Hoe kennis van Grieks mij tot het kennen van God bracht
„NICHOLAS, je zou eens ernstig moeten overwegen om er Grieks bij te nemen.” „O, ja meneer Benton, ja meneer.” Dit was in de jaren ’50, in mijn vierde jaar aan de Phillips Academy, een particuliere school in Andover (Massachusetts, VS). Ik studeerde al Latijn en Frans. En nu wilde hij mij ook nog Grieks laten doen? Nu ja, ik hield wel van talen. Misschien was het zo gek nog niet, wat hij zei van Grieks.
Aan het begin van mijn vijfde leerjaar liet ik mij daarom inschrijven voor Grieks. Ik vond de taal verbazingwekkend flexibel, zeer expressief en creatief, en toch ook heel eenvoudig. Al gauw was ik helemaal verslingerd aan die taal. Zo begon ik aan mijn bijzonder opwindende ontdekkingstocht door het Grieks — zonder enig vermoeden waar die mij eens heen zou voeren!
Van de Phillips Academy ging ik naar de universiteit, naar Princeton. In mijn laatste jaar daar besloot ik in het onderwijs te gaan, en na mijn graduatie begon ik aan een episcopale jongensschool, St. Paul’s, in New Hampshire. Dit stemde overeen met mijn achtergrond. Als jongen was ik lange tijd koorknaap geweest in de plaatselijke episcopale kerk. Waar ik woonde, was iedereen die een beetje meetelde, hetzij unitariër of episcopaal. Ik was dus door en door gevormd in het naar het rooms-katholicisme overhellende episcopalisme, maar veel bijbelkennis of geestelijk inzicht had ik niet opgedaan. De bijbel was verdwenen in een heleboel kerkelijk formalisme. Nu werd ik daar in St. Paul’s opnieuw in ondergedompeld. Iedereen — docenten en leerlingen — moest elke doordeweekse dag naar de kapel en zondags tweemaal.
Ik doceerde er vier jaar Latijn en Grieks. Na het eerste jaar trouwde ik met een jongedame genaamd Suzanne. De volgende drie zomers studeerde ik om een master’s degree [ongeveer doctorandus] Latijn en Grieks te behalen. Terwijl ik overwoog om door te gaan voor mijn doctorsgraad, ontving ik een brief van mijn oude mentor Grieks van de Phillips Academy, dr. Chase. „Hier in Andover is juist een vacature gekomen”, schreef hij. „Ik weet dat je wilt promoveren. Maar zou je alsjeblieft hiernaar toe willen komen om met ons te praten?” Dat deed ik, en het liep erop uit dat ik daar les ging geven in Grieks. En dat ben ik daar sindsdien blijven doen.
Wij woonden nog maar pas drie weken in onze nieuwe woning of er werd op de deur geklopt. Het was een getuige van Jehovah. Zij begon een bijbelstudie met Suzanne. Dat was in 1968. De Wachttoren-publikatie aan de hand waarvan zij de bijbel bestudeerden, was De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Deze bevatte enkele woorden uit de oorspronkelijke Griekse taal zoals hades en psuche en stauros. Suzanne kwam dan naar mij toe en vroeg:
„O, Nicholas, ik heb hier een bijbels woord dat Karen en ik hebben beschouwd. Zou stauros gewoon ’paal’ kunnen betekenen?”
„Ja, zeker. Het betekent inderdaad ’paal’. Ik weet niet hoe ze van stauros ooit ’kruis’ hebben kunnen maken. Maar het verbaast mij niets. De christelijke kerk heeft zulke dingen op zijn minst al vanaf de tijd van Constantijn gedaan.”
Later ontmoette ik de echtgenoot van Karen en na enkele algemene gesprekken werd er begonnen met een bijbelstudie. Maar ik had problemen. Het episcopalisme had mij geen kennis van de bijbel en geen geloof erin bijgebracht. Om de bijbel te bestuderen had ik een wijze van benaderen nodig die mijn behoefte aan logica bevredigde. Was het redelijk te denken dat de Getuigen — een weinig populaire minderheid die vaak veracht en bespot werd — wetenschappelijk gesproken genoeg in huis hadden om dit te doen?
Maar toen bedacht ik dat minderheden met afwijkende ideeën door de meerderheid vaak belachelijk werden gemaakt, zelfs werden veracht en vervolgd, maar uiteindelijk toch gelijk bleken te hebben. Nu waren er deze Getuigen — een minderheid, anders dan anderen, die aan de deur komen, met tijdschriften op de hoeken van de straten staan, die beschimpt en vaak veracht en vervolgd worden. Misschien was het de moeite waard naar hen te luisteren — misschien hadden zij het wel bij het rechte eind!
Daarom nam ik als werkhypothese of theorie: „Misschien zijn Jehovah’s Getuigen in staat mij te tonen wie God werkelijk is.” Mijn theorie begon met slechts twee onderstellingen: (1) dat de meerderheid niet noodzakelijkerwijs gelijk heeft en (2) dat ik, afgezien van de algemene opinie, geen reden had om de ideeën van Jehovah’s Getuigen als onjuist te beschouwen. Na een paar gesprekken over de bijbel begreep ik dat er een derde fundamentele onderstelling was waarmee rekening gehouden moest worden. Ik sprak erover met de Getuige die met mij studeerde: „Arthur, hoe kan ik er zeker van zijn dat de woorden van de bijbel niet slechts vertelsels zijn?”
„Laat ik nu precies het boek voor jou hebben!” riep hij uit.
Hij bracht een boek voor mij mee dat het Wachttorengenootschap net had uitgegeven (1969), Is de bijbel werkelijk het Woord van God? Het stond vol wetenschappelijke en archeologische feiten die de historische nauwkeurigheid van de bijbel bevestigden, en besprak vele vervulde profetieën die bewezen dat de bijbel geïnspireerd is. Deze belangrijke onderstelling bleef dus overeind — de bijbel moest Gods Woord zijn!
Arthur en andere Getuigen gaven vervolgens blijk van bekwaamheid door alle schriftplaatsen over bepaalde punten bijeen te brengen, en op deze wijze ’geestelijke zaken met geestelijke woorden combinerend’ brachten zij klaarheid en harmonie in materiaal dat anders duister of tegenstrijdig leek (1 Korinthiërs 2:13). Mijn vragen werden beantwoord met schriftplaatsen, de stukjes pasten in elkaar, harmonieuze patronen van waarheid kwamen te voorschijn. Mijn tweede onderstelling was ook correct: De Getuigen hadden het juiste inzicht.
Tegen deze tijd was ik ermee begonnen de vergaderingen van de Getuigen in de Koninkrijkszaal te bezoeken. Vervolgens ging ik van deur tot deur met Arthur. Eén vrouw, een baptiste, gaf mij een van die kleine traktaatjes die zogenaamd de fouten van de Getuigen aan de kaak stelden. Op verscheidene plaatsen werd daarin naar het Grieks verwezen. Ik werd er daarom nieuwsgierig naar hoe kundig zij in het Grieks waren. Binnen een paar weken had ik nog een paar van dat soort traktaatjes te pakken gekregen om te onderzoeken.
De meeste draaiden om de Drieëenheid. De schrijvers gingen ervan uit dat de Drieëenheid waar was, en kozen dan zorgvuldig hun wetenschappelijke autoriteiten om dat te bewijzen. In feite concentreerden de aanvallen op de leer van de Getuigen zich vaak op de Drieëenheid en op hun Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift. In het Grieks kunnen, net als in zoveel talen, sommige woorden in een verschillende context een verschillende betekenis hebben. Het Engelse woord „bow” bijvoorbeeld kan een hoffelijke buiging betekenen, een strik in een lint, of een boog om pijlen mee af te schieten.
Bij een studie van de bijbel wordt echter niet slechts naar de context gekeken, maar ook naar andere schriftplaatsen om te zien hoe het woord in een bepaalde omlijsting wordt gebruikt. Zo controleert men namelijk of men afgaat op veronderstellingen of op bewijzen. Ik merkte op dat deze schrijvers van traktaatjes herhaaldelijk bewijzen manipuleerden, er een verkeerde voorstelling van gaven. Het Genootschap daarentegen was heel eerlijk door al het bewijs, alle mogelijkheden, te beschouwen, zijn conclusie te geven maar vervolgens de beslissing aan de lezer over te laten. Na een zorgvuldig onderzoek van de controversiële punten zag ik dat het Genootschap gelijk had.
Op sommige plaatsen knoeien aanhangers van de Drieëenheidsleer duidelijk met de bewijzen. Het klassieke voorbeeld hiervan is, denk ik, Johannes 8:58. Daar zei Jezus: „Eer Abraham was, ben ik” (King James Version). De trinitariërs nemen Jezus’ gebruik van ’ik ben’ in deze schriftplaats en brengen dat in verband met Jehovah’s verklaring aan Mozes in Exodus 3:14 (KJ): „Ik ben die ik ben.” Omdat zowel Jezus als Jehovah ’ik ben’ gebruikten, redeneren zij dat dit Jezus en Jehovah één maakt. En het oorspronkelijke Grieks heeft in Johannes 8:58 inderdaad ben in de tegenwoordige tijd.
Maar zelfs hun eigen theologische grammaticaboeken erkennen dat wanneer in een zin een verleden tijd tot uitdrukking wordt gebracht, een werkwoord dat in de tegenwoordige tijd staat, soms vertaald kan worden alsof het in het verleden is begonnen en tot op heden voortduurt.a Dit is ook het geval in het Frans en het Latijn. Als de Nieuwe-Wereldvertaling derhalve zegt „was ik er al” in plaats van „ben ik”, is dat een correcte vertaling van het Grieks (Johannes 8:58). Niettemin doen de trinitariërs alsof dat pertinent onmogelijk is! Ik begon daarom oog te krijgen voor dit verkeerd voorstellen van de bewijzen door degenen die het Genootschap willen kleineren.
’Welnu, als ik dan vertrouwen kan hebben in de wetenschappelijkheid van het Genootschap op het gebied van het Grieks,’ zo redeneerde ik, ’moet dat dan ook niet gelden voor wat zij verder schrijven?’ Dit bracht mij ertoe in alle ernst aan het studeren te slaan, wat op zijn beurt leidde tot mijn doop in 1970.
Het jaar hiervoor was er door het Wachttorengenootschap een publikatie vrijgegeven, getiteld The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures. Deze publikatie bleek voor mij beslissend te zijn. Misschien meer dan wat maar ook heeft dat mij ertoe gebracht een van Jehovah’s Getuigen te worden. Op de linkerkolom van elke bladzijde staat de oorspronkelijke tekst in koine-Grieks, en onder elke regel staat een letterlijke vertaling van het Grieks. Op de rechterkolom van elke bladzijde staat in hedendaags Engels de Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften.
Overigens, precies toen deze publikatie uitkwam, kreeg ik op de Phillips Academy de toewijzing om nieuwtestamentisch Grieks te doceren. Aangezien ik het Grieks niet had geleerd van een theoloog die nieuwtestamentisch Grieks onderwees, stond ik er waarschijnlijk veel objectiever tegenover. Ik kon de woorden met een frisse geest bekijken, vrij van de traditionele, leerstellige denkbeelden.
Een dergelijke vooringenomenheid kan werkelijk leiden tot ogen die niet zien en oren die niet horen, omdat, als er bij het speurwerk wordt gezocht naar iets dat bevestigt wat men reeds gelooft, dat dan ook alles is wat de ogen willen zien en de oren willen horen. In plaats van als instelling te hebben: ’Oké, wat zijn alle kanten van de zaak?’ zien zij slechts wat kan worden gebruikt, of misbruikt, om hun vooropgezette mening te staven.
Trouwens, de meeste theologen die ik heb ontmoet, zijn niet erg sterk in hun Grieks. De wetenschappelijke kennis van het Grieks die in de Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures is verwerkt, is echter van hoge kwaliteit. Het is een publikatie waarmee een persoon die werkelijk met het Grieks wil werken, zonder veel van Grieks af te weten, toch heel veel kan doen. Ik geloof dat deze publikatie een van de zeer ondergewaardeerde juweeltjes van het Wachttorengenootschap is.
Wat nu mijn beslissing betreft om een Getuige te worden, naast alle hulp van deze wetenschappelijke werken van het Genootschap — vooral die welke met het Grieks verband hielden — was de tijdsperiode belangrijk voor mij. De jaren ’68, ’69, ’70 — weet u nog hoe het leven er toen uit zag? Ik sympathiseerde met de hippiebeweging omdat het mij niet beviel wat mijn land deed en het mij niet beviel wat het ’establishment’, de gevestigde orde, deed. Anderzijds zag ik er ook geen heil in LSD te gebruiken of marihuana te roken. De hippies hadden niet werkelijk het antwoord, en het ’establishment’ evenmin. Ik zocht naar betere antwoorden, iets zinvollers, een of ander groter doel in dit alles.
Het leven moet meer zijn dan slechts plichtmatig lesgeven of verzekeringen verkopen of wat men dan ook doet. Het leven bestaat niet alleen uit boeken: Het gaat om mensen — niet alleen de mensen die naar elitaire particuliere scholen en befaamde universiteiten gaan. Dat had ik allemaal gedaan, en toch ontbrak er iets. Ik zocht naar iets verheveners dan het normale sjabloon, iets van werkelijke waarde.
En dat vond ik in de bijbelse waarheid. De bijbelse waarheid omvat alles — God liefhebben en mensen liefhebben. Door deze waarheid heb ik werkelijk mensen leren zien. Mensen die automonteur zijn, slootgraver, spoorwegingenieur, mensen met allerlei beroepen, mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet. En ik heb die mensen niet alleen ontmoet; ik heb hen ook werkelijk leren kennen en hen leren liefhebben.
Dat was in feite toch ook waar het bij Jezus om draaide, is het niet? Mensen. Hij stelde zich open voor mensen. Voor hun noden. Hij was heel sterk bij andere mensen betrokken. Zo ook Paulus. Een groot deel van Paulus’ brieven bestaat uit raad hoe mensen met andere mensen moeten omgaan. Op zeker moment zei ik tegen mijzelf: ’Als ze beginnen mensen in concentratiekampen te stoppen, dan wil ik daar zitten met mensen van wie ik houd. Laat mij er ook in!’
Ik dacht: ’Wanneer het zover komt dat je moet opstaan en kleur moet bekennen, dan heb je één keus: òf je wordt deel van het systeem dat vervolgt, òf je wordt een deel van degenen die worden vervolgd.’ Ik wilde behoren tot degenen die de bijbelse beginselen toepassen en pal staan voor rechtvaardigheid, ongeacht de prijs.
Ik had genoeg tijd besteed aan de wetenschappelijke, intellectuele aspecten. Het werd tijd dat gevoelens de overhand zouden krijgen. Deze mensen deden dat. Deze mensen leefden ernaar. Ik wilde bij hen horen. Het was niet de een of andere datum, het was niet Armageddon, het was niet dat ik mijn huid wilde redden. Het was mijn hart dat sprak. Deze mensen hebben gelijk. Al die andere groepen hebben het bij het verkeerde eind. Ik wil aan de kant van de waarheid staan.
Dit alles ging door mij heen toen ik op een morgen onder de douche stapte, en op dat moment droeg ik mij in mijn hart op om Jehovah God te dienen. Ik ben een van die mensen die eerst het intellectuele stadium moeten passeren voordat zij de aangelegenheden van het hart aan bod kunnen laten komen. Het verschafte mijn opdracht een solide basis van geloof gebaseerd op kennis — de allerbelangrijkste kennis, namelijk: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.” — Johannes 17:3.
Zo begon mijn leven zin te krijgen en het stoelt nu op liefde — liefde voor Jehovah, liefde voor Jezus en liefde voor de mensen die Jehovah en Jezus liefhebben. — Zoals verteld door Nicholas Kip.
[Voetnoten]
a A Grammar of the Greek New Testament in the Light of Historical Research, door A. T. Robertson, 1934, blz. 879-880; A Manual Grammar of the Greek New Testament, door H. E. Dana, 1957, blz. 183. Zie ook appendix 6F van de New World Translation Reference Bible, 1984, blz. 1582-1583.
[Inzet op blz. 11]
„Het betekent inderdaad ’paal’. Ik weet niet hoe ze van stauros ooit ’kruis’ hebben kunnen maken”
[Inzet op blz. 12]
Zij zien slechts wat kan worden gebruikt, of misbruikt, om hun vooropgezette mening te staven
[Kader op blz. 14]
Enkele commentaren van geleerden over The New World Translation of the Christian Greek Scriptures
„Ik ben geïnteresseerd in jullie zendingswerk en de wereldomvattende schaal waarop het plaatsvindt en ben zeer ingenomen met de ongedwongen en krachtige vertaling. Er spreekt een gedegen, serieuze kennis van zaken op brede schaal uit, waarvan ik kan getuigen.” — Brief van 8 december 1950 van Edgar J. Goodspeed, vertaler van het Griekse „Nieuwe Testament” in An American Translation.
„De vertaling is klaarblijkelijk het werk van bekwame en knappe geleerden, die hebben geprobeerd zoveel mogelijk van de zuivere betekenis van de Griekse tekst over te brengen als in de Engelse taal tot uitdrukking gebracht kan worden.” — Alexander Thomson, een geleerde op het gebied van het Hebreeuws en Grieks in The Differentiator, april 1952, blz. 52-57.
„Uit de vertaling van het Nieuwe Testament blijkt dat er binnen de beweging geleerden aanwezig zijn die in staat zijn om met doorzicht de vele problemen van bijbelvertalen het hoofd te bieden.” — Andover Newton Quarterly, januari 1963.
„De vertaling van het Nieuwe Testament werd vervaardigd door een comité waarvan nooit bekend is gemaakt wie de afzonderlijke leden ervan zijn — een comité dat een ongewone beheersing bezat van het Grieks.” — Andover Newton Quarterly, september 1966.
„Dit is geen gewone interlineaire vertaling: de zuiverheid van de tekst is behouden gebleven en het Engels eronder geeft eenvoudig de fundamentele betekenis van het Griekse woord weer. . . . Na een exemplaar te hebben bestudeerd, gaf ik het enkele geïnteresseerde tweedejaars studenten Grieks als een hulptekst. . . . De vertaling door het anonieme comité is volkomen up to date en consequent nauwkeurig. . . . Kortom, wanneer er een Getuige aan de deur komt, zouden de classicist, de student Grieks of de bijbelstudent er goed aan doen hem binnen te vragen en een bestelling te plaatsen.” — Uit een bespreking van The Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures door Thomas N. Winter van de Universiteit van Nebraska, verschenen in The Classical Journal, april/mei 1974.
[Illustratie op blz. 10]
Nicholas Kip doceert Grieks
[Illustratie op blz. 13]
Nicholas en zijn vrouw Suzanne raadplegen de Kingdom Interlinear