De toekomst van de religie gezien haar verleden
Deel 16: 9-16de eeuw G.T. — Een religie die dringend aan hervorming toe was
’Elke wantoestand dient een hervorming te ondergaan.’ — Voltaire, achttiende-eeuwse Franse essayist en geschiedschrijver
DE VROEGE christenen onderwezen geen vagevuur, aanbaden geen beelden en vereerden geen „heiligen” en geen relikwieën. Zij lieten zich niet in met de politiek en namen hun toevlucht niet tot vleselijke oorlogvoering. Maar tegen de vijftiende eeuw kon dit van velen die beleden hun navolgers te zijn, niet langer worden gezegd.
„Ketters” roepen om hervorming
„De eerste voedingsbodems van de ketterij [tegen het rooms-katholicisme] verschenen omstreeks het jaar 1000 in Frankrijk en Noord-Italië”, zegt The Collins Atlas of World History. Sommige van de vroege zogenaamde ketters waren slechts ketters in de ogen van de kerk. Het is thans moeilijk om nauwkeurig te beoordelen in hoeverre afzonderlijke ketters aan het vroege christendom vasthielden. Niettemin is het duidelijk dat althans sommigen van hen dit trachtten te doen.
In het begin van de negende eeuw veroordeelde aartsbisschop Agobard van Lyon de beeldenaanbidding en het aanroepen van „heiligen”.a Een elfde-eeuwse aartsdiaken, Berengarius van Tours, werd geëxcommuniceerd omdat hij twijfel opperde aan de transsubstantiatie, de bewering dat het brood en de wijn die bij de katholieke mis worden gebruikt, in Christus’ werkelijke lichaam en bloed worden veranderd.b Een eeuw later verwierpen Petrus van Bruys en Hendrik van Lausanne de kinderdoop en de verering van het kruis.c Hendrik verloor als gevolg hiervan zijn vrijheid en Petrus zijn leven.
„Tegen het midden van de twaalfde eeuw ontstonden er in de steden van West-Europa talrijke ketterse sekten”, bericht de geschiedschrijver Will Durant. De belangrijkste van deze groepen waren de Waldenzen. Zij traden aan het einde van de twaalfde eeuw op de voorgrond onder leiding van de Franse koopman Pierre Valdès (Petrus Waldus). Zij waren het onder andere met de kerk oneens over de aanbidding van Maria, de biecht bij priesters, het lezen van missen voor de doden, de pauselijke aflaten, het priestercelibaat en het gebruik van letterlijke wapens.d De beweging breidde zich snel door geheel Frankrijk en Noord-Italië uit, alsook naar Vlaanderen, Duitsland, Oostenrijk en Bohemen (Tsjechoslowakije).
Ondertussen veroordeelde in Engeland John Wycliffe, die te Oxford studeerde en later bekendstond als „de morgenster van de Engelse Reformatie”, ’de op macht beluste hiërarchie’ van de veertiende eeuw. Door de hele bijbel in het Engels te vertalen, stelden hij en zijn metgezellen de bijbel voor het eerst algemeen beschikbaar voor gewone burgers. Wycliffes volgelingen werden lollarden genoemd. De lollarden predikten in het openbaar en verspreidden traktaten en gedeelten van de bijbel. Dit „ketterse” gedrag zat de kerk niet lekker.
Wycliffes denkbeelden werden alom verbreid. In Bohemen kwamen ze onder de aandacht van Johannes Hus, rector van de Universiteit van Praag. Hus trok de rechtmatigheid van het pausdom in twijfel en ontkende dat de kerk op Petrus was gegrondvest.e Na een geschil over de verkoop van aflaten werd Hus voor ketterij berecht en in 1415 op de brandstapel ter dood gebracht. Volgens de katholieke leer zijn aflaten een voorziening waardoor de straf voor zonden gedeeltelijk of volledig kwijtgescholden kan worden, zodat de tijdsperiode gedurende welke men tijdelijke straf en loutering in het vagevuur ondergaat alvorens de hemel binnen te gaan, verkort of geëlimineerd wordt.
De roep om hervorming hield aan. Girolamo Savonarola, een vijftiende-eeuwse Italiaanse dominicaner prediker, verzuchtte: ’Pausen en prelaten houden een pleidooi tegen trots en ambitie, maar zelf zitten zij er tot over hun oren in. Zij prediken eerbaarheid doch houden er maîtresses op na. Zij denken alleen maar aan de wereld en aan wereldse dingen; zij bekommeren zich volstrekt niet om zielen.’ Zelfs katholieke kardinalen erkenden het probleem. In 1538 vestigden zij in een memorandum gericht aan paus Paulus III zijn aandacht op parochiële, financiële, rechterlijke en morele wantoestanden. Maar het pausdom verzuimde de duidelijk noodzakelijke hervormingen aan te brengen, en dit lokte de protestantse Reformatie uit. Tot de vroege leiders behoorden Maarten Luther, Huldrych Zwingli en Johannes Calvijn.
Luther en het ’zestiende-eeuwse bingo’
Op 31 oktober 1517 zette Luther de religieuze wereld in vuur en vlam toen hij de verkoop van aflaten aanviel door een lijst met 95 punten van protest aan de deur van de slotkerk in Wittenberg te spijkeren.
De verkoop van aflaten vond zijn oorsprong tijdens de kruistochten, toen ze werden verleend aan gelovigen die bereid waren hun leven in een „heilige” oorlog te riskeren. Later werden ze geschonken aan mensen die financiële steun aan de kerk gaven. Al gauw werden aflaten een gemakkelijke methode om geld te innen voor het bouwen van kerken, kloosters of ziekenhuizen. „De prachtigste monumenten uit de middeleeuwen werden op deze wijze gefinancierd”, zegt hoogleraar in de godsdienstgeschiedenis Roland Bainton, die aflaten „het bingo van de zestiende eeuw” noemt.
Met de scherpe tong waar Luther beroemd om is geworden, vroeg hij: „Als de paus de macht bezit om iemand [op grond van aflaten] uit het vagevuur te verlossen, waarom schaft hij het vagevuur dan niet in de naam van liefde af door iedereen eruit te laten?” Toen Luther gevraagd werd geld bij te dragen voor een rooms bouwproject, antwoordde hij vinnig dat de paus „er beter aan zou doen de St.-Pieter te verkopen en het geld te geven aan het arme volk dat door de aflaatkramers werd gevild”.
Luther viel ook het katholieke antisemitisme aan en gaf de raad om „jegens de joden niet de liefdewet van de paus maar die van Christus toe te passen”. En met betrekking tot de verering van relikwieën zei hij spottend: „Men beweert een veer van de vleugel van de engel Gabriël te hebben, en de bisschop van Mainz heeft een vlam van Mozes’ brandende doornbos. En hoe komt het dat er achttien apostelen in Duitsland begraven zijn, terwijl Christus er maar twaalf heeft gehad?”
De kerk beantwoordde Luthers aanvallen met excommunicatie. De keizer van het Heilige Roomse Rijk Karel V, die zwichtte voor de door de paus uitgeoefende druk, deed Luther in de ban. Dit veroorzaakte zo’n geschil dat in 1530 de Rijksdag te Augsburg werd bijeengeroepen teneinde de kwestie te bespreken. De pogingen om tot een schikking te komen mislukten, dus werd er een fundamentele verklaring van de lutherse geloofsleer uitgevaardigd. Ze werd de Augsburgse confessie genoemd en kan in feite worden beschouwd als de geboorteaankondiging van de eerste protestantse kerk.f
Zwingli en Luther zijn het oneens
Zwingli legde de nadruk op de bijbel als de uiteindelijke en enige autoriteit voor de kerk. Hoewel aangemoedigd door het voorbeeld van Luther, weigerde hij een lutheraan genoemd te worden door te zeggen dat hij Christus’ onderwijs had geleerd uit Gods Woord en niet van Luther. In feite was hij het met Luther oneens over bepaalde elementen van het Avondmaal des Heren alsook over de juiste positie waarin een christen ten opzichte van de burgerlijke autoriteiten stond.
De twee hervormers hebben elkaar slechts eenmaal ontmoet, in 1529, op wat in het boek The Reformation Crisis „een soort van religieuze topconferentie” wordt genoemd. Het boek zegt: „De beide mannen gingen niet als vrienden uiteen, maar . . . in een aan het einde van de conferentie uitgevaardigd en door alle deelnemers ondertekend communiqué werd behendig verhuld hoe groot de kloof was.”
Zwingli had ook problemen met zijn eigen volgelingen. In 1525 scheidde een groep zich af, die het met hem oneens was over de kwestie van het gezag van de Staat over de Kerk, met welk gezag hij instemde maar dat door hen werd ontkend. Zij werden anabaptisten („wederdopers”) genoemd omdat zij de kinderdoop als een nutteloze formaliteit beschouwden en zeiden dat de doop slechts voor volwassen gelovigen was. Zij verzetten zich ook tegen het gebruik van letterlijke wapens, zelfs in zogenaamde rechtvaardige oorlogen. Duizenden van hen werden wegens hun geloofsovertuigingen ter dood gebracht.
De rol van Calvijn in de Reformatie
Veel bijbelgeleerden beschouwen Calvijn als de grootste onder de hervormers. Hij hield vol dat de kerk moest terugkeren tot de oorspronkelijke beginselen van het christendom. Toch doet een van zijn voornaamste leringen, de predestinatie, denken aan leringen in het oude Griekenland, waar de stoïcijnen zeiden dat Zeus alles bepaalt en dat de mensen zich in het onvermijdelijke moeten schikken. Het is duidelijk geen christelijke leer.
Gedurende de tijd van Calvijn kwamen de Franse protestanten bekend te staan als hugenoten, en zij werden hevig vervolgd. In Frankrijk werden, te beginnen op 24 augustus 1572 met de moordpartij op St.-Bartholomeüsdag, duizenden van hen door katholieke strijdkrachten omgebracht, eerst in Parijs en vervolgens in het hele land. Maar de hugenoten namen eveneens het zwaard op en waren er verantwoordelijk voor dat gedurende het laatste gedeelte van de zestiende eeuw velen in bloedige godsdienstoorlogen werden gedood. Aldus verkozen zij geen gehoor te geven aan het door Jezus gegeven gebod: „Blijft uw vijanden liefhebben en blijft bidden voor hen die u vervolgen.” — Matthéüs 5:44.
Calvijn had het voorbeeld gegeven door zich ter bevordering van zijn religieuze overtuigingen van methoden te bedienen die door wijlen de protestantse geestelijke Harry Emerson Fosdick als meedogenloos en schokkend werden beschreven. Onder de kerkwet die Calvijn in Genève invoerde, werden 58 mensen ter dood gebracht en werden binnen vier jaar 76 personen verbannen; tegen het einde van de zestiende eeuw waren er naar schatting 150 mensen op de brandstapel ter dood gebracht. Tot hen behoorde Michael Servet, een Spaanse medicus en theoloog, die de Drieëenheidsleer verwierp en daardoor allemans „ketter” werd. Katholieke autoriteiten verbrandden hem in effigie; de protestanten gingen een belangrijke stap verder door hem op de brandstapel ter dood te brengen.
Ten slotte „een geduchte realiteit”
Hoewel sommige zogenaamde hervormers het in principe met Luther eens waren, hielden zij zich afzijdig. Tot hen behoorde de Nederlandse geleerde Desiderius Erasmus. In 1516 werd hij de eerste die het „Nieuwe Testament” in het oorspronkelijke Grieks uitgaf. „Hij was een hervormer”, zo zegt de publikatie Edinburgh Review, „voordat de Reformatie een geduchte realiteit werd.”
Anderen zetten de Reformatie echter door, en in Duitsland en Scandinavië breidde het lutheranisme zich snel uit. In 1534 onttrok Engeland zich aan de pauselijke macht. Schotland, onder de reformatorische leider John Knox, volgde spoedig. In Frankrijk en Polen werd het protestantisme vóór het einde van de zestiende eeuw wettelijk erkend.
Ja, zoals Voltaire het zo treffend uitdrukte: ’Elke wantoestand dient een hervorming te ondergaan.’ Maar Voltaire voegde er de volgende kwalificerende woorden aan toe: ’Tenzij de hervorming gevaarlijker is dan de wantoestand zelf.’ Om de waarheidsgetrouwheid van die woorden beter te beseffen, dient u vooral het artikel „Was het protestantisme werkelijk een hervorming?” in onze volgende uitgave te lezen.
[Voetnoten]
a Zie voor bewijsmateriaal dat deze leerstellingen en praktijken aan vroege christenen onbekend waren, Redeneren aan de hand van de Schrift, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., onder de onderwerpen „Apostolische successie”, „Beelden”, „Belijdenis en biecht”, „Doop”, „Heiligen”, „Kruis”, „Maria”, „Misoffer”, „Neutraliteit” en „Noodlot”.
b Zie voor bewijsmateriaal dat deze leerstellingen en praktijken aan vroege christenen onbekend waren, Redeneren aan de hand van de Schrift, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., onder de onderwerpen „Apostolische successie”, „Beelden”, „Belijdenis en biecht”, „Doop”, „Heiligen”, „Kruis”, „Maria”, „Misoffer”, „Neutraliteit” en „Noodlot”.
c Zie voor bewijsmateriaal dat deze leerstellingen en praktijken aan vroege christenen onbekend waren, Redeneren aan de hand van de Schrift, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., onder de onderwerpen „Apostolische successie”, „Beelden”, „Belijdenis en biecht”, „Doop”, „Heiligen”, „Kruis”, „Maria”, „Misoffer”, „Neutraliteit” en „Noodlot”.
d Zie voor bewijsmateriaal dat deze leerstellingen en praktijken aan vroege christenen onbekend waren, Redeneren aan de hand van de Schrift, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., onder de onderwerpen „Apostolische successie”, „Beelden”, „Belijdenis en biecht”, „Doop”, „Heiligen”, „Kruis”, „Maria”, „Misoffer”, „Neutraliteit” en „Noodlot”.
e Zie voor bewijsmateriaal dat deze leerstellingen en praktijken aan vroege christenen onbekend waren, Redeneren aan de hand van de Schrift, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., onder de onderwerpen „Apostolische successie”, „Beelden”, „Belijdenis en biecht”, „Doop”, „Heiligen”, „Kruis”, „Maria”, „Misoffer”, „Neutraliteit” en „Noodlot”.
f Het is veelbetekenend dat de term „protestant” pas op de in 1529 gehouden Rijksdag van Speyer (Spiers) op de volgelingen van Luther werd toegepast, die protesteerden tegen een besluit op grond waarvan aan katholieken een grotere religieuze vrijheid werd verleend dan aan hen.
[Illustraties op blz. 18]
Maarten Luther, in 1483 in Duitsland geboren, op 23-jarige leeftijd tot priester gewijd, studeerde theologie aan de Universiteit van Wittenberg, werd in 1512 doctor in de theologie te Wittenberg, stierf op 62-jarige leeftijd
Huldrych Zwingli, ongeveer twee maanden na Luther in Zwitserland geboren, in 1506 tot priester gewijd, sneuvelde op 47-jarige leeftijd als protestants veldprediker
[Verantwoording]
Kunstmuseum, Winterthur
Johannes Calvijn, 25 jaar na Luther en Zwingli geboren, verhuisde als jonge man van Frankrijk naar Zwitserland, stichtte feitelijk een kerkelijke staat in Genève, stierf op 54-jarige leeftijd