Jonge mensen vragen . . .
Waarom mogen de mensen mij niet?
„TENZIJ je buitengewoon zelfverzekerd bent,” zegt de schrijfster Beth Levine, „zul ook jij er wel eens over getobd hebben of de mensen jou misschien saai vinden.” Ja, het is een heel normaal en gezond verlangen om aardig gevonden te worden, en wanneer anderen ons schijnen te mijden, maken wij ons al gauw bezorgd. ’Wat scheelt er aan mij?’ vragen wij ons af.
De bezorgdheid of anderen hen wel mogen, heeft sommige jongeren tot wanhoop gedreven. Dave bijvoorbeeld had het gevoel dat andere jongeren hem opzettelijk meden. Welke uitwerking had deze afwijzing? „Ik voelde mij eenzaam, waardeloos, bang zelfs”, herinnert Dave zich. „Het was een van de ellendigste situaties waar ik ooit mee te maken heb gehad.” Maar wat kun je doen als je af en toe het gevoel hebt dat je door anderen wordt gemeden?
’Niemand vindt mij aardig’ — of toch wel?
Probeer allereerst te analyseren of het gevoel dat men je niet mag op de realiteit of op verbeelding berust. Betekent het feit dat je niet de populairste persoon op school of in de buurt bent dat de mensen je niet mogen? Natuurlijk niet! Een dergelijke ’alles of niets’-denkwijze is ondermijnend en irreëel. In werkelijkheid zijn er maar heel weinig mensen die door niemand aardig gevonden worden. Het feit dat men je af en toe niet ziet staan, betekent niet dat mensen je vijandig gezind zijn.
Beschouw je situatie objectief en realistisch. Heb je misschien één „vriend die aanhankelijker is dan een broeder”? (Spreuken 18:24) Dan is er in ieder geval iemand die je graag mag! Kijk ook eens naar de andere leden in jullie gezin. Zijn je ouders, broers en zussen niet blij met je gezelschap? Blijkt hieruit dan niet dat je wel degelijk aantrekkelijke eigenschappen bezit? Als je dan toch nog je twijfels hebt, vraag dan iemand — misschien een vertrouwde vriend of een gezinslid — je te helpen analyseren hoe anderen over je denken. Gewoonlijk is de situatie lang niet zo triest als je denkt.
Het kan echter zijn dat je vriendelijk wordt verteld dat sommige mensen je inderdaad uit de weg gaan. Dat doet pijn. Maar wees dankbaar dat iemand genoeg om je geeft om je de waarheid te vertellen (Spreuken 27:6; Galaten 4:16). Probeer in plaats van te wanhopen, vast te stellen welk onderdeel van je gedrag het probleem veroorzaakt.
„Stelp de woordenvloed”
Praat je misschien te veel? Mensen die al te veel praten, worden vaak door anderen gemeden. Mensen voelen zich te kort gedaan als zij niet voldoende gelegenheid krijgen om zelf iets te zeggen. Dit is vooral het geval wanneer de praatgrage persoon het hele gesprek om zichzelf laat draaien. Een jongere genaamd Danette herinnert zich: „Een meisje op school praatte constant over zichzelf. Vanwege haar ijdelheid mochten de anderen haar niet. Als zij in de buurt was, waren zij niet echt onvriendelijk, maar zij meden haar zo veel mogelijk.” Hoe passend is het wat de bijbel zegt: „De dwaas spreekt veel woorden.” — Prediker 10:14.
De schrijver Dale Carnegie zei: „Je kunt in twee maanden meer vrienden maken door belangstelling voor anderen te tonen dan in twee jaar door te proberen anderen voor jou te interesseren.” Of zoals het boek Spreuken het zegt: „Wie anderen rijkelijk laaft, zal ook zelf rijkelijk gelaafd worden” (Spreuken 11:25). Toon dus belangstelling voor anderen en ’wees vlug om te horen’ wat anderen zeggen (Jakobus 1:19). Koning Salomo gaf de raad: „Praat niet zo veel. . . . Wees verstandig en stelp de woordenvloed!” — Spreuken 10:19, The Living Bible.
Vind je het prettig wanneer anderen je de gelegenheid geven over de dingen te spreken die jou interesseren? Schenk daarom anderen het genoegen zich te uiten. Dat zal je bij hen geliefd maken.
Stuitend gedrag
Maar misschien ligt het probleem wel bij de wijze waarop je anderen behandelt. Neem bijvoorbeeld eens de gevatte betweter — de jongere die er een handje van heeft om anderen te irriteren door altijd klaar te staan met een snedige belediging, een stekelig geintje of een lachwekkende kleinering. Ook zijn er mensen die het heerlijk vinden om te redetwisten en hun mening aan iedereen op te dringen, of personen die „al te rechtvaardig” zijn en snel klaar staan om iedereen te veroordelen die niet aan hun persoonlijke maatstaven voldoet (Prediker 7:16). En wat te zeggen van de persoon die eenvoudig iedereen in verlegenheid brengt door luidruchtig en rumoerig te zijn? Dat zijn niet de mensen met wie jij graag omgaat, is het wel? Kan het echter zijn dat anderen af en toe zo over jou denken?
Stuitend of grof gedrag kan de lachlust opwekken, maar is niet zo bevorderlijk voor vriendschap. In wiens gezelschap voel je je meer op je gemak — bij iemand die zich prettig gedraagt of bij iemand die zichzelf beschouwt als een artiest in het vernederen van anderen? Shellie weet zich over enkele jongeren van de laatste categorie te herinneren: „Wij lachten wel om wat zij deden, maar van binnen hadden wij een afkeer van hun harteloosheid.”
De bijbel geeft dan ook de raad „alle dingen zonder gemurmureer en tegenspraak” te blijven doen (Filippenzen 2:14). Nodeloos gevit en geplaag of het beledigen en zelfingenomen veroordelen van anderen vervreemdt ons van mensen. Men zal je veel aardiger vinden als je „medegevoel” toont en ’je spreken altijd minzaam is’. — 1 Petrus 3:8; Kolossenzen 4:6.
Wees geen „leeg scherm”
Terwijl iemand die onophoudelijk praat vervelend kan zijn, kan iemand die weinig of niets tot het gesprek bijdraagt saai zijn. Zo zegt Mark R. Leary, lector in de psychologie: „Als ik alleen maar vragen stel of ’hm-mm’ zeg, komt niemand iets over mij te weten en ben ik geen aangename gesprekspartner. Je zult niet steeds aan het woord willen zijn, maar wees ook geen leeg scherm.”
Er is „een tijd om te spreken” (Prediker 3:7). Vraag je dus af: ’Verveel ik anderen en voelen zij zich niet bij me op hun gemak omdat ik dichtklap als er een gesprek ontstaat?’ Als dat zo is, doe dan moeite om spraakzamer te zijn! Wat je zegt hoeft niet diepzinnig te zijn, maar zeg in ieder geval iets waaruit je belangstelling voor anderen blijkt. Als je het moeilijk vindt om dingen te vertellen die interessant genoeg zijn, probeer dan vragen te stellen. „Als gouden appels in zilver beeldsnijwerk is een woord, gesproken op de juiste tijd ervoor”, zegt de bijbel. — Spreuken 25:11.
Je bij anderen geliefd maken
Misschien zie je nu enkele tekortkomingen waaraan je moet werken. Zoals al eerder gezegd, kan een familielid of een goede vriend een hulp zijn om vast te stellen welke trekjes verbetering behoeven. Stel specifieke vragen en wees zo moedig om naar hun eerlijke antwoorden te luisteren. Er is echte innerlijke kracht nodig om een gebrek toe te geven en zelfs nog meer om het te corrigeren.
Dave, die eerder in het artikel werd genoemd, besteedde er wat serieus zelfonderzoek aan en ontdekte dat de kern van zijn probleem zijn egocentriciteit was. Hij had nog maar zo weinig belangstelling voor anderen dat hij zelfs zijn uiterlijk en persoonlijke hygiëne verwaarloosde! Dave bracht echter de nodige veranderingen aan. Nu mag iedereen hem graag en verheugt hij zich in de vriendschap van velen, jong en oud.
Natuurlijk heeft het geen zin te proberen tot elke prijs bij anderen in de smaak te vallen. Zo legt dr. Theodore I. Rubin uit: „Helaas wordt niemand door iedereen en op elk moment aardig gevonden, en met gemaaktheid, voorgewende vriendelijkheid of door ons in allerlei bochten te wringen, winnen wij geen sprankje liefde méér. Sommige mensen mogen ons en anderen niet. Hoe dan ook, de meeste mensen hebben er een hekel aan als iemand probeert een wit voetje bij hen te halen; en degene die dat doet, krijgt ook een hekel aan zichzelf.” Jezus merkte terecht op: „Wee u, wanneer alle mensen goed van u spreken” (Lukas 6:26). Alleen al het feit dat je opkomt voor juiste beginselen maakt dat sommigen je niet mogen. — Lukas 6:22.
Stel daarom redelijke pogingen in het werk om prettig in de omgang, vriendelijk en aardig te zijn. Maar schipper nooit ten aanzien van wat juist is om de goedkeuring van anderen te winnen. De jonge Samuël in bijbelse tijden stond pal voor wat juist is. Het resultaat? Hij werd „steeds meer geliefd, zowel van Jehovah’s standpunt als van dat der mensen uit bezien” (1 Samuël 2:26). En met wat moeite en doorzettingsvermogen zul jij dat eveneens ervaren.
[Illustratie op blz. 12]
Mensen mijden iemand die constant aan het woord is
[Illustratie op blz. 13]
Mensen voelen zich zelden aangetrokken tot iemand die niets te zeggen heeft