Oorlog — De schok en het trauma
„WIJ waren op patrouille geweest en alles was rustig verlopen. Onze commandant, een zachtaardige, gemoedelijke man, geen beroepssoldaat, leidde ons terug naar onze eigen linies. Een wachtpost vroeg het wachtwoord. Voordat onze commandant kon antwoorden, vuurde een nerveuze soldaat van achter onze linies en trof de commandant in het gezicht. De arme man stierf, stikkend in zijn eigen bloed.” Voor Edward B———, een Engelse soldaat, gaf dat op treffende wijze het trauma van de Tweede Wereldoorlog weer.
Sommigen proberen het ware karakter van een oorlog te verbloemen. Zo werd de Eerste Wereldoorlog door sommige propagandisten afgeschilderd als „deels Armageddon — de eindstrijd van het Goede tegen het Kwaad . . . en deels middeleeuws toernooi, met een vleugje cricket” (The Faces of Power). De Eerste Wereldoorlog was geen van beide. Beter was de beschrijving van de verslaggever en auteur Ernest Hemingway, die het had over „de meest kolossale, moordzuchtige, door wanbeleid gekenmerkte slachtpartij die ooit op aarde heeft plaatsgevonden” — tot aan de Tweede Wereldoorlog.
Een slachtpartij — dat zijn alle oorlogen van deze eeuw en daarvoor geweest. „Elke oorlog in de geschiedenis,” zo schreef Malcolm Browne, „welke rechtvaardiging men er ook voor aanvoert, is smerig, hartverscheurend en ontaardend voor alle betrokkenen geweest.” In Vietnam zag hij met eigen ogen veel van de goed gedocumenteerde slachtingen en gruwelen van de oorlog, maar hij was niettemin van mening dat „het spectrum van de verschrikkingen die in Vietnam plaatsgevonden hebben, niets toevoegt aan wat de mens al ervaren heeft”. — The New Face of War.
Soortgelijke verschrikkingen heeft men zeker tijdens de Tweede Wereldoorlog ervaren. Duitsland en Japan werden verwoest en het aantal oorlogsslachtoffers in die landen, militairen zowel als burgers, liep in de miljoenen. Het aantal gevallenen dat men in de Verenigde Staten te betreuren had, bedroeg ongeveer 400.000, in Groot-Brittannië 450.000 en in Frankrijk meer dan een half miljoen. Het dodencijfer van de Sovjet-Unie beliep naar schatting 20 miljoen. In een inventarisatie van „deze tol aan menselijk lijden” verklaart het boek World War II: „Het totale aantal oorlogsslachtoffers, burgers inbegrepen, bedroeg minstens 50 miljoen.”
De slachtoffers onder de burgerbevolking hoorden bij wat Gerald Priestland in zijn boek Priestland — Right and Wrong beschreef als de „totale oorlogvoering: oorlog voor mannen, vrouwen en kinderen, ongeacht waar zij zijn of wat zij doen, hoe oud of hulpeloos zij ook zijn”. Typerend ervoor was, zei hij, dat „de Geallieerden Hamburg en Dresden in de as [legden] en de Duitsers Liverpool en Coventry [verwoestten]”.
De verdelging van tientallen miljoenen mensen in de oorlog is weerzinwekkend geweest. Maar hoe staat het met degenen die het ’smerige, hartverscheurende en ontaardende’ trauma van de oorlog overleven? Welke invloed ondervinden zij ervan? En hoe kunnen zij de naweeën verwerken? Deze vragen worden in de volgende artikelen beschouwd.