Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 8/10 blz. 4-6
  • Oorlog — De bittere nasleep

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Oorlog — De bittere nasleep
  • Ontwaakt! 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De soldaten
  • De burgers
  • De kinderen
  • Oorlog — De schok en het trauma
    Ontwaakt! 1989
  • De Eerste Wereldoorlog en het begin van „weeën der benauwdheid”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Zijn zij bij hun terugkomst nog dezelfden?
    Ontwaakt! 1982
  • De oorlog die oorlogen doet ophouden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 8/10 blz. 4-6

Oorlog — De bittere nasleep

HET oorlogsmonster heeft miljoenen mannen, vrouwen en kinderen verpletterd, zowel militairen als niet-militairen. Velen hebben er lichamelijke, emotionele en psychische littekens aan overgehouden.

De soldaten

Veel soldaten die het bloedige conflict overleven, zijn verminkt geraakt, invalide geworden, en hebben hun toekomstverwachtingen in rook zien opgaan. Een typerend voorbeeld is Clem W———, een soldaat die de Eerste Wereldoorlog overleefde en de daaropvolgende dertig jaar van zijn leven voortdurend te kampen had met de naweeën van het mosterdgas dat in de oorlog was gebruikt.

Vaak zijn het echter de emotionele en psychische wonden die het moeilijkst te verwerken zijn. „Niemand die meegevochten heeft in de Eerste Wereldoorlog heeft die ervaring ooit helemaal van zich af kunnen schudden”, schreef Keith Robbins in The First World War. „Mannen die hun evenwicht en kalmte schenen te bewaren, droegen daar toch in het verborgene de littekens van mee”, vervolgde hij. „Vele jaren later werden zij ’s nachts wakker, nog steeds niet in staat een of ander beeld van verschrikking dat hun was bijgebleven van zich af te zetten.”

Denk bijvoorbeeld eens aan de verschrikkingen van slechts één dag in 1916 tijdens de eerste slag aan de Somme — alleen al onder de Britse troepen vielen er toen 21.000 doden en 36.000 gewonden! „De mannen die terugkwamen van de Somme spraken zelden over hun afschuwelijke ervaringen. Een psychische verdoving zette in . . . Eén man werd heel zijn leven achtervolgd door de gedachte dat hij een gewonde kameraad niet had kunnen helpen die naar hem om hulp had geschreeuwd terwijl hij terugkroop door niemandsland.” — The Sunday Times Magazine, 30 oktober 1988.

„Je bent bang dat je degenen die je liefhebt iets aan zult doen”, zei Norman J———, toen hij uitlegde wat de gevolgen waren van zijn intensieve gevechtstraining en de gevechten zelf. „Als je plotseling wakker wordt gemaakt, is je instinctieve reactie aan te vallen.” Mannen die langdurig in traumatische situaties verkeren, merken dat hun emoties afsterven. „Het wordt moeilijk nog enige emotie te tonen”, vervolgde hij. „Ik heb ook gezien dat mannen ernstig gestoord raakten door de spanning. Ik heb mannen bierglazen zien stukslaan en op het glas zien kauwen.”

Normans reacties zijn niet ongebruikelijk. „Eén op de zeven Vietnam-veteranen lijdt aan posttraumatische stress-stoornissen”, stond in een verslag te lezen. Boven een ander verslag stond de kop: „Voor velen is de oorlog niet voorbij”. Het verslag vervolgde: „Wel een miljoen Vietnam-veteranen moeten nog steeds een punt zetten achter een oorlog die hen nu nog elke dag terroriseert . . . Sommigen hebben zelfmoord gepleegd en hun gezin mishandeld. Anderen hebben last van flash-backs, nachtmerries en vervreemding . . . Zij hebben een psychische verwonding opgelopen die diep en blijvend is.”

Soms leidt dit tot misdadig gedrag. Hoeveel waarde kunnen mensen aan het leven en hoge morele beginselen hechten wanneer, zoals Gerald Priestland het uitdrukte, „een doodslag waarvoor ik onder bepaalde omstandigheden veroordeeld zou zijn wegens moord, mij onder andere omstandigheden een onderscheiding kon opleveren” (Priestland — Right and Wrong). „Wij waren daar huurmoordenaars”, zei een Vietnam-veteraan. „En dan word je de dag erop verondersteld naar huis te gaan naar de Ford-fabriek en alles te vergeten. Ja ja.” — Newsweek, 4 juli 1988.

De burgers

De twee wereldoorlogen, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung, „waren van invloed op de psyche van een hele generatie . . . Mensen die zulke gebeurtenissen hadden meegemaakt, hielden er littekens aan over, die werden doorgegeven aan kleinkinderen en achterkleinkinderen . . . Vier decennia later worden de symptomen van latente verwondingen zichtbaar.” Zulke verwondingen heeft men overal ter wereld ervaren.

Mary C——— bijvoorbeeld woonde in Engeland vlak bij een doelwit voor Duitse bombardementsmissies tijdens de Tweede Wereldoorlog. „Doordat ik mijn emoties niet liet blijken om mijn kinderen niet bang te maken, ging ik zwaar roken”, vertelde zij, „en uiteindelijk kreeg ik een zenuwinstorting die tot claustrofobie leidde.”

Aan de andere kant van de gevechtslinies, in Duitsland, woonde Cilly P———. „Als vluchtelingen”, zei ze, „leerden wij wat honger wil zeggen.” Zij leerde ook wat verdriet is. „Elke keer dat er gepraat werd over gevallenen of vermisten,” vervolgde zij, „dachten wij aan onze mannen. Anni, de zus van mijn verloofde, hoorde vlak voordat zij het leven schonk aan een tweeling dat haar man in de oorlog omgekomen was. De oorlog heeft veel gezinnen beroofd van hun man, hun huis en hun bezittingen.”

Ook Anna V——— uit Italië werd zwaar getroffen door de oorlog. „Ik raakte verbitterd door de verschrikkingen van de oorlog en het leed van mijn familie”, zei ze. „Een jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog stierf mijn moeder, zonder ooit haar zoon uit een krijgsgevangenkamp in Australië te hebben zien terugkeren. Mijn zus stierf door ondervoeding en gebrek aan medische verzorging. Ik verloor mijn geloof in God omdat hij het leed en de gruwelen toeliet.”

De schok van zo’n ontwrichting, scheiding en verlies is moeilijk te dragen. De kosten in termen van mensenlevens zijn meestal te hoog. Een jonge vrouw die tijdens de strijd om de Falkland Eilanden tussen Engeland en Argentinië in 1982 haar man had verloren, bracht de gevoelens van miljoenen die van man of beminde beroofd waren onder woorden toen ze zei: „Dat was het mij niet waard, mijn man te verliezen voor een stipje ergens op de wereldbol . . . Het verwerken van de emotionele schok is het grote probleem.” — Sunday Telegraph, 3 oktober 1982.

Denk ook eens aan de lichamelijke en emotionele wonden die de overlevenden van de atoombom zijn toegebracht. Een in 1945 geschreven verslag, Shadows of Hiroshima, doet voor ons op schokkende wijze de verschrikkelijke nasleep herleven van de bom op Hirosjima:

„In Hirosjima sterven dertig dagen nadat de eerste atoombom de stad heeft verwoest en de wereld heeft geschokt, nog steeds mensen, mysterieus en verschrikkelijk — mensen die niet gewond zijn geraakt bij de ramp, door een onbekend iets dat ik slechts kan omschrijven als de atoompest. Hirosjima ziet er niet uit als een stad die gebombardeerd is, maar alsof er een reusachtige stoomwals overheen is gegaan en haar volkomen verpletterd heeft.” Ruim veertig jaar later lijden en sterven er nog steeds mensen door die explosie.

De kinderen

Tot de meest tragische slachtoffers in de oorlogsgebieden van de wereld behoren de kinderen, van wie er velen in landen als Ethiopië, Libanon, Nicaragua en Kambodja in de legers hebben moeten dienen.

„Wat in Iran duidelijk is geworden toen jonge knapen de mijnenvelden in werden gestuurd, is dat jongens kneedbaarder en goedkoper zijn en voor lange periodes tot een hartstochtelijk emotioneel vuur opgezweept kunnen worden in een mate die bij volwassen soldaten niet te bereiken is”, schreef de Londense Times. In zijn commentaar op het ontmenselijkende effect dat dit op zulke kinderen moet hebben, stelde de voorzitter van een organisatie voor de mensenrechten de vraag: „Hoe kunnen zij ooit opgroeien tot normale en evenwichtige volwassenen?”

Die vraag wordt ook gesteld in het boek Children of War van Roger Rosenblatt. Hij interviewde kinderen die opgegroeid waren in streken waar zij niets anders dan oorlog hadden gekend. Velen gaven in weerwil van hun afgrijselijke ervaringen van een opmerkelijke veerkracht blijk. Maar anderen schijnen, net als „heel veel bootkinderen, vooral die wier ouders in Vietnam zijn achtergebleven, aan ernstige psychische stoornissen te lijden”.

Hoe kunnen de oorlogsslachtoffers die het overleefd hebben — mannen, vrouwen en kinderen — de problemen die daardoor in hun leven zijn ontstaan verwerken? Hoe zouden andere familieleden hen kunnen helpen? En zal er ooit een einde aan zulke tragedies komen?

[Inzet op blz. 6]

’Wij waren daar huurmoordenaars. En dan word je de dag erop verondersteld naar huis te gaan en alles te vergeten!’

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen