Van onze lezers
Apartheid
Als uw organisatie zo van mensen houdt, waarom veroordeelt u apartheid dan niet voor wat het is? (22 juni 1988) Ze is wreed! Op alle christenen die openlijk beweren dat zij God in hun hart hebben, rust de verplichting apartheid te veroordelen. Ik stel voor dat uw organisatie openlijk en publiekelijk apartheid en alle andere vormen van onderdrukking in de wereld veroordeelt!
S. C., Engeland
De meesten van onze lezers begrepen terecht dat wij raciale onderdrukking verafschuwen, maar wij hebben dat geuit met de waardigheid die in overeenstemming is met de maatstaven van „Ontwaakt!” — Red.
Er staan geen foute dingen in [het artikel over apartheid], maar ik vind dat u het doet voorkomen alsof de kerk van de Jehovah’s Getuigen de enige is die tot deze omgang tussen de rassen aanmoedigt. Bij één foto staat: „De raciale harmonie onder Jehovah’s Getuigen in Zuid-Afrika maakt de Koninkrijksboodschap voor velen aantrekkelijk”. Dat wil ik niet tegenspreken, maar ik wil er slechts op wijzen dat dat ook het geval is met de harmonie in de Methodistische Kerken die proberen de Zwarte tegemoet te komen en hem het gevoel te geven dat hij welkom is.
D. H. K., Engeland
Wij zijn het er beslist mee eens dat er enkele afzonderlijke plaatselijke kerken zijn die wellicht de verhouding tussen de rassen hebben verbeterd, maar klaarblijkelijk is dit niet het algemene globale beeld, zoals wordt erkend door de op bladzijde 6 van het artikel aangehaalde methodistische en congregationalistische geestelijken. Door de jaren heen hebben Jehovah’s Getuigen in heel Zuid-Afrika en over de hele wereld consequent en in alle rust een ongeëvenaarde reputatie op het gebied van de rassenverhoudingen opgebouwd zonder rancuneuze politieke debatten of onwettige confrontaties met regeringen. — Red.
De tijd
Als directeur van een zaak interesseer ik mij al lang voor tijdbeheer. Uw artikel „De tijd — Uw slaaf of uw meester?” (8 december 1987) wist op slechts vier bladzijden praktischer, eenvoudiger te begrijpen raad te presenteren dan ik ooit op de cursussen of uit lesboeken heb ontvangen.
W. K., Bondsrepubliek Duitsland
Dat artikel beantwoordde precies aan mijn behoeften. Toen ik het plaatje op bladzijde 26 zag, herkende ik mijzelf helemaal in de slecht georganiseerde persoon die probeerde verschillende taken tegelijk te verrichten. Ik las het artikel verschillende malen en streepte de hoofdpunten aan die op mij van toepassing waren. Ik bracht de suggesties in praktijk en was gelukkig te zien dat toen de maandag ten einde liep, ik zes van de tien taken had verricht die ik had opgeschreven. Wat mij trof was de open manier waarop het onderwerp behandeld werd — geen vaste regels maar slechts van empathie getuigende suggesties, zoals: ’Wees plooibaar, experimenteer, pas u aan, ontdek wat bij u het beste werkt.’
D. C., Brazilië
Tweelingen
Uw artikel over tweelingen (22 april 1988) heeft mij werkelijk geholpen de verschillen tussen mijn dochters te begrijpen. Het zijn verrukkelijke meisjes die zo weinig op elkaar lijken (de ene blank en blauwe ogen, de andere een donkere teint en bruine ogen) dat het verbijsterend is. Ze worden opgevoed als afzonderlijke personen, maar niettemin bestaat er tussen hen een ongelofelijke band. De ene huilde bijvoorbeeld om de fles en weigerde die, maar hield op met huilen zodra haar tweelingzusje de fles kreeg. Ik had wel eens van zulke dingen gehoord in het geval van eeneiige tweelingen, maar nooit bij twee-eiige. Dank u wel.
R. L. R., Verenigde Staten