Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 8/5 blz. 24-27
  • „Mijn favoriete fotomodel”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Mijn favoriete fotomodel”
  • Ontwaakt! 1989
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een voorzichtige knaap
  • Een echte „slaapkop”
  • Snoezige jongen niet knuffelen!
  • Koude jongen?
    Ontwaakt! 1974
  • De lange winterslaap van een moederbeer
    Ontwaakt! 2002
  • Indrukwekkende reuzen uit het noorden van Canada
    Ontwaakt! 1993
  • De machtige grizzly — een moordenaar of een slachtoffer?
    Ontwaakt! 1983
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 8/5 blz. 24-27

„Mijn favoriete fotomodel”

Door Ontwaakt!-correspondent in Zweden

„HET is nazomer in het noorden van Zweden. De zon gaat net onder. Ik zit ontspannen in mijn auto, die ik aan het einde van een bosweggetje vlak bij een moeras heb geparkeerd. Loom kijk ik naar de berkebomen aan de andere kant van het moeras. Plotseling komt er uit het bos een grote bruine beer op mij af gesjokt.

Snel glip ik de auto uit. Ik sluip met mijn camera om mijn hals langs het moeras om een geschikte gezichtshoek te kiezen. De beer blijft staan en staart in mijn richting. Snel werp ik een blik op de auto, die ik in tien seconden kan bereiken. Hij heft zijn brede kop op, snuift, schudt zijn kolossale lichaam en niest. Mijn maag trekt zich samen.

Aangezien hij mijn kant op blijft komen, sluip ik langzaam terug naar de auto. Weer blijft hij staan en nu ziet hij mij. Plotseling komt hij met een krachtige nies op mij af. Snel richt ik mijn camera. Een fractie van een seconde kijkt hij recht in de lens. Ik druk op de ontspanner en ren dan terug naar de auto.

Wat een foto! Hij was zo goed dat de Zweedse posterijen hem als basis gebruikten voor het ontwerp van een postzegel.”

Zo beschrijft de natuurfotograaf Bertil Pettersson een van zijn ontmoetingen met bruine beren.

„Het is mijn favoriete fotomodel”, zegt hij en vervolgt: „Een ontmoeting met dit prachtige, ontzag inboezemende dier in de dichte wouden van Zweden is uiterst zeldzaam. Weinig mensen hebben er een glimp van kunnen opvangen en nog veel minder hebben er een foto van genomen.”

Een voorzichtige knaap

„Zet de gedachte dat de beer een grote, trage en joviale dwaas is maar van je af”, vertelt Bertil. „Hij is waakzaam en voorzichtig en in het woud is hij mensen moeiteloos te slim af. Hij kan aanvallen en vechten, hoewel hij dit niet rechtopstaand doet, zoals sommige verhalen ons willen doen geloven. Van tijd tot tijd gaat hij rechtop staan om de situatie te overzien. Gewoonlijk zal hij zich terugtrekken of zich ineengedoken in het struikgewas verbergen totdat het gevaar geweken is. Met zijn goede gehoor en scherpe neus kan hij jou lang voordat je het flauwste vermoeden hebt van zijn aanwezigheid, al bespeurd hebben.”

„Wat moet ik doen als ik er toevallig een in het woud tegenkom?”, vraag ik. „Om te beginnen moet je niet in paniek raken. Een beer valt zelden aan als hij niet geprovoceerd wordt. Ga voorzichtig weg. Haast je als hij gromt, want dat is zijn manier om je duidelijk te maken dat je niet welkom bent.

Neem nooit een loslopende hond mee het woud in. Een hond zal misschien tegen een beer blaffen en hem sarren, en dan bang, met de beer op zijn hielen, wegrennen — naar jou toe! De rest kun je je wel indenken.”

Een echte „slaapkop”

„Hoe brengt je fotomodel de winter door?”, vraag ik.

„In zijn ondergrondse hol”, antwoordt Bertil.

„O ja, hij houdt een winterslaap”, voeg ik eraan toe. „Nee, hij slaapt alleen maar”, legt hij uit. „Je hoeft een slapende beer maar een zetje te geven om je ervan te overtuigen dat hij geen winterslaap houdt. Hij zal waarschijnlijk net als een mens ontwaken en snel actief worden. Slapende bruintjes zijn wakker geworden van het vellen van bomen met motorzagen en zijn razend snel uit het gebied weggevlucht.”

„De beer moet de jaargetijden wel goed kennen”, vervolg ik.

„Ja,” knikt Bertil, „wanneer hij tegen eind oktober goed gevoed is, maakt hij zijn hol klaar door er een laag sparretakjes en mos in te leggen. Omdat hij voorzichtig en slim is, wacht hij liever een dag af waarop het sneeuwt, voordat hij uiteindelijk zijn hol ingaat, zodat zijn sporen snel bedekt zullen zijn. Half april komt hij weer te voorschijn. Gewoonlijk sleept hij dan zijn ’bed’ voor de ingang en blijft daar nog een poosje voordat hij ten slotte aan zijn voorjaarszwerftocht begint.”

Terwijl Bertil mij foto’s toont van twee schattige spelende jongen, legt hij uit: „Berejongen worden rond eind januari in het hol geboren. Ze zijn dan zo klein als ratten maar ze groeien snel, zodat ze, wanneer ze in het voorjaar te voorschijn komen, groot genoeg zijn om in de nabijheid van hun moeder rond te dollen, te vechten en te spelen.”

Snoezige jongen niet knuffelen!

„Iedereen die toevallig zulke schattige harige bolletjes op een open plek in het bos ziet, zal vast wel met ze willen meespelen en ze zelfs willen knuffelen”, veronderstel ik.

„O, wees voorzichtig!”, waarschuwt Bertil. „Een moederbeer zal je zelfs niet in het zicht van haar jongen laten komen. Daarom is het zo verschrikkelijk moeilijk om foto’s te nemen van een moeder met jongen. Over een periode van vier jaar heb ik bij verschillende gelegenheden tevergeefs geprobeerd vanuit een schuilplaats in een woud foto’s van een berefamilie te nemen. Tot er op een dag in mei bij zonsondergang het volgende gebeurde:

Ik was op weg naar mijn zestig meter verder gelegen schuilhut, toen ik plotseling bij het aas dat ik midden in het moeras neergelegd had, een grote harige massa zag. Een beer! Al gauw verschenen er twee halfvolwassen jongen van het afgelopen jaar aan de rand van het moeras. De wind stond gunstig voor me, hij waaide in mijn richting. Met mijn camera’s om mijn hals kroop ik twintig meter naar de rand van het moeras en knielde achter een pijnboom neer — op slechts een steenworp afstand van de beren. Toen de jongen bij hun moeder kwamen, keken ze nieuwsgierig toe terwijl zij het aas begroef. Ondertussen nam ik een aantal mooie foto’s.

Bij zonsondergang, voordat het doek voor dit schouwspel viel, zag ik wat slechts enkelen ooit gezien hebben. Toen de moeder klaar was met graven, klampten de jongen zich aan haar vast. Ze duwden zachtjes in haar zij en lieten een eentonig gejank horen. Plotseling ging zij zitten en begon haar jongen te zogen. Na een poosje keerde zij zich op haar rug en richtte haar kop op om liefdevol naar haar jongen te kijken terwijl ze hun avondeten beëindigden. Toen ze verzadigd waren, kropen ze tegen haar aan om te gaan slapen.

Langzaam ging ik weg om het idyllische tafereel niet te verstoren. Na deze adembenemende ervaring voelde ik een nederige dankbaarheid tegenover de edelmoedige God die deze wonderbaarlijke dieren heeft geschapen.”

[Paginagrote illustratie op blz. 24]

[Illustraties op blz. 26]

Even de boslucht opsnuiven

Voorzichtig — moeder met jongen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen