Kiest u zelf of laat u anderen voor u kiezen?
TOT zijn achtste aanbad Pedro Maleiwa, de veronderstelde schepper van de mens en maker van de aarde. Hij was bang voor Yolujá, die de voorbode van alle kwaad en ziekte heette te zijn, en hij probeerde te ontkomen aan de boosaardige plannen van Pulowi, de vermeende godin van de onderwereld.
Pedro behoorde tot de Guajiro, een van de vele indianenstammen van Venezuela. Hij hield zich aan de traditionele religie van zijn voorouders totdat op een dag de plaatselijke onderwijzer er regelingen voor trof dat hij werd gedoopt — als katholiek.
„Niemand vroeg mij iets, en ik wist niets van mijn nieuwe religie”, legde Pedro uit. „Maar ik besefte dat het niet moeilijk zou zijn dit nieuwe geloof aan te nemen daar er geen belangrijke veranderingen in mijn gewoonten werden vereist. Ik was trouw aan mijn nieuwe religie, want ik ging ergens in december altijd naar de mis.”
Hoewel Pedro tot twee verschillende religies had behoord, had hij in geen van beide gevallen een bewuste keus gemaakt. Anderen hadden de keus voor hem gemaakt. Zijn ervaring heeft zich in de loop der eeuwen talloze malen voorgedaan. In werkelijkheid hebben betrekkelijk weinigen van de vijf miljard mensen die thans leven weloverwogen een religie gekozen. Hun religie is gewoonlijk iets wat zij hebben geërfd, zoals hun uiterlijk, hun karaktereigenschappen of het huis waarin zij wonen.
Zij maakten hun eigen keus
Maar is wat wij erven altijd het beste? Wellicht proberen wij zo goed wij kunnen ons uiterlijk te verbeteren. Misschien streven wij ernaar het huis dat onze ouders ons nalieten, op te knappen. Wij voeren misschien zelfs een verbeten strijd om overgeërfde onwenselijke karaktertrekken te overwinnen.
Om die reden zijn er over de hele aarde mensen die de religie die zij van hun voorouders geërfd hebben, aan een nader onderzoek onderwerpen. In plaats van het te bezien als verraad aan een familietraditie die zonder vragen te stellen in ere gehouden moet worden, heeft hun geestelijke verlangen hen ertoe bewogen op zoek te gaan naar iets beters. Dit was het geval met Hiroko, wier vader een boeddhistische priester was in de Miokio-tempel in Japan.
„Als kind was ik gewend om op de koudste winteravonden met een lantaarn over de besneeuwde straten van ons dorp op en neer te lopen”, legt Hiroko uit. „Vader liep voorop en sloeg al sutra’s zingend op een trom. Van jongs af aan maakten zelfkastijdingsriten en boeddhistisch ritueel deel uit van mijn leven.”
Niettemin was Hiroko niet gelukkig met de religie die zij had meegekregen. „Ik heb niet één bevredigend antwoord op mijn vele vragen gekregen. De postume naamsverandering van de overledenen, de grafstenen die als levende wezens behandeld werden zodra de sutra’s over ze gezongen waren, de papieren talismans die een gelovige op magische wijze zouden beschermen en vele andere tempelceremoniën stelden mij werkelijk voor raadsels.
Mij werd verteld dat wij tot de meest verlichte sekte van het boeddhisme behoorden. Niettemin bleven al mijn vragen onbeantwoord. Ik was ervan overtuigd dat er ergens iets moest bestaan. Ik hoopte in vrijheid een religie te kunnen onderzoeken die mij alle antwoorden zou verschaffen.” Hiroko ging van de ene oosterse religie naar de andere maar vond geen ervan bevredigend. Uiteindelijk leerde zij met de hulp van Jehovah’s Getuigen uit de bijbel over de almachtige God, Degene die de hemel en de aarde heeft geschapen, en zij ontdekte ook de antwoorden op de vragen uit haar jeugd.
In haar geval werden de woorden van de profeet Jeremia letterlijk vervuld: „Indien gij mij zoekt, zult gij mij vinden; indien gij zoekt met geheel uw hart, zal ik mij door u laten vinden, zegt de HEER.” — Jeremia 29:13, 14, The New English Bible.
Hiroko vond het de moeite waard zelf een keus te maken, hoewel die verschilde van die van haar ouders. „Ik ben dolblij dat ik duidelijkheid heb gevonden en nu niet langer de knagende vragen en angsten heb die mij zo vele jaren hebben geplaagd”, legt zij uit. Maar of u nu gelukkig bent met uw huidige religie of niet, u zult niettemin een keus moeten maken.
Waarom er een keus moet worden gemaakt
Als wij er goed over nadenken, zullen de meesten van ons beamen dat religie te belangrijk is om aan het toeval overgelaten te worden. Zelfs in alledaagse kwesties proberen wij ons eigen leven zo goed mogelijk in de hand te houden. Wie wil nu een speelbal van de omstandigheden zijn?
Als u erge hoofdpijn had, zou u dan gauw even een paar pillen slikken die u tussen een hoop andere medicijnen vond zonder eerst goed op het etiket te kijken?
Als u nieuwe kleding zou gaan kopen, zou u dan onbekommerd het eerste het beste kostuum in de winkel meenemen in de veronderstelling dat het u ongetwijfeld precies zal passen?
Als u een tweedehands auto zou kopen, zou u er dan in wegrijden zonder eerst onder de motorkap te kijken?
’Dat doen alleen dwazen’, denkt u misschien. In zulke dingen moet men niet te lichtvaardig zijn. En toch is een van de belangrijkste beslissingen in het leven — welke religie wij moeten aanhangen — voor velen van ons door het toeval beslist, door een lang vergeten grillig verloop van de geschiedenis en door onze geboorteplaats.
Zou het niet verstandig zijn ons af te vragen: ’Hoe kom ik aan mijn religie? Heb ik mij die gewoon zonder vragen te stellen laten doorgeven? Of heb ik een doelbewuste, weloverwogen keus gemaakt?’ Het stellen van dergelijke vragen is nu juist waar de bijbel ons toe aanmoedigt. De apostel Paulus vermaande de Korinthiërs om ’te blijven beproeven of zij in het geloof waren, te blijven bewijzen dat zij goedgekeurd waren’. — 2 Korinthiërs 13:5.
De bijbel maakt melding van een jongeman genaamd Timótheüs die door zijn moeder en grootmoeder overeenkomstig de Schrift was opgevoed. Maar het was duidelijk dat hij hun geloof niet blindelings had aanvaard. Jaren later herinnerde Paulus hem eraan dat hij had ’geleerd en door overtuiging was gaan geloven’ (2 Timótheüs 3:14). Timótheüs raakte ervan overtuigd dat hij in het geloof moest blijven dat hij had ontvangen — maar pas toen hij zelf een grondig onderzoek instelde.
Anderen daarentegen werden ertoe bewogen hun religieuze opvoeding opnieuw onder de loep te nemen. Sergius Paulus was een Romeins provinciaal bestuurder op Cyprus die ongetwijfeld sommige van de Romeinse goden vereerde. Na echter naar de prediking van de apostel Paulus te hebben geluisterd, „werd hij een gelovige, diep onder de indruk van wat hij over de Heer had geleerd”. — Handelingen 13:12, NEB.
In beide gevallen werd na een grondig onderzoek van Gods Woord een weloverwogen keus gemaakt. Waarom zou u niet de handelwijze van Sergius Paulus en Timótheüs navolgen? De een veranderde van religie, de ander niet; maar beiden werden beloond doordat zij persoonlijk de waarheid vonden. Niettemin zijn sommigen door traditie, vrees of vooroordeel wat terughoudend om een dergelijke stap te nemen.
De uitdaging om een keus te maken
Religieuze tradities zijn hardnekkig, en velen vinden troost in eeuwenoude gebruiken en geloofsovertuigingen. „Eens katholiek, altijd katholiek”, zeggen sommigen. Misschien denkt u ook zo over uw religie en verkiest u het traditionele boven het onbekende. Natuurlijk zou het onverstandig zijn een traditie maar overboord te zetten voordat u de waarde ervan hebt vastgesteld. Paulus moedigde de christenen in Thessaloníka aan ’vast te houden aan de tradities die zij hadden geleerd’ (2 Thessalonicenzen 2:15, NEB). Anderzijds waarschuwde Jezus voor religieuze tradities die ons van God kunnen vervreemden en zijn Woord, de bijbel, krachteloos maken (Matthéüs 15:6). De traditie kan men niet altijd blindelings volgen.
Met het toenemen van de kennis worden er vaak traditionele procedures gewijzigd of zelfs vervangen op het terrein van de geneeskunde, de natuurwetenschappen en de technologie. Op deze terreinen zijn de meeste mensen onbevooroordeeld, wat bijdraagt tot verbeteringen. Hoewel wij misschien menen dat onze religieuze traditie van goddelijke oorsprong is, waarschuwt de bijbel ons ’niet elke geïnspireerde uiting te geloven’ maar veeleer ’de geïnspireerde uitingen te beproeven om te zien of ze uit God voortspruiten’ (1 Johannes 4:1). Wij worden aangemoedigd ’ons van alles te vergewissen en vast te houden aan dat wat voortreffelijk is’ (1 Thessalonicenzen 5:21). Waardevolle tradities zullen een dergelijke toets altijd doorstaan.
Een ander obstakel bij het maken van een keus in religieuze aangelegenheden is vrees. „Ik discussieer nooit over religie of politiek!” is een veelgehoorde uitspraak. De vrees te zullen ontdekken dat wij misleid zijn of de vrees voor wat anderen zullen denken, zijn krachtige redenen om niets te doen. In Jezus’ dagen waren er velen die de waarde van zijn leer onderkenden, maar ervoor terugschrokken hem als de Messías te erkennen „uit vrees uit de synagoge geworpen te worden. Want zij achtten hun reputatie bij mensen belangrijker dan de eer die van God komt.” — Johannes 12:42, 43, NEB.
Die mensen in Jezus’ dagen liepen de unieke gelegenheid mis discipelen van Christus te zijn omdat zij zwichtten voor de druk van die kleingeestige religieuze gemeenschap. Toegegeven, er is moed voor nodig om tegen de stroom in te zwemmen. Anders zijn is nooit gemakkelijk. Maar als u talmt met het maken van een keus, zullen onvermijdelijk anderen voor u kiezen.
Vooroordeel tegen alles wat „buitenlands” is, kan eveneens een hindernis zijn voor degenen die een onpartijdig onderzoek wensen in te stellen. In Jezus’ tijd werd op de Messías neergekeken omdat hij een Nazarener was, en hij werd geminacht omdat hij een Galileeër was. De twintigste-eeuwse vooroordelen zijn niet anders. — Johannes 1:46; 7:52.
„Dat is gewoon een van die nieuwerwetse Amerikaanse religies!” Dit was Ricardo’s eerste reactie toen hij door een van Jehovah’s Getuigen werd uitgenodigd zijn eigen religie te onderzoeken. Door zijn Latijnsamerikaanse achtergrond was hij op zijn hoede voor alles wat naar de Verenigde Staten riekte. Niettemin werd zijn vooroordeel geleidelijk weggenomen door de bewijzen die hem werden getoond. Bovenal werd hij overtuigd door de praktische tentoonspreiding van waar christendom die hij bij de Getuigen waarnam. Hun oprechte liefde en geloof trokken hem aan. — Zie het kader op bladzijde 10.
Nadat Ricardo zijn aanvankelijke vooroordeel terzijde had geschoven, stemde hij in met een andere waarnemer, die schreef dat Jehovah’s Getuigen „in hun organisatie en getuigeniswerk . . . de oorspronkelijke christelijke gemeenschap dichter [benaderen] dan welke andere groepering maar ook”. Hij is nu van mening dat een onbevooroordeelde geest essentieel is om de beste keus te maken.
Wat zult u kiezen?
Pedro, die in het begin van het artikel werd genoemd, liet zich er niet door traditie, vrees en vooroordeel van weerhouden persoonlijk de Schrift te onderzoeken. Aanvankelijk had hij zijn twijfels door zijn teleurstellende ervaringen met religie in het algemeen. Hij legt uit: „Noch mijn geloof in Maleiwa, noch mijn geloof in de god van de katholieken, wiens naam ik niet eens kende, had mij veel geluk gebracht.” Maar ten slotte verkoos hij een van Jehovah’s Getuigen te worden en werd op 36-jarige leeftijd als zodanig gedoopt. „De liefde en het geduld van degenen die mij hielpen, en de bevredigende antwoorden die ik uit de bijbel kreeg, gaven de doorslag”, zei hij.
Zult u de moed hebben om Pedro’s voorbeeld te volgen? Welke religie u ook hebt, laat het niet aan het toeval over. Ga zelf na, aan de hand van Gods Woord, wat de waarheid is, de unieke en kostbare waarheid die Jezus onderwees. Jehovah’s Getuigen zullen u hier graag bij helpen. Zij nodigen u oprecht uit om Jozua’s woorden ter harte te nemen: ’Kies zelf wie u zult dienen.’ — Jozua 24:15.
[Kader op blz. 10]
Jehovah’s Getuigen — Een „Amerikaanse religie”?
VEEL nationalistische mensen koesteren argwaan tegen alles wat hun buitenlands of vreemd toeschijnt of zijn er bang voor. Dit kleurt zelfs hun kijk op andere religies.
Jehovah’s Getuigen zijn vaak het slachtoffer van deze mentaliteit; zij worden ervan beschuldigd een Amerikaanse religie te zijn, „Made in U.S.A.”, en daarom als verwerpelijk beschouwd. Is dat een redelijke reactie?
Wat zijn de feiten?
1. Er zijn verhoudingsgewijs meer Getuigen in Canada, Costa Rica, Finland, Jamaica, Porto Rico, Zambia en andere landen dan in de Verenigde Staten.
2. Jehovah’s Getuigen zijn meer dan internationaal. Zij zijn supranationaal, wat wil zeggen dat zij boven bekrompen nationale grenzen of raciale belangen uitstijgen. Opmerkenswaardig is het grote succes dat Jehovah’s Getuigen hebben geboekt in het overwinnen van vooroordelen op grond van ras, stam en nationaliteit. Dat is het geval in Zuid-Afrika, Israël, Libanon, Noord-Ierland en andere landen die worden geteisterd door religieuze onrust. Zwarten en blanken, joden en Arabieren, voormalige katholieken en protestanten — nu allen Jehovah’s Getuigen — zijn op hun congressen en in hun Koninkrijkszalen verenigd in werk en aanbidding.
3. Zij drukken hun bijbelse lectuur in zo’n 200 talen. „De Wachttoren” wordt bijvoorbeeld in 103 talen en „Ontwaakt!” in 54 talen uitgegeven, met een gecombineerde maandelijkse oplage van meer dan 48 miljoen exemplaren.
4. Hoewel Jehovah’s Getuigen hun internationale hoofdbureau in New York hebben, woont slechts 23 procent van hen in de Verenigde Staten.
5. Net zoals Jeruzalem een geschikte springplank vormde voor het vroege christendom, zo zijn in deze eeuw van wereldoorlogen en internationale conflicten de Verenigde Staten de meest geschikte springplank geweest voor de prediking van het goede nieuws over de hele wereld. De ervaring heeft geleerd dat het werk overal elders door vooroordeel, verbodsbepalingen of grondstoftekorten zou zijn belemmerd. Het feit dat zij hun hoofdbureau in New York hebben, betekent echter niet dat de Getuigen een „Amerikaanse religie” zijn, evenmin als de vroege christenen een joodse religie waren, hoewel men hen zo brandmerkte.
Ten onrechte vervolgd
Iets waardoor hun supranationale kijk duidelijk wordt gedemonstreerd, is het etiket dat hun door verschillende politieke regimes is opgeplakt. In het verleden werden zij in de Verenigde Staten van communistische activiteiten beticht en er in communistische landen van beschuldigd CIA-agenten te zijn!
In de jaren ’50 bijvoorbeeld verklaarde een Amerikaans kranteartikel: „Poolse Roden financieren ’Jehovah’-agenten”. Een ander bericht van een Amerikaans radiostation luidde: „De regering van de Sovjet-satellietstaat [Polen] moedigt de Getuigen aan en geeft hun financiële steun.” In Ierland werden de Getuigen uitgescholden met: „Communisten!” „Maak dat je hier wegkomt!”
Ondertussen werden de Getuigen in Polen en andere communistische landen bij de wet verboden en werden velen om hun geloof gevangengezet. Sommigen werden er zelfs van beschuldigd in een door de CIA gesponsord spionagecomplot te zitten. De situatie in de Sovjet-Unie wordt als volgt beschreven door Wladimir Boekowsky, die in 1976 naar het Westen emigreerde: „Op een avond zag ik in Londen bij toeval aan een gebouw een bordje ’JEHOVAH’S GETUIGEN’. . . . Ik kon niet verder lezen, ik was stomverbaasd, zozeer zelfs dat zich haast een paniek van mij meester maakte. Hoe is dit mogelijk, vroeg ik mij af. In Rusland komt men ’Getuigen’ van vlees en bloed alleen in gevangenissen en concentratiekampen tegen. Kan men werkelijk naar binnen gaan en een kop thee met die mensen drinken? Mijn vergelijking lijkt misschien wat misplaatst, maar stel u voor dat u langs een gebouw loopt waar op een bordje aan de gevel te lezen staat ’COSA NOSTRA N.V., MAFIA HOOFDBUREAU’. De ’Getuigen’ worden in ons land met evenveel felheid vervolgd als de Mafia in hun land.”
Deze korte voorbeelden tonen wat veel onbevooroordeelde waarnemers reeds erkennen — namelijk dat Jehovah’s Getuigen zich afzijdig houden van alles wat met nationalisme of politiek te maken heeft. Hun geloof is supranationaal omdat zij hun onpartijdige God willen navolgen. — Handelingen 10:34.
[Illustratie op blz. 8]
Zou u het eerste het beste geneesmiddel slikken, zonder het etiket te lezen?
[Illustraties op blz. 9]
Bent u in uw religie geboren, of hebt u die zelf gekozen?