Kerkelijke verontschuldiging brengt diepe verdeeldheid aan het licht
„IK BELIJD ten overstaan van u en de Heer niet alleen mijn eigen zonde en schuld . . . maar ik ben zo vrij dit — in vertegenwoordigende zin — ook te doen uit naam van de Nederduitse Gereformeerde Kerk.” Professor Willie Jonker, een vooraanstaand Nederduits Gereformeerd predikant, bood deze verrassende verontschuldiging publiekelijk aan op een nationale conferentie van kerken op 6 november 1990 in het Zuidafrikaanse Rustenburg. En op welke zonden doelde Jonker? Op „de politieke, sociale, economische en structurele onrechtvaardigheden die begaan zijn” als gevolg van het Zuidafrikaanse apartheidsbeleid.
„Ik voel me vrij dit te doen”, vervolgde de hoogleraar, „omdat de Nederduitse Gereformeerde Kerk op haar recente synode heeft verklaard dat apartheid een zonde is, en ze heeft zelf schuld beleden.” Uit de wijdverbreide reactie op Jonkers verontschuldiging blijkt echter dat veel aanhangers van de kerk het totaal oneens zijn met de verklaringen van hun kerk over apartheid.
De reden voor de verdeeldheid is, dat de Nederduitse Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika, waarvan de leden voornamelijk blanke Afrikanen zijn, lang betrokken is geweest bij de apartheid.
Maar in oktober 1986 bracht de kerkelijke synode een opzienbarende verandering in haar beleid, door te verklaren dat het lidmaatschap van de kerk openstond voor alle rassen en dat de kerk er verkeerd aan had gedaan te trachten de bijbel te gebruiken om het apartheidsbeleid te rechtvaardigen. Bovendien verklaarde de synode in 1990 dat de kerk „zich al veel eerder duidelijk had moeten distantiëren van dit standpunt” en dat ze „haar nalatigheid op dit punt erkent en bekent”.
Jonkers verontschuldiging ontketende een controverse, waarbij een diepe verdeeldheid in de kerkelijke opinie over apartheid aan het licht kwam. De kloof schijnt zelfs door alle geledingen van de kerk te lopen, van de leken tot aan voormalige voorzitters van de algemene synode toe. Als reactie op Jonkers verontschuldiging gaf Willie Potgieter, een Nederduits Gereformeerd predikant, als zijn mening te kennen dat het ’ongevoelig was zoiets zo plotseling te doen’. Hij beweerde dat bijna de helft van zijn gemeente apartheid nog steeds ziet als een christelijk model dat kan werken.
Het is begrijpelijk dat veel lidmaten van de Nederduitse Gereformeerde Kerk deze tweedracht dwarszit. Een ontevreden lid dat naar een Johannesburgse krant, Beeld, schreef, verwoordde het als volgt: „Het wordt tijd dat wij . . . op de knieën gaan en om vergeving smeken voor onze zondige verdeeldheid en alle verschrikkelijke dingen die wij over elkaar zeggen.”
Die eensgezindheid is echter niet waarschijnlijk; en de Nederduitse Gereformeerde Kerk is ook niet de enige kerk in Zuid-Afrika die door een dergelijke verdeeldheid wordt geplaagd. Het geruzie van deze zogenaamde christenen is beslist heel wat anders dan de liefde en eenheid die volgens Jezus zijn ware volgelingen zouden kenmerken. — Johannes 17:20, 21, 26; vergelijk 1 Korinthiërs 1:10.