Religie van nabij bekeken
ALS men het u zou vragen, zou u misschien instemmen met Voltaire, die religie „de moeder van fanatisme en burgerlijke tweestrijd, . . . de vijand der mensheid” noemde. Of misschien zegt u met enige onverschilligheid precies hetzelfde als de zeventiende-eeuwse anglicaanse geestelijke Robert Burton: „De ene religie is al even waar als de andere.”
Misschien geeft u toe dat u iemand bent die, zoals de achttiende-eeuwse Franse essayist Joseph Joubert het beschreef, religie „als zijn vreugdevolle plicht beschouwt”.
Oppervlakkige godsdienstigheid
Tegenwoordig heeft iemand die religie werkelijk „als zijn vreugdevolle plicht beschouwt”, reden tot ongerustheid. Zelfs in religieuze landen hebben veel mensen slechts een vaag idee van wat zij nu werkelijk moeten geloven; hun religie heeft weinig invloed op hun dagelijkse leven. In sommige plaatsen tonen de statistieken een daling in het aantal kerklidmaten. Recente gegevens uit de Bondsrepubliek Duitsland onthulden bijvoorbeeld dat slechts 6,8 miljoen van de in totaal 26,3 miljoen katholieken de mis bezochten. Geen wonder dat katholieke geestelijken zeggen dat zij de Bondsrepubliek niet zien als „een christelijk land, behalve in slechts de meest oppervlakkige interpretatie van dat woord”.
Volgens de in 1982 gepubliceerde World Christian Encyclopedia „is het niet alleen het christendom dat tanende is; het gaat om het gehele verschijnsel religie”.
Waarom terugblikken op de geschiedenis van de religie?
Welke toekomst wacht de religie met het oog op dergelijke omstandigheden? Onze serie van 24 Ontwaakt!-artikelen die in 1989 zal verschijnen, heeft ten doel die vraag te beantwoorden. Door het verleden van de religie na te gaan, vanaf haar vroegste begin tot in de moderne tijd, verschaffen deze artikelen een beknopt en toch redelijk compleet overzicht van haar geschiedenis. Een terugblik op de achter ons liggende geschiedenis zal ons in staat stellen de toekomst van de religie te onderscheiden op basis van het bekende beginsel: Men oogst wat men zaait.
Zeg niet overijld: ’Godsdienstgeschiedenis is niets voor mij!’ Het heden is gebaseerd op het verleden en of men nu gelovig is of niet, de geschiedenis van de godsdienst is op iedereen, hetzij direct of indirect, van invloed geweest.
Mensen die Gods bestaan ontkennen, zijn in feite toch religieus. Hoe dat zo? Doordat zij God als het voorwerp van hun toewijding vervangen door iets anders. J. M. Barrie, een Schotse romanschrijver uit het begin van de twintigste eeuw, verwoordde het zo: „Iemands religie is datgene waarin hij het meest geïnteresseerd is.”
Het woord religie, zoals het in dit tijdschrift wordt gebruikt, is gedefinieerd als een vorm van aanbidding, die een geheel van godsdienstige zienswijzen, geloofsovertuigingen en gebruiken omvat; deze kunnen persoonlijk zijn of door een organisatie worden voorgestaan. Meestal gaat het bij religie om geloof in God of in een aantal goden; ook mensen, voorwerpen, verlangens of krachten kunnen als voorwerp van aanbidding beschouwd worden.
Wij hopen dat u zult genieten van „De toekomst van de religie gezien haar verleden”. Daar religie lange tijd een bron van strijd is geweest, is het zeer passend dat wij beginnen met het onderwerp „Religieuze verdeeldheid — Waar het begon”.