Ik leerde mijn opvliegendheid beheersen
HET was een vertrouwd tafereel: Een café ergens in Europa als zo vele andere waarin ik als muzikant had gespeeld. Zoals gewoonlijk hadden mijn vrienden en ik zwaar gedronken. Ik weet zelfs niet eens meer waarom sommigen van de klanten ons aanvielen.
Wel herinner ik mij dat er een vechtpartij uitbrak. Ik was jong en sterk, en raakte een van de klanten zo hard dat hij over een tafel heen viel. Toen greep ik een stoel waarmee ik op de anderen begon los te timmeren. Enkele minuten later was het lokaal leeg — op een roerloos lichaam na dat op de vloer lag. Angstig en wanhopig rende ik naar huis om mijn vrouw vaarwel te zeggen, want ik was ervan overtuigd dat ik opgepakt en veroordeeld zou worden wegens moord!
Dit was jammer genoeg niet de eerste keer dat mijn opvliegendheid mij de baas was geworden. Maar om te kunnen begrijpen hoe dat kwam, moet u iets van mijn achtergrond af weten. Ik ben grootgebracht in een zigeunergezin — niet de reizende soort, want onze familie heeft altijd in een eigen huis gewoond. Vader was vaak dronken en ontzettend jaloers waar het mijn moeder betrof. Uitbarstingen van geweld waren bij ons thuis heel gewoon.
Ook het leven dat ik later ging leiden, stelde mij aan veel slechte invloeden bloot. Vader verdiende de kost als muzikant, en zo gauw ik acht was geworden, ging ik met hem mee. Ik leerde op de accordeon spelen en toen ik 13 was, trad ik op als solist of met andere muzikanten. Dit betekende dat ik in hotels, cafés en op bruiloften moest spelen, vaak de hele nacht door. Het duurde niet lang voor ik had geleerd zwaar te drinken en te roken.
Huwelijk en jaloezie
Dit alles hielp mij niet om een kalme persoonlijkheid te ontwikkelen. Zelfs het huwelijk bracht geen rust in mijn leven. Op 19-jarige leeftijd trouwde ik een knap zigeunermeisje. Wij trouwden volgens zigeunergebruik en lieten de huwelijksceremonie door het hoofd van de clan voltrekken, in plaats van door een geestelijke. Ik kan mij herinneren dat hij mijn hand en de hand van mijn bruid nam en ze met de palm naar boven samenbond. Vervolgens goot hij in beide palmen een alcoholische drank. Ik moest uit de handpalm van mijn bruid drinken en zij uit de mijne. Vanaf dat moment beschouwde de zigeunergemeenschap ons als wettig getrouwd, hoewel wij later op het stadhuis voor de wet trouwden.
Kort daarna constateerde ik bij mijzelf dezelfde gewelddadige jaloezie die mijn vader aan de dag had gelegd. Ik begon mijn jonge vrouw te slaan, soms wel tweemaal per week! Ongetwijfeld droeg dit ertoe bij dat ik meer dronk dan ooit, en dit verergerde mijn opvliegendheid weer. Op een keer was ik bij mijn vader thuis met een paar zigeunervrienden aan het drinken. Mijn oudere broer begon mijn vrouw te belasteren. Zo dronken als ik was, rende ik naar huis, pakte mijn vrouw bij de hand, trok haar het bed uit en sleurde haar in haar nachtjapon helemaal naar het huis van mijn vader. Ik liet haar voor het kruis zweren dat wat mijn oudere broer had gezegd, niet waar was!
Hoewel zij alles bezwoer, werd ik nog kwader. Ik holde naar huis, pakte een bijl en begon de ruiten van mijn huis in te slaan. Een van mijn andere broers kwam naar binnen en probeerde mij te kalmeren. Ik duwde hem met zo veel kracht van mij af dat hij van de trap viel en zijn hand brak.
Een verandering
Mijn opvliegendheid bleef een tijdlang onbeteugeld totdat het aan het begin geschetste voorval plaatsvond, toen ik meende dat ik iemand had gedood. Nadat ik mijn vrouw vaarwel had gezegd, ging ik naar de plaatselijke rooms-katholieke kerk, waar ik voor de hoofdingang neerknielde en God in tranen om vergeving bad. Ik beloofde dat ik nooit meer zo iets zou doen! Tot mijn grote opluchting hoorde ik later dat de man niet dood was maar slechts bewusteloos was geweest.
Desondanks voelde ik mij nog steeds erg terneergeslagen en zwaarmoedig. Drie dagen later reisde ik, nog steeds heel bedrukt, met de trein naar mijn werk. Een jongeman begon met mij over Gods koninkrijk te spreken, een regering die alle problemen waardoor de mensheid wordt gekweld zal oplossen — een regering die ziekte, dood en verdriet van de aarde zal wegnemen! De jongeman was een getuige van Jehovah. Aangezien ik in God geloofde, luisterde ik beleefd. Maar wat de jongeman mij vertelde, leek mij zo irreëel. „Wie zou tot dat alles in staat zijn?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: „De Almachtige God zal het doen.”
Dit antwoord bevredigde mij volkomen. Hij gaf mij ook een brochure en beloofde mij thuis te zullen opzoeken. Voordat hij daartoe in de gelegenheid was, werd ik door twee andere Getuigen bezocht, die drie oudere boeken bij mij achterlieten, Schepping, Verzoening en Rijkdom, alle drie uitgegeven door het Wachttorengenootschap. Toen de jongeman die ik in de trein had ontmoet mij uiteindelijk bezocht, begonnen wij uit het boek „God zij waarachtig” te studeren.a
Ik maakte snelle vorderingen. Binnen zes weken begreep ik door het lezen van deze publikaties dat mijn kerk mij niets te bieden had. Ik ging naar de pastorie en verzocht mijn naam van hun ledenlijst te schrappen.
Tegenstand van de familie
Het begon mij echter te dagen dat ik ook enkele veranderingen in mijn persoonlijkheid moest aanbrengen. Ik kende een oudere dame op mijn werk die een Getuige was. „Doen de Getuigen ook mee aan feestjes en trouwerijen?” vroeg ik haar. „Jawel,” antwoordde zij, „maar zij gedragen zich op een christelijke manier.” Ik vroeg haar wat dat betekende.
„Zij bedrinken zich niet en zij schreeuwen of roken niet.”
Vanaf dat moment heb ik nooit meer een sigaret aangeraakt. En in de derde maand dat ik de bijbel bestudeerde, staakte ik plotseling het spelen met mijn muziekvrienden. Ik besefte dat zulke slechte omgang mijn vooruitgang zou belemmeren.
Dat betekende dat ik op een andere manier de kost moest zien te verdienen. Ik ging werken als metselaar. Mijn nieuwe beroep leverde echter niet het geld op dat ik als muzikant had verdiend. Vandaar dat mijn vrouw, mijn vader, mijn broers — eenvoudig iedereen die mij kende — zich tegen mij keerden en mij ertoe probeerden te dwingen mijn vroegere levenswijze weer op te nemen. Met Jehovah’s hulp stopte ik met het overmatig alcoholgebruik en deed ik pogingen mijn opvliegendheid te beheersen.
U zou denken dat mijn vrouw dolblij geweest moet zijn dat ik zo veranderde, maar dat was niet zo. Omdat ik haar niet meer sloeg en geen ruzie meer met haar maakte, dacht zij dat ik niet langer van haar hield! Zo denken zigeunervrouwen. Toen kwam Kerstmis naderbij, zonder dat ik voorbereidingen trof voor de viering ervan. Ik had uit de bijbel geleerd dat deze viering niet door God wordt goedgekeurd.b Mijn vrouw begreep hier echter niets van. Zij werd zo boos dat zij bij mij wegliep en onze vier kinderen meenam. Zij trok bij haar ouders in, die mij de volgende boodschap zonden: Zeg je nieuwe religie vaarwel anders kom je ons huis nooit meer in en komt je vrouw niet bij je terug!
Zij zetten mij daarmee onder zware druk omdat ik heel veel van mijn vrouw en kinderen hield. Ik weigerde toe te geven, en twee weken later keerden mijn vrouw en kinderen naar huis terug — zonder voorwaarden te stellen. Kort daarna, amper zes maanden na mijn ontmoeting met die jongeman, werd ik als een getuige van Jehovah gedoopt.
Mijn opvliegendheid in toom houden
Hoewel ik nu een gedoopte christen was, viel het nog altijd niet mee mijn opvliegendheid in toom te houden. Maar door bijbelstudie en vurige gebeden kreeg ik van Jehovah de benodigde kracht.
Ik moest ook de tegenstand van mijn vrouw verduren. Vaak lachte zij mij uit als ik probeerde de bijbel te bestuderen. Als ik haar iets trachtte te vertellen van wat ik aan het lezen was, begon zij luid te zingen om mij te overstemmen! Mettertijd had mijn veranderde persoonlijkheid echter een gunstige uitwerking op haar. Twee jaar later werd ook zij een loyale aanbidster van Jehovah.
Het is al lang geleden dat ik in dat café bijna een man heb gedood. Sindsdien heb ik het voorrecht gehad als ouderling in een gemeente van Jehovah’s Getuigen te dienen en al mijn kinderen op één na de waarheid te zien aanvaarden. Ik ben verbonden met een gemeente van ware christenen die mij niet vrezen maar die bereidwillig met mij samenwerken in onze predikingsactiviteit.
Ja, ik ben dolblij dat de bijbelse waarheden mij hebben geholpen mijn opvliegendheid te overwinnen. — Aangezien de schrijver van dit artikel in een land woont waar het christendom door de regering verboden is, wenst hij anoniem te blijven.
[Voetnoten]
a Al deze publikaties zijn nu niet meer verkrijgbaar.
b Zie de publikatie U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven, hoofdstuk 25.
[Inzet op blz. 19]
Op 19-jarige leeftijd trouwde ik een knap zigeunermeisje
[Inzet op blz. 20]
Ik begon mijn jonge vrouw te slaan, soms wel tweemaal per week
[Inzet op blz. 21]
„Zij bedrinken zich niet en zij schreeuwen of roken niet”