Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g87 8/2 blz. 9-13
  • Als advocaat stelde ik God op de proef

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Als advocaat stelde ik God op de proef
  • Ontwaakt! 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Twijfels komen op
  • Het gevoel er niet bij te horen
  • Een babysitter heeft de antwoorden
  • De bijbel aan een kruisverhoor onderwerpen
  • Mijn drugprobleem
  • Mijn juridische carrière — een beproeving
  • Drie obstakels te overwinnen
  • Heeft hij ons gezin gezegend?
  • Zij bereikte haar doel
    Ontwaakt! 1988
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Waarom worden alle soorten van mensen Jehovah’s getuigen?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1974
  • Door dicht tot God te naderen kon ik mijn problemen aan
    Ontwaakt! 1993
Meer weergeven
Ontwaakt! 1987
g87 8/2 blz. 9-13

Als advocaat stelde ik God op de proef

MIJN ouders hechtten veel waarde aan onderwijs. Ondanks de financiële last zonden zij dan ook alle acht kinderen naar katholieke scholen.

In de meimaand werd in ons gezin elke avond de rozenkrans opgezegd. In deze maand van speciale katholieke devotie voor Jezus’ moeder, stelden mijn broer en ik thuis soms een klein bloemenaltaar en een beeld van Maria op.

Tijdens de vastenperiode stonden wij elke dag om zes uur ’s morgens op om naar de mis te gaan. Er is een zomer geweest waarin ik misdienaar was en dagelijks bij twee, drie missen assisteerde. Ik overwoog zelfs om priester te worden.

Twijfels komen op

De dingen veranderden echter. Op de middelbare school deed ik heel veel aan sport, wat leidde tot een beurs die mij hielp mijn studie aan de universiteit te bekostigen. Iets wat ook op de middelbare school begon, was dat ik aan mijn religie begon te twijfelen. Ik herinner mij een lesuur waarin wij les kregen van een priester. Wij begonnen met de stelling dat er geen God is, en het doel was uiteindelijk te concluderen dat er zeer beslist een Almachtige God bestaat. Het probleem was dat halverwege de discussie de priester geen raad wist met onze vragen over evolutie. Het was ook pijnlijk te zien hoe hij zich in allerlei bochten wrong bij vragen als: „Waarom noemen wij u vader als Jezus zei dat wij niemand vader moeten noemen?” — Matthéüs 23:9.

Toentertijd probeerde ik mijn twijfels te overwinnen en bleef ik bidden en naar de mis gaan. Maar toen ik door mijn studiebeurs op de Universiteit van Washington terechtkwam, werd het alleen maar erger. Zoals bij veel universiteitssporters was mijn aanbidding spoedig volkomen zelfzuchtig. Vóór elke wedstrijd ging ik naar de mis om te bidden voor de overwinning. Na de wedstrijd vergat ik God terwijl ik feestte met mijn ploeggenoten. Ook woedde de oorlog in Vietnam, wat mij deed twijfelen aan de juistheid van de wijze waarop dingen werden gedaan. In mijn laatste collegejaar gebruikte ik dagelijks marihuana.

Het gevoel er niet bij te horen

Daarop volgde in 1968 de rechtenstudie aan de Katholieke Universiteit van San Diego. Hier probeerde ik het met God op een akkoordje te gooien. Ik vond dat als ik naar de mis ging, ik ervan verzekerd mocht zijn dat hij mij goede cijfers zou bezorgen. Tijdens mijn eerste semester ontmoette ik Melinda; de zomer erop trouwden wij. De dag na ons huwelijk stonden wij op om naar de mis te gaan, maar wij kwamen iets te laat. Na een tijdje achter in de kerk te hebben gestaan en te hebben rondgekeken, keken wij ten slotte elkaar aan. Wij voelden ons er eenvoudig niet thuis. Wij gingen weg en hebben nooit meer een mis bijgewoond.

Enkele jaren later, omstreeks de tijd dat onze eerste zoon Joshua was geboren, had ik samen met een groep advocaten een rechtspraktijk die de verdediging voerde voor onbemiddelde personen die waren beschuldigd van vergrijpen tegen de federale wetgeving. Dit scheen een perfecte baan voor mij te zijn, want ik had nogal radicale ideeën gekregen wegens de onrust over de oorlog in Vietnam. Ik vond dat ik een corrupte regering kon dwarsbomen door haar te dwingen geld te gebruiken in de rechtszalen. Terzelfder tijd zou ik wellicht mensen kunnen helpen.

Een babysitter heeft de antwoorden

Op een keer kreeg ik de verdediging toegewezen van een man die vervolgd werd omdat hij had geweigerd het leger in te gaan. Hij bleek een van Jehovah’s Getuigen te zijn en was vastbesloten anderen niet te doden maar in plaats daarvan de weg van vrede na te streven (Jesaja 2:4). De uitleg en lectuur die hij mij gaf, maakten geen indruk. Uit een andere hoek kwam de kwestie echter weer ter sprake. Melinda had een babysitter in dienst die een Getuige was. Dit kreeg betekenis toen Melinda geen antwoord kon geven op de eenvoudige vragen die ons zoontje Joshua over God stelde.

Melinda was katholiek grootgebracht en had gestudeerd aan een door jezuïeten geleide universiteit. Niettemin verloor zij haar geloof in God. Tijdens een vakantie in Rome bad zij zelfs of zij de paus mocht zien, omdat haar geloof hierdoor beslist zou herstellen. Zij zag hem ook werkelijk terwijl hij op de schouders van andere mannen werd gedragen. In plaats van haar geloof te versterken, overtuigde dit haar er juist van dat dit niet Jezus’ eenvoudige weg was.

Het is daarom niet moeilijk te zien waarom Melinda geen raad wist met de vragen van Joshua. Zij was echter blij bevredigende antwoorden te vinden in het boek Naar de Grote Onderwijzer luisteren dat zij van de babysitter kreeg. Later ontmoette zij een oude bekende van de middelbare school die nu een Getuige was. Melinda vroeg haar: „Hoe kun je nu in ’s hemelsnaam een van Jehovah’s Getuigen zijn, en hoe kun je in de bijbel geloven? Die is zo tegenstrijdig.” Hierop kwam als wijze reactie de vraag aan Melinda of zij ooit de hele bijbel had gelezen. Melinda’s ontkenning baande de weg voor een bezoek en een regelmatige bijbelstudie.

De bijbel aan een kruisverhoor onderwerpen

Ik zei Melinda dat zij met haar bijbelstudie mocht doorgaan zolang ik maar met rust werd gelaten. Verscheidene maanden later ontmoette ik het echtpaar dat de studie leidde, maar ik behandelde hen heel onbeleefd. In antwoord op Melinda’s „Waarom?” zei ik: „Dat waren geen mensen. Dat waren Jehovah’s Getuigen!” Dat bracht heel wat opschudding in ons gezin teweeg. Ten slotte zei ik in wanhoop: „Nodig de Getuigen uit. Ik zal me gedragen, en ik zal je laten zien hoe dwaas je bent om de bijbel te bestuderen.”

De Getuigen, Dan en Sharon, kwamen en doorstonden met gebruikmaking van slechts de bijbel, mijn intense kruisverhoor. Ik voelde mij gefrustreerd omdat Dan voor elk van mijn tegenwerpingen een bijbels antwoord scheen te hebben. Er waren drie van dergelijke zittingen. Ten slotte leunde Dan achterover in zijn stoel en zei: „Weet u, ik mag u wel.” Dat brak de vijandige sfeer. In de daaropvolgende ontspannen sfeer toonde Dan mij een verbazingwekkende profetie in Daniël hoofdstuk 9 over de komende Messías. Ik was er zo van onder de indruk dat ik boos werd — niet op hem, maar op de oppervlakkigheid van het religieuze onderricht dat ik had gekregen.

Door een studie van deze en van andere bijbelprofetieën veranderde mijn houding tegenover de Schrift snel. Ik begon te denken dat mijn eigen opstandigheid tegen menselijke heerschappij en mijn druggebruik geen slecht hart verraadden, maar een reactie waren op een stelsel dat nodig vervangen moest worden door Gods Koninkrijksregering.

Mijn drugprobleem

Ik genoot intens van mijn bijbelstudie aan de hand van het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Niettemin gebruikte ik nog steeds marihuana, en ik redeneerde: ’Als ik onder de invloed daarvan door mijn rechtenstudie ben gekomen, kan ik op dezelfde wijze toch zeker de bijbel leren kennen.’ Ik woonde enkele vergaderingen bij in de Koninkrijkszaal, maar wilde daar niet mee doorgaan omdat ik na negentien jaar onderwijs genoeg had van lessen.

Ik stemde erin toe met mijn vrouw de kleinere en meer informele doordeweekse studie bij te wonen. De eerste drie weken kwam er elke keer als ik aanstalten maakte om het kantoor te verlaten, een cliënt binnen die mij wat krachtige marihuana aanbood. Nadat ik dat had gerookt was ik beslist niet in staat om een christelijke vergadering bij te wonen. Dan belde ik Melinda op en zei haar zonder mij te gaan. Ten slotte vroeg zij: „Weet je niet wie jou dat aandoet?” Dat confronteerde mij met iets waaraan ik niet had gedacht. Ik vond het niet prettig gebruikt te worden, en vooral niet om gebruikt te worden door de Duivel. De volgende week deed zich op kantoor dezelfde soort verleiding voor, maar ik weigerde de marihuana.

’Zou het kunnen’, zo vroeg ik mij af, ’dat het roken van marihuana een groter struikelblok voor mij is dan ik besef?’ Toen ons gezin een tiendaagse vakantie nam, besloot ik Jehovah als het ware op de proef te stellen. Met zijn hulp zou ik gedurende die periode helemaal geen marihuana gebruiken. Het was verbazend hoe goed ik mij voelde tegen de tijd dat ik terugkeerde. Ook overtuigde onze dagelijkse studie van de bijbel tijdens die vakantie mij meer dan ooit van de waarheid van Gods Woord. Wat een zegen bracht die vakantiereis!

Ik herinner mij de eerstvolgende vergadering. In plaats van de kniesoor in de hoek was ik een geestdriftige deelnemer. Hoe opwindend was het voor Melinda het verschil in mijn persoonlijkheid te zien! Spoedig werden onze oude vrienden en kennissen uit de kringen van druggebruikers vervangen door warme, reine vriendschappen onder de Getuigen.

Mijn juridische carrière — een beproeving

In 1975 symboliseerden Melinda en ik onze opdracht aan Jehovah door middel van de waterdoop. Later dat jaar werd onze tweede zoon, Jesse, geboren. Het leek er beslist op dat ik Jehovah’s zegen genoot. Mijn rechtspraktijk in strafzaken maakte het echter nodig dat ik veel moest reizen naar verre steden, wat betekende dat ik vaak van mijn gezin en de gemeente weg was. Naarmate mijn liefde voor de christelijke bediening groeide, ging deze indeling van mijn werk mij steeds meer tegenstaan.

Op een reis ontmoette ik een aantal mede-Getuigen die advocaten en artsen waren. Twee van hen maakten vooral indruk op mij, want zij waren toegewijde mannen die, hoewel zij advocaat waren, jarenlang volle-tijddienst voor Jehovah God hadden verricht. Het riep een verlangen in mij wakker om mijn bekwaamheden op wettelijk gebied te gebruiken bij het verdedigen van Gods volk en Hem beter te dienen. Een belangrijke stap in die richting was dat ik ermee begon elke maand 60 uur aan de christelijke bediening te besteden. Dit heb ik verscheidene jaren gedaan, waarbij ik slechts één maand, toen onze derde zoon, Ryan, werd geboren, verstek heb laten gaan.

Op een dag sprak een ouderling in onze gemeente met mij over de mogelijkheid dat ik een volle-tijdbedienaar zou kunnen worden. „Ik kan onmogelijk meer doen dan ik nu doe”, antwoordde ik, „met de zaken die ik moet behartigen en mijn gezin om voor te zorgen.” Maar in de daaropvolgende dagen werd ik geplaagd door de vraag: ’Waarom kan ik eigenlijk niet in de volle-tijddienst staan?’ Ik legde de kwestie in gebed aan Jehovah voor, denkend aan de woorden in Maleachi 3:10 waar hij mensen uitnodigt hem op de proef te stellen en te zien of hij hun niet zal zegenen.

Drie obstakels te overwinnen

Bij een nauwkeurige beschouwing van mijn situatie schenen er drie obstakels te zijn die mij beletten om in de volle-tijddienst te staan. Ik moest beslist financiële zekerheid hebben om het verlies van inkomen op te vangen als ik mijn rechtspraktijk zou verkleinen. Barrière nummer één was dat ik een huis bezat dat ik zou moeten verkopen. Daarmee in verband stond barrière nummer twee. Er woonde een mede-Getuige in het huis, en ik wilde hem niet dwingen te vertrekken. De derde barrière was dat mijn rechtspraktijk deel uitmaakte van een compagnonschap.

Ik bad tot God: „Als u wilt dat ik in de volle-tijddienst ga, helpt u mij dan dit huis te verkopen zonder problemen te veroorzaken voor mijn mede-Getuige en help mij mijn compagnonschap te beëindigen. Als deze drie dingen mogelijk zijn, zal ik mij bij de gelederen van de volle-tijdwerkers aansluiten.” Ongeveer een week later kwam die Getuige met een verrassende boodschap: Hopelijk zou ik niet van streek zijn, maar hij ging verhuizen omdat hij een baan had gekregen in een andere stad!

Op de dag waarop hij verhuisde, reed ik naar hem toe om hem te helpen zijn laatste spullen in te pakken. Onderweg stopte ik bij een ijzerwarenzaak en kocht een „Te Koop”-bordje. Nadat wij zijn verhuiswagen hadden ingeladen, zette ik het bordje in het voorraam en sloot het huis af. Bij thuiskomst vertelde Melinda mij dat een vrouw had opgebeld en haar nummer had achtergelaten. Toen ik haar opbelde, was ik geschokt toen ze zei dat ze ’beslist dat huis moest hebben’. Welk huis bedoelde zij? Zij vertelde dat zij vóór haar huwelijk tegen haar toekomstige echtgenoot had gezegd dat zij met hem zou trouwen als hij haar beloofde dat hij, wanneer haar droomhuis te koop was, het voor haar zou kopen. Zij had het over het huis dat ik nu wilde verkopen. Natuurlijk zei ik dat zij het kon kopen!

Spoedig daarna lichtte een van mijn compagnons mij in over zijn besluit een andere baan te aanvaarden en daarbij ons compagnonschap te beëindigen. Ik kon nauwelijks wachten om naar huis te gaan en Melinda en mijn zoons te vertellen wat Jehovah had gedaan. Allen stemden ermee in dat ik de volle-tijddienst zou opnemen, hetgeen ik in juni 1979 heb gedaan.

Heeft hij ons gezin gezegend?

In september 1979 kreeg ik een aanstelling als opziener in onze gemeente. Melinda had vele maanden lang een groter aandeel aan de dienst en is nu mijn partner in de volle-tijddienst. Ook onze drie zoons zijn actief in het christelijke predikingswerk en schenken ons veel vreugde. Door middel van de hulp van Gods Woord en de gemeente hebben Melinda en ik geleerd betere ouders te zijn en dit is een zegen voor de kinderen geweest.

Meer dan een jaar geleden opende zich een andere zegening toen ik werd uitgenodigd om tijdelijk op het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap in New York te komen werken tijdens de bouw die daar aan de gang was. De eerste paar dagen van handenarbeid waren voor mij een heel ander soort ervaring. Toen opende zich een speciale gelegenheid omdat er een tijdelijke behoefte ontstond aan extra juridische hulp op het hoofdbureau, en ik vond het fijn mij dienstbaar te kunnen maken.

Nu ben ik terug in San Diego, en ik moet zeggen dat ik de grootste zegeningen en vreugden ervaar in het dagelijkse predikingswerk van huis tot huis. Op een dag klopte ik bijvoorbeeld aan bij een man, maar hij stuurde mij bruusk door. Ik bezocht de bewoners in de andere appartementen in het complex. Bij het verlaten van het gebouw kwam dezelfde man naar buiten en nodigde mij bij hem binnen. Daar vertelde hij mij dat hij nota bene tot God gebeden had om hulp in zijn leven, dat één puinhoop was. Toen ik aanklopte, maakte dat hem van streek omdat ik hem in zijn gebed had gestoord. Nadat hij mij bars had weggestuurd, realiseerde hij zich dat mijn bezoek misschien een verhoring van zijn gebed was. „Daarom,” zo zei hij, „wat het ook is dat u mij komt vertellen, ik weet dat ik nu moet luisteren.” Dat deed hij en na een jaar bijbelstudie is hij een gedoopte bedienaar geworden.

Door te reageren op vragen van degenen die in de plaatselijke gevangenissen zitten, zijn mij speciale zegeningen ten deel gevallen. De bijbelstudies die ik leid met mannen in de districtsgevangenis van San Diego, alsook met de vele anderen die ik in de bediening vind, zorgen voor een heel druk leven. Soms moet ik wat schuiven in mijn rechtspraktijk en mijn carrière als volle-tijdbedienaar. Gewoonlijk kan ik het echter zo regelen dat ik in de vroege morgen in de rechtszaal kan verschijnen zodat ik nog altijd het grootste deel van de morgen overhoud voor de velddienst. Mijn kantooruren zijn ’s middags. In de namiddag en vroege avond kan ik mij weer wijden aan de bediening en het leiden van bijbelstudies.

Wanneer ik erover nadenk hoe het mij, met mijn druggebruik en opstandige houding, in het leven zou zijn vergaan, is mijn waardering des te groter voor de wijze waarop Jehovah mij heeft gezegend door mij in een verhouding met hem en met de christelijke gemeente te brengen. Zonder zijn zegen zou ik niet het gelukkige gezinsleven hebben gehad dat ik nu geniet, en daarnaast deel hebben uitgemaakt van een verenigde, wereldomvattende christelijke broederschap. Ik kan u uit het diepst van mijn hart verzekeren dat als u Jehovah op de proef stelt, hij zegeningen over u zal uitstorten totdat er geen gebrek meer is. — Zoals verteld door Jim McCabe.

[Inzet op blz. 12]

’Zou het kunnen’, zo vroeg ik mij af, ’dat het roken van marihuana een groter struikelblok voor mij is dan ik besef?’

[Illustratie op blz. 9]

Ik bestudeer de bijbel met gedetineerden

[Illustratie op blz. 10]

Onze zoons vinden het fijn om samen met ons deel te nemen aan de aanbidding

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen