Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/11 blz. 3-6
  • Hoop en vrees bij jongeren van deze tijd

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoop en vrees bij jongeren van deze tijd
  • Ontwaakt! 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Onvervulde verwachtingen
  • Hoe staat het met de toekomst?
  • Een fijn gezin en een goede baan
  • Technologie — Zegen of vloek?
  • Hun grote angsten
  • Enige hoop voor de toekomst?
  • Hoeveel interesse hebben jonge mensen voor religie?
    Ontwaakt! 1998
  • Een vaste hoop voor de huidige generatie
    Ontwaakt! 1986
  • De jeugd van nu — De uitdagingen waarvoor zij staan
    Ontwaakt! 1990
  • Wat zal onze toekomst zijn?
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/11 blz. 3-6

Hoop en vrees bij jongeren van deze tijd

„KONDEN wij maar in de toekomst kijken”, verzuchtte Valérie, een achttienjarig Frans meisje. Of andere jongeren Valéries twijfels nu delen of niet, zij denken over hun toekomst. Dikwijls proberen zij zich voor te stellen hoe het zal zijn om werk en een gezinsleven te hebben en in wat voor wereld zij zullen leven. Mensen in het verleden hebben dikwijls gefantaseerd over de toekomst.

Zou u bijvoorbeeld graag met kapitein Nemo een tochtje hebben gemaakt in zijn onderzeeër, de Nautilus? Of wat zou u ervan vinden in een raket rond de maan te cirkelen? Van zulke opwindende vooruitzichten maakte men zich tegen het eind van de vorige eeuw al een voorstelling. Het enige wat u hoefde te doen, was uw fantasie de vrije loop laten en plaatsnemen naast de helden uit de beroemde science-fictionverhalen van Jules Verne. Als u toen had geleefd, had u zich heel goed kunnen afvragen: ’Zullen zulke dingen eens werkelijk mogelijk zijn? Zal ik dat nog beleven?’

Deze twee dromen, ontsproten aan de vruchtbare verbeelding van die negentiende-eeuwse Franse schrijver, zijn werkelijkheid geworden. Onderzeeërs zijn thans belangrijke wapens in de arsenalen van de grote mogendheden. En onze generatie heeft mannen op de maan zien lopen. Maar ook al zijn die specifieke fantasieën werkelijkheid geworden, van veel andere menselijke voorspellingen kan dat niet gezegd worden.

Onvervulde verwachtingen

Naar verwachting zou er in de loop van de jaren ’60 een remedie tegen kanker zijn. In de jaren ’50 profeteerde een president van een grote Amerikaanse automobielfabriek dat tegen 1975 de auto’s zouden zijn uitgerust met lange-afstandsgeleiding. Ook werd voorzegd dat men de woestijnen zou kunnen veranderen door microscopische algen te kweken „die met hun snelle voortplanting . . . en uitzonderlijk hoog eiwitgehalte (75%) met gemak de groeiende bevolkingen zouden kunnen voeden”.

Er zijn zoveel van die onvervulde verwachtingen uitgesproken, dat de mensen tegenwoordig niet meer blindelings afgaan op de voorspellingen van wetenschappers. André Fontaine, hoofdredacteur van het Parijse dagblad Le Monde, merkte onlangs op: „Het geloof in vooruitgang door middel van de wetenschap, dat tegen het eind van de jaren ’60 al een knauw had gekregen, is steeds verder verzwakt.”

Het uitblijven van de beloofde betere betrekkingen tussen de naties en tussen afzonderlijke personen is eveneens een ontgoocheling geweest. De Eerste Wereldoorlog werd op het eind betiteld als „de oorlog die alle oorlogen zal doen ophouden”. Men geloofde dat de mensen zich na alles wat zij hadden doorgemaakt, nooit meer in zulk een massaslachting zouden begeven. De betrekkelijke naoorlogse rust duurde echter slechts enkele jaren; toen werden alle illusies verbrijzeld door nieuwe conflicten, met inbegrip natuurlijk van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Hoe staat het met de toekomst?

Maken hoopvolle verwachtingen in deze tijd een betere kans op vervulling? Hoe zien jongeren over de gehele aarde hun toekomst? Zal de dageraad van het jaar 2000 stralend of troosteloos zijn?

Er zijn door bijkantoren van het Wachttorengenootschap overal ter wereld vraaggesprekken met jongeren gehouden. Wanneer u de opmerkingen van deze jongeren beschouwt, kijk dan eens of u niet dezelfde hoopvolle verwachtingen en dezelfde angsten kent.

Een fijn gezin en een goede baan

Thomas, een jonge Duitser, wil „een lang leven en een goede gezondheid”. „Ik wil trouwen en een gelukkig gezin hebben”, zegt Mikiko, een tienermeisje in Japan. Dit zijn voorbeelden van jongeren die graag zouden willen dat hun leven enigszins op dat van hun ouders zou lijken. Anderen zouden enkele dingen willen veranderen. Maristela, een Braziliaans meisje, zegt dat zij ’in de liefde anders zou handelen dan haar ouders’, aangezien zij gelooft dat het huwelijk niet is „wat de kerk en de maatschappij ervan beweren”.

Vooruitzichten op een baan nemen een belangrijke plaats in de geest van jongeren in. Kendji, een Japanse jongen, is dertien jaar en zou graag „op een of andere manier met auto’s werken — hetzij bij een autofabriek of zelfs bij de races”. De zeventienjarige Helmut uit Duitsland droomt van een toekomst als beroepsvoetballer, terwijl Kunle, een student uit Lagos, „ernaartoe werkt een succesvolle computertechnoloog te worden”.

Thierry, Bruno en Mimoun, drie tieners uit Noord-Frankrijk, maken zich zorgen over de werkloosheid en willen een hogere opleiding volgen om een vaste baan te kunnen bemachtigen. Een opiniepeiling die in april 1985 werd gehouden en genoemd werd door het Franse dagblad Le Figaro, onthulde dat vrees voor werkloosheid iets vrijwel universeels is. De krant berichtte: „Werkloosheid steekt in alle grote landen behalve Japan, en in mindere mate de Verenigde Staten, met kop en schouders boven alle andere punten van bezorgdheid [op korte termijn] uit.”

Technologie — Zegen of vloek?

Jonge mensen proberen ook zich een door de technologie veranderde wereld voor te stellen. „Ik denk dat de wereld dan een beter oord zal zijn om in te leven”, verklaart een jonge Nigeriaan. „Zelfs in Derde-Wereldlanden zoals het onze zullen de meeste dingen per computer geregeld worden, en door computers en andere elektronische apparatuur zal de wereld er beter aan toe zijn.”

Een journalist bij het Franse tijdschrift Le Nouvel Observateur heeft in grote trekken dezelfde kijk op de nabije toekomst: „Machines zullen zelfstandig opereren. Magnetische kaarten zullen het geld vervangen. Nadat men een keus heeft gedaan uit goederen die men op een televisiescherm heeft kunnen bekijken, worden de boodschappen per telefoon gedaan. De mensen zullen thuis werken met terminals die met databanken verbonden zijn.”

Andere jongeren zijn er echter niet zo zeker van dat een door de technologie overgenomen wereld zo geweldig zou zijn. Gaby, een Duits meisje van dertien jaar, is bang dat er tegen het jaar 2000 „overal huizen, en nergens bomen of bloemen” zullen zijn. Susanne, in hetzelfde land, stelt zich voor dat de mensen onder een glazen koepel leven om aan de vervuiling te ontkomen.

Voor weer anderen, zoals Selcuk, een jonge Duitser van Turkse afkomst, zal „een volledig elektronische wereld” grotere werkloosheid veroorzaken. „Er zijn nu al niet zoveel banen,” zegt hij, „maar in het jaar 2000 . . . zitten er geen mensen meer achter de toonbank, maar robots.” De zestienjarige Selma uit Brazilië gaat zelfs zover te zeggen: „Computers zullen de plaats van God innemen.”

Hun grote angsten

Emmanuel, een jonge Nigeriaan, is verontrust over de toenemende onveiligheid en legt uit: „Als in het verleden dieven in een huis wilden inbreken, wachtten zij tot de eigenaar weg was. Nu doet het er niet toe of het hele gezin thuis is. De dieven kloppen aan de deur en eisen dat je hun je bezittingen geeft. Als er nu al zo iets gebeurt, hoe zal het dan in de toekomst gaan?” Emmanuel staat met zijn angsten niet alleen. Een Canadese jongere verklaarde: „Ik denk dat de wereld . . . meer misdaad en vandalisme zal hebben, dat meer mensen overspannen zullen raken en dat kinderen slechter zullen gehoorzamen.”

Een van de voornaamste zorgen van jongeren in deze tijd is echter de vrees voor oorlog. Deze angst wordt weerspiegeld in een opmerking die werd gemaakt door Folasade, een Nigeriaans meisje: „Er kan elk moment van alles gebeuren — zelfs een wereldomvattende oorlog tegen het jaar 2000.” In de Verenigde Staten is de situatie al net zo, meldt de International Herald Tribune onder de kop: „Veel studenten verwachten kernoorlog”. In Canada bericht literatuurcritica Yolande Villemaire dat jongeren „ervan overtuigd zijn dat zij in een nucleaire holocaust zullen sterven”.

Japanse jongeren zoals de vijftienjarige Daisoeke geven uitdrukking aan soortgelijke ideeën: „Tegen de tijd dat ik dertig ben, zal de Derde Wereldoorlog, die een kernoorlog zal zijn, deze planeet verwoest hebben. Ik heb geen doeleinden in het leven en geen zorgen!”

David, een Franse jongen, kwam rechtstreeks ter zake: „Alle huidige conflicten in aanmerking genomen, geloof ik dat het niet eens de moeite waard is om over het jaar 2000 te praten.” Velen in Frankrijk delen zijn opvatting, want een recente opiniepeiling bracht aan het licht dat 74 procent van de Franse jongeren van mening is dat van nu af tot het jaar 2000 de grootste bedreiging voor de mensheid wordt gevormd door een derde wereldoorlog.

Enige hoop voor de toekomst?

Met zulke sombere vooruitzichten is het begrijpelijk dat jonge mensen uiting geven aan onzekerheid ten aanzien van de toekomst. Toch is er een vaste hoop voor de toekomst. Zou u iets over die hoop willen vernemen? Dat is het onderwerp van het volgende artikel.

[Illustraties op blz. 4, 5]

Tot de weinige voorspellingen van de mens die zijn uitgekomen, behoren die van Jules Verne. Hier is zijn maanschip afgebeeld

[Verantwoording]

NASA photo

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen