Een vaste hoop voor de huidige generatie
„Als je de wereld zou kunnen veranderen, wat zou je dan doen?” Sommige jongeren zullen antwoorden zoals Swen, een Duitse tiener, die vindt dat het „utopistisch is om te dromen over het bezitten van de volledige macht om dingen te veranderen”.
Anderen zeggen wat zij zouden doen als zij het vermogen hadden veranderingen ten goede tot stand te brengen. Hun oplossingen voor enkele problemen van de mensheid komen dikwijls heel dicht bij de oplossingen die in de bijbel worden uiteengezet.
Wat jongeren zouden doen Wat God belooft
Interessant werk voor allen
De zeventienjarige Jacky uit Er zal voldoening schenkend
Noord-Frankrijk zou paal en perk werk voor allen zijn, en de
stellen aan „de technologie mensen zullen de vruchten van
door minder robots te produceren, hun arbeid smaken. „Zij
zodat er werk komt voor mensen”. zullen stellig huizen bouwen
Susanne, een tiener uit Hamburg en bewonen . . . Zij zullen
in de Bondsrepubliek Duitsland, niet bouwen en iemand anders
zou graag een wereld zien van het bewonen; zij zullen niet
alleen ambachtslieden — planten en iemand anders
schoenmakers, bouwers, ervan eten. . . . Het werk
molenaars, timmerlieden, van hun eigen handen zullen
enzovoort. mijn uitverkorenen geheel
verbruiken. Zij zullen niet
voor niets zwoegen, noch
Vrede op aarde
Zoals zoveel jongeren zou Carla, „Komt, aanschouwt de
een veertienjarig meisje in de activiteiten van Jehovah,
Bondsrepubliek Duitsland, „bommen hoe hij verbazingwekkende
en oorlogen afschaffen”. Jun, gebeurtenissen op de aarde
een jonge jongen in Japan, „zou heeft gesteld. Hij doet
zorgen dat er voor iedereen vrede oorlogen ophouden tot het
kwam”. En Delphine uit Frankrijk uiteinde der aarde.” —
zou ook „een eind maken aan de Psalm 46:8, 9.
oorlogen in de hele wereld”.
Een verenigde wereld
John, een jonge Canadees, „zou „En hem [Jezus] werd
de wereld samenvoegen tot één heerschappij en waardigheid
enkele gemeenschap”. Mikiko, een en een koninkrijk gegeven,
Japans meisje, zet uiteen hoe opdat de volken, nationale
volgens haar eenheid tot stand groepen en talen alle hèm
gebracht zou kunnen worden: „Ik zouden dienen.” „Vele natiën
zou een land maken waar alleen zullen stellig heengaan en
goede mensen wonen.” En Milton zeggen: ’Komt, en laten wij
in Brazilië geeft nog meer opgaan naar de berg van
ideeën: „Ik zou graag een Jehovah . . . en hij zal ons
verenigde wereld zien, met één onderrichten omtrent zijn
regering en één religie.” wegen, en wij willen zijn
paden bewandelen.’” —
Zoals de voorgaande vergelijkingen hebben aangetoond, is de toekomst die God belooft precies wat veel jonge mensen verlangen. Deze toekomst zal een realiteit worden, zo verzekert de psalmist ons wanneer hij het volgende tot Jehovah zegt: „Gij opent uw hand en verzadigt de begeerte van al wat leeft” (Psalm 145:16). Maar wanneer zullen deze beloften vervuld worden? Laten wij eens zien wat enkele andere jongeren daarop antwoorden.
De tijd voor een verandering is nabij!
Carole, uit Frankrijk, heeft een „schitterende hoop” en voorziet voor de nabije toekomst „iets schitterends — iets heel anders dan de wereld waarin wij leven”. Samuel, een vijftienjarige jongeman in hetzelfde land, gelooft ook in een volledige verandering: „Bij het jaartal 2000 kan ik me een wereld voor ogen stellen die veranderd is in een prachtig paradijs! Maar ik geloof niet dat hetzij de huidige wereld of haar heersers die dag zullen beleven. . . . Wij leven in de laatste dagen van het samenstel van dingen.” Ruth, een Duits meisje van zestien jaar, spreekt ook haar vertrouwen in deze veranderingen uit: „Ik weet dat ik niet knap genoeg ben om de wereld te veranderen en te zorgen dat alles goed gaat. Alleen Jehovah, onze Schepper, kan en zal dat binnenkort doen.”
Maar waarom zijn de laatstgenoemde geïnterviewde jongeren zo zeker van heilzame veranderingen in de nabije toekomst? Eenvoudig omdat zij kennis genomen hebben van de beloften die God door middel van zijn Woord, de bijbel, heeft gegeven. Als Jehovah’s Getuigen verwachten zij vol vertrouwen iets beters — een wereld van gerechtigheid en vrede, waar volgens Gods belofte zelfs ziekte en dood niet meer zullen zijn. — 2 Petrus 3:13; Openbaring 21:3, 4.
Een nauwkeurig onderzoek van bijbelse profetieën maakte deze jonge Getuigen duidelijk dat wij thans in een bevoorrechte periode van de geschiedenis leven, want de tijd is gekomen dat God in de menselijke aangelegenheden zal ingrijpen en de gehele aarde zal verlossen van onrechtvaardigheid. De Schrift noemt deze korte periode die voorafgaat aan Gods ingrijpen „de tijd van het einde” en zegt uitdrukkelijk dat deze niet langer dan een „geslacht” zal duren. Die tijd zou ook gekenmerkt worden door oorlogen, aardbevingen, epidemieën, vrees en toenemende onveiligheid — allemaal dingen die de wereld sedert 1914 hebben gekenmerkt. Aangezien het „geslacht” van 1914 thans behoorlijk gevorderd in jaren is, betekent Gods belofte werkelijk actueel nieuws voor jonge mensen in deze tijd. — Daniël 12:4; Matthéüs 24:3, 7-14, 34.
U voorbereiden op uw toekomst
Wat dient dan onze houding ten aanzien van de toekomst te zijn? Iedereen krijgt de keus. Een Franse journalist stelde het aldus: „Er zijn twee manieren om belangstelling voor de toekomst te tonen: De ene is proberen zich die voor ogen te stellen, zoals iemand in een trein het landschap voorbij ziet glijden; de andere is zich erop voorbereiden.” Aan welke geeft u de voorkeur?
In plaats van in angst te leven voor een sombere toekomst, zou u een onderzoek kunnen instellen naar de geloofsovertuigingen van de jonge Getuigen om te ontdekken of er een deugdelijke basis is voor hun hoop. Waarom zou u niet samen met een van Jehovah’s Getuigen een studie van Gods Woord gaan maken? In plaats van passief op de toekomst te wachten, zult u leren hoe u zich erop kunt voorbereiden. De schitterende toekomsthoop kan de uwe zijn.
[Kader op blz. 8]
Zal het morgen net zo zijn als vandaag?
Wanneer mensen zich de toekomst voorstellen, zijn zij dikwijls geneigd die te zien als een verlengstuk van hun huidige levenswijze. De beroemde Amerikaanse natuurkundige Robert Oppenheimer, een van de vaders van de atoombom, zette uiteen waarom hij dacht dat men de toekomst niet op die manier kan voorzien: „Er is nog een extra gevaar bij het voorzien van de toekomst en pogingen om die te voorspellen. Wij gaan er dikwijls van uit dat de verrassingen van gisteren zullen bepalen wat er morgen gebeurt. . . . Maar of het nu goed of kwaad uitpakt, morgen is iets nieuws. Het is het nieuwe van toeval, van dingen die kunnen samenlopen op een manier die men niet kan voorspellen. . . . Morgen is nu juist wat vandaag niet voorzegd kan worden; het ligt niet besloten in vandaag.”
Aangezien de mens niet het vermogen bezit om in de toekomst te kijken, moet hij te rade gaan bij een Wezen met een hogere intelligentie. De bijbel laat zien dat de benodigde bekwaamheid aanwezig is bij God, „die van het begin af de afloop vertelt, en van oudsher de dingen die niet gedaan zijn”. Alleen tot hem kan de mens zich derhalve wenden om te weten te komen wat de toekomst inhoudt. — Jesaja 46:9, 10.