Winnen tot elke prijs — De olympische gedachte?
DE KOREANEN waren vastbesloten. Zij zouden zich deze kans niet laten ontgaan om het hart te winnen van de op bezoek zijnde olympische atleten, de toeristen en de miljoenen televisiekijkers over de hele wereld. Zij zwoegden zeven jaar en investeerden ruim drie miljard dollar in het project.
Met hart en ziel legden zij zich erop toe de Olympische Spelen van 1988 in Seoel tot een succes te maken. Ruim 26.000 vrijwilligers gingen aan de slag. Wel 240.000 gewone burgers reinigden de straten. 2200 openbare badhuizen werden gesloten opdat de rook uit de schoorstenen de marathonlopers niet zou hinderen. Ja, zij pasten bereidwillig hun dagelijkse routine aan om de grootste Olympische Spelen in de geschiedenis, met meer dan 9500 atleten uit een recordaantal van 160 deelnemende landen, te herbergen. Het gevolg was dat zij aanzien verwierven als een zich ontwikkelende industriële mogendheid die in staat was als gastheer op te treden voor de Spelen.
De rol van de commerciële televisie
De Spelen betekenden verreweg het grootste succes voor de Koreaanse zakenmensen, die hun klanten uit de hele wereld uitnodigden. Hun verwoede jacht op het „platina papiertje”, het toegangsbewijs voor de openingsceremonie, betekende gemakkelijk verdiend geld voor kaartjesspeculanten, die een toegangsbewijs voor de beste plaatsen verkochten voor het twintigvoudige van de oorspronkelijke prijs. De Olympische Spelen waren voor de Koreanen ook het begin van nieuwe zakelijke relaties met Oosteuropese landen. Van niet te onderschatten waarde was de publiciteit die Korea door de Olympische Spelen kreeg als koploper van pas geïndustrialiseerde landen. „Honderd tachtig uur (NBC) televisie!”, riep een Koreaanse zakenman volgens de Los Angeles Times uit. „Het is onvoorstelbaar hoeveel het zou kosten om zo veel reclame voor Korea te kopen.” En naar verluidt heeft de Amerikaanse National Broadcasting Company 300 miljoen dollar betaald voor dat voorrecht.
Met dat geld kreeg de Amerikaanse televisiemaatschappij echter een stem in de Spelen. Een functionaris bij de Koreaanse omroep vertelde Ontwaakt!: „Bij de belangrijke sporten die populair zijn in de Verenigde Staten werd het tijdschema voor de finales en voor wedstrijden waaraan Amerikaanse atleten deelnamen, enigszins gewijzigd. Door zulke wedstrijden te verschuiven naar de tijd tussen 9.00 v.m. en 2.00 n.m., Seoel-tijd, waren ze in New York te zien in de zendtijd met de grootste kijkdichtheid.” Door dit alles werd de deelnemers wel overlast bezorgd, want om voor zulke vroege wedstrijden klaar te zijn, moesten sommigen om 5.00 v.m. opstaan. „Het is begrijpelijk,” legde de functionaris uit, „in aanmerking genomen dat de Olympische Spelen nu voornamelijk betaald worden met wat de televisierechten opbrengen, en 75 procent van deze bijdrage komt van de Amerikaanse televisiemaatschappij.” De gemiddelde kijkdichtheid bleef echter beneden de verwachtingen, wat een verlies aan inkomsten betekende voor de NBC wegens hun garantie aan de adverteerders.
Winnen en verliezen
„Met vlag en wimpel!” Zo luidde de kop in de Japanse Mainichi Daily News de dag na de overwinning van de Canadees Ben Johnson op de 100 meter sprint voor heren. Enkele dagen later nam dezelfde krant haar woorden terug met de kop: „De snelste sprint ter wereld van roem naar doem”. Johnson was bij de dopingtest op anabole steroïden positief bevonden en moest de gouden medaille waarvoor hij zo hard had gewerkt en getraind afgeven.
De snelste man ter wereld op de 100 meter sprint was bezweken voor de verleiding drugs te gebruiken. Dat „was een slag voor de Olympische Spelen en een slag voor de Olympische Beweging”, zei de voorzitter van het IOC (het Internationaal Olympisch Comité). Voor degenen die op doping werden betrapt, betekenden hun pogingen om hoe dan ook te winnen eveneens dat zij hun medailles moesten afgeven. In totaal tien gevallen van doping wierpen een smet op de Olympische Spelen van 1988.
„Alleen de slecht ingelichten worden betrapt”, zegt de Amerikaanse kogelstoter Augie Wolf echter in een verslag in het tijdschrift Newsweek. „Het spijt me voor Ben Johnson”, zei een Sovjet-coach volgens Newsweek, „maar misschien wel 90 procent . . . gebruikt drugs. Ben Johnsons fout was dat hij betrapt werd.” Daarentegen doet Edwin Moses, een Amerikaanse hordenloper, de gematigde schatting dat „minstens 50 procent van de atleten in de topsport” gediskwalificeerd zou zijn als zij de dopingtests niet te slim af waren geweest. Als zo veel atleten geloven dat doping hen helpt, waarom zijn die middelen dan verboden?
In de eerste plaats gebeurt dat ter bescherming van de geest van fair play op de Olympische Spelen. Bovendien gaat het om de bescherming van de atleten. Drugs in de sport werd een reden tot ernstige bezorgdheid toen bij de Spelen van 1960 in Rome een Deense wielrenner stierf door drugmisbruik. Nog niet zo lang geleden, in 1987, stierf Birgit Dressel, de Westduitse kandidate voor een medaille bij de heptathlon, door het gebruik van zo’n honderd verschillende middelen in haar jacht op een gouden medaille bij de zevenkamp. Ook anabole steroïden, de „wondermiddelen” voor de spierontwikkeling, kunnen problemen opleveren voor de gezondheid van de gebruiker — leverkanker, steriliteit, nierbeschadigingen en hartkwalen, om er slechts enkele te noemen.
Waarom gebruiken atleten dan drugs? „Doping is een groot probleem geworden bij de Olympische Spelen door de buitensporige zucht naar medailles”, zegt Lord Killanin, ex-voorzitter van het IOC. Ja, het is de winnen-tot-elke-prijs-mentaliteit die atleten tot druggebruik brengt. En de drijfveer achter dat alles is geld.
Geld ten koste van alles
„In werkelijkheid”, zo stond in een hoofdartikel in de Japanse krant Mainichi Sjimboen te lezen, „heeft het schandaal Johnson zich voorgedaan omdat de zucht naar geld en roem in de sportwereld alle perken te buiten ging.” Het winnen van een gouden medaille op de Olympische Spelen verhoogt de commerciële waarde van een atleet, zodat hij meer startgeld kan vragen bij toekomstige sportwedstrijden en zijn neveninkomsten kan opschroeven. Sommigen hebben ook een staatspensioen en een rijkstoelage gekregen omdat zij een gouden medaille hadden gewonnen. Eén land bood winnaars van een gouden medaille een toelage die het zestigvoudige van het maandloon van de gemiddelde arbeider bedroeg.
De Olympische Spelen zijn een lucratieve zaak. De Koreaanse organisators boekten een voorlopige winst van $349.000.000. Wie is verantwoordelijk voor deze commercialisering van de Spelen? „Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) natuurlijk”, luidde de beschuldiging van een Tokiose krant, de Asahi Evening News. „Juist de mensen die de olympische gedachte hoog zouden moeten houden, hebben de Spelen in een commerciële show laten ontaarden.”
Terwijl het IOC tracht het hoogste sportniveau ter wereld te handhaven, heeft het een oogje dichtgeknepen bij de professionalisering van atleten. Bij het herleefde olympische onderdeel tennis heeft het „instant amateurs” getolereerd. Zolang beroepsspelers die miljonair zijn hun commerciële contracten voor twee weken opschorten, in het olympisch dorp verblijven in plaats van in luxehotels en gratis spelen, worden zij als amateurs beschouwd.
Niet iedereen juichte deze verandering in de olympische beginselen toe. „Het is oneerlijk”, zei de IOC-afgevaardigde van Koeweit volgens The Korea Times. „Daardoor zullen werkelijk alle sportgebeurtenissen vercommercialiseren.”
Is de finish in zicht?
Natuurlijk hadden niet alle atleten de winnen-tot-elke-prijs-mentaliteit en was het niet iedereen om geld te doen. Een zeiler die een verdrinkende deelnemer in het oog kreeg, gaf de race op en redde hem, waardoor hij als 21ste binnenkwam. Velen waren al blij omdat zij aan de Spelen hadden deelgenomen. Over het algemeen lag de nadruk echter niet op fair play en de „olympische gedachte”, maar op winnen tot elke prijs, zelfs met druggebruik. In verband met het drugprobleem zei de Amerikaanse atleet Edwin Moses: „De sport, en misschien de Olympische Beweging, heeft een dieptepunt bereikt.”
Het is interessant na te gaan waarom er een eind kwam aan de Olympische Spelen uit de oudheid. „In de vierde eeuw van onze tijdrekening”, legt het organisatiecomité van de Olympische Spelen in Seoel uit, „deed door de invloed van politici en de zelfzuchtige welgestelden de corruptie haar intrede op de Spelen en werden ze door [keizer] Theodosius I opgeheven.” Juist deze twee factoren, politiek en geld, spelen ook nu weer een belangrijke rol in de moderne Olympische Spelen. Ja, de winnen-tot-elke-prijs-geest die door deze factoren wordt aangewakkerd, vormt slechts een afspiegeling van de hedendaagse samenleving. Terecht kunnen wij ons dus allemaal afvragen: Zal tegen de tijd dat de Spelen in 1992 in Barcelona worden gehouden, de ware „olympische gedachte” weer zegevieren, of zal het nog steeds een kwestie zijn van „winnen tot elke prijs”?
[Illustratie op blz. 16, 17]
De Koreaanse afvaardiging bij de openingsceremonie van de Spelen
[Illustratie op blz. 17]
Het gebruik van steroïden door enkele atleten wierp een smet op de Olympische Spelen