt met eucalyptussen om een hoeveelheid methanol te produceren die equivalent is met twee miljoen vaten [318 miljoen liter] petroleum per dag.” Dit zou Brazilië onafhankelijk maken van olie-importen.

De alcoholproduktie levert ook bepaalde waardevolle residuen op: voor elke 1000 liter alcohol verkrijgt men ook 800 kg metallurgische cokes, 350 kg veevoeder (eiwit), 500 kg koolzuurgas, en 30 kg furfural, een grondstof voor kunstharsen en oplosmiddelen. De waarde van de eerste twee nevenprodukten is alleen al ongeveer 70 procent van die van de geproduceerde alcohol. Er is derhalve sprake van dat de prijs van alcohol tussen de 20 en 40 cent per liter zou kunnen liggen, afhankelijk van de mate waarin deze bijprodukten kunnen worden aangewend.

Veranderingen in auto’s

Iedere op benzine lopende auto kan met slechts enkele kleine aanpassingen — voornamelijk voor het leveren van betere prestaties — worden omgebouwd voor het rijden op alcohol. Dit kost ongeveer ƒ 400 tot ƒ 500 per auto. Een voordeel van de op alcohol lopende auto is dat hij sneller optrekt dan de auto die op benzine rijdt. En daar alcohol pas bij een hogere temperatuur explodeert, vliegt hij bij een botsing niet zo snel in brand. Maar het brandstofverbruik ligt 10 tot 15 procent hoger. Ook vertoonden voor alcohol omgebouwde motoren aanzienlijke corrosie in de carburateur, de brandstofpomp en de brandstoftank. Derhalve hebben de meer recent omgebouwde motoren met kunststof beklede onderdelen en aluminium carburateurs om dit probleem op te heffen. Een ander probleem is het slechte starten bij erg koud weer. Om dit te verhelpen zijn er methoden ontwikkeld om de alcohol voor de ontsteking voor te verwarmen.

In São Paulo zijn de oranjegekleurde auto’s waarop keurig „Movido a Alcool” (Lopend op alcohol) staat aangegeven, een normaal beeld geworden. De vaste grap wanneer ze passeren, is „Wel, op zijn minst geldt dat voor de bestuurder!” Niettemin heeft het alcoholprogramma het stadium waarin het als grap werd bezien, al lang achter zich gelaten. Het is een realiteit.

Bij de fabrikanten rollen al op alcohol lopende auto’s van de assemblagelijnen. Het doel voor 1980 is 250.000 auto’s die op zuivere alcohol lopen. De regering schat dat tegen 1982 meer dan 1.000.000 auto’s een aangepaste of direct voor alcohol gebouwde motor zullen hebben.

Maar is uit biomassa bereide alcohol het volledige antwoord? Het is inderdaad een waardevolle, hernieuwbare bron van energie die God de mens beschikbaar heeft gesteld. Het overschakelen op alcohol als brandstof zal echter niet alle problemen gaan oplossen. Misbruik van deze hulpbron en hebzucht bij de produktie en distributie ervan kan tot even ernstige problemen leiden als in het geval van petroleum. Er zal geen oplossing komen voor het werkelijke probleem totdat zelfzuchtige uitbuiters uit de mensheid zijn verwijderd.

Hebben wij reden om te geloven dat dit ooit zal plaatsvinden? Ja, maar niet door menselijke krachtsinspanningen. De bijbel toont evenwel dat het Gods voornemen is om dit door middel van zijn Messiaanse koninkrijk te doen. „Van onderdrukking en van geweld zal hij hun ziel loskopen, en hun bloed zal kostbaar zijn in zijn ogen.” — Ps. 72:14.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen