Wonderen en verschijningen — vroeger en nu
Door Ontwaakt!-correspondent in Frankrijk
GUADALUPE, Fátima en Lourdes — wat zeggen die namen u? Voor velen zijn het slechts steden in Mexico, Portugal en Frankrijk. Maar voor miljoenen oprechte katholieken zijn het heilige plaatsen, drie van de beroemdste Mariabedevaartplaatsen ter wereld. De katholieke verering voor zulke plaatsen is in deze twintigste eeuw verre van tanend. Zo stroomden in 1982 circa 4.500.000 bezoekers naar Lourdes, terwijl het aantal mensen dat Guadalupe bezocht nog groter was.
Voor de Katholieke Kerk zijn deze heilige plaatsen het toneel van, zo zegt men, wonderbare genezingen. Dit geldt vooral voor Lourdes, dat door paus Pius X werd beschreven als „het middelpunt van de Mariaverering en de zetel van het eucharistisch mysterie, klaarblijkelijk alle soortgelijke centra in de gehele katholieke wereld in heerlijkheid overtreffend”. Duizenden mensen hebben beweerd tijdens of na een bedevaart naar Lourdes genezen te zijn. Tot dusver heeft de kerk echter pas 65 „wonderen” erkend.
Of u nu in God gelooft of niet, u hebt het recht vragen te stellen. Hoe staat het met deze verschijningen, voornamelijk van Maria, die zich over de gehele wereld hebben voorgedaan? Zijn de wonderbare genezingen en andere gebeurtenissen in verband daarmee, een bewijs van goddelijke goedkeuring? Op een in 1986 in Lourdes gehouden conferentie moedigde de bisschop van Tours zijn toehoorders aan, te ’mediteren over de betekenis van de verschijningen’ om ’de belangrijke verschillen tussen valse en ware verschijningen vast te stellen’. Indien u katholiek bent, stelt u er misschien ook wel belang in het onderwerp eens wat nader te beschouwen.
Verschijningen — Waar of vals?
De Rooms-Katholieke Kerk spreekt zich niet officieel over zulke verschijningen uit en verplicht evenmin haar leden erin te geloven. Maar tot welke conclusie moeten oprechte katholieken komen als zij paus Johannes Paulus II water uit de grot van Lourdes zien drinken of hem zien praten met Lucie, de enige nog levende persoon die de verschijning van Fátima heeft gezien? Is dit geen duidelijk bewijs van zijn officiële goedkeuring (en die van de kerk)? Bovendien verzuimt de paus op zijn reizen nooit, Mariaheiligdommen te bezoeken, zoals de kapel van de Zwarte Madonna van Czestochowa in Polen.
Aan andere, bescheidener bedevaartoorden heeft de kerk haar goedkeuring gehecht, zoals Beauraing en Banneux in België. Soms wordt verering slechts op plaatselijk niveau toegestaan, zoals in het geval van Tre Fontane in Italië en Marienfried in Duitsland.
Sedert het einde van de negentiende eeuw hebben velen echter aanspraak gemaakt op het zien van verschijningen. Het boek Vraies et fausses apparitions dans l’Église schat dat er van 1930 tot 1976 meer dan 200 gevallen waren. Waarom zijn er zo weinig officieel erkend als, volgens de auteur, „de boodschappen, een enkele uitzondering daargelaten, niet absurd waren en bij nader onderzoek praktisch identiek bleken te zijn”?
Het Franse tijdschrift L’Histoire biedt een verklaring in een artikel over negentiende-eeuwse verschijningen van Maria in het gebied van de Loire, in het oosten van Centraal-Frankrijk. Volgens de schrijver heeft de kerk geen onderzoek naar deze gebeurtenissen ingesteld en er geen ruchtbaarheid aan gegeven om „concurrentie” met reeds erkende heilige plaatsen te vermijden.
Sommigen zijn van mening dat de huidige gereserveerdheid van de kerk toe te schrijven is aan het feit dat ze zich thans veel gelegen laat liggen aan de „wetenschappelijke” nauwkeurigheid. René Laurentin, een Franse katholieke autoriteit op dit gebied, zegt zelfs dat verschijningen zoals die in Lourdes, tegenwoordig weinig kans zouden maken officieel erkend te worden. Maar moeten tekenen — indien ze werkelijk van God afkomstig zijn — niet in elke periode als zodanig aanvaard worden?
Meer hedendaagse verschijningen
Er doen zich nog steeds verschijningen voor. In San Damiano (Italië) stromen grote menigten pelgrims naar de plaats waar Mamma Rosa (die in 1981 stierf) beweerde „de Maagd” gezien te hebben. De kerk stelt zich gereserveerd op, maar sommigen van de gelovigen hopen op een verandering van houding na de bekeringen die daar naar verluidt hebben plaatsgevonden.
In het kleine dorp Medjugorje (Joegoslavië) meldden kinderen en tieners onlangs meer dan duizend verschijningen van de „Maagd”. Ook hier strijden bepaalde groepen ondanks de voorzichtigheid van de kerk, voor officiële erkenning van de verschijnselen. Katholieken kunnen zich echter met recht afvragen wat hun houding moet zijn in afwachting van de beslissing van de kerkelijke autoriteiten. Moeten zij ondertussen geloof stellen in zulke getuigenissen?
Om het beeld compleet te maken: Er worden ook verschijningen door de kerk verworpen, zoals die in Palmar de Troya (Spanje). In verband daarmee waarschuwde de bisschop van Sevilla de gelovigen geen „algemene lichtgelovigheid te koesteren in verband met verschijnselen die de kerk niet erkent en zelfs veroordeelt”. Ondanks de waarschuwing ontstond er niettemin verdeeldheid, die leidde tot de excommunicatie van een aartsbisschop en verscheidene priesters die, de kerk ten spijt, beweerden dat de verschijningen authentiek waren.
Op grond waarvan kan men bepalen of verschijningen al dan niet authentiek zijn? Het volgende artikel zal uitgebreid op die vraag ingaan.