De Olympische Spelen van Barcelona — Glorie tot welke prijs?
Door Ontwaakt!-correspondent vanuit Spanje
OP 25 juli 1992 spande een boogschutter, een eenzame gedaante gevat in het felle licht van een schijnwerper, zijn boog. Zijn pijl met brandende punt schoot recht en met precisie de nachtelijke hemel in. Bij het inzetten van zijn neerwaartse gang scheerde hij over een reusachtige fakkel die boven het immense stadion uittorende. De olympische vlam ontbrandde. De Olympische Spelen van Barcelona waren begonnen.
Elfduizend atleten uit 172 landen waren gekomen om mee te dingen naar 1691 olympische medailles. In overeenstemming met het olympische motto streefden de deelnemers ernaar „sneller, hoger, sterker” te zijn dan ooit tevoren — en sommige slaagden erin. Naar schatting 3.500.000.000 televisiekijkers beleefden de overwinningen en teleurstellingen mee.
Hoewel atleten maar kort in de schijnwerpers staan, houdt een olympische overwinning de belofte in van roem en rijkdom. De Olympische Spelen van Barcelona waren daarop geen uitzondering. Sommige beroemde deelnemers verdienden al miljoenen dollars door hun voorkeur uit te spreken voor bepaalde sportkleding, spikes, zonnebrillen en zelfs elektronische apparatuur.
Inzet — de sleutel tot olympische glorie
Hoewel veel atleten — vooral turners en schoonspringers — hun prestaties met ogenschijnlijk gemak verrichten, gaan er aan een dergelijke souplesse jaren van zware training vooraf. Sommigen zijn al vanaf hun vijfde in training. En wil een atleet succes behalen, dan moet de sport absolute prioriteit krijgen.
De Spaanse zwemmer Martín López Zubero, die de 200 meter rugslag won, zei — met enige overdrijving misschien: „Ik heb een derde van mijn bestaan in het water doorgebracht.” Zijn trainingsschema begint ’s morgens om vijf uur, en hij schat dat hij in slechts iets meer dan een jaar tijd 8000 kilometer heeft gezwommen.
Trainen betekent lijden, niet alleen maar ontzegging. Jackie Joyner-Kersee, winnares van de gouden medaille op de zevenkamp in Seoel en Barcelona, vertelt: „Een wedstrijd heeft zijn bekoring. Trainen niet. . . . Vraag het een willekeurige atleet: we hebben allemaal voortdurend pijn. Ik vraag van mijn lichaam dat het zeven verschillende opdrachten uitvoert. Het dan ook nog te vragen pijnloos te functioneren, zou te veel zijn.” Vooral turners moeten een buitengewoon uithoudingsvermogen hebben. Zij moeten zich aan hun tweemaal daagse trainingsschema houden, ongeacht de pijn van verstuikte polsen of enkels, verrekte spieren en gewrichtsbanden en zelfs stress-fracturen. Maar uiteindelijk levert dat soort inzet de winnaars en het schouwspel op.
De olympische schittering en het goud
Het lijdt geen twijfel dat het olympisch gebeuren indrukwekkend kan zijn. Het bezorgt de toeschouwers opwindende momenten en is het neusje van de zalm op het gebied van opmerkelijke atletische prestaties. Barcelona vormde hierop geen uitzondering.
De Witrussische turner Vitali Scherbo won een recordaantal van zes van de acht gouden medailles die er bij het turnen voor heren te halen waren. De Chinese turner Xiaosahuang Li maakte bij de vrije oefeningen een ongelofelijke driedubbele salto. Carl Lewis maakte olympische geschiedenis door voor de derde achtereenvolgende keer het verspringen te winnen. De Japanse winnares van de zilveren medaille op de marathon voor dames, Joeko Arimori, ontving daarentegen een ovatie voor haar wellevendheid. Hoewel zij uitgeput was, ging zij het stadion rond, in Japanse stijl buigend voor het publiek en vervolgens voor de winnares.
De commerciële mogelijkheden van de Olympische Spelen zijn multinationale bedrijven niet ontgaan. Om zich ook te mogen koesteren in olympische glorie, besteden ze enorme sommen geld aan het sponsoren van de Spelen zelf of van nationale olympische teams.
De farmaceutische weg tot glorie
Voortdurende training en natuurlijke talenten — hoe belangrijk ook — vormen niet de enige sleutels tot olympisch succes. Menig atleet is afhankelijk van allerlei preparaten die hem een voorsprong op zijn mededingers moeten geven. De middelen kunnen bestaan in anabole steroïden of menselijke groeihormonen om spiermassa op te bouwen (vooral gewild bij het gewichtheffen en de spring- en werpnummers bij atletiek); bètablokkers om de hartslag te vertragen (om betere resultaten te krijgen bij het boogschieten en schieten); of erytropoëtine om de aanmaak van rode bloedcellen te stimuleren (nuttig bij het wielrennen en lange-afstandlopen).
Hoewel atleten zich bewust zijn van de risico’s, is de druk om verboden middelen te gebruiken enorm. De Duitse atlete Gaby Bussmann, een teamgenote van Birgit Dressel, die in 1987 stierf tengevolge van het gebruik van twintig verschillende middelen, vertelt: „Er zijn nummers waarin het moeilijk is je voor de Olympische Spelen te kwalificeren zonder speciale middelen te gebruiken.”
De trainers van de atleten zijn gewoonlijk medeplichtig aan de doping; zij kunnen zelfs degenen zijn die ze aanbevelen. De trainer Winfried Heinicke uit het voormalige Oost-Duitsland erkent: „Ik vertelde hun dat je, als je naar de Olympische Spelen wilt, dat wel moet doen [doping gebruiken].” Kennelijk hechten heel wat deelnemers meer waarde aan de overwinning dan aan eerlijkheid — zelfs meer dan aan hun gezondheid. Een recent onderzoek onder topatleten onthulde dat 52 procent een hypothetisch wondermiddel dat hen gegarandeerd in winnaars zou veranderen, zou gebruiken zelfs al zouden zij er na vijf roemrijke jaren aan de top aan sterven.
De Britse sprinter Jason Livingston werd oneervol uit Barcelona naar huis gestuurd nadat hij positief was bevonden bij een test op anabole steroïden. Harry Reynolds uit de Verenigde Staten, wereldrecordhouder op de 400 meter, heeft niet eens op de Spelen gelopen. Omdat hij in 1990 niet door een anti-dopingtest kwam, werd hij voor twee jaar geschorst, wat hem niet alleen een mogelijke olympische medaille kostte, maar ook een miljoen dollar aan gemiste sponsorkansen.
De meeste dopinggebruikers worden echter niet betrapt. Ondanks de bijna 2000 anti-dopingtests gedurende de Spelen in Barcelona, konden oneerlijke atleten toch nog ontdekking voorkomen door over te stappen op middelen die niet bij urinetests aan het licht komen. „De zucht naar overwinning en geld heeft een duistere wereld ontsluierd waarin het moeilijk wordt ethiek van oneerlijkheid te onderscheiden”, aldus de Spaanse krant El País.
Natuurlijk was het succes van veel medaillewinnaars niet aan doping toe te schrijven, maar eenvoudig aan jaren van zelfopoffering. Zijn de opofferingen de moeite waard?
Een blijvende glorie
Gail Devers, de geheel onverwachte winnares op de 100 meter sprint voor dames, was na haar overwinning zeer opgetogen. „Als er iemand is die gelooft dat dromen werkelijkheid worden, dan ben ik het wel”, zei ze. Nog geen twee jaar voordien kon zij nauwelijks lopen en werd overwogen haar beide voeten te amputeren wegens complicaties bij haar behandeling voor de ziekte van Graves. Pablo Morales, die zich uit de wedstrijdsport had teruggetrokken maar slechts een jaar voordien was teruggekeerd en nu een gouden medaille op de 100 meter vlinderslag won, stemde met haar in. „Eindelijk was het mijn beurt, werd mijn droom werkelijkheid”, zei hij.
Het is nu eenmaal zo dat de meeste atleten nooit kampioen zullen worden. Weliswaar vinden sommigen dat „het bij de Olympische Spelen niet om het winnen maar om het deelnemen gaat”, maar andere atleten, die erop rekenden kampioen te worden, keerden gedesillusioneerd naar huis terug. Gewichtheffer Ibragim Samadov had zijn hart op een gouden medaille gezet — maar hij werd op zijn nummer slechts derde. „Met een gouden medaille had ik richting aan mijn leven kunnen geven, kunnen studeren om carrière te maken, mijn familie kunnen helpen. Nu weet ik niet wat ik moet doen”, verzuchtte hij. En zelfs winnaars wacht een traumatische tijd als hun prestaties beginnen af te nemen.
De tennisspeelster Anna Dmitrieva uit de voormalige Sovjet-Unie zei: „Het [Sovjet-]sportbestel gaf niets om mensen. Ze dachten alleen maar: ’Voor jou tien anderen.’” Evenzo erkende Henry Carr, tweevoudig winnaar van een gouden medaille in Tokio in 1964: „Zelfs als iemand de beste wordt, is het nog een kwestie van misleiding. Waarom? Omdat het niet blijvend is, niet werkelijk voldoening schenkend. Sterren worden spoedig vervangen en over het algemeen vergeten.”
De vergankelijke olympische glorie weegt niet op tegen de beloning van eeuwig leven, die God degenen die hem dienen in het vooruitzicht stelt. Die beloning vergt geestelijke in plaats van atletische training. Daarom schreef Paulus aan Timotheüs: „Lichamelijke oefening [letterlijk: „oefening als gymnast”] is nuttig voor weinig, maar godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen, daar ze een belofte inhoudt voor het tegenwoordige en het toekomende leven.” — 1 Timotheüs 4:8.
De Olympische Spelen propageren de voordelen van lichamelijke oefening — die hoogstens tijdelijk zijn. Ze tonen de wereld wat atleten met toewijding en zelfverloochening kunnen bereiken. Die hoedanigheden zijn ook noodzakelijk om de christelijke wedloop te winnen, een wedloop die, in tegenstelling tot elk willekeurig onderdeel van de Olympische Spelen, allen die de wedstrijd uitlopen blijvende voordelen zal brengen. Christenen doen er daarom goed aan niet de atleten, maar Jezus Christus na te bootsen door ’hun opleiding te voleindigen’ en ’hun wedloop met volharding te lopen’. — 1 Petrus 5:10; Hebreeën 12:1.
[Illustraties op blz. 23]
Schoonspringers op de Olympische Spelen. Op de achtergrond Barcelona
[Verantwoording]
Foto’s: Sipa Sport
[Illustratie op blz. 24]
Wedstrijd op de brug
[Verantwoording]
Foto: Sipa Sport
[Illustratie op blz. 25]
Op de finale van de 100 meter won de hardloopster uiterst rechts het goud
[Verantwoording]
Foto: Sipa Sport