Abortus — Wiens rechten zijn er in het geding?
DE ARTSEN P. M. A. Nicholls en Carlos del Campo uit Halifax (Nova Scotia) hebben een onthullende brief geschreven aan de Canadian Medical Association Journal over de kwestie wiens rechten er bij abortus in het geding zijn. Zij merkten eerst op dat anderen gezegd hebben dat „de beslissing om een abortus te hebben in de eerste plaats bij de vrouw berust”, en dat „veel vrouwen die een abortus zoeken en de meeste pro-abortusgroepen menen dat de vrouw het recht heeft te beslissen over het lot van haar eigen ’lichaam’ en dat abortus op deze gronden toelaatbaar is”. De volgende opmerkingen van deze artsen geven echter reden tot herbezinning.
„Hoewel het alle medici volkomen duidelijk zou moeten zijn, wordt het volgende gewoonlijk niet in aanmerking genomen en verdient derhalve beklemtoond te worden. Na de bevruchting versmelten de haploïde cellen tot een diploïde cel. Vanaf dit punt bestaat de foetus als een genetisch van de moeder verschillende entiteit; dat wil zeggen dat hij unieke, georganiseerde informatie in zijn chromosomen bevat. Het onweerlegbare bewijs hiervoor ligt in het feit dat zonder de door de placenta opgeworpen barrière de vrucht onmiddellijk zou worden afgestoten.
Hoe komt het dan dat wij abortus op één lijn stellen met de verwijdering van een appendix, een galblaas of een ander orgaan? (Natuurlijk zijn wij ons bewust van de grotere psychologische consequenties van abortus.) Ironisch genoeg is het veel gemakkelijker een levensvatbare foetus door een vrouwenarts te laten verwijderen dan van een chirurg gedaan te krijgen dat hij een gezonde galblaas verwijdert. Toch is dat orgaan, in tegenstelling tot de foetus, onbetwistbaar een deel van de patiënt. Kunnen wij de gebruikelijke pro-abortushouding van ’mijn lichaam’ aanvaarden en ermee instemmen dat de beslissing om het leven van de foetus te beëindigen een zaak is tussen de vrouw en haar arts? Nogmaals, indien wij dit logisch analyseren, is in feite niet het lichaam van de vrouw in het geding maar een onloochenbaar afzonderlijk leven met een onafhankelijke genetische code.”
Tot besluit waarschuwden deze artsen: „Wanneer men met deze kwestie wordt geconfronteerd, is het het eenvoudigst om gemakshalve of uit ’medelijden’ de ons bekende waarheid te negeren. Niettemin heeft iedere medicus de plicht niet te zwichten voor of zich te verschuilen achter de meningen en opvattingen van een steeds toegeeflijker samenleving.”
[Illustratieverantwoording op blz. 9]
S. J. Allen/Int’l Stock Photo Ltd.