Gileadstudenten — verenigd ondanks verschillen
ZIJ komen uit zeven naties, zo uiteenlopend als Finland, Italië en Australië — 24 mensen met 24 afzonderlijke levensgeschiedenissen. Niettemin zijn zij verenigd door één gemeenschappelijk doel — de wens God te dienen in het buitenlandse zendingsveld.
Maar hoe kan zo’n uiteenlopende groep personen zo verenigd zijn in haar streven? Laten wij voor het antwoord eens kennismaken met enkele studenten van de 82ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead — een school die gewijd is aan de opleiding van Jehovah’s Getuigen voor zendingswerk in het buitenland.
’Ik leerde religie te wantrouwen’
Hoewel verscheidene van de studenten als Getuigen waren grootgebracht, zijn anderen pas later Getuigen geworden. Alvin beschrijft zijn turbulente grotestadsleven als een zwarte jongere die opgroeide in Chicago (VS) als volgt: „Ik ging op mijn dertiende uit huis om bij mijn zuster te gaan inwonen. Aangezien ik meer vrijheid bezat dan thuis, ging ik om met jongeren die zich inlieten met alcohol en drugs. Voor onze bescherming vormden mijn vrienden en ik een bende en wij gebruikten geweld en experimenteerden met hard drugs, zoals dat bij een dergelijke levensstijl hoort. Aangezien volwassenen, onder wie een baptistische geestelijke, ons de drugs verkochten, leerde ik oudere mensen en religie te wantrouwen. Toen mijn zuster dan ook met Jehovah’s Getuigen de bijbel begon te studeren, vertrouwde ik hen net zomin.
Een keerpunt in mijn denkwijze kwam toen ik betrokken raakte bij een racistische organisatie. Zij beseften dat wij een betere regering nodig hadden. Zij probeerden alle zwarten te organiseren en alle benden te verenigen tegen de blanken. Natuurlijk kon dit slechts met geweld worden bereikt. Het begon tot mij door te dringen dat dit niet de oplossing was voor de problemen van de mensheid.
Daarom zocht ik het antwoord in religie. Ik probeerde de zevendedagadventisten, die mij teleurstelden. Ten slotte stemde ik erin toe met de Getuigen de bijbel te bestuderen. Een jaar later was ik gedoopt.”
Alvin herinnert zich een ervaring die hij opdeed toen hij van huis tot huis aan het prediken was: „Ik belde aan bij het huis van twee bendeleiders die voorheen vijanden van mij waren. Voordat ik de waarheid leerde kennen, had ik met hen gevochten. Onze bende was naar hun buurt teruggekeerd en had met vuurwapens de ramen van hun huis kapotgeschoten. Later hadden zij wraak genomen door twee van mijn maats neer te schieten toen wij uit een winkel kwamen. Nu stond ik hier aan hun deur met de Koninkrijksboodschap. Toen zij mij zagen, begonnen zij in ongeloof te lachen. Ik was opgelucht dat zij mij niet langer als een bedreiging zagen.
Ik ben dankbaar dat Jehovah een onderwijsprogramma heeft dat zelfs tot in onze buurt en in mijn hart doordrong. Nu kunnen mijn vrouw Betty en ik ons leven wijden aan Jehovah’s dienst en dat onderwijsprogramma in het zendingsveld gebruiken om anderen te helpen.”
’Dit is het leven voor ons’
Martin reisde tweemaal de wereld rond met de Britse koopvaardijvloot voordat hij zich weer in zijn geboorteland Engeland vestigde. Wat had deze ervaring hem geleerd? „Het had mijn ogen geopend voor de realiteit. Ik vroeg mij af of de problemen van de wereld ooit konden worden opgelost. Ik besprak met mijn toekomstige vrouw Elvira manieren waarop wij iets konden doen.” Hij vervolgt: „Toen belde op een regenachtige middag een jonge Getuige bij mij aan. Hij toonde aan de hand van de bijbel aan dat wij in de laatste dagen leefden. Ik stond perplex. Ik begon meteen de bijbel te bestuderen en christelijke vergaderingen bij te wonen. Ten slotte werden wij beiden gedoopt. Het was het beste wat wij ooit hebben gedaan!”
Maar waarom kozen zij de volle-tijddienst in plaats van een carrière met een volledige wereldse baan? Elvira antwoordt: „Wij realiseerden ons al gauw dat geld geen geluk brengt. Martin is een bekwame bakker, en kon dus part-time werken. Er bestond geen twijfel over — de bediening was het leven voor ons.”
Heikki, uit Finland, verhaalt een soortgelijke ervaring: „Ik was 16 jaar toen een klasgenoot mij vertelde wat hij uit de bijbel had geleerd. Daarom begon ik ook met Jehovah’s Getuigen te studeren. Maar mijn vader trof er regelingen voor dat er een paar lutherse geestelijken zouden trachten mijn denken weer in het juiste spoor te brengen. Na verschillende gesprekken met deze geestelijken raakten zij gefrustreerd. Ik was bekwamer in het verklaren van de Schrift dan zij. Niet eenmaal hebben zij hun bijbel geopend.”
Enkele jaren later begon Heikki Jehovah te dienen als een volle-tijd pionierbedienaar. Hij moest enkele moeilijke beslissingen nemen. Hij legt uit: „Ik studeerde architectuur aan de universiteit en had daarvoor schulden gemaakt. Na twee jaar hield ik met studeren op en begon te pionieren. Ik had geen werk, geen vakopleiding, maar wel schulden die betaald moesten worden. Jehovah zorgde echter altijd voor de noodzakelijke dingen.”
Maar waarom kozen Heikki en zijn vrouw Anne voor het zendingswerk? Anne antwoordt: „Toen wij pionierden, leerden wij dat het goed was om Jehovah onze toewijzing te laten kiezen. Bovendien hebben wij een goede gezondheid en geen familieverantwoordelijkheden die het ons beletten.”
Voordat Mats in zijn geboorteland Zweden de waarheid uit Gods Woord leerde kennen, was hij een atheïst en was sterk tot het communisme geneigd. Mats legt uit: „Religie, met haar leer van het hellevuur en het zegenen van oorlogen, gaf mij een god te zien die hebzuchtig en wreed was. Ik wilde niets te maken hebben met zo’n god, en daarom was volgens mij de enige hoop gelegen in de politiek. Maar mijn oom nodigde mij herhaaldelijk bij hem thuis uit. Ik had daar niet zo’n zin in omdat ik wist dat hij een of ander christelijk geloof had.
Maar toen ik hem op een keer bezocht, stak ik een preek tegen hem af over mijn politieke idealen. Hij luisterde kalm en toonde mij vervolgens bewijzen van de waarheid van de bijbel. Hij begon een systematische bijbelstudie met mij. Spoedig nam ik de beslissing ontslag te nemen uit het leger. Mijn superieuren waren geschokt. Zij stuurden zelfs een geestelijke naar mij toe om met mij te praten. Ik vroeg de geestelijke of mijn beslissing volgens hem schriftuurlijk was. Na een lange pauze zei hij: ’Ja.’ Tien maanden later was ik gedoopt.”
Mats pionierde zes jaar lang in het noorden van Zweden, nabij de poolcirkel. En hoe denkt hij over de volle-tijddienst en het zendingswerk? „Het is nooit in mij opgekomen ermee te stoppen. Ik ben volkomen vrij om naar elk deel van de wereld te verhuizen. Het was voor mij alleen maar natuurlijk dat ik mij zou opgeven voor de Gileadschool.”
Hun gezamenlijke doel
Terry en Lori zijn een echtpaar uit de Verenigde Staten. Zij kunnen als voorbeeld dienen van de verscheidenheid van achtergronden van de 82ste Gileadklas. Terry leerde als jongeman de waarheid kennen toen een collega op zijn werk hem getuigenis gaf. Als contrast vertegenwoordigt Lori de vierde generatie van Getuigen in haar familie. Misschien vat zij goed samen hoe de klas over hun gezamenlijke doel van de zendingsdienst denkt: „Ik ben er heel zeker van dat Jehovah ons hier wil hebben.”
Hoe komt het dat deze groep mensen met zulke verschillende achtergronden verenigd is in haar ene doel, het zendingswerk? Elke student aanbidt dezelfde God, Jehovah. Elk trekt voordeel van dezelfde leiding via Jehovah’s Woord en organisatie. Nu zijn zij bereid zich te laten uitzenden naar de einden der aarde om het goede nieuws van het Koninkrijk te verkondigen. — Jesaja 6:8; Matthéüs 24:14.
[Illustraties op blz. 16, 17]
Alvin Taylor (boven) als bendelid en nu tijdens opleiding tot zendeling (eerste rij) met zijn vrouw Betty, Martin en Elvira Evans
De Gileadschool is ondergebracht in deze gebouwen in Brooklyn (New York)
[Illustratie op blz. 18]
De bibliotheek van Gilead met (rechts) Terry en (midden) Lori Gish aan het eerste tafeltje en Heikki en Anne Soumalainen rechts achter hen