Griekse Kerk dreigt met geweld en verhindert congres
IN DE buurt van Piraeus, de havenstad van Athene, ligt het „Stadion van Vrede en Vriendschap”. Niettemin, zo verklaarde de Atheense krant Ta Nea, „heerste er gisteren een oorlogsstemming in Piraeus, waar de bekende bisschop Callinicos . . . bevel gaf alle kerkklokken te luiden. Er heerste zo’n chaos dat veel inwoners van de havenstad veronderstelden dat er iets ernstigs was gebeurd; zij dachten zelfs dat er misschien oorlog was!”
Waarom gebeurde dit in verband met een sportstadion dat aan „Vrede en Vriendschap” gewijd heette te zijn? De beroering werd veroorzaakt door een uitbarsting van haat van de zijde van de Grieks-Orthodoxe Kerk. Een bisschop nam het voortouw en dreigde dat hij zijn parochianen zou optrommelen om naar het stadion op te marcheren en het met geweld te bezetten ten einde anderen te beletten het te gebruiken.
De bisschop vertegenwoordigt naar wordt beweerd de Vredevorst, Jezus Christus. Niettemin dreigde hij, zonder zich aan orde en wet te storen en volkomen in tegenspraak met de leringen van Christus, met een gewelddadige actie van het gepeupel. Waarom? Omdat de stadiondirectie vreedzame en ordelievende christenen, Jehovah’s Getuigen, toestemming had gegeven daar in de nazomer een congres te houden. De contracten waren getekend en de Getuigen hadden als voorbereiding op hun congres reeds zo’n 6000 uur besteed aan het schoonmaken van het stadion.
Een redacteur gaf als commentaar in Ta Nea: „Callinicos dreigt zelfs het stadion te bezetten als de toestemming niet wordt ingetrokken; hij is van plan missen, predikaties, litanieën en meer van dergelijke dingen te houden, maar ik moet toegeven dat ik er niet veel van begrijp. . . . Ik kan mij slechts over de situatie verwonderen, want wij leven nu in het jaar 1988, nog maar 12 jaar voor de 21ste eeuw, en de grondwet van het land waarborgt religieuze verdraagzaamheid.”
Congres verhinderd
Ondanks de door de grondwet gewaarborgde vrijheid van aanbidding en vergadering eiste de geestelijkheid dat de toestemming werd ingetrokken. De regeringsfunctionarissen zwichtten voor de dreigementen. Zij verkozen orde en wet niet te handhaven en de grondwet van Griekenland niet hoog te houden. Bijgevolg werd het huurcontract ongeldig verklaard.
Dus slechts drie dagen voor het congres werd de Getuigen het recht ontzegd om in het stadion te vergaderen. Onschuldigen werden het slachtoffer, terwijl de schuldigen, die dreigden de wet te overtreden en het gepeupel op te hitsen, werden gesteund. Ontegenzeglijk een grove schending van het recht!
Dergelijke tegenstand is niet nieuw. Reeds tientallen jaren heeft de Orthodoxe Kerk in Griekenland fanatiek tegenstand geboden aan Jehovah’s Getuigen, die zich nooit met onwettige daden hebben gewroken. Nog niet zo lang geleden zelfs hebben door priesters aangevoerde benden Jehovah’s Getuigen aangevallen toen zij vreedzaam bijeenkwamen. Geestelijken en leden van hun kerken hebben Jehovah’s Getuigen beschimpt, bestookt en aangevallen en hebben rechtbanken onder druk gezet hen voor hun predikingsactiviteit te arresteren en gevangen te zetten. Niettemin is Griekenland een democratie, en zijn grondwet garandeert vrijheid van aanbidding.
’Een bekende, christelijke religie’
De rechtbanken in Griekenland hebben geoordeeld dat de religie van Jehovah’s Getuigen een ’bekende, christelijke religie’ is, die recht heeft op de door de Griekse grondwet verschafte bescherming. In 1987 verklaarde de politierechtbank in Chania (Kreta, een provincie van Griekenland): „Jehovah’s Getuigen . . . vormen een bekende religie en een goedgekeurde sekte.” Ze verklaarde tevens dat hun predikingsactiviteit niet de soort van proselitisme is die door de grondwet wordt verboden. Het hof verklaarde: „Proselitisme houdt meer in dan louter het van huis tot huis verkopen van lectuur [van de Getuigen] of een uitnodiging tot een theologische discussie.”
De rechtbank erkende dat Jehovah’s Getuigen onder de bepalingen van artikel 13, paragraaf 1, van de Griekse grondwet vallen. Dat wetsartikel belooft iedereen in Griekenland vrijheid van religieus geweten. De rechtbank merkte op dat dit ook iemands „vrijheid om te geloven in de religie van zijn keuze” omvat en het „recht om, zelfs herhaaldelijk, te veranderen” van religie. De rechtbank herinnerde er ook aan dat „de vrijheid om uiting te geven aan iemands godsdienstige overtuigingen meer in het bijzonder wordt gewaarborgd door artikel 9, paragraaf 2, van het Verdrag van Rome, gedateerd 11 april 1950, ’tot bescherming van de rechten van de mens’”.
De rechtbank in Chania voegde eraan toe: „De vrijheid om uiting te geven aan iemands godsdienstige overtuigingen wordt ook beschermd door artikel 14, paragraaf 1, van de grondwet van 1975: ’Een ieder mag in woord, in geschrifte en in druk zijn gedachten uiten en verbreiden.’” De rechtbank concludeerde vervolgens: „De kwestie van het behoud van het orthodox-christelijke geloof is dus niet iets wat alleen aan de geestelijke en de theoloog is voorbehouden, maar aan elke gewetensvolle gelovige.” En de rechtbank merkte op dat de „tijdschriften ’De Wachttoren’ en ’Ontwaakt!’ legaal circuleren”.
In overeenstemming daarmee verklaarde het Griekse hof van beroep in zijn vonnis 354/1987 dat Jehovah’s Getuigen „een ’bekende religie’ vormen in de zin van artikel 13, paragraaf 2, van de grondwet”. Het hof merkte op dat het „contrast tussen de leer van Jehovah’s Getuigen en de fundamentele beginselen . . . van het [Grieks-]orthodoxe geloof, niet voldoende is om de leer [van de Getuigen] als strijdig met de openbare orde te beschouwen”. Er werd tevens opgemerkt dat Jehovah’s Getuigen christenen zijn, „aangezien Jezus Christus de centrale figuur in hun leerstellingen is”.
Middeleeuwse mentaliteit
Ondanks al zulke rechterlijke vonnissen en al de onderstelde beschermingen van de grondwet, is de vrijheid van het Griekse volk opnieuw met voeten getreden door de middeleeuwse mentaliteit van de geestelijkheid. Erger nog, de functionarissen die de wet moesten handhaven, zijn gezwicht voor deze naar de inquisitie riekende neigingen van de Grieks-orthodoxe hiërarchie. Hoe triest zo’n aanfluiting van de democratie te zien in „de bakermat van de democratie”.
De New York Times berichtte evenwel dat in een andere kwestie „de regering [van Griekenland] . . . een eis van de Grieks-Orthodoxe Kerk afwees om Martin Scorseses film ’De laatste verzoeking van Christus’ in Griekenland te verbieden. Dat te doen, zo zei de regering, zou strijdig zijn met de beginselen van het socialisme en de vrije kunstuiting.” Deze film wordt door velen beschouwd als zeer beledigend voor Jezus, doch de regering legde de eis van de kerk om de film te verbieden naast zich neer. Maar ze verzette zich niet tegen de eis om Jehovah’s Getuigen het wettelijke recht te ontzeggen om een openbaar stadion voor een christelijke vergadering te gebruiken.
Ironisch genoeg heet deze sportarena het Stadion van Vrede en Vriendschap! Jehovah’s Getuigen hebben een internationale reputatie als voorstanders van vrede en vriendschap onder mensen van alle rassen en nationaliteiten. Maar op het laatste moment, en alleen maar omdat de geestelijkheid bezwaar maakte, werd het hun belet gebruik te maken van hun grondwettelijke recht van vergadering.
De Getuigen vinden een oplossing
De afwijzing verhinderde de Getuigen echter niet hun congres te houden. Ondanks de vele complicaties werden er onmiddellijk regelingen getroffen om uit te wijken naar de terrasvormige heuvels in Malakasa, buiten Athene, aan de achterzijde van de congreshal van Jehovah’s Getuigen.
De vergaderingen werden gehouden zoals ze gepland waren, en met uitstekende resultaten. Velen in het grote publiek moesten echter in de hete zomerzon zitten in plaats van in een overdekt stadion met airconditioning.
Overal in Griekenland besteedde de pers aandacht aan het voorval. Velen uitten hun verbijstering over de acties van de geestelijken en hekelden hen voor hun kwaadaardige, bedrieglijke daden. Hun dreigementen met geweld van het gepeupel waren op zijn zachtst gezegd beslist onchristelijk.
Het vierdaagse congres in Malakasa was met een telefoonlijn verbonden met toehoorders in Thessaloníki, op Cyprus en op Kreta, en meer dan 30.000 enthousiaste Grieken, alsook andere afgevaardigden uit verschillende landen, voelden zich zeer gelukkig en aangemoedigd door wat zij hoorden en zagen.
Er worden vragen gesteld
De acties van de geestelijkheid en van bepaalde functionarissen riepen veel vragen op. Een redactioneel artikel in de Athens News merkte bijvoorbeeld op dat „Griekenland alle mogelijke moeite doet om in 1996 de Olympische Spelen in Athene te mogen organiseren”. Daarop vervolgde het artikel: „De gevolgtrekking dat de kerk [het sportsecretariaat van het Ministerie van Cultuur] kan beïnvloeden om dit soort evenementen af te gelasten, roept twijfels op die de regering uit de weg zal moeten ruimen, vooral gezien haar campagne om de Olympiade van 1996 te winnen.”
Ook werd in het redactionele artikel opgemerkt: „’Er zullen atleten en bezoekers van alle geloven naar de Spelen komen — moslims, boeddhisten, protestanten, katholieken en anderen — en er zullen atheïsten zijn uit het Oostblok. Als de sportfaciliteiten niet beschikbaar zijn voor leden van een specifieke sekte, zijn anderen dan welkom?’ vroeg een waarnemer gisteren. Hij voegde eraan toe: ’Tenzij er enige opheldering komt, heeft het veel weg van een geval van extreme intolerantie en dweepzucht — een beeld dat Griekenland node kan missen.’” Dit is iets waar alle fatsoenlijke, vrijheidlievende mensen mee zullen instemmen.
[Inzet op blz. 10]
De rechtbank verklaart dat elk individu ’vrij is om te geloven in de religie van zijn keuze, en het recht heeft van religie te veranderen’
[Inzet op blz. 11]
Hoe triest zo’n aanfluiting van de democratie te zien in „de bakermat van de democratie”