De toekomst van de religie gezien haar verleden
Deel 1: 4026-2370 v.G.T. — Religieuze verdeeldheid — Waar het begon
„De mens is in de aard der zaak een religieus dier.” — Edmund Burke, Iers staatsman uit de 18de eeuw
DE MENS heeft een instinctieve behoefte om te aanbidden. The New Encyclopædia Britannica verklaart dat er „voor zover geleerden hebben ontdekt, nergens, of te eniger tijd, ook maar één volk heeft bestaan dat niet in zekere zin religieus was”. Vanaf het begin der mensheid richtten de man en vrouw hun aanbidding vanzelfsprekend op hun Schepper. Zij zagen naar hem op als de Autoriteit die hun leiding en raad zou geven. Feitelijk viel de geboorte van de religie op aarde dus samen met Adams schepping. Volgens de bijbelse chronologie vond dit plaats in het jaar 4026 v.G.T.
Sommigen hebben misschien bezwaar tegen het gebruik van de term „Adams schepping”. Maar de onbewezen evolutietheorie heeft recentelijk ernstige tegenspraak ondervonden, zelfs van haar ondersteuners. Voor verdere inlichtingen verwijzen wij u naar het boek Leven — Hoe is het ontstaan? Door evolutie of door schepping?, uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
Thans kan niemand op grond van de feiten beweren dat het bijbelse verslag over een gemeenschappelijke oorsprong van de mensheid onwetenschappelijk is. In een artikel dat in 1988 in Newsweek verscheen, werd bericht dat genetici nu geneigd zijn het idee te aanvaarden dat de moderne mens afstamt van één moeder. In het artikel wordt de paleontoloog S. J. Gould van de Harvard-universiteit aangehaald, die zegt dat „alle mensen, ondanks verschillen in uiterlijk, in feite leden zijn van één enkele entiteit, die een zeer recente oorsprong in één plaats had”. Hij voegt eraan toe: „Er bestaat een soort biologische bloedverwantschap die dieper gaat dan wij ooit hebben beseft.”
Deze feiten getuigen van de nauwkeurigheid van de bijbel. Dit toont aan dat wij geen reden hebben om de verklaring die de bijbel geeft voor het ontstaan van religieuze strijd, in twijfel te trekken.
Hoe de ene religie verdeeld raakte
The Encyclopedia of Religion merkt op dat bijna alle bekende religies bepaalde dingen leren die, hoewel ze in de details verschillen, verrassend overeenkomen. Ze geloven bijvoorbeeld dat de mensheid uit een oorspronkelijke positie van goddelijke gunst raakte, dat de dood onnatuurlijk is en dat er een offer nodig is om wederom in de goddelijke gunst te komen. Dit zijn krachtige indirecte bewijzen dat alle hedendaagse religies een gemeenschappelijke oorsprong hebben.
De bijbel legt uit hoe dit in zijn werk ging. Wij lezen dat de eerste man en vrouw Gods leiding verwierpen en zich tot een andere bron wendden voor leiding en raad. Hoewel zij zich kennelijk niet bewust waren van Satan en zijn opstand tegen God, sloegen zij een onafhankelijke weg in, en in plaats van naar de Schepper te luisteren, volgden zij de raad op van een schepsel, dat gebruik maakte van de slang. Later werd in de bijbel onthuld dat de stem van de misleidende slang in werkelijkheid die van Satan was. — Genesis 2:16–3:24; Openbaring 12:9.
Zo onttrok de mens zich aan de theocratische heerschappij en stelde hij zijn eigen maatstaven betreffende goed en kwaad vast. Door hun onafhankelijke handelwijze brachten Adam en Eva de mensheid op een koers waaruit veel verschillende religies zouden voortkomen die allemaal deel uitmaakten van de valse aanbidding en in strijd waren met de ware aanbidding die door de geschiedenis heen door Jehovah’s getrouwe getuigen werd beoefend. Die valse aanbidding werd direct of indirect aan de grote Tegenstander, Satan, geschonken. Zo kon de apostel Paulus schrijven: „De dingen die de natiën slachtofferen, [slachtofferen] zij aan demonen . . . en niet aan God; en ik wil niet dat gij deelhebbers met de demonen wordt.” Hij toonde vervolgens aan dat er slechts twee vormen van aanbidding zijn door te zeggen: „Gij kunt niet de beker van Jehovah en de beker van de demonen drinken; gij kunt niet aan ’de tafel van Jehovah’ en aan de tafel van de demonen deel hebben.” — 1 Korinthiërs 10:20, 21.
Adams opstand gaf derhalve de aanzet tot een tweede vorm van aanbidding, een die het schepsel boven de Schepper plaatste. En de werkelijke promotor van die nieuwe religie was degene die zichzelf had opgeworpen als een nieuwe „god”, Satan de Duivel. — 2 Korinthiërs 4:4; 1 Johannes 5:19.
De eerste twee zonen van Adam en Eva, Kaïn en Abel, brachten slachtoffers aan de Schepper, waaruit blijkt dat beiden religieus gezind waren. Uit het verdere verloop van de gebeurtenissen bleek echter dat zij in religieus opzicht niet verenigd waren. Dit trad nog geen 130 jaar later in de menselijke geschiedenis duidelijk aan het licht toen een offergave van Abel door de Schepper werd aanvaard terwijl die van Kaïn werd afgewezen. Klaarblijkelijk aanvaardde God niet iedere willekeurige persoonlijke geloofsovertuiging. Dit feit maakte Kaïn woedend en bracht hem ertoe zijn broer te vermoorden. — Genesis 4:1-12; 1 Johannes 3:12.
Voor het eerst in de menselijke geschiedenis raakte de aarde door religieuze haat met onschuldig bloed bezoedeld. Het zou niet de laatste keer zijn. „Waarschijnlijk de helft of meer van de oorlogen die er momenteel in de wereld worden gestreden, zijn hetzij ronduit religieuze conflicten of zijn verweven met religieuze geschillen”, merkte een hedendaagse rubriekschrijver op.
In de dagen van Enos, een neef van Kaïn en Abel, „werd er een begin mee gemaakt de naam van Jehovah aan te roepen” (Genesis 4:26). Daar Abel er voordien al een begin mee had gemaakt Gods naam in geloof aan te roepen, kan men uit dit latere ’aanroepen van Jehovah’s naam’ opmaken dat mensen de naam op godslasterlijke of oneerbiedige wijze begonnen aan te roepen. Het was een duidelijk geval van religieuze huichelarij.
De Jeruzalemse Targoem, of parafrase, merkt op: „Dat was het geslacht in welks dagen zij begonnen af te dwalen, zich afgoden maakten en hun afgoden naar de naam van het woord des Heren noemden.” Afgoderij, waarbij men voorgeeft God te vertegenwoordigen, is sindsdien altijd een kenmerk van valse religie geweest.
In Judas 14, 15 lezen wij over de profetie die de getrouwe Henoch uitte betreffende de afgodische mensheid van dat eerste millennium. Hij zei: „Zie! Jehovah is met zijn heilige myriaden gekomen om aan allen het oordeel te voltrekken en om alle goddelozen schuldig te verklaren betreffende al hun goddeloze daden die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en betreffende alle aanstootgevende dingen die goddeloze zondaars tegen hem gesproken hebben.” Deze profetie werd vervuld in het tweede millennium van de menselijke geschiedenis, toen de valse religie welig tierde. De goddeloosheid kan zelfs het verafgoden van engelen hebben omvat die God ongehoorzaam waren geworden, zich op aarde hadden gematerialiseerd en met „de dochters der mensen” trouwden, waaruit een bastaardras voortkwam van „sterke mannen die er oudtijds waren, de mannen van vermaardheid”. — Genesis 6:4.
Noach echter „vond gunst in de ogen van Jehovah” omdat hij „wandelde met de ware God” (Genesis 6:8, 9). Hij en zijn gezin, in totaal acht aanhangers van de ware religie, werden in aantal ver overtroffen door de goddelozen. Omdat de beoefenaars van valse religie in de meerderheid waren, was „de slechtheid van de mens overvloedig . . . op de aarde” en werd „de aarde . . . met geweldpleging vervuld” (Genesis 6:5, 11). God besloot een vloed te brengen om deze beoefenaars van valse religie te vernietigen. Slechts Noach en zijn gezin bleven onder Gods bescherming in leven, en dit was voor hen reden genoeg om naderhand als een daad van ware aanbidding „een altaar voor Jehovah [te bouwen]” (Genesis 8:20). Door de Vloed was duidelijk vastgesteld welke van de twee religieuze stelsels die in Noachs dagen bestonden, waar was en welke vals.
Het voorgaande is gebaseerd op de vooronderstelling dat het bijbelverslag waar is. Maar naast de in het begin van ons artikel genoemde bewijzen nodigen wij u uit het bewijsmateriaal te beschouwen in het kader „Is er werkelijk een wereldomvattende vloed geweest?”
De toekomst van de religie en uw toekomst
Het verwerven van kennis over het verleden van de religie is van levensbelang omdat er in de grond der zaak slechts twee soorten religie zijn — een die aanvaardbaar is voor ’s mensen Schepper en een die duidelijk onaanvaardbaar is. Het is daarom ook logisch dat iemand die de goedkeuring van de Schepper wil genieten, Gods zienswijze over religie toegedaan moet zijn. Vergeet niet dat wij er allen bij betrokken zijn, omdat ’de mens in de aard der zaak een religieus dier is’.
Laten wij bij ons onderzoek naar het verleden van de religie een onbevooroordeelde geest en, wat nog belangrijker is, een ontvankelijk hart bewaren. Het is goed om telkens wanneer er een bepaalde religie onder de loep wordt genomen, er lang genoeg bij stil te blijven staan om ons af te vragen of de leringen ervan begrijpelijk, duidelijk en logisch zijn. En wat heeft ze tot stand gebracht? Heeft ze haar leden dichter tot de Schepper gebracht door hen te doordringen van de belangrijkheid van gehoorzaamheid aan zijn geboden of heeft ze hun in plaats daarvan toegestaan hun eigen maatstaven voor gedrag te bepalen? Heeft de religie de mensen geleerd op God te vertrouwen voor een oplossing van de wereldproblemen? Of zijn de mensen in plaats daarvan misleid zich op politieke middelen te verlaten? Heeft ze eenheid en vrede onder de aardbewoners bevorderd of heeft ze juist verdeeldheid gebracht en tot oorlog opgehitst?
Deze en andere vragen zullen ons helpen het onderscheid te zien tussen de ene oorspronkelijke religie die door ’s mensen Schepper werd geïntroduceerd en de vele imitaties daarvan die door zijn tegenstander werden geïntroduceerd.
Is de religie medeschuldig aan de huidige morele ineenstorting en het verval van juiste normen? Het volgende artikel zal kort op die vraag ingaan.
[Kader op blz. 7]
Is er werkelijk een wereldomvattende vloed geweest?
„De Vloed uit Genesis is allesbehalve een onwaarschijnlijke gebeurtenis in het recente geologische verleden en past juist heel natuurlijk in een dergelijke periode . . . In feite was het de meest voor de hand liggende periode voor zo’n snelle en heftige ommekeer.” — The Flood Reconsidered.
„De archeologie heeft ook andere versies van het vloedverhaal [uit Genesis] opgegraven . . . De overeenkomsten zijn treffender dan de verschillen.” — Digging Up the Bible Lands.
„Het denkbeeld van een wereldcatastrofe waarbij de aarde werd overspoeld of overstroomd door water [is] iets dat in bijna elke mythologie in de wereld wordt aangetroffen. . . . In de Inkamythologie werd ze veroorzaakt door de oppergod Viracocha, die misnoegd was over de eerste mensen en besloot hen te vernietigen.” — Funk and Wagnalls Standard Dictionary of Folklore, Mythology and Legend.
„Zelfs nog grotere overeenkomsten met het Genesisverslag zijn te vinden in een ander Babylonisch epos waarin de held Gilgamesj heet. . . . Het ontstond hoogstwaarschijnlijk tegen het begin van het tweede millennium. . . . [Kleitablet XI] is vrijwel intact en verschaft aldus de meest complete versie van het vloedverhaal in spijkerschrift.” — Encyclopædia Judaica.
„Net als de Hebreeën, Babyloniërs, Grieken, Noormannen en andere volkeren van de Oude Wereld, bezaten veel Indianenstammen in Noord- en Zuid-Amerika overleveringen aangaande de Vloed. . . . ’Toen de eerste zendelingen kwamen’ . . ., zo berichtte Eerwaarde Myron Eells in 1878, ’ontdekten zij dat die Indianen hun eigen overleveringen aangaande een vloed hadden, en dat een man en zijn vrouw gered werden op een vlot.’” — Indian Legends of the Pacific Northwest.